Ex-flik, ex-gangster, ex-spion en eeuwige Bende van Nijvel-verdachte: de man die politie doet graven naar vermoorde geldkoerier

Er is maar één man die de speurders heeft gezegd waar ze moeten graven om het lichaam van geldkoerier Francis Zwarts dertig jaar na diens dood te vinden: Robert Beijer, Brusselse ex-rijkswachter, ex-privédetective, ex-bajesklant, ex-spion, ex-gangster en nu min of meer respectabele inwoner van Pattaya in Thailand, zijn nieuwe thuis. Hij is de enige die weet waar Zwarts begraven is. Dat zegt hij toch zelf.

De vorige keer dat de naam van Robert Beijer in het nieuws kwam, was twee jaar geleden. Eind 2017 noemde de broer van wijlen Christian Bonkoffsky, heel even de vermeende Reus van de Bende van Nijvel, hem als een van de mannen die hij samen met zijn broer had gezien ten tijde van de aanslagen. Het was de zoveelste keer dat ex-rijkswachter Robert Beijer werd genoemd in het dossier van de Bende van Nijvel. Maar ook deze keer was het een maat voor niets. Bonkoffsky vroeg een confrontatie, Beijer stemde daarin toe, maar die kwam er niet. Volgens het gerecht omdat de kans op succes of een doorbraak nihil zou zijn.

Robert Beijer en de Bende Van Nijvel zijn sinds de jaren tachtig vaak in één adem genoemd. Maar tot vandaag is er geen bewijs gevonden dat hij er iets mee te maken heeft. Zelf heeft hij zijn betrokkenheid altijd ontkend.

Pensionnetje in Pattaya

Robert ‘Bob’ Beijer is nu 67 en laat het breed hangen in zijn nieuwe thuis. In 1999 begon hij in Pattaya een nieuw leven. Tien jaar eerder had hij er een pensionnetje gekocht. Niet veel soeps, maar er stond een dak op en het bracht wat op. Meer kon hij er toen niet van verlangen, want Beijer was een man op de vlucht.

Begin 1989 had hij samen met Madani Bouhouche, zijn collega bij de rijkswacht en daarna zakenpartner van zijn privé-detectivebureau, de Libanese diamantair Ali Suleiman Ahmed in Antwerpen doodgeschoten. Onmiddellijk daarna vluchtte hij naar Spanje. Via Paraguay, Brazilië en Vietnam belandde hij uiteindelijk in Thailand, waar hij zich een nieuwe identiteit aanmat en pensionhouder werd in Pattaya, toen al oord van seks en vertier.

Twee jaar later werd Beijer er opgepakt voor de moord in Antwerpen. Hij werd uitgeleverd aan ons land, maar pas nadat hij in een Thaise cel een straf van zeven maanden had uitgezeten omdat hij een vals paspoort had. Ook in Thailand is dat strafbaar.

Het langste proces

In september 1994 kwam hij voor assisen, samen met zijn compagnon de route Madani Bouhouche. Ze leerden elkaar kennen in 1977 bij de drugssectie van de toenmalige BOB in Brussel. Bouhouche en Beijer waren twee flikken van de ritselende soort, die zich de praktijken eigen maakten die ze hoorden te bestrijden. Toen ze het te gortig maakten, werden ze overgeplaatst en namen ze ontslag. Ze startten een detectivebureau, Agence des Recherches et des Informations (ARI), waarbij ze het niet al te nauw namen met wat mag en niet mag.

Dat kwam allemaal aan het licht tijdens het assisenproces, dat zes maanden duurde , het langste uit de Belgische juridische geschiedenis. Ze stonden niet alleen terecht voor de moord op de diamantair in Antwerpen, maar ook voor die op Francis Zwarts, de geldkoerier die in 1982 werd vermoord in Zaventem en die op Juan Mendez, ingenieur bij de wapenfabrikant FN in Herstal en wapenverzamelaar.

Miljoenenbuit

Bouhouche kreeg twintig jaar voor de moorden op Zwarts en op Ahmed, Beijer kreeg veertien jaar. Niet voor de moorden, daarvoor werd hij vrijgesproken, maar wel voor de heling van het goud en de Cartierhorloges die werden buitgemaakt bij de moord op Zwarts. Die buit is nooit teruggevonden, maar het feit dat de toenmalige vriendin van Beijer met een Cartierhorloge werd gezien na de diefstal, was voldoende.

Beijer kwam in 1999 vervroegd vrij en vertrok naar Thailand, waar het vastgoed intussen zo’n hoge vlucht had genomen dat zijn pensionnetje zoveel waard was geworden dat hij er meteen drie hotels van maakte – twee jaar geleden verkocht hij alles voor een paar miljoen euro, zegt hij zelf, hetgeen de grote sier zou verklaren waarmee hij ginder nu leeft. Anderen vermoeden dat hij zijn luxueuze leven in Thailand bekostigt met de miljoenen die hij buit maakte in de jaren tachtig.

Bob Beijer hield zich gedeisd in Pattaya, probeerde zijn verleden weg te moffelen door zich Alexey te laten noemen, een Russische rijkaard, leerde er een Thaise kennen en werd vader. In 2007 liet hij weer van zich horen. Hij probeerde een deal te ritselen met het Belgische gerecht: in ruil voor een nieuwe identiteit zou hij hen zeggen waar het lichaam van Francis Zwarts ligt. Justitie ging niet in op zijn voorstel.

De laatste leugen

Drie jaar later, in 2010, publiceerde Beijer zijn biografie “La dernière mensonge – De laatste leugen”, volgens sommigen een veelzeggende titel en niet toevallig pas gepubliceerd nadat de feiten verjaard waren. In dat boek beweerde hij dat hij destijds een spion was van de Russen – iets waar weinig mensen geloof aan hechten – en dat zijn misdaden in dat perspectief moeten worden gezien.

Hij kwam er ook terug op de moord op Francis Zwarts. Hij had die overval bedacht, maar niet uitgevoerd. Het was volgens hem nooit de bedoeling dat Zwarts zou worden vermoord. Dat was de schuld van Madani Bouhouche – die dat niet meer kan ontkennen, hij stierf in 2005. Beijer schreef: “Francis Zwarts is met twee kogels in het hoofd afgemaakt. Zijn lichaam is op een diepte van nauwelijks vijftig centimeter begraven in de buurt van een verlaten fabriek langs het kanaal van Willebroek.”

Hij gaf de precieze gps-coördinaten op waar de radio en het dienstpistool van Zwarts werden gedumpt. Maar waar het lichaam lag, liet hij in het midden. Volgens hemzelf heeft hij dat nu wel aan de speurders laten weten. Beijer heeft altijd gezegd dat hij het pas zou zeggen als hij er iets voor in de plaats kreeg: een nieuwe identiteit. Sommigen menen daaruit te kunnen afleiden dat hij zijn deal te pakken heeft.

Bron » Het Nieuwsblad