Moet justitie beter gecontroleerd worden? Over de zin en onzin van een “Comité J”

12 februari 2020

Door de brief van de ouders van Julie Van Espen, waarin ze justitie met de vinger wijzen, staat de vraag naar de oprichting van een “Comité J” opnieuw hoog op de politieke agenda. Maar dat is niet de eerste keer: al meer dan tien jaar wordt er gepleit om een speciaal orgaan op te richten dat magistraten controleert en kan optreden als er grote fouten worden gemaakt. Heeft ons land dringend nood aan zo’n “Comité J”? Maar wat is dat dan precies? En wat zijn de argumenten pro en contra?

Het moet gewezen SP.A-minister Renaat Landuyt geweest zijn die tien jaar geleden als eerste het voorstel op tafel legde om een “Comité J” op te richten. Aanleiding was toen de vrijlating van een derde topgangster in zes dagen tijd. Een gevolg van procedurefouten. “Als justitie nu een procedurefout maakt, dan trekt het gerecht daar nooit lessen of structurele besluiten uit”, klonk het toen.

Tien jaar, een wetsvoorstel en verschillende pleidooien later, herhaalt SP.A-voorzitter Conner Rousseau de oproep van Landuyt. “Het is beter om te voorkomen dan te genezen. Wij willen dat er een orgaan komt dat tijdens een proces fouten kan onderzoeken en die eventueel kan rechtzetten.”

Blunders in zaak Ronald Janssen

De socialisten zijn trouwens niet de enigen die in het verleden hebben gepleit voor zo’n comité. Ook Groen en CD&V toonden zich al voorstander. Die laatste partij bijvoorbeeld in 2011, bij monde van toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck. In dat jaar kwam aan het licht dat er fouten werden gemaakt in de zaak Ronald Janssen. Uit onderzoek van Comité P, dat de politiediensten controleert, bleek dat de moorden op Kevin Paulus en Shana Appeltans voorkomen hadden kunnen worden als de politiediensten beter informatie hadden uitgewisseld. De Clerck pleitte er voor om niet alleen politiediensten, maar ook (onderzoeks)rechters en procureurs te controleren.

Hoe zou zo’n “Comité J” er dan moeten uitzien? Sinds 2000 bestaat er een Hoge Raad voor de Justitie. Die raad bestaat uit 44 leden, de helft magistraten en de helft niet-magistraten (advocaten, professoren en mensen uit het middenveld). De Hoge Raad benoemt magistraten, voert audits uit en brengt adviezen uit over hoe “structurele disfuncties” binnen justitie kunnen worden opgelost. Tot het einde van vorig jaar kon de Hoge Raad zich enkel uitspreken over afgesloten dossiers, maar sinds dit jaar mag ze zich ook buigen over lopende dossiers. De wetgever was het daar vorig jaar unaniem over eens.

Parlementaire begeleidingscommissie?

Moet dit nog uitgebreid worden? Moet er bijvoorbeeld een begeleidingscommissie komen in het parlement, zoals SP.A voorstelt? Parlementsleden zouden daar minstens om het kwartaal samenkomen om zich te buigen over problemen in lopende dossiers. En moet de Hoge Raad zich ook meer uitspreken over de individuele verantwoordelijkheid van magistraten en veel sneller tuchtsancties opleggen?

“Onbespreekbaar.” Dat moet ongetwijfeld de meest gehoorde reactie zijn die de voorbije jaren te horen was bij rechters en procureurs. De magistratuur ziet dit als aan fundamentele inbreuk op hun onafhankelijkheid en de grondwettelijk gewaarborgde scheiding der machten.

De magistratuur ziet dit als een fundamentele inbreuk op hun onafhankelijkheid en de grondwettelijk gewaarborgde scheiding der machten.

Voorstanders van een sterk “Comité J” vinden dan weer dat magistraten zich te veel “verstoppen” achter die onafhankelijkheid. “De rechterlijke macht werkt onafhankelijk, maar als het niet werkt en dat kost mensenlevens, moet er ingegrepen worden”, klinkt het.

Sneller sancties voor rechters?

Dan de sanctionering van magistraten. De ouders van Julie Van Espen zeggen in hun brief dat er grove fouten werden gemaakt door magistraten en begrijpen niet dat niemand hiervoor gesanctioneerd werd. Een voorbeeld: de eerste voorzitter van het hof van beroep besliste om een beroepskamer te sluiten wegens een tekort aan raadsheren. 77 dossiers, waaronder het dossier van de moordenaar van Julie Van Espen, bleven gewoon liggen.

De ouders van Julie Van Espen begrijpen niet dat er niemand gesanctioneerd werd voor de grove fouten die volgens hen werden gemaakt.

Moeten magistraten op hun beleid strenger gecontroleerd en ook sneller gesanctioneerd kunnen worden? De magistratuur verwijst in deze naar een belangrijk principe: rechters kunnen nooit persoonlijk aangesproken worden op de inhoud van een vonnis. Als dat toch zou gebeuren, verliest die rechter zijn of haar onafhankelijkheid.

Net omwille van die gevoeligheid zijn er in 2014 twee speciale afzonderlijke en onafhankelijke tuchtrechtbanken opgericht voor magistraten en andere leden van het gerechtelijk personeel die zware fouten zouden hebben gemaakt. Die rechtbanken kunnen verschillende straffen uitspreken, van inhouding van wedde tot ontslag. De voorbije jaren ging het in deze rechtbanken vooral over het verduisteren van geld, herhaaldelijk dronken rijden en ongepast gedrag tegenover griffiers en procespartijen.

Vraag is nu of dit uitgebreid moet worden. Moeten magistraten sneller ter verantwoording kunnen geroepen voor hun beleidsdaden, zoals bijvoorbeeld het sluiten van een beroepskamer en 77 dossiers laten liggen? Of kunnen we er van uitgaan dat het huidig systeem met een speciale tuchtrechtbank en een Hoge Raad voor de Justitie die structurele problemen blootlegt, voldoende waarborgen biedt?

Bron » VRT Nieuws | Arne De Jaegere

Tags: ,