BIS, alias Le Bloc Flamand

3 juni 1999

Hoezeer de organisatie ook lijkt op haar Franstalige ‘federatie’, het Vlaams Blok houdt al vijf jaar vol dat het hoegenaamd niets te maken heeft met BIS, het comité Bruxelles Identité Sécurité. Dat is beter voor het imago, want erg zuiver is het politieke verleden van enkele roergangers van BIS niet. Een ex-medewerker van de Brusselse partijafdeling getuigt nu: ‘Ik zat erbij toen de voorzitter van het Blok voor het Brussels Gewest Pieter Kerstens van BIS op café ontmoette. Ik heb de betalingen gezien. Cash.’

Eerst stierf zijn moeder. Toen bleek dat ze levensverzekering noch huurcontract had. Een ongeluk komt nooit alleen. Freddy Vlaeminck, werkloos, ging al zijn geld van de bank halen voor een nieuwe waarborg en werd in de buurt van het Noordstation overvallen.

“Ik heb eerst een tijdlang als een clochard geleefd. Toen vond ik een baantje bij een Spanjaard in Koekelberg. Hij deed de distributie van folders van het Vlaams Blok. De partij heeft het in Brussel altijd moeilijk gehad om mensen te vinden die voor hen willen bussen en plakken, vooral in de ‘zware wijken’: Kuregem, Schaarbeek, Vorst… Precies omdat er al meer dan één vrijwilliger onder handen werd genomen door jonge allochtonen, betaalt het Blok goed. Eén frank per folder. Noem het een gevarenpremie.”

Van het een kwam het ander. Liever een Vlaming dan een Spanjaard, dacht Brussels VB-voorzitter Frédéric Erens. Vlaeminck ging voltijds voor de partij werken. “Ik woonde toen op de eerste verdieping bij een Indiër. Erens vond dat maar niks, en stelde me voor om in te trekken in het appartementje boven het hoofdkwartier van de partij aan de Leuvenseweg, vlakbij het parlement. Ik moet zeggen: die buurt beviel me wel. Ik kreeg ook een eigen bureautje op het gelijkvloers, met een computer en zo. Ik werd verantwoordelijk voor alles wat met de distributie van het propagandamateriaal te maken had. Op het laatst boden ze mij aan secretaris te worden, in Brussel-stad, maar toen was ik het al beu.”

Vlaeminck leerde alle lokale partijbonzen kennen. Hij verwierf inzicht in persoonlijke vetes en onderlinge codes. Sommige dingen begreep hij eerst niet. “Bijvoorbeeld: er was een regel die wou dat Patrick Sessler nooit een stap mocht binnenzetten in het lokaal aan de Leuvenseweg. Ik vond dat vreemd. Als er buiten dat lokaal vergaderd werd, merkte je heel duidelijk dat het in feite Sessler was die alles besliste en niet Erens. Dus was het altijd zijn vrouw die naar het lokaal kwam om zijn zaken te regelen.

“Voor Johan Demol zelf hadden ze daar een heel bureau vrijgemaakt, maar die kwam eigenlijk ook maar zelden. Met Pieter was het het ergst. Die mócht helemaal niet binnen. Dat was een dogma: alles moest in het geheim gebeuren. Pieter was de grote man achter BIS. Die gaven dat blaadje Ket uit. De partij wou niet dat iemand zou denken dat ze iets te maken had met BIS. Ik vond dat belachelijk.

“Pieter zat altijd te klagen. Hij kreeg een half miljoen frank per jaar uit de partijkas, uitbetaald in maandelijkse schijven. Dat vond hij te weinig. Voor 1999, verkiezingsjaar, moest het 800.000 frank worden. Met Pieter moest voor dit soort dingen altijd worden afgesproken in een café. Ik zat daarbij, ik heb de betalingen gezien. Cash. Ik weet niet of dat de enige betalingen waren, maar ik vond dat het allemaal nogal op een gekke manier ging.”

“Door zoveel te bussen verdeed ik hopen tramkaarten. Die moest ik achteraf allemaal inleveren bij Pieter. De verdeling van Ket was trouwens een deel van mijn werk. Telkens ik een grote ronde moest doen, zei Erens me dat ik eerst moest bellen naar Pieter. ‘Hij zal vast en zeker nog wat liggen hebben voor jou.’ In feite werd dat dus ook gefinancierd door het Blok. Dan maakte ik pakketjes met foldertjes van het Blok en exemplaren van Ket. Maar opnieuw: ik mocht ze niet in elkaar vouwen. Het moest lijken alsof ze per toeval dezelfde dag in de brievenbussen lagen.”

Pieter Kerstens was in 1994 een van de oprichters van het comité Bruxelles Identité Sécurité (BIS). De overige drie oprichters waren Robert Steuckers (die al ter sprake kwam in de eerste aflevering van deze serie), het Anderlechtse VB-gemeenteraadslid Raymond De Roover en… een vertegenwoordiger van de elitaire en strikt eentalig Franse Club du Beffroi.

In zijn boek ‘Les Rats Noirs’ legt Manuel Abramowicz een verband tussen het ontstaan van BIS en een evolutie in het denken over België in bepaalde Brusselse salons. Tot aan het einde van de jaren tachtig was België in rechtse PSC-kringen een heilige koe. Een van de signalen dat dit niet meer zo was, kwam volgens Abramowicz al in 1988 met een lofzang op Karel Dillen in het door baron de Bonvoisin gefinancierde tijdschrift Europe Magazine.

Zeggen dat BIS over onbeperkte middelen beschikt, is overdreven. Maar als het klopt wat Vlaeminck zegt met betrekking tot de financiering van BIS, is een vijf jaar oud mysterie minstens ten dele opgehelderd. Velen vroegen zich al langer af waar BIS het geld bleef halen. Het Franstalige Ket wordt in vier kleuren gedrukt en op 25.000 exemplaren gratis verspreid.

Met even groot gemak drukt het BIS dure affiches, folders en stickers en steunde het in ’91 en ’94 de campagnes van tweetalige kandidaten op de lijst van het VB. Dat de partij daar zelf toch niet geheel vreemd aan kon zijn, kon al worden afgeleid uit de mensen die in Ket werden geïnterviewd: Karel Dillen, Frank Van Hecke, Philip Dewinter, Roeland Raes, Gerolf Annemans…

Pieter Kerstens is duivel-doet-al bij BIS. Hij komt uit een oostfrontersfamilie en laat voor het eerst van zich spreken wanneer hij in de jaren tachtig leider wordt van de Parti des Forces Nouvelles, de politieke vleugel van het Front de la Jeunesse. Later duikt hij op bij het FNB van Marguérite Bastien, maar zodra in 1997 de perikelen rond het al of niet aanblijven van Demol begonnen, heeft hij het meteen begrepen: in Brussel is de toekomst aan het Vlaams Blok.

“Binnen de partij is niet iedereen even gelukkig met een figuur als Kerstens”, zegt Manuel Abramowicz. “Niet zozeer omdat hij een Franstalige is. Kerstens is een risicofactor voor het softe imago dat het Blok nu nastreeft. Hij is een vaste gast op rabiaat antisemitische bijeenkomsten in het buitenland en is niet vies van een knokpartij, zo nu en dan.”

Dat blijkt in januari van dit jaar na afloop van een vergadering tussen mensen van BIS en VB in een Brussels café. Aan de overkant van de straat voeren enkele jongeren actie. Kerstens neemt de leiding van een knokploeg die er zo hard tegenaan gaat dat zelfs Demol achteraf laat weten dat hij “die er liever niet meer bij heeft”.

Kerstens heeft de vervelende gewoonte om zijn vrienden van l’Assaut mee te brengen naar bijeenkomsten van BIS – om er in te staan voor de ‘ordehandhaving’. l’Assaut is de voortzetting van de Brusselse afdeling van de Vlaamse Militanten Orde (VMO), een gewelddadige privé-militie die in de jaren tachtig net als het FJ buiten de wet werd gesteld.

Freddy Vlaeminck heeft bij het Blok weinig gemerkt van een breuk met Kerstens. “Ik ben daar gebleven tot in april. Toen waren de contacten in elk geval opperbest. Goed, Pieter bekleedt misschien geen officiële functie binnen de partij, maar ik herinner me wel dat tuinfeest in Ukkel, in juni van vorig jaar. Dat was een informele gelegenheid om kennis te maken met Demol, de nieuwe leider. Pieter heeft dat mee georganiseerd. Hij is tot het laatst gebleven. Daar zijn toen, tussen pot en pint, strategische beslissingen genomen over de Brussel-campagne. Pieter nam daar heel actief aan de discussie deel en dat werd door iedereen – Filip De Man, Johan Demol en Dominiek Lootens incluis – als de normaalste zaak van de wereld beschouwd.”

Het feest vond plaats in de tuin van Jean David, in 1994 verkozen als gemeenteraadslid voor het FN. Nog een Franstalige erbij.

Sinds de overstap van Johan Demol lijkt het BIS volledig in zijn opzet geslaagd. Het is bijvoorbeeld vooral dankzij het lobbywerk van Kerstens en zijn kompanen dat de partij Agir besloot om bij de komende verkiezingen in Brussel geen lijsten neer te leggen. Bij de Franstalige extreem-rechtse partijen die dat wél doen, hoor je anderzijds de wildste verhalen over hoe sommigen zich de afgelopen jaren zouden hebben beijverd om intern ruzie te stoken. Om daarna met veel aplomb aan te kondigen dat ze zich hebben bekeerd tot het Vlaams Blok.

Je kunt een huis behangen met congresteksten waarin het VB zijn kiezers beloofde dat het de hoofdstad zou zuiveren van het Frans en zou “teruggeven aan Vlaanderen”. Vorige week vonden twee miljoen mensen in hun brievenbussen een klein boekje met het Toekomstplan, het VB-partijprogramma van nu. Daar staat: “… Natuurlijk, er wonen honderdduizenden Franstaligen in Brussel, voor het merendeel verfranste Vlamingen. Die mogen rekenen op het behoud van hun culturele eigenheid: Brussel zal een écht tweetalige stad zijn, met grondwettelijke waarborgen voor de Franstaligen.”

Wie zei daar ook weer dat het Vlaams Blok nooit compromissen sluit?

Bron » De Morgen

Tags: , , , ,

Menu