“We mogen geen nieuw Guantánamo laten ontstaan”

6 april 2019

Federaal procureur Frédéric Van Leeuw begint aan een tweede termijn in de strijd tegen de zwaarste zaken van georganiseerde misdaad en terreur. Waarom hij er dan ook een onderzoek naar gesjoemel in het voetbal bij neemt? ‘Zwart geld maakt het hele systeem rot.’

Procureur Frédéric Van Leeuw was in 2014 amper enkele weken benoemd aan het hoofd van het federaal parket of een terrorist vermoordde in hartje Brussel vier mensen in het Joods Museum. Het was de eerste van hele reeks ­aanslagen waarmee IS vanuit het Syrische Raqqa zijn jihad naar ­Europa probeerde te exporteren. Een kleine twee jaar later werd België slachtoffer van een van de zwaarste aanslagen die het land ooit heeft gekend.

Enige tijd geleden eindigde de eerste termijn van de federale procureur, ongeveer gelijktijdig met de veroordeling van Mehdi Nemmouche, de dader van de aanslag in het Joods Museum. Van Leeuws mandaat is ondertussen vernieuwd, de terreurgolf daaren­tegen lijkt voorbij. Al is dat geen reden om minder waakzaam te zijn, waarschuwt de man die met zijn team de zwaarste dossiers van georganiseerde misdaad en terrorisme bestrijdt.

‘Als ik mezelf iets toewens voor de komende vijf jaar, dan wel dat het menselijke leed wegens terreur mag stoppen. Maar ik zie licht aan het einde van die tunnel. Het soort terreurcommando’s dat vanuit Raqqa wordt aangestuurd om aanslagen zoals in Parijs en Brussel te plegen, zullen we volgens mij niet meer zien komen. Het ziet ernaar uit dat Brussel het laatste slachtoffer was van dit type terreur.’

Dat betekent niet dat we ­achterover kunnen leunen, zegt Van Leeuw. ‘Er zijn nog altijd mensen die beïnvloed worden door de propaganda van IS en tot actie kunnen overgaan. Maar qua aantal nieuwe terreurdossiers zitten we vandaag stilaan weer op het niveau van 2014.’

‘Wij moeten nu wel nog alle lopende dossiers voor de rechtbank brengen en dat vergt heel veel ­capaciteit, zowel bij de federale politie als bij ons. Twee van onze magistraten hebben vorig jaar niets anders gedaan dan het proces- Nemmouche voorbereiden.’

Wordt het niet stilaan tijd om de capaciteit bij politie en parket af te bouwen, weg van terreur?

‘Daar wil ik tegen waarschuwen. Als je ergens in het veiligheidsapparaat capaciteit afbouwt, duurt het een hele tijd om weer op het oude niveau te raken. Mijn voorganger, de huidige procureur-generaal van Brussel Johan Delmulle, heeft er in de jaren voor de aanslagen verscheidene keren op aangedrongen dat er meer capaciteit naar terreurbestrijding moest gaan. Terreur hing in de lucht, hij voorzag de stijging van het aantal terrorismedossiers.’

‘Maar de politici hebben niet geluisterd. Bij sommige diensten van de federale politie was zoveel bespaard dat men daar niet meer wist welk dossier eerst aan te pakken. Ondertussen is die capaciteit op het vlak van terrorisme gelukkig opgetrokken.’

Wanneer kunnen we het assisenproces over de aanslagen van 22 maart verwachten?

‘Eind 2020, of begin 2021. Ik ben er niet helemaal gerust op. Ik vind assisen niet meer van deze tijd voor misdrijven van die aard. In de 19de eeuw was er nog geen ballistiek, telefonie- of DNA-onderzoek. Er werd alleen gewerkt met getuigenissen. Vandaar het belang van een mondelinge procedure. De mensen konden niet lezen, dus de procedure werd voor assisen overgedaan.’

‘Maar kijk naar hoe het proces-Nemmouche is verlopen. Het heeft 2,5 maanden geduurd. Zeven van de 24 juryleden zijn afgevallen. Op een bepaald moment leek dat het verhaal van Tien kleine negertjes.’

‘Wat mogen we dan verwachten van een proces dat misschien wel een jaar zal duren? Gaan we aan die juryleden vragen om hun leven een jaar lang on hold te zetten? Of zullen we vijftig reserve­juryleden voorzien? Die vragen zijn een grondige discussie waard in de volgende regering. De hele wereld zal naar België kijken. Er rust een zware verantwoordelijkheid op onze schouders. Dat proces moet goed verlopen.’

U heeft zich de voorbije maanden uitgesproken voor een terugkeer van de IS-kinderen uit Syrië, lang voor de regering daar zelf een standpunt over innam.

‘Recht gaat voor mij niet om oog om oog, tand om tand. Het zou een mooi signaal zijn om die kinderen terug te brengen. Zo ­creëren we geen nieuwe frustraties in onze samenleving.’

‘Nu, het is voor officiële instanties niet gemakkelijk om die kinderen te gaan halen. Voor een VUB-professor (psycholoog Gerrit Loots, red.) en journalisten is het redelijk makkelijk om naar het kamp van Al-Hol te gaan. Een overheid daarentegen komt in een diplomatiek mijnenveld tussen Syriërs, Koerden en Turken terecht. Maar andere staten zijn er wel al in geslaagd om kinderen te gaan halen.’

Vindt u dat België ook de strijders – de moeders en de vaders van de kinderen – terug moet halen?

‘De meesten hebben zeer zware feiten gepleegd in Syrië, maar daar bestaat geen rechtssysteem meer. De vraag is: wat dan? Ik geloof in elk geval niet in een internationaal tribunaal in Irak. Het vraagt jaren om dat op te zetten. En we kunnen niet zeggen dat die dure tribunalen de voorbije jaren een enorm succes zijn geweest.’

En de strijders gewoon in Irak laten berechten volgens het Iraakse rechtssysteem?

‘Ik heb een paar dossiers gelezen van mensen die daar terechtstaan. Ik was niet bepaald onder de indruk van het respect voor de mensenrechten dat daaruit bleek.’

‘Ik begrijp wel dat het moeilijk ligt. Maar we moeten opletten dat we niet hetzelfde doen als de VS in Guantánamo, namelijk mensen die hier voor de rechter horen te komen, opsluiten in landen waar ze minder rechten hebben. Op die manier zetten we ze buiten ons rechtssysteem.’
‘We mogen geen nieuw Guantánamo laten ontstaan. Daar heb ik, persoonlijk, als magistraat problemen mee. Maar of die strijders al dan niet terugkeren, hangt niet van mij af. Dat is een politieke beslissing.’

‘We kunnen ons in elk geval niet permitteren dat de Koerden hen morgen laten lopen. Dan bestaat het risico dat ze ongecontroleerd terugkeren, zoals Mehdi Nemmouche en anderen hebben gedaan.’

Bij een eventuele terugkeer zal het niet vanzelfsprekend zijn die Sy­riëstrijders te veroordelen. Het is heel moeilijk om te bewijzen wat ze in Syrië hebben gedaan.

‘Dat kan inderdaad een probleem zijn, maar dat geldt ook voor een rechtbank in Irak. Tegen bijna al die Syriëstrijders loopt een aanhoudingsbevel. Zonder aanwijzingen van schuld zou dat er niet zijn geweest. We denken dus wel dat we ze veroordeeld kunnen krijgen, op zijn minst voor hun deelname aan de activiteiten van IS.’

Ondertussen krijgt Antwerpen de drugshandel en het bijbehorende geweld niet onder controle. Moet het federaal parket ook daar niet tussenbeide komen?

‘Antwerpen wordt te veel alleen gelaten in de strijd tegen de cocaïne-import. Een burgemeester of een parket kan dat niet alleen oplossen.’
‘We zijn onlangs samen met het parket van Antwerpen naar Brazilië geweest. Daar hebben ze ons uitgelegd hoe de cocaïne vanuit Bolivië, Peru en Paraguay naar Brazilië stroomt en van daaruit verscheept wordt. Onder andere naar Antwerpen. Die hele handel is in handen van het misdaad­kartel PCC (Primeiro Comando da Capital, red.), dat in Brazilië een ware oorlog tegen justitie en politie voert. Het drugsprobleem is zo geglobaliseerd dat een geïsoleerde aanpak geen zin meer heeft. We moeten dringend alle krachten bundelen.’

Er is toch al het Stroomplan?

‘Het probleem is veel groter dan Antwerpen. We moeten samenwerken met Zuid-Amerika, maar ook met Nederland, Limburg en Gent. Een van de auto’s die gebruikt werden bij een aanslag in Antwerpen, is in Maas­mechelen teruggevonden. Dat toont aan dat het hier niet om een louter intern Antwerps conflict gaat.’

‘Maar ook in dezen stoten we op het probleem van capaciteit. De federale politie heeft een verbindingsofficier in Brazilië. Die man krijgt dagelijks interessante info, maar voor onze douane- en politiediensten is het soms moeilijk om dat allemaal op te volgen.’

‘De centrale diensten van de federale politie zijn de voorbije jaren zwaar afgebouwd, van 450 naar 200 personen. Het zijn nochtans zij die de verbanden zoeken tussen individuele dossiers, wat moet toelaten om het grote plaatje te zien.’

Het federaal parket heeft de handen al vol met dossiers van terrorisme en georganiseerde criminaliteit. Moeten uw diensten zich dan wel bezighouden met zoiets als ‘Operatie Schone Handen’, het onderzoek naar zwart geld in het voetbal, dat vervelde tot een zaak van matchfixing.

‘Wij hebben ons die vraag gesteld toen we aan het onderzoek begonnen. Het antwoord is “ja”. We zijn dat verplicht aan de samenleving. Er gaat in die voetbalwereld zo veel zwart geld om. Moeten wij dat dan zomaar laten gebeuren? Neen, want dat zwart geld maakt het hele systeem rot. Op de duur doet iedereen mee om concurrentieel te zijn.’

‘Bij sociale fraude – ook een van onze prioriteiten – geldt dat evenzeer. Wie de regels wil respecteren, wordt gedwongen om mee te doen aan bedrog om te kunnen overleven. Dat kunnen we niet tolereren.’

‘Dat voetbaldossier illustreert wat het federaal parket kan betekenen voor de maatschappij. Lokale parketten komen handen tekort voor de vele dossiers die binnenkomen. Op het federaal parket kunnen we zelf beslissen om te investeren in een fenomeen dat ons op dat moment maatschappelijk relevant lijkt. Daarvoor vraag ik geen extra middelen. Geef vooral meer middelen aan de lokale parketten en de federale politie. En laat ons klein en soepel blijven.’

Komt er ooit nog iets uit het onderzoek naar de Bende van Nijvel?

‘Ik zeg altijd dat we op het federaal parket gedreven worden door de cultuur van het optimisme. Dat helpt ons om zaken aan te pakken die niemand anders wil doen. We beloven geen resultaatsverbintenis in het dossier van de Bende van Nijvel, maar we geloven wel rotsvast dat we ergens kunnen raken. En als binnen een jaar of drie blijkt dat dat toch niet lukt, zal ik ook dat eerlijk zeggen aan de publieke opinie. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Pas als wij de handdoek in de ring gooien, is het aan de historici om zich over de Bende te buigen.’

Bron » De Standaard

Tags:

Menu