Schietclubs mikken op verlenging overgangsperiode van wapenwet

18 november 2006

Na 8 december moet iedere eigenaar van een wapen over een vergunning beschikken. Veel schuttersverenigingen in Vlaams-Brabant vrezen dat ze niet tijdig een vergunning krijgen. Toch start de politie vanaf maandag 20 november met de inzameling van wapens van eigenaars die afstand doen van het schiettuig.

“Mijn aanvraag voor een wapenvergunning is twee maanden geleden naar het provinciebestuur verstuurd maar ik heb nog geen antwoord ontvangen. We zouden een voorlopig attest krijgen in afwachting van de wapenvergunning. Ik hoop dat ik dat voor 9 december ontvang, de datum waarop voor elk wapen een vergunning nodig is, maar ik vrees ervoor”, zegt Willy Bert. Hij is voorzitter van de schuttersclub Union Ruisbroek en de vzw Paul Van Asbroek, twee verenigingen die samen zo’n honderd vijftig actieve leden tellen en oefenen in de schietstand in het Halse sportcomplex De Bres.

“Naar aanleiding van de nieuwe wapenwet heb ik een open dag en een informatieronde voor de leden georganiseerd”, vervolgt Bert. “Iedereen moet zijn aanvraag voor een wapenvergunnnig voor 9 december bij het provinciebestuur indienen. Het is nu al bijna zeker dat we onze vergunning niet tijdig zullen ontvangen. De administratie maakt het ons dan ook niet makkelijk. Zo verschillen de aanvragen per provincie. In Oost-Vlaanderen is de procedure veel eenvoudiger en in Luxemburg vult de politie de documenten zelf in.”

Volgens de administratie van het Vlaams-Brabantse provinciebestuur hoeven de schutters zich geen zorgen te maken. “De aanvragen voor een vergunning worden automatisch behandeld maar wellicht zal niet iedereen voor 9 december zijn vergunning ontvangen. Het is zeker niet de bedoeling de sportschutters het leven zuur te maken. Ze kunnen hun hobby voort blijven uitoefenen”, zegt adviseur Erwin Hertens.

Vergunninghouders moeten zich verplicht inschrijven bij een schuttersvereniging en minstens vijf keer per jaar deelnemen aan de schietoefeningen. “Je mag verschillende wapens bezitten, met maximum vijf stuks van hetzelfde model. Voor elk wapen is een vergunning nodig. Ik bezit er zelf twee, een revolver en een karabijn. De vergunningsplicht is echter een rem op de groei van de clubs”, zegt Willy Bert. “Er sluiten zich vooral oudere leden aan, dikwijls vijftigers en ouder. Jongeren zien we minder dan vroeger.”

“De wapenwet betekent voor heel wat mensen een fors financieel verlies. Als een persoon bijvoorbeeld door een erfenis in het bezit komt van een waardevol wapen, dan kan hij dat niet behouden zonder een vergunning Maar omdat er nu zoveel wapens worden aangeboden, zijn ze nog nauwelijks iets waard. Je kan zo’n wapen enkel aankopen als je zelf over een vergunning beschikt of aanvraagt. Daardoor worden de wapenverkopers overstelpt met aanbiedingen van gebruikte wapens.”

Pierre Stroobants, scheidsrechter op schietwedstrijden en voorzitter van de Sabena Shooting Club, heeft zijn aanvraag voor een wapenvergunning nog niet opgestuurd. “Het koninklijk verbond van Schuttersverenigingen heeft aangeraden nog te wachten. De overgangsperiode van de wapenwet zal wellicht worden verlengd. Er zijn ook nog geen uitvoeringsbesluiten van de nieuwe wet gestemd. Daardoor wordt er heel wat verwarring bij de schutters gezaaid.”

Pierre oefent iedere avond met een zestal oud-Sabeniens. “Destijds beschikten we over een schietstand op de luchthaven. We zijn allen gepensioneerde werknemers. Onze club is een van de weinige overblijfsels van Sabena. Helaas hebben we geen jeugdige leden. Jongeren kunnen leren schieten met een luchtdrukkarabijn dat vrij is van de vergunningsplicht maar de jeugd is blijkbaar niet meer geïnteresseerd”

Bron » De Standaard

Tags:

Menu