Geheime dienst in het oog van de storm

Het vertrouwen in de Staatsveiligheid is bij heel wat politici in sneltempo aan het kelderen. Zeker nu duidelijk wordt dat ook zij worden gescreend. Op vraag van de Senaat heeft het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, een onderzoek geopend.

“De Staatsveiligheid speelt blijkbaar graag cowboy en indiaantje. Dit mag echt niet blijven duren. Dit is geen democratie meer.” Die conclusie trekt een toppoliticus, gechoqueerd over de methodes waar de Staatsveiligheid zich van bedient. Het feit dat de inlichtingendienst de contacten van bepaalde parlementsleden met organisaties als Scientology en Sahaja Yoga heeft gescreend, lijkt de spreekwoordelijke druppel te zijn. Die politici worden niet enkel vernoemd, ook de inhoud van hun vergaderingen wordt uit de doeken gedaan.

Sahaja Yoga is een organisatie die een meditatiemethode gebaseerd op de leer van de Indiase vrouw Nirmala Devi propageert en op de lijst van schadelijke sekten stond. Volgens een confidentieel rapport dat de Staatsveiligheid onlangs opstelde zou oud-minister Frank Vandenbroucke (sp.a) beloofd hebben het dossier van de organisatie door te geven aan de studiedienst van sp.a.

In verband met Sahaja Yoga worden ook de namen van Tony Van Parys (CD&V) en Mia De Schamphelaere (CD&V) vernoemd. Het 130 pagina’s tellende rapport geeft ook details over vergaderingen waar Kris Van Dijck (N-VA), Hilde Vautmans (Open Vld), Hugo Coveliers (VLOTT), Johan Demol (ex-VB) of staatssecretaris Maggie De Block (Open Vld) aanwezig waren. Ook de contacten van Rik Torfs (CD&V) werden onder de loep genomen.

Niet alleen politici zijn gescreend. In het rapport wordt ook gesproken over contacten van organisaties met advocaten als Xavier Magnée en professoren als Anne Morelli (ULB) of Karel Dobbelaere (VUB).

De bevoegde Senaatscommissie vroeg deze week aan het Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, kortweg het Comité I, een onderzoek te openen. Dat gebeurde nadat de namen van drie Franstalige politici waren uitgelekt in de pers, en hun vermoedelijke contacten met Scientology.

“We hebben inderdaad een onderzoek geopend op vraag van de begeleidingscommissie van de Senaat”, bevestigt Guy Rapaille, voorzitter van het Vast Comité I. Verder wilde hij geen commentaar geven. De controle van de geheime dienst, zowel de militaire als de burgerlijke, behoort toe aan het parlement.

In de bevoegde commissie zetelen drie Vlaamse senatoren: voorzitster Sabine de Bethune (CD&V), oud-Senaatsvoorzitter Danny Pieters (N-VA) en Dirk Claes (CD&V). Oud-Senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) en Philippe Mahoux (PS) zijn de twee Franstaligen in de commissie.

Een onderzoek over de Staatsveiligheid kan tot meer dan een jaar duren, als zoveel tijd nodig blijkt om alle elementen te kunnen verzamelen. De bevoegde ministers – ofwel Justitie ofwel Defensie – worden volledig op de hoogte gehouden van het verloop van het onderzoek.

In dit geval zal justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) het onderzoek van nabij kunnen volgen. Het nieuws dat de geheime dienst een hele rits politici in de gaten heeft gehouden, komt op het moment dat de Staatsveiligheid een nieuwe baas moet krijgen. Het mandaat van de huidige administrateur-generaal Alain Winants is eigenlijk al afgelopen. De magistraat die ooit advocaat-generaal bij het hof van beroep in Brussel was, staat sinds 2006 aan het hoofd van de Belgische geheime dienst. Hij volgde destijds Koen Dassen op. Turtelboom moet de benoeming van Winants’ opvolger binnenkort op gang trekken.

Daarna moeten de zes coalitiepartijen van de federale regering er zich over buigen. Deze episode dreigt de Staatsveiligheid wel duur te staan komen, net op het moment dat andere diensten, zoals het antiterreurorgaan OCAD, veel lof krijgen. “Ik vind dit alarmerend”, zegt een toppoliticus. “Iedereen, elke politicus, kan toch wel eens de hand geschud hebben van een lid van Scientology? Dit is volkomen belachelijk. Is dit wel een democratie waardig?”

Radicalisme

Een expert voegt er nog aan toe dat er ‘beter meer aandacht en meer middelen zouden gaan naar de echte uitdagingen’. “In plaats van de Wetstraat te controleren kan de strijd tegen het radicalisme beter versterkt worden”, merkt dezelfde expert op. “Er is hier duidelijk een grens overschreden. Mensen die verkozen zijn, moeten niet zo zwaar gecontroleerd worden.”

Verder wordt er ook betreurd dat de communicatie tussen de inlichtingendiensten allesbehalve doeltreffend is. Bij de politie valt te horen dat het moeilijk is toegang te krijgen tot de inlichtingen van de Staatsveiligheid. De Staatsveiligheid werkt liever met topambtenaren en diplomaten. Die beschikken immers over de zogenaamde veiligheidsmachtigingen, wat iemand het recht geeft vertrouwelijke nota’s in te kijken. Die machtigingen worden uitgereikt door de NVO (de Nationale Veiligheid Overheid), een dienst die onder Buitenlandse Zaken valt.

Binnen de regering beschikken onder meer premier Elio Di Rupo (PS) en justitieminister Turtelboom over zo’n veiligheidsmachtiging. Opmerkelijk is dat het deel van het rapport waarin sprake is over de Franstalige politici van Congolese afkomst, werd opgestuurd naar Kinshasa, naar de Belgische ambassadeur. In het onderzoek naar dit rapport zal dus ook bekeken worden wie wanneer welke informatie krijgt.

Bron » De Morgen

Staatsveiligheid houdt Wetstraat in de gaten

De Staatsveiligheid gaat na of en wanneer politici contact hebben met organisaties zoals Scientology. In een confidentieel rapport worden tientallen namen geciteerd. Alain Winants, de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid, stuurde een tiental dagen geleden een confidentieel rapport naar de hoogste overheden van het land. Om het vertrouwelijke karakter van de tekst te benadrukken wordt opgemerkt dat het document achter slot en grendel moet worden bewaard.

Aanleiding voor het document ‘Fenomeenanalyse van niet-staatsgestuurde inmengingsactiviteiten’ is de handel en wandel van organisaties als Scientology, Sahaja Yoga en de Moslimbroederschap. Die organisaties “viseren doelbewust bepaalde instellingen en proberen politici in hun beslissingen te beïnvloeden”.

Uit het document blijkt dat de Staatsveiligheid blijkbaar al jaren politici screent en nagaat of en wanneer ze contact hebben met die organisaties. “Elke organisatie heeft het recht om te lobbyen”, staat in het rapport. “Maar wanneer politici gecontacteerd worden om beslissingsprocessen te beïnvloeden, wetten aan te passen of invloed uit te oefenen wordt de grijze zone van lobbying overschreden. Dan kan er sprake zijn van inmenging.”

De Staatsveiligheid geeft bijvoorbeeld gedetailleerd weer hoe Sahaja Yoga een onderhoud had met toenmalig CD&V-parlementslid Tony Van Parys. Toen dat niet het gewenste resultaat opleverde, contacteerde de organisatie Mia De Schamphelaere (CD&V) en had daar “meer succes”.

Data, aanwezigen en de uitkomst van gesprekken die de organisatie had met Kris Van Dijck (N-VA) en een medewerker van Caroline Gennez (sp.a) worden gegeven. Maggie De Block (Open Vld) wordt genoemd, net als haar partijgenote Hilde Vautmans. Het gesprek van die laatste met Sahaja Yoga zou “in een stroeve sfeer zijn verlopen”.

De Staatsveiligheid merkt ook op dat de sekte contact probeerde te leggen met politici als Elio Di Rupo (PS), Inge Vervotte (CD&V) en Vera Dua (Groen). Frank Vandenbroucke (sp.a) zou beloofd hebben het dossier van Sahaja Yoga te bekijken.

In het deel over Scientology worden de contacten met Hugo Coveliers (VLOTT) en Johan Demol (Vlaams Belang) uiteengezet. Er wordt toelichting gegeven over de vergaderingen die Jan De Zutter, “een gewezen medewerker van Steve Stevaert en van Johan Vande Lanotte”, heeft bijgewoond. Voorts worden ook Filip Anthuenis (Open Vld) en Rik Torfs (CD&V) genoemd.

Winants reageert verbaasd op het lek. “De fenomeenanalyse heeft de hoogst mogelijke veiligheidskwalificatie en is voor een zeer beperkt aantal mensen bedoeld. Ik kan dan ook niets zeggen over de inhoud.” De administrateur-generaal benadrukt dat de Staatsveiligheid gewoon haar werk heeft gedaan.

“Wij volgen geen politici as such, maar zijn bevoegd om toe te zien op schadelijke sekten. De afspraak is wel dat wij onze voogdijminister op de hoogte brengen als er een onderzoek wordt gevoerd naar een federaal parlementslid.”

Minister van Justitie Turtelboom (Open Vld) is op de hoogte van het dossier maar kan er geen uitspraken over doen omdat het over geheime informatie gaat. Het Comité I, dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten, heeft een onderzoek geopend over deze zaak.

Bron » De Morgen

De twaalf werken van Walter De Bock

De Morgen-journalist Walter De Bock, deze week overleden aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer, was de grootmeester van de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. De Bock heeft een omvangrijk en indrukwekkend oeuvre geproduceerd.

In zijn werk komen vaak dezelfde thema’s terug: grootschalige corruptie en fraude, infiltratie van de georganiseerde misdaad in het zakenleven en de politiek, de kuiperijen van politie en geheime diensten, illegale wapenhandel, het in kaart brengen van extreem rechts en de verwevenheid tussen neonazi’s en ‘fatsoenlijk’ rechts, de demystificatie van het koningshuis. De Bock haalde naar boven wat verborgen moest blijven, richtte de spot op wie in de schaduw opereerde.

Hij bestudeerde, fanatiek en maniakaal, de achterkant van de façade. Het beeld dat hij heeft bovengespit van die verborgen realiteit was meestal niet fraai, dikwijls verontrustend en choquerend, soms ronduit beangstigend. Maar zijn stukken waren altijd moedig, maatschappelijk relevant, verrassend, nieuw, en fascinerend.

“De media moeten ten dienste staan van de burgers en niet van de machthebbers”, redeneerde hij. “De democratie kan niet zonder integere journalisten die elke schatplichtigheid durven af te wijzen en die vanuit een democratische bewogenheid altijd kritisch blijven.” Krantenjournalistiek gaat snel en is wreed voor de grote pioniers uit het verleden. Hun namen en hun heldendaden worden snel bedolven onder het stof van de tijd.

“Ik ben niet op zoek naar primeurs, ik wil vooral begrijpen wat er gebeurt”, zei De Bock dikwijls. Toch heeft niemand in de geschiedenis van de Vlaamse pers zoveel en zulke sterke scoops gemaakt als hij. Geen enkele Vlaamse journalist heeft ooit zoveel scalpen verzameld van gevallen tegenstanders. Een keuze maken uit zijn belangrijkste hoogtepunten en spectaculairste stukken, die waarmee De Bock een vooraanstaande en beslissende rol heeft gespeeld in de actualiteit, is een hachelijke onderneming.

De financier van Leopold I (2005)

De Bock was niet alleen journalist, maar ook historicus. Zijn studie over het aantreden en de financiering van koning Leopold I in 1831 was ronduit verbluffend. Hij toonde aan dat Nathan Rothschild, telg uit het wereldberoemde bankiersgeslacht, voor het ontstaan van de onafhankelijke staat België belangrijker was dan alle diplomaten en politici van die tijd samen. De studie verscheen oorspronkelijk in Cahiers Marxistes en werd in 2005 herdrukt in Knack.

“Walter heeft werkelijk alles, elke brochure, elke krantenbijlage over het Belgisch koningshuis bijgehouden”, weet oud-journalist Paul Huybrechts, een goede vriend van De Bock. “Walter heeft mij nooit een goede verklaring gegeven voor deze royalistische, monarchistische fixatie, maar iedereen heeft recht op zijn geheimpjes.”

Belgisch uranium voor de bom (1991)

Over de geschiedenis van Union Minière, de Société Généraledochter die tijdens de Tweede Wereldoorlog het uranium uit Belgisch Congo leverde dat gebruikt werd voor de eerste Amerikaanse atoombommen die ingezet werden tegen Japan, heeft De Bock baanbrekend werk verricht. Die historische deal tussen de Belgische regering in ballingschap en de VS vormde ook de basis voor de uitbouw van de Belgische nucleaire knowhow in de jaren vijftig en het huidige kernenergiebeleid.

De ontvoering van Tsjombé (1977)

Als eerste journalist ontrafelde De Bock het mysterieuze einde van Moïse Tsjombé, de vroegere premier van Congo die in ongenade was gevallen bij Mobutu. In Knack beschreef hij in 1977 gedetailleerd hoe de CIA en andere westerse geheime diensten samen met hun Belgische handlangers Tsjombé tijdens een vlucht van Ibiza naar Mallorca kidnapten en uitleverden aan Algerije, waar hij in onduidelijke omstandigheden overleed. Dat we überhaupt iets weten over die duistere bladzijde van de geschiedenis hebben we aan De Bock te danken.

Het Belgische luik van Irangate (1988)

In zijn eentje legde De Bock het Belgische luik bloot van de beruchte Irancontragate-affaire, de geheime wapenleveringen aan Iran waarvan de opbrengst gebruikt werd om de contra’s, de anticommunistische rebellen in Nicaragua, te bewapenen.

Na onderzoek in onder andere Zweden kon hij een Europees kartel van munitieproducenten beschrijven, een internationaal complot waartoe ook het Belgische PRB (destijds onderdeel van de Société Générale) behoorde. Dat onderzoek resulteerde in 1988 in het boek “Des armes pour l’Iran” bij de Franse uitgever Gallimard. Het boek is nauwelijks nog te vinden: de Franse wapenproducent Dassault heeft nagenoeg de gehele oplage opgekocht.

De ontdekking van Przedborski (1995)

Vrijwel niemand had ooit gehoord van Felix Przedborski. Tot De Bock in 1995 uitpakte met een ijzersterk gedocumenteerde reeks in De Morgen over het criminele verleden van de man. Przedborski bleek een gangster van groot kaliber die het tot diplomaat had geschopt en achter de schermen een sleutelrol speelde in talrijke Belgische en internationale corruptiezaken. Zoals gebruikelijk sloeg Przedborski terug met een proces wegens smaad en laster.

De val van een hoofdcommissaris (1991)

Het journalistieke graafwerk van De Bock speelde een doorslaggevende rol in de val en uiteindelijke veroordeling van de Brusselse hoofdcommissaris Frans Reyniers. De Morgen had, met de steun van de top van de Duitse justitie, begin de jaren negentig aangetoond dat de toppolitieman onwettelijke politiemethoden had gebruikt, meer bepaald provocatie, uitlokking en het werken met twijfelachtige tipgevers, zoals onder anderen de Duitse superdetective Werner Mauss.

De peetvader van de Oostkantons (1995)

Eén welgemikt schot van De Bock was voldoende om Frans-Joseph Schmitz, advocaat-generaal in Luik en peetvader van de Oostkantons, in 1996 van zijn troon te stoten. Uit de informatie die De Bock had verzameld, bleek dat de hoge magistraat jarenlang, onder het mom van liefdadigheid, een systeem van afpersing en corruptie had gehanteerd om zijn zakken te vullen. Prompt na de publicatie van het artikel in De Morgen werd Schmitz geschorst, gearresteerd en later voor de feiten veroordeeld.

VdB en baron De Bonvoisin (1981)

Jarenlang heeft De Bock ingebeukt op de Brusselse zakenman-politicus Paul Vanden Boeynants en diens entourage. De wapenaankopen van VdB als minister van Defensie in de jaren zeventig stonken dan ook uren in de wind naar corruptie. Het gerecht liet VdB daarvoor ongemoeid, hij werd enkel veroordeeld wegens fiscale fraude. Artikels van De Bock, gebaseerd op informatie die wellicht van de CIA kwam, zorgden er wel voor dat Vanden Boeynants in 1990 zijn benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO kon vergeten.

Ook de rechterhand van VdB, baron Benoît de Bonvoisin, moest het ontgelden. Op basis van een uitgelekte nota van de Staatsveiligheid werd de baron in 1981 in deze krant afgeschilderd als de occulte financier van het gewelddadige extreem rechtse Front de la Jeunesse. Dat artikel was de start van een 25 jaar durende vendetta tussen De Bock en De Bonvoisin.

De baron kreeg inmiddels over de hele lijn gelijk van de rechtbanken. Zeer recente informatie lijkt erop te wijzen dat de bewuste nota waarmee alles begon gemanipuleerd werd op het kabinet van de toenmalige minister van Justitie, Philippe Moureaux. Mogelijk werd De Bock in de zaak-de Bonvoisin misleid door zijn informanten.

Demol ontmaskerd (1996)

Extreem rechts zat constant in het vizier van De Bock. Boeken als Suikerbossie, over de proapartheidslobby in ons land (Epo, 1978), Extreem rechts en de staat (Epo, 1981) en De mooiste jaren van een generatie, over de Nieuwe Orde in België voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog (Epo, 1982) gelden als standaardwerken in hun genre.

Met die boeken heeft De Bock de toon gezet voor een harde, maar sterk wetenschappelijk onderbouwde journalistieke aanpak van de radicale rechterzijde. De mediagenieke hoofdcommissaris van Schaarbeek Johan Demol mocht dat eveneens ondervinden. In 1996 werd Demol door De Bock ontmaskerd als een voormalig lid van het gewelddadige Front de la Jeunesse. Demol moest opkrassen en slijt nu zijn dagen als backbencher voor het Vlaams Belang.

De moord op Cools (1991)

Elf maanden na de moord op de Luikse PS-leider André Cools, die op 18 juli 1991 werd neergeschoten door huurdoders, wist De Bock in deze krant de opdrachtgevers van de moord te identificeren als leden van het kabinet van toenmalig PS-minister Alain Van der Biest. De Bock haalde zich ermee hoon en spot van minder goed geïnformeerde collega’s op de nek, om nog te zwijgen van huiszoekingen en pogingen om “ontsporingen van onderzoeksjournalistiek als een misdrijf te laten vervolgen”. Pas vele jaren later, en na vele tijdrovende en nutteloze omzwervingen, kwam het Luikse gerecht tot dezelfde conclusie als De Bock. De opdrachtgevers die hij al in 1992 had aangewezen, werden pas in 2003 door het Luikse hof van assisen veroordeeld.

Smeergeld van Agusta (1998)

Samen met ondergetekende werkte De Bock in 1998 gedurende een jaar uitsluitend op de smeergeldaffaire Agusta/Dassault. De vaststelling dat uitgerekend de toenmalige SP, met haar imago van pacifisme én als voormalige eigenaar van deze krant, ruim 110 miljoen frank smeergeld had aangenomen van grote wapenfabrikanten, maakte hem woedend. Het resultaat van een doorgedreven studie van het omvangrijke strafdossier, waarop De Bock de hand wist te leggen, was een vernietigende reconstructie van het corruptiepact.

Daaruit bleek dat SP-boegbeeld Willy Claes dé centrale figuur was geweest. De reeks werd eind 1998 gepubliceerd, kort voor de start van het proces voor het Hof van Cassatie, waar alle verdachten werden veroordeeld. Claes, door de redactie geconfronteerd met het te publiceren materiaal, reageerde furieus en schold ons uit voor “gemanipuleerde smeerlappen”.

Tractebel in Kazachstan (1999)

Alvorens de noodlottige ziekte hem dwong tot afhaken, zorgde De Bock nog voor een laatste grote knal. Zijn magistrale reeks in 1999 over de corruptieaffaire van Tractebel in Kazachstan bracht de topmanagers van de energiegigant in grote verlegenheid en zorgde voor een stroomversnelling in het gerechtelijk onderzoek naar de zaak. Het Kazachse trio dat voor Tractebel de zaakjes regelde, nestelde zich inmiddels in België. Ze behoren tot de rijkste mensen van het land. Het is nog altijd wachten op de afwikkeling van de affaire voor de rechtbank.

Bron » De Morgen

“Boek berokkent schade aan Johan Demol”

Het Antwerpse hof van beroep oordeelt dat het boek “Het gevaar Demol” schade berokkent aan Johan Demol, oud-politiecommissaris in Schaarbeek, nu Brussels parlementslid voor de extreem-rechtse partij Vlaams Belang. Demol had de auteurs Ron Hermans en Eric Goeman voor de rechter gedaagd omdat er volgens hem onjuistheden in het boek staan.

De rechtbank van eerste aanleg had zijn eis ongegrond verklaard, maar het hof van beroep geeft hem nu gelijk. De eer en de goede naam van de gewezen politiecommissaris zijn wel degelijk aangetast, oordeelt het hof, omdat er in het boek “ongefundeerde insinuaties” en “verdachtmakingen” staan. Zo insinueren de auteurs een link tussen Demol en de Bende van Nijvel en suggeren ze dat hij een onderzoek naar de wapenroof bij de Rijkswacht heeft gemanipuleerd.

De auteurs beriepen zich op de gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, maar het hof van beroep is hen niet gevolgd. Het arrest moet op kosten van de auteurs in De Morgen worden gepubliceerd. De rechter heeft wel de eis tot schadevergoeding van Demol afgewezen.

Bron » VRT Nieuws

Heibel in Front National

Het Brusselse parlementslid Paul Arku en senator Francis Detraux van het Front National (FN) nemen afstand van partij-oprichter Daniel Féret en van de partijleiding. Dat lieten ze gisteren in een mededeling weten. Beide parlementsleden blijven naar eigen zeggen bij het FN, maar willen niet langer samenwerken met de partijleiding ‘die volledig onder de controle van Féret valt’.

Arku en Detraux laten nog weten dat de VZW Front National volgens hen een ‘racistische organisatie’ is. Ze steunen naar eigen zeggen ‘het rekwisitoor van het openbaar ministerie van het hof van Brussel waarin de ontbinding van de VZW FN-NF voor racisme en de opheffing van de overheidsdotatie wordt gevraagd’.

Arku zat eerder voor het Vlaams Blok in de gemeenteraad van Evere. Vóór de regionale verkiezingen van 13 juni 2004 stapte hij over naar het FN. Hij schreef zijn vertrek toe aan het ‘flamingantisme’ van Johan Demol. Bij het Blok kon de Franstalige Arku ook niet op de voorgrond treden. Ook al speelde hij achter de schermen een belangrijke rol, bij het Blok zat er voor Arku geen verkiesbare plaats in voor de Brusselse verkiezingen.

Bovendien zag het er goed uit voor het FN. De partij mag dan al een zootje ongeregeld zijn, bij de verkiezingen van 18 mei 2003 veroverde het FN voor het eerst zitjes in de Kamer en de Senaat, waardoor de partij recht kreeg op een overheidsdotatie. Bij de stembusgang op 13 juni 2004 haalde het FN zelfs 8 procent van de Franstalige stemmen, met pieken tot 16,9 procent in Charleroi, 11 in La Louvière, 10,9 in Bergen en 7 in Luik. Het FN is groter dan Ecolo, met vier verkozenen in het Brussels Parlement en nog eens vier in het Waals Parlement.

Bron » De Tijd

Blok aan verliezende hand in slag om Franstalige kiezer

Patrick Sessler, gemeenteraadslid in Schaarbeek, verlaat het Vlaams Blok en keert terug naar het Front National (FN). De rechterhand van het Brusselse Blok-boegbeeld Johan Demol zegt genoeg te hebben van het ‘flamingantisme’ van Demol. Het is een aanwijzing dat het Vlaams Blok in Brussel aan de verliezende hand is in de slag om de Franstalige kiezer. Het FN wordt in de hoofdstad steeds meer een geduchte politieke concurrent.

De Franstalige Patrick Sessler was lang de nummer twee van het Front National, na FN-leider Daniel Féret. Sessler staat geboekstaafd als notoir neonazi. Er bestaan foto’s uit 1985, waarop Sessler en drie kompanen de Hitlergroet brengen op het graf van de fascistische Spaanse dictator Franco. Toen het FN in de jaren negentig versplinterde en er conflicten met Féret ontstonden, schaarde Patrick Sessler zich aan de zijde van Johan Demol, de gewezen ‘Robocop’-politiecommissaris van Schaarbeek. Sindsdien zit hij voor het Vlaams Blok in de gemeenteraad van Schaarbeek.

Patrick Sessler paste hoegenaamd niet in de operatie die het Vlaams Blok in Vlaanderen gestart was om de harde kantjes af te vijlen en ‘salonfähig’ te worden, maar achter de schermen was hij in Brussel ‘incontournable’ voor het Blok. Hij was dag en nacht in de weer met de campagne. Bovendien kreeg het Vlaams Blok met Sessler toegang tot het extreem rechtse Franstalige electoraat in Brussel. Dat paste in de strategie van het Blok om met Franstalige stemmen de meerderheid te bereiken in de electoraal relatief kleine Nederlandse taalgroep.

Geen alleenstaand geval

Dat Sessler in Schaarbeek, het bastion van Johan Demol, de deur toeslaat en met zijn Franstalige gevolg terugkeert naar het Front National, is een tegenvaller van formaat. Meer dan ooit mikt het Blok bij de Brusselse verkiezingen van 13 juni op Franstalige stemmen om de meerderheid in de Nederlandse taalgroep te halen. En Sessler is geen alleenstaand geval. In Evere zijn onlangs ook al twee Franstalige gemeenteraadsleden van het Blok, Paul Arku en Christine Pynket, naar het Front National overgestapt. Ook zij waren lokaal de sterkhouders van het Blok.

Zowel Sessler als Arku en Pynket schrijven hun vertrek toe aan het ‘flamingantisme’ van Johan Demol. Dat klinkt ongeloofwaardig, want Demol kan voor het Vlaams Blok in Brussel juist potten breken omdat hij geen Vlaamse ‘ballast’ meedraagt en louter symbool staat voor de strijd tegen de criminaliteit en de vreemdelingen. In zijn tweetalige verkiezingsfolders benadrukt Johan Demol zelfs dat de ‘vervlaamsing’ van Brussel allerminst de bedoeling is. Van Johan Demol moeten we geen passioneel pleidooi voor een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als hoofdstad verwachten.

De discussie in het Vlaams Blok over de vraag of de partij in Brussel duidelijk moet opkomen voor de Vlaamse onafhankelijkheid, lijken de Franstalige Blok’ers als ‘alibi’ te gebruiken om weer aan te sluiten bij het Front National. Bij het Blok konden de Franstaligen achter de schermen wel een rol spelen, maar ze konden niet op de voorgrond treden. Op de Brusselse verkiezingslijsten van het Blok waren er voor hen geen prominente plaatsen weggelegd.

Het FN mag dan al een zootje ongeregeld zijn, bij de parlementsverkiezingen van 18 mei 2003 kon de partij voor het eerst zitjes veroveren in de Kamer en de Senaat. Meteen kan het FN voor het eerst rekenen op een overheidsdotatie van 263.000 euro. En volgens de peilingen zit het FN nog in de lift, zowel in Wallonië als in Brussel. De kans is groot dat er straks bij de extreem rechtse Franstalige partij ‘postjes’ te rapen vallen.

Voor het Vlaams Blok is de opgang van het FN in het zuiden van het land een streep door de rekening. In de hoofdstad wordt het FN steeds meer een rechtstreekse concurrent in de slag om de Franstalige kiezer. Het doet de kansen van het Blok slinken om de meerderheid in de Nederlandse taalgroep te halen en in Brussel ‘incontournable’ te worden.

Bron » De Tijd | Wim Van De Velden

Demol bij Front de la Jeunesse aan vooravond bommenactie

Johan Demol was tussen begin 1979 en begin 1980 zeker 25 keer aanwezig op vergaderingen van de terreurgroep Front de la Jeunesse. Dat is twee keer zoveel als tot nu toe op grond van uitgelekte documenten werd aangenomen.

Demol nam op 29 september 1979 deel aan een bijeenkomst van het FJ waar brandbommen werden gemaakt met het oog op een betoging, de volgende dag in Antwerpen. Het FJ had blijkbaar de intentie om daar gewelddadig toe te slaan. Dat kon worden verijdeld doordat de rijkswacht het konvooi onderweg tegenhield.

Een aantal van deze gegevens staat in een rapport van het Comité P, waaruit blijkt dat Demol in 1990 van op het kabinet-Tobback als commissaris werd benoemd door toedoen van de boezemvriendin van zijn toenmalige echtgenote. Het rapport bevat ook intrigerende gegevens over de Groep G, een geheime organisatie van voor het FJ militerende rijkswachters.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

De geheime dienst van het Vlaams Blok

Tot voor kort was Kosmos het best bewaarde geheim van het Vlaams Blok. Vanop het partijsecretariaat in de Madoutoren in Brussel leidde stafmedewerker Luc Dieudonné een eigen spionagedienst. Vlaams-nationale folklore of een ernstige reden tot ongerustheid? Sinds enkele maanden is Kosmos van de aardbodem verdwenen. Wat niet noodzakelijk wil zeggen dat het niet meer bestaat.

Opsporing verzocht: Documentatie en informatie van en over de Brugse vzw Cactus en haar dochter- en zusterorganisaties vzw De Lastige Bruggeling, vzw Breyghel, Fiets Overleg Brugge (FOB), Brugse Belangengroep van Fietsers, Volkshogeschool-Elcker-Ik Brugge…

Dit verscheen in een van de laatste nummers van Doorzicht, het driemaandelijkse tijdschrift van Kosmos. Wat het Vlaams Blok met gegevens over Brugse fietsers aanmoet, is niet geweten. Hoe en waar ze die opslaat en wat ze er verder mee doet evenmin. Je kunt misschien toch maar hopen dat, als het Blok het ooit in een of andere stad voor het zeggen zou krijgen, je geen fiche hebt.

De geheime spionagedienst kent zijn oorsprong in september 1980. Het is het eenmansinitiatief van de Antwerpse taxichauffeur Luc Dieudonné, die vanaf de vroege jaren zeventig aan de zijde van Bert Eriksson actief is binnen de terreurgroep VMO. Dieudonné is zo verbolgen over wat de pers in die dagen over de VMO en aanverwante clubjes meldt, dat hij besluit de ‘vijand’ een koekje van eigen deeg te geven.

Als een maniak begint hij te knippen. Hij abonneert zich op alles, tot parochiebladen toe. Zijn doel: het aanleggen van een mammoetarchief over al wat ‘links’ en ‘progressief’ is. Zijn dienst draagt dan nog de naam ‘Aldegonde’. Voor een organisatie die geheim wil blijven, is dat een niet zo verstandig gekozen naam. Ze verwijst naar een adres op de de Sint-Aldegondekaai in Antwerpen, waar overigens ook de revisionistische kring Vrij Historisch Onderzoek gevestigd is. In al die jaren moet de spionagedienst meer dan eens halsoverkop van naam en adres veranderen. Dat gebeurt telkens nadat de ‘vijand’ hem heeft ontdekt. Op zeker ogenblik deelt de dienst het adres met het Antwerpse hoofdkwartier van het Vlaams Blok in de Van Maerlandtstraat.

In de beginjaren maakt Dieudonné zijn bevindingen wereldkundig in Revolte, het blad van Voorpost. Dat is de feitelijke opvolger van de inmiddels als privé-militie buiten de wet gestelde VMO. Veel stelt het allemaal niet voor. Dieudonné ‘ontmaskert’ bijvoorbeeld de groene partij Agalev als deel uitmakend van een groot leninistisch complot.

De eerste stap naar ‘professionalisering’ komt er in 1985, wanneer de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) haar leden oproept om mee te gaan spioneren. De dienst krijgt een nieuwe naam: ‘Kring voor het Onderzoek naar de Socialistische en Marxistische Ondermijning van onze Samenleving’. Na de val van de Berlijnse Muur krijgt de M een andere betekenis. Bij gebrek aan Marxisten gaat de M staan voor ‘multiculturele’. Vanaf 1985 gaat Dieudonné ook in vast dienstverband werken op de studiedienst van het Vlaams Blok. De partij geeft hem in haar eigen tijdschrift de ruimte om maandelijks een rubriek ‘open dossier’ te vullen.

Wat het Blok hiermee hoopt te bereiken, wordt duidelijk in 1989, wanneer Philip Dewinter een verklikkingscampagne lanceert naar ouders en leerlingen in het middelbaar onderwijs. Via het netwerk van Kosmos wil het Blok lijsten aanleggen van ‘progressieve leerkrachten’. Het draait uit op een flop, maar het kan niet beletten dat de samenwerking met de partij er alleen intensiever op wordt. Dieudonné legt zich toe op het vormingswerk van kaders en militanten van het Vlaams Blok. Hij maakt ook deel uit van de redactieraad van het nationale partijblad. En dat is tot vandaag zo.

In een bijdrage over Kosmos in het blad RésistanceS schatte Wim Haelsterman vorig jaar het totale aantal agenten op “enkele honderden”. Volgens hem bestaat bestaat er een vaste structuur met provinciale verantwoordelijken. Op het hoofdkwartier zou een tiental mensen voltijds in de weer zijn met het verwerken van de binnengekomen informatie.

Hoe betrouwbaar die is, bleek in juli 1997. Dieudonné ‘ontmaskerde’ toen de daders van de brandstichting in het Gentse partijlokaal van het Vlaams Blok, boven het café De Roeland, als leden van “het linkse anarchistische milieu”. Enkele weken later bleek dat café-uitbater Bruno Verstraete zelf de boel in de fik had gestoken met het oog op een verzekeringspremie. Kort daarvoor schreeuwde Dieudonné moord en brand over de ‘aanslagen’ op zijn West-Vlaamse agent Jeroen Mol. In diens woning was een boobytrap geplaatst. Dat was het werk van een organisatie genaamd ‘Militant Links’, zo klonken de bevindingen van Kosmos. De realiteit was ook hier pijnlijk anders: Mol, die met een acuut gebrek aan aandacht kampte, had tot tweemaal toe een aanslag op zichzelf gepleegd.

De meeste inlichtingen die Kosmos bereiken, zijn tijdschriftjes, pamfletjes e.d. De agenten van Kosmos kunnen die per post opsturen of afgeven in het dichtst bijzijnde secretariaat van het Vlaams Blok. Anders ligt het natuurlijk met de als ‘top secret’ beschouwde informatie. In oktober 1994 lanceerde Dieudonné in Doorzicht een oproep om alle mogelijke persoonlijke gegevens over “linkse” kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in te zamelen. In de rubriek ‘Opsporing Verzocht’ stond toen ook een soort advertentie voor spionnen in spe: “Wij zijn op zoek naar vrijwilligers die linkse manifestaties willen bezoeken om er voor Kosmos documentatie en informatie te sprokkelen. Dit gebeurt uiteraard steeds in overleg met een verantwoordelijke van de buitendienst en houdt geen enkel risico in voor verstandige mensen.”

Het was onder meer naar aanleiding hiervan dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding met een klacht naar de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer trok. “Dat heeft weinig uitgehaald”, zegt Hugo Gijsels, die bij het centrum het dossier opvolgt. “Vanuit de commissie heeft men Kosmos meteen op de hoogte gebracht van onze klacht. Dat is ook voorzien in de procedure. Nu, kort daarna verscheen in ’t Pallieterke een bericht over het opdoeken van Kosmos. Daarmee zijn we hun spoor weer kwijt.”

Dat Dieudonné en co. hierna wanhopig de armen in de lucht zouden hebben gegooid en een vuurtje gestookt van hun levenswerk, mag nogal onwaarschijnlijk worden geacht. Het archief dat ze nu al bijna twintig jaar met zich meeslepen, moet gigantisch zijn. Voor het eerst in zijn geschiedenis lijkt Kosmos erin geslaagd zichzelf onzichtbaar te maken. Ook de website die het vanaf 1996 had op het Internet is verdwenen.

Al in de jaren tachtig betrok Dieudonné financiële informatie over zijn opponenten bij een van zijn oude vrienden, André Van Hecke. Die was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de SS en werd in 1946 door de krijgsraad tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Van Hecke werd later actief als voorman van de vzw Hertog Jan Van Brabant, een belangenvereniging van collaborateurs. In de jaren tachtig prijkten de namen van zowel Van Hecke als zijn echtgenote Jeanine Colson op de verkiezingslijsten van het Vlaams Blok in Brussel. Colson liet zich opmerken met de publicatie, in Vlaanderen, van het boek waarin de Franse revisionist Robert Faurisson poneert dat het dagboek van Anne Frank een vervalsing was.

André Van Hecke is zaakvoerder van de Group Van Hecke. Dat is een vrij succesvolle bedrijvengroep die zich specialiseerde in schuldinvordering en financiële informatie. De firma is gevestigd in Sint-Pieters-Leeuw. De twee zonen van Van Hecke kregen er inmiddels ook een functie.

Het officiële opdoeken van Kosmos viel nagenoeg samen met de komst van Johan Demol naar het Vlaams Blok. In één beweging maakte niet alleen een hele reeks oudgedienden van het Front de la Jeunesse en aanverwante groepjes zich lid van het Blok. In het Brusselse deden ook enkele ex-rijkswachters en -politiemensen dat. Er staan er trouwens twee op de lijst die het Blok indiende voor de Brusselse Raad. Het kan toeval zijn, maar in de laatste nummers van Doorzicht werd plots vrij kwistig geciteerd uit officiële strafregisters van ‘progressieven’.

Eén van de bedrijven van GVH heet European Recovery Systems. Daar trad onlangs een nieuw personeelslid in dienst: Hervé Van Laethem. Hij is sinds jaar en dag zeer goed bevriend met nagenoeg alle hoofdrolspelers die deze week in onze serie aan bod kwamen. Van Sessler en Erens tot Pieter Kerstens. Met elk van hen heeft hij ooit betoogd, gevochten, nieuwe partijtjes opgericht.

Van Laethem was destijds één van de sleutelfiguren achter van de nogal gewelddadige groep l’Assault. Die ontstond uit de Franstalige tak van de VMO-Brussel (en werd inmiddels opgedoekt en omgevormd tot een organisatie met de naam Devenir). Tijdens meetings van het BIS, het Franstalige propagandabureau van het Blok in Brussel, liet hij zich meermaals aan de zijde van Pieter Kerstens opmerken als ‘verantwoordelijke voor de veiligheid’.

De vraag rijst wat Van Laethem bij GVH zou kunnen doen.

Toen bij de VMO, nu bij het Blok

Luc Dieudonné, de man achter Kosmos, maakte op 2 februari 1980 deel uit van een achtkoppig commando van de Vlaamse Militanten Orde (VMO) toen dat een aanslag uitvoert op boekhandel De Rode Mol in Mechelen. In de winkel werd zware schade aangericht. De twee uitbaters raakten ernstig gewond. Dieudonné was in die tijd een van de trouwste aanhangers van VMO-leider Bert Eriksson. Nu het Vlaams Blok zich vooral wil profileren als de partij die opkomt voor het gezin en de veiligheid van de burger, houdt het veroordeelde terroristen liever in de coulissen. Maar niet allemaal.

Ook hij maakte deel uit van het commando bij De Rode Mol. Oostendenaar en ex-paracommando Edouard Hermy was een van de meest gespierde VMO-leden van dat moment. Hij was enkele jaren later ook betrokken bij een (mislukte) aanslag op José Happart. “Het was wel degelijk de bedoeling om hem te vermoorden”, zegt Hermy nu. Hij kan zich daarbij enkel vrolijk maken over het feit dat het Brusselse gerecht er tijdens het grote VMO-proces in 1982 nooit in slaagde om dat te bewijzen. Hermy was in 1984 een van de initiatiefnemers van een poging om een politieke partij genaamd Nationaal Front op te richten. Dat NF zou bestaan uit ex-militanten van de VMO en het Front de la Jeunesse. Het plan werd volgens Hermy gekelderd door de toen nog erg jonge Philip Dewinter.

Hermy was in de jaren tachtig al eens lid van het VB, werd toen uit de partij gezet, maar is nu helemaal terug. Begin vorig jaar werd hij door de verkozenen van het Blok in de Oostendse gemeenteraad voorgedragen als lid van de raad van bestuur van de stedelijke vzw die zich ontfermt over het toerismebeleid.

Hij staat dertiende op de senaatslijst van het Vlaams Blok. Een verkiesbare plaats is dat vanzelfsprekend niet echt, maar voor velen is het wel een indicatie dat hij een van de nieuwe kopstukken kan worden in Antwerpen, zeker nu Xavier Buisseret daar vanwege een veroordeling voor pedofilie van het toneel is verdwenen. Luk Vermeulen was in 1976 de oprichter van Voorpost, een organisatie die geweld niet schuwde en met name militeerde voor de aanhechting van Vlaanderen bij Nederland. Na het verbod van de VMO stapten nagenoeg alle leden over naar Voorpost. (Vermeulen was begin jaren zeventig trouwens zelf ook actief bij de VMO.) In 1992 haalde Voorpost het nieuws toen het vanuit Vlaanderen huurlingen begon te ronselen voor de extreem-rechtse milities die in Kroatië tegen de Serviërs vochten.

Hoewel de tweetalige campagne van het Blok in Brussel misschien niet direct te rijmen vallen met de Groot-Nederlandse idealen van Vermeulen, bleef hij niet onberoerd bij de komst van Johan Demol. Op meetings met de ex-politiecommissaris treedt Vermeulen graag op als “chef veiligheid”. De rollen hebben ooit wel eens anders gelegen. Enkele jaren geleden trachtte Vermeulen met enkele andere leden van Voorpost het koninklijk paleis te Laken binnen te dringen. Hij werd toen staande gehouden door enkele Brusselse politiemannen onder leiding van… Johan Demol.

Het Vlaams Blok loochent zijn banden met Voorpost zeker niet. Op de website van de partij is de organisatie opgenomen in de lijst met links naar “bevriende organisaties”. Huidig VB-kamerlid Francis Van den Eynde is al bijna zijn hele volwassen leven lang een van de leiders van Voorpost. De organisatie krijgt trouwens van de partij bij elke stembusslag een vast aantal plaatsen op de lijsten toegewezen – als ware het een “zuil” van het VB. Deze keer staat de voorzitter van Voorpost Gent, Ortwin Depoortere, derde op de kamerlijst in het arrondissement Gent-Eeklo.

Als je de voor 13 juni ingediende lijsten van het VB overloopt, lijkt het er een beetje op alsof de partij een kleine invasie van nieuwe Alexandra Colens in diverse assemblees beoogt. Vrouwen – het dient gezegd – zijn prominent aanwezig op de lijsten. Figuren als Hermy – “ze houden mij voorlopig nog in de frigo” – werden daar blijkbaar geweerd. Opmerkelijk is de vijfde (en mogelijk verkiesbare) plaats die Clementine Van Autgaerden op de lijst voor de Brusselse raad kreeg. Zij is de uitbaatster van het restaurant ’t Ezelbrugske in Schaarbeek. Dat is de plek waar Johan Demol en zijn rechterhand Patrick Sessler sinds begin vorig jaar elke maandagavond aanspreekbaar zijn voor de inwoners van Schaarbeek en van waaruit hun Brussel-campagne gecoördineerd wordt.

Bron » De Morgen

BIS, alias Le Bloc Flamand

Hoezeer de organisatie ook lijkt op haar Franstalige ‘federatie’, het Vlaams Blok houdt al vijf jaar vol dat het hoegenaamd niets te maken heeft met BIS, het comité Bruxelles Identité Sécurité. Dat is beter voor het imago, want erg zuiver is het politieke verleden van enkele roergangers van BIS niet. Een ex-medewerker van de Brusselse partijafdeling getuigt nu: ‘Ik zat erbij toen de voorzitter van het Blok voor het Brussels Gewest Pieter Kerstens van BIS op café ontmoette. Ik heb de betalingen gezien. Cash.’

Eerst stierf zijn moeder. Toen bleek dat ze levensverzekering noch huurcontract had. Een ongeluk komt nooit alleen. Freddy Vlaeminck, werkloos, ging al zijn geld van de bank halen voor een nieuwe waarborg en werd in de buurt van het Noordstation overvallen.

“Ik heb eerst een tijdlang als een clochard geleefd. Toen vond ik een baantje bij een Spanjaard in Koekelberg. Hij deed de distributie van folders van het Vlaams Blok. De partij heeft het in Brussel altijd moeilijk gehad om mensen te vinden die voor hen willen bussen en plakken, vooral in de ‘zware wijken’: Kuregem, Schaarbeek, Vorst… Precies omdat er al meer dan één vrijwilliger onder handen werd genomen door jonge allochtonen, betaalt het Blok goed. Eén frank per folder. Noem het een gevarenpremie.”

Van het een kwam het ander. Liever een Vlaming dan een Spanjaard, dacht Brussels VB-voorzitter Frédéric Erens. Vlaeminck ging voltijds voor de partij werken. “Ik woonde toen op de eerste verdieping bij een Indiër. Erens vond dat maar niks, en stelde me voor om in te trekken in het appartementje boven het hoofdkwartier van de partij aan de Leuvenseweg, vlakbij het parlement. Ik moet zeggen: die buurt beviel me wel. Ik kreeg ook een eigen bureautje op het gelijkvloers, met een computer en zo. Ik werd verantwoordelijk voor alles wat met de distributie van het propagandamateriaal te maken had. Op het laatst boden ze mij aan secretaris te worden, in Brussel-stad, maar toen was ik het al beu.”

Vlaeminck leerde alle lokale partijbonzen kennen. Hij verwierf inzicht in persoonlijke vetes en onderlinge codes. Sommige dingen begreep hij eerst niet. “Bijvoorbeeld: er was een regel die wou dat Patrick Sessler nooit een stap mocht binnenzetten in het lokaal aan de Leuvenseweg. Ik vond dat vreemd. Als er buiten dat lokaal vergaderd werd, merkte je heel duidelijk dat het in feite Sessler was die alles besliste en niet Erens. Dus was het altijd zijn vrouw die naar het lokaal kwam om zijn zaken te regelen.

“Voor Johan Demol zelf hadden ze daar een heel bureau vrijgemaakt, maar die kwam eigenlijk ook maar zelden. Met Pieter was het het ergst. Die mócht helemaal niet binnen. Dat was een dogma: alles moest in het geheim gebeuren. Pieter was de grote man achter BIS. Die gaven dat blaadje Ket uit. De partij wou niet dat iemand zou denken dat ze iets te maken had met BIS. Ik vond dat belachelijk.

“Pieter zat altijd te klagen. Hij kreeg een half miljoen frank per jaar uit de partijkas, uitbetaald in maandelijkse schijven. Dat vond hij te weinig. Voor 1999, verkiezingsjaar, moest het 800.000 frank worden. Met Pieter moest voor dit soort dingen altijd worden afgesproken in een café. Ik zat daarbij, ik heb de betalingen gezien. Cash. Ik weet niet of dat de enige betalingen waren, maar ik vond dat het allemaal nogal op een gekke manier ging.”

“Door zoveel te bussen verdeed ik hopen tramkaarten. Die moest ik achteraf allemaal inleveren bij Pieter. De verdeling van Ket was trouwens een deel van mijn werk. Telkens ik een grote ronde moest doen, zei Erens me dat ik eerst moest bellen naar Pieter. ‘Hij zal vast en zeker nog wat liggen hebben voor jou.’ In feite werd dat dus ook gefinancierd door het Blok. Dan maakte ik pakketjes met foldertjes van het Blok en exemplaren van Ket. Maar opnieuw: ik mocht ze niet in elkaar vouwen. Het moest lijken alsof ze per toeval dezelfde dag in de brievenbussen lagen.”

Pieter Kerstens was in 1994 een van de oprichters van het comité Bruxelles Identité Sécurité (BIS). De overige drie oprichters waren Robert Steuckers (die al ter sprake kwam in de eerste aflevering van deze serie), het Anderlechtse VB-gemeenteraadslid Raymond De Roover en… een vertegenwoordiger van de elitaire en strikt eentalig Franse Club du Beffroi.

In zijn boek ‘Les Rats Noirs’ legt Manuel Abramowicz een verband tussen het ontstaan van BIS en een evolutie in het denken over België in bepaalde Brusselse salons. Tot aan het einde van de jaren tachtig was België in rechtse PSC-kringen een heilige koe. Een van de signalen dat dit niet meer zo was, kwam volgens Abramowicz al in 1988 met een lofzang op Karel Dillen in het door baron de Bonvoisin gefinancierde tijdschrift Europe Magazine.

Zeggen dat BIS over onbeperkte middelen beschikt, is overdreven. Maar als het klopt wat Vlaeminck zegt met betrekking tot de financiering van BIS, is een vijf jaar oud mysterie minstens ten dele opgehelderd. Velen vroegen zich al langer af waar BIS het geld bleef halen. Het Franstalige Ket wordt in vier kleuren gedrukt en op 25.000 exemplaren gratis verspreid.

Met even groot gemak drukt het BIS dure affiches, folders en stickers en steunde het in ’91 en ’94 de campagnes van tweetalige kandidaten op de lijst van het VB. Dat de partij daar zelf toch niet geheel vreemd aan kon zijn, kon al worden afgeleid uit de mensen die in Ket werden geïnterviewd: Karel Dillen, Frank Van Hecke, Philip Dewinter, Roeland Raes, Gerolf Annemans…

Pieter Kerstens is duivel-doet-al bij BIS. Hij komt uit een oostfrontersfamilie en laat voor het eerst van zich spreken wanneer hij in de jaren tachtig leider wordt van de Parti des Forces Nouvelles, de politieke vleugel van het Front de la Jeunesse. Later duikt hij op bij het FNB van Marguérite Bastien, maar zodra in 1997 de perikelen rond het al of niet aanblijven van Demol begonnen, heeft hij het meteen begrepen: in Brussel is de toekomst aan het Vlaams Blok.

“Binnen de partij is niet iedereen even gelukkig met een figuur als Kerstens”, zegt Manuel Abramowicz. “Niet zozeer omdat hij een Franstalige is. Kerstens is een risicofactor voor het softe imago dat het Blok nu nastreeft. Hij is een vaste gast op rabiaat antisemitische bijeenkomsten in het buitenland en is niet vies van een knokpartij, zo nu en dan.”

Dat blijkt in januari van dit jaar na afloop van een vergadering tussen mensen van BIS en VB in een Brussels café. Aan de overkant van de straat voeren enkele jongeren actie. Kerstens neemt de leiding van een knokploeg die er zo hard tegenaan gaat dat zelfs Demol achteraf laat weten dat hij “die er liever niet meer bij heeft”.

Kerstens heeft de vervelende gewoonte om zijn vrienden van l’Assaut mee te brengen naar bijeenkomsten van BIS – om er in te staan voor de ‘ordehandhaving’. l’Assaut is de voortzetting van de Brusselse afdeling van de Vlaamse Militanten Orde (VMO), een gewelddadige privé-militie die in de jaren tachtig net als het FJ buiten de wet werd gesteld.

Freddy Vlaeminck heeft bij het Blok weinig gemerkt van een breuk met Kerstens. “Ik ben daar gebleven tot in april. Toen waren de contacten in elk geval opperbest. Goed, Pieter bekleedt misschien geen officiële functie binnen de partij, maar ik herinner me wel dat tuinfeest in Ukkel, in juni van vorig jaar. Dat was een informele gelegenheid om kennis te maken met Demol, de nieuwe leider. Pieter heeft dat mee georganiseerd. Hij is tot het laatst gebleven. Daar zijn toen, tussen pot en pint, strategische beslissingen genomen over de Brussel-campagne. Pieter nam daar heel actief aan de discussie deel en dat werd door iedereen – Filip De Man, Johan Demol en Dominiek Lootens incluis – als de normaalste zaak van de wereld beschouwd.”

Het feest vond plaats in de tuin van Jean David, in 1994 verkozen als gemeenteraadslid voor het FN. Nog een Franstalige erbij.

Sinds de overstap van Johan Demol lijkt het BIS volledig in zijn opzet geslaagd. Het is bijvoorbeeld vooral dankzij het lobbywerk van Kerstens en zijn kompanen dat de partij Agir besloot om bij de komende verkiezingen in Brussel geen lijsten neer te leggen. Bij de Franstalige extreem-rechtse partijen die dat wél doen, hoor je anderzijds de wildste verhalen over hoe sommigen zich de afgelopen jaren zouden hebben beijverd om intern ruzie te stoken. Om daarna met veel aplomb aan te kondigen dat ze zich hebben bekeerd tot het Vlaams Blok.

Je kunt een huis behangen met congresteksten waarin het VB zijn kiezers beloofde dat het de hoofdstad zou zuiveren van het Frans en zou “teruggeven aan Vlaanderen”. Vorige week vonden twee miljoen mensen in hun brievenbussen een klein boekje met het Toekomstplan, het VB-partijprogramma van nu. Daar staat: “… Natuurlijk, er wonen honderdduizenden Franstaligen in Brussel, voor het merendeel verfranste Vlamingen. Die mogen rekenen op het behoud van hun culturele eigenheid: Brussel zal een écht tweetalige stad zijn, met grondwettelijke waarborgen voor de Franstaligen.”

Wie zei daar ook weer dat het Vlaams Blok nooit compromissen sluit?

Bron » De Morgen