Belgische ‘Patriot Act’ maakt inlichtingendiensten oppermachtig

30 september 2006

De federale regering wil de bestaande parlementaire controle op de inlichtingendiensten de facto afschaffen en vervangen door nieuwe controleorganen die benoemd worden door en rapporteren aan de regering.

De sluipmoord op het Comité I, dat in opdracht van het Parlement toezicht houdt op de werking van de inlichtingendiensten, zit verpakt in het wetsontwerp dat de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ongebreidelde technische middelen geeft om bijzondere opsporingsmethodes te gebruiken.

Het plan lijkt in die zin zelfs een beetje op de Patriot Act van 2003 die in de nasleep van 09/11 de Amerikaanse overheid ongebreidelde mogelijkheden geeft om informatie te vergaren over en op te treden in geval van mogelijk terrorisme. De aanhoudende schandalen van de afgelopen maanden waarin de Staatsveiligheid telkens een hoofdrol speelde, zijn de regering-Verhofstadt een doorn in het oog.

Dossiers als de omstreden uitvoer van de EPSI-pers naar Iran, de CIA-vluchten, de verdwijning van Erdal, de diefstal van geheime documenten bij de militaire inlichtingendienst ADIV of Swiftgate raakten meestal in de openbaarheid dankzij het werk van het Comité I, dat namens het Parlement toezicht houdt op de werking van de inlichtingendiensten, en de parlementaire begeleidingscommissie aan wie het Comité I rapporteert.

Het voorontwerp van wet betreffende methodes voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dat onlangs werd opgesteld door minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) en minister van Defensie André Flahaut (PS), voorziet een listige manier om het Comité I en de parlementaire controle definitief buitenspel te zetten.

Ogenschijnlijk is het wetsontwerp bedoeld om de inlichtingendiensten de mogelijkheid te geven specifieke en bijzondere opsporingsmethodes (BOM) te gebruiken. Dat betekent niet alleen het aftappen van telefoongesprekken en andere communicatie, maar ook observatie en inspectie van woningen, het onderscheppen van post, infiltratie met undercoveragenten die een valse identiteit aannemen, het opzetten van dekmantelfirma’s, inkijk- en afluisteroperaties in woningen zonder dat de bewoners daar weet van hebben, het verzamelen van gegevens over bankrekeningen en bankverrichtingen en het kraken van informaticasystemen.

Tegelijk wil de regering echter twee nieuwe controleorganen in het leven roepen, de BOM-controlecommissie en het BOM-college. De controlecommissie moet vooraf haar goedkeuring geven aan het gebruik van BOM en zal bestaan uit drie magistraten, die benoemd worden door en werken onder het rechtstreekse gezag van de ministers van Justitie en Defensie.

Het college is bedoeld om a posteriori controle uit te oefenen en zal voorgezeten worden door een gedetacheerd magistraat van de Raad van State. Toeval of niet: Pascale Vandernacht, de kabinetsadviseur van minister Onkelinx die zich toelegt op het beleid inzake inlichtingendiensten en de drijvende kracht achter het wetsontwerp, is gedetacheerd auditeur bij de Raad van State en komt bijgevolg in aanmerking voor de functie van voorzitter van het BOM-college.

Probleem is dat zodra het college optreedt – en dat zal gelden voor vrijwel alle operaties van de inlichtingendiensten – het Comité I buitenspel wordt gezet. “Wanneer het college zijn controle uitoefent, onthouden het Comité I en de Privacycommissie zich voor de duur van de procedure van het onderzoeken van klachten en aangiften”, zo stelt het wetsontwerp.

In de praktijk bestaat het reële risico dat elke vorm van parlementaire controle op de werking van de inlichtingendiensten daarmee wordt afgeschaft. Het Comité I mag weliswaar nog jaarlijks een rapport uitbrengen aan de Senaat, zo bepaalt het wetsontwerp, maar “de elementen die voorkomen in het rapport mogen de goede werking van de inlichtingendiensten niet aantasten of de samenwerking tussen de Belgische en buitenlandse inlichtingendiensten niet in gevaar brengen”.

Volgens de woordvoerster van minister Onkelinx is het wetsontwerp zoals het op 8 september werd besproken en goedgekeurd door het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en Veiligheid nog geen definitieve tekst. “We kunnen de tekst van het wetsontwerp nog niet vrijgeven, want het document moet eerst door de ministerraad worden goedgekeurd”, stelt ze.

Het wetsontwerp werd inmiddels ter advies aan allerlei instanties voorgelegd. De oprichting van de twee nieuwe controleorganen was volgens de woordvoerster nodig omdat het toezicht op het gebruik van bijzondere opsporingsmethodes een zeer arbeidsintensieve opdracht is en “dat zou te veel werk betekenen voor de bestaande instanties”.

Bron » De Morgen

Tags: , , ,

Menu