Richtlijn over gebruik leugendetector blijft uit

26 september 2001

De administratie van Justitie en het college van procureurs-generaal raken het niet eens over de invoering van de polygraaf in gerechtelijke onderzoeken. De Dienst voor Strafrechterlijk Beleid sleutelt nochtans al maanden aan de tekst voor de richtlijn. “Het college liet ons vrijdag nadat de procureurs-generaal ons ontwerp bestudeerd hadden, weten dat ze geen heil zien in een bindende richtlijn over hoe de polygraaf gebruikt moet worden in gerechtelijke onderzoeken”, zegt Freddy Gazan van de Dienst voor Strafrechterlijk Beleid. “Zij willen het houden bij vrijblijvende raadgevingen aan de bevoegde magistraten. Dat zien wij dan weer niet zitten.”

Voor het Krijgshof in Brussel staat deze week Olivier Pirson (33), sergeant bij de paracommandos in Flawinne, terecht voor de moord op zijn twee kinderen Romy (6) en Sven (5). Pirson wordt ervan verdacht op 5 september 1998 zijn kinderen met methanol verdoofd te hebben en vervolgens met hen de Maas in te zijn gereden. Het gerecht dacht eerst dat het om een ongeval ging, maar de ex-vrouw van Pirson bleef ervan overtuigd dat hij de kinderen gedood had. De onderzoekers legden Pirson aan de leugendetector. Toen bleek dat hij daarbij heel slecht had gescoord, bekende hij de feiten. Even later trok hij zijn bekentenissen echter in. Toch oordeelden de speurders dat er genoeg aanwijzingen waren om Pirson van moord te beschuldigen en voor het Krijgshof te brengen.

De Canadese speurder, die het toestel tijdens het verhoor van Pirson bediende, kwam maandag voor het Krijgshof getuigen. Na zijn getuigenis verwierp de krijgsraad de resultaten van de polygraaf. De krijgsraad argumenteerde dat er geen duidelijke procedures zijn om een polygraaf te gebruiken en er ook geen controle is over hoe de expert zijn toestel bedient.

Speurders vrezen nu dat na de affaire-Pirson rechters in andere dossiers dezelfde argumenten gaan gebruiken als de krijgsraad en de resultaten van de polygraaf in de vuilbak kieperen. Canadese en Zuid-Afrikaanse speurders kwamen immers al eerder naar ons land om hun polygraaf in te zetten in tientallen oude onopgeloste dossiers. Zo verhoorden ze een heel aantal vermoedelijke verdachten in het dossier van de Bende van Nijvel.

Twee Belgische politiemensen zijn voltijds met de polygraaf aan de slag, nadat ze in Canada op kosten van Justitie een opleiding tot polygrafist hebben gevolgd. Zij werden de voorbije maanden door verschillende parketten te hulp geroepen in moeilijke dossiers. Ook zij moeten voorlopig echter werken zonder duidelijke richtlijn over wat kan en wat niet kan.

Een werkgroep in de schoot van Justitie werkt nochtans al meer dan tien maanden aan een rondzendbrief die duidelijkheid moet verschaffen over het gebruik van de polygraaf. “Ons ontwerp is klaar”, verklaarde Freddy Gazan van de Dienst voor Strafrechterlijk Beleid gisteren. Die dienst werkte de richtlijn uit op vraag van Justitie. “We hebben het ontwerp vrijdag voorgelegd aan het college van procureurs-generaal maar die hebben er nog steeds bedenkingen bij. Ze hebben het vooral moeilijk bij het dwingend karakter van een dergelijke rondzendbrief.”

“Iedereen is het erover eens dat de polygraaf gewoon een onderzoekstechniek als een andere is zoals de ondervraging van een verdachte of een DNA-analyse dat ook zijn. Het College vindt dat voor een gewone onderzoekstechniek tussen tientallen andere geen dwingende rondzendbrief nodig is. Zij voelen meer voor losse raadgevingen voor de magistraten”, zegt Freddy Gazan.

Justitie ziet dat, tot nader order, anders. “Wij willen de procedure zo duidelijk mogelijk afbakenen zodat er geen discussie meer bestaat. Als de rechters duidelijk weten dat de procedures en de methodes die de speurders gebruiken wetenschappelijk verantwoord zijn, hoeven zij niet meer te twijfelen aan de deugdelijkheid ervan. Dat doen ze vandaag ook niet als een psycholoog de persoonlijkheid van de verdachte komt schetsen. Wij zien de polygrafist als een getuige die, net als andere politiemensen, voor de rechtbank komt getuigen hoe hij zijn onderzoek heeft gevoerd.”

Het zal uiteindelijk de minister van Justitie, Marc Verwilghen, zijn die beslist hoe en wanneer de richtlijn er komt. Kamerlid Geert Bourgeois, justitiespecialist van de ex-VU, gaat de minister volgende week over de kwestie interpelleren.

Bron » De Tijd

Tags:

Menu