Meer dan ooit is oud-rijkswachter Bouhouche verdachte nummer één

28 juni 2020

De avond van de laatste aanslag van de Bende van Nijvel, op de Delhaize in Aalst, werd oud-rijkswachter Madani Bouhouche herkend in een cafeetje daar vlakbij. Dossierstukken daarover werden vernietigd en nu wil het federaal parket achterhalen hoe. Meer dan ooit rust de verdenking op Bouhouche.

‘Ik dacht we in deze zaak echt wel alles hadden gezien”, zegt de Aalsterse advocaat Peter Callebaut. “Blijkbaar niet.” Hij is al 35 jaar de advocaat van Marie-Jeanne Callebaut. Zij is de weduwe van Jan Palsterman, een van de acht doden bij de laatste raid van de Bende van Nijvel, op 9 november 1985 op de Delhaize in Aalst. Vorige week meldde zich een team van de federale politie met een huiszoekingsbevel bij de 73-jarige dame.

Callebaut beheerde jarenlang samen met de Brusselse advocaat Xavier Magnée de kopie van het strafdossier die de nabestaanden van de 28 dodelijke Bende-slachtoffers in 1995 ontvingen. Een papieren toren van een meter of tien. “Ze hebben álles in beslag genomen”, zegt haar advocaat.

Verbrande dossierstukken

“Er was ons gezegd dat daar mogelijk interessante informatie te vinden was”, zegt Wenke Roggen van het federaal parket. Haar collega-woordvoerder Eric Van Duysse sprak eerder over “documenten die mogelijk niet of niet meer in het dossier zitten, maar er wel in thuishoren”.

Dat dossierstukken verdwijnen uit een strafzaak kan normaal niet. In de zaak van de Bende van Nijvel kan helaas alles. “Het interne wantrouwen onder speurders is enorm”, zegt een ex-speurder. “Ik heb vaak discussies weten eindigen waarbij de ene politieman tegen de andere riep: ‘En trouwens, waar waart gij in de avond van 9 november 1985?!’”

Een van de vele interne oorlogen leidde in 2012 tot het vertrek van commissaris Eddy Vos. Net voor zijn exit beklaagde hij zich in een rapport: “De archieven van de onderzoekscel, met daarin listings en kopieën van processen-verbaal, maken het voorwerp uit van een ‘opruiming’. Een groot deel van deze archieven is verbrand.”

Guy Bouten, ex-VRT-journalist en auteur van het begin dit jaar verschenen boek Bouhouche, Beijer, Beuckels, zijn vierde Bende-boek intussen, zegt te weten welke stukken het federaal parket bij mevrouw Callebaut hoopte te recupereren: “Het draait om café ’t Christoffelken. Toen ik laatst werd ondervraagd, bleken ze daar bij het federaal parket nog nooit van te hebben gehoord.”

Pierre S.

24 februari 1988. De dan 49-jarige marktkramer Pierre S. meldt zich bij de speurders in Dendermonde. Hij vertelt hoe hij op 9 november 1985 om 19 uur een pintje ging drinken in zijn stamcafé ’t Christoffelken, op een paar honderd meter van de Delhaize. Na een kwartier kwamen twee Franstalige mannen binnen. Ze posteerden zich zo dat ze een perfect zicht hadden op de supermarkt. “Ze bestelden een consumptie”, verklaart S. “De ene een trappist, de andere een watertje. De aanwezigheid van deze twee mensen viel mij op, om reden dat het zeker geen habitués waren.”

In die tijd val je op als je als man, en zeker in Aalst, in een volks cafeetje water bestelt. Later die avond bekijkt S. de weekendfilm op BRT1. Daarna volgt een extra journaal. Over het bloedbad in Aalst. “Ik legde onmiddellijk het verband met de twee vreemden”, zegt S. “Ik trok mijn kleren weer aan en ging terug naar de herberg.”

Daar smeken de uitbaters S. om de politie vooral níét te contacteren. Uitbater Rony V.C. heeft “schrik voor represailles”. In 1988, twee jaar later, merkt S. in de krant een foto op van een verdachte in het Bende-onderzoek, Michel Cocu. Hij herkent er een van die twee mannen in en gaat daarom naar de politie. Cocu was in 1985 al een Bende-verdachte. Van zodra na Aalst het landelijke alarm afging, was de politie bij hem komen aanbellen. Hij zat gewoon thuis en had dus een alibi.

De agenten laten S. foto’s van andere verdachten bekijken. “Die daar”, zegt S., met grote overtuiging. Dat was degene die water dronk. De foto die hij aanwijst, is er een van oud-rijkswachter Madani Bouhouche. Hij is in 1983 met zijn kompaan Robert Beijer uit de rijkswacht gestapt. Samen zijn ze daarna met een detectivebureau gestart.

Een dag na S. wordt ook Rony V.C. ondervraagd. Hij beaamt het verhaal over de twee mannen. Hij zegt: “Ze stonden op een plaats waar zicht is op de Leo de Bethunelaan.” Met zicht op Delhaize, kortom. Als Rony V.C. met foto’s van verdachten wordt geconfronteerd, haalt ook hij er Bouhouche uit.

Bouhouche-Beijer

Twee Franstaligen in een Aalsters café, vlak bij de Delhaize en exact 20 minuten voor dat het doelwit wordt van de Bende van Nijvel: de speurders vinden het in 1988 op z’n minst de moeite om erover te rapporteren. Van Bouhouche is geweten dat hij zijn hele leven geen druppel alcohol dronk.

De namen van Bouhouche en Beijer worden al jaren in één adem genoemd met de Bende. Vanaf 1981 huurde het duo op meerdere plaatsen in Brussel geheime garageboxen waar ze wapens en gestolen auto’s stalden. In 1981 beschoten ze het huis van hun eigen majoor Herman Vernaillen. Ze bestalen het wapendepot van de groep-Dyane, de anti-banditisme-eenheid van de rijkswacht. Ze beroofden geldkoerier Francis Zwarts van een partij goud en vermoordden hem.

Een van de garageboxen van Bouhouche-Beijer werd door Bruno Vandeuren, een jonge autodief, aangewezen als bergplaats voor de buit na de eerste grote raid: de overval bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver in 1982. Kort nadat Vandeuren een afspraak maakte met de politie werd hij geliquideerd. De moord werd nooit opgehelderd.

Beijer en Bouhouche zagen zich in 1995 veroordeeld tot 14 en 20 jaar cel voor enkele van hun misdaden. Beijer kwam vrij in 1999 en emigreerde naar Pattaya, Bouhouche volgde in 2000 en trok zich terug in Fougax-et-Barrineuf, een gehucht aan de voet van de Franse Pyreneeën.

Het dagboek

Madani Bouhouche is officieel dood, al lijkt federaal procureur Capelle niet helemaal overtuigd. Zij reisde begin 2019 met onderzoeksrechter Martine Michel naar Fougax-et-Barrineuf, waar de man in november 2005 zou zijn omgekomen bij het omhakken van een boom. Journalist Guy Bouten kreeg daar destijds als eerste lucht van en reisde lang voor de speurders naar Fougax-et-Barrineuf. Het lichaam was al gecremeerd en zo ging de deur open voor speculaties. “Het gezicht van de man die is gecremeerd als zijnde Bouhouche was in elk geval totaal onherkenbaar”, merkt Bouten op.

In zijn laatste boek publiceert hij fragmenten uit een dagboek dat Bouhouche ten tijde van zijn proces in 1994-1995 bijhield. Hij schrijft dat hij het terugvond “in een postzak, volgepropt met wapentijdschriften, achtergelaten in de kelder van een buur in Fougax-et-Barrineuf”.

In zijn dagboek schrijft Bouhouche: “Leopoldsburg. De T121. Mijn favoriete club, omdat we er schieten met oorlogswapens. Instinctief vuren. Er is een foto gepubliceerd in NEM van onze favoriete oefening. Ik loop op kop, gevolgd door Tonio, Alain… (…)” NEM staat voor het extreemrechtse tijdschrift ‘Nouvelle Europe Magazine’. Tonio is de in 1986 vermoorde FN-wapeningenieur Juan Mendez. Alain is Alain Weykamp, een wapenhandelaar en goede vriend van Bouhouche, die begin jaren 2000 iets huurde in de buurt van Fougax-et-Barrineuf en tot het laatst contact met hem had.

Toen Capelle dat las, wou ze meteen een huiszoeking laten uitvoeren bij Bouten. Ze wou dat dagboek, het origineel. Op 26 mei belegde Pol Deltour van journalistenbond AVBB een bijeenkomst met Bouten en Capelle in Brugge. “Guy zei dat het dagboek met het huisvuil was meegegeven”, zegt Pol Deltour. “Dat verraste ons wel een beetje.”

Nochtans is het dagboek echt. Vanuit Pattaya bevestigt Robert Beijer per mail het bestaan ervan, en volgens hem is Bouten ermee “in zijn gebruikelijke stijl aan het borduren geslagen”. Beijer zegt dat Bende-speurders hem ooit wilden confronteren met het na de dood van zijn kompaan gevonden dagboek, maar dat hij “geen interesse” had.

‘Stom, heel stom’

Dat is dan een tweede keer in korte tijd dat de Bendespeurders op zoek moeten naar dossierstukken die ze waren verondersteld al te hebben. En telkens handelen ze over Bouhouche.

Guy Bouten: “In de zomer van 2006 ben ik teruggekeerd naar Fougax-et-Barrineuf. Ik heb toen de buur- en klusjesman van Bouhouche ontmoet. Hij wees me die postzak aan. Die zat vol wapentijdschriften, en die heb ik meegenomen als trofee. Drie jaar geleden verhuisden wij. Bij het opruimen maakte ik die zak leeg en ontdekte ik helemaal onderaan die notities. Veertig pagina’s. Ik kon me voor m’n kop slaan. Ik had mijn echtgenote beloofd dat ik na dit laatste boek die hele Bende van Nijvel zou laten rusten. Zij heeft nadien een deel van mijn archief weggedaan. Stom, heel stom, maar zo is het gegaan.”

In het dagboek schrijft Bouhouche: “Box 179, Louise genaamd, Beau Sitestraat in Elsene. Des armes chaudes? Geen commentaar.” Dit is de box waarover Bruno Vandeuren zei dat hij daar een auto met daarin de gestolen Dekaise-wapens naartoe moest brengen.

Bouhouche schrijft over schietclubs: “Leopoldsburg. De T121. Mijn favoriete club, omdat we er schieten met oorlogswapens. Instinctief vuren. Er is een foto gepubliceerd in NEM van onze favoriete oefening. Ik loop op kop, gevolgd door Tonio, Alain… Dat waren nog eens tijden!!!”

NEM staat voor het extreemrechtse tijdschrift Nouvelle Europe Magazine. Tonio is de in 1986 vermoorde FN-wapeningenieur Juan Mendez. Alain is Alain Weykamp, een wapenhandelaar en goede vriend van Bouhouche, die begin jaren 2000 iets huurde in de buurt van Fougax-et-Barrineuf en tot het laatst contact met hem had.

Opsporingsfoto

Begin vorige week verspreidde het federaal parket een foto van een man met een machinegeweer van het Italiaanse merk Franchi. Ze hopen dat iemand de man herkent. De foto werd aan de Dendermondse procureur Willy Acke overhandigd door Michel Libert, een van de kopstukken van het extreemrechtse Westland New Post. Acke zou later van het onderzoek worden verwijderd en zelfmoord plegen. Hij liet wel schriftjes achter, waarin hij op 11 mei 1989 noteerde: “Michel Libert overhandigt foto. Zou dader Aalst zijn.”

Gevraagd om uitleg, mailde Libert vorige week aan journalisten: “Vergeef me dat ik me een halve eeuw later niet kan herinneren aan wie ik die of die foto heb bezorgd.”

Wat hij vergat, was dat hij op 12 april 2018 al eens over dezelfde passage in de schriftjes van Acke werd aangesproken door mijnheer J., die dagelijks theorieën uitwisselt op internetfora rond de Bende. Libert had toen geen last van een haperend geheugen. Hij mailde: “Deze is genomen door een vriend tijdens een aanvankelijk ongepland bezoek aan wapenhandelaar Alain Weykamp.”

Het lijkt helder in welke richting het federaal parket aan het zoeken is, al wou woordvoerster Wenke Roggen dat gisteren niet bevestigen.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Tags: ,