‘Om te doen wat we hebben gedaan, was geen parlementaire commissie nodig’

Dinsdagavond zette de parlementaire onderzoekscommissie naar de feiten van de Bende van Nijvel een punt achter haar werkzaamheden. Over het eindrapport van de commissie kon geen consensus worden gevonden. De liberale fractie onthield zich. Het Vlaams Blok stemde bij monde van commissielid Gerolf Annemans resoluut tegen.

‘Om te doen wat wij hebben gedaan, had men geen parlementaire commissie moeten oprichten. Een werkgroep had net hetzelfde kunnen doen’, zegt het parlementslid. Gerolf Annemans die na verklaringen over de commissie-Dutroux al op het matje werd geroepen wegens van loslippigheid, wil uitdrukkelijk niet citeren uit het eindrapport van de Bendecommissie. Evenmin wil hij praten over de gesprekken uit de geheime zittingen. Inmiddels zijn over de inhoud van het eindrapport al zoveel zaken uitgelegd, dat Annemans wel enige marge heeft om zijn tegenstem toe te lichten.

‘Wat de aanbevelingen betreft, vind ik het rapport een mager beestje. Wat de politiestructuur betreft, was het na de commissie-Dutroux niet nodig om met nog een nieuw voorstel te komen. Maar het minste wat men had kunnen doen was zich uitdrukkelijk achter de aanbevelingen van Verwilghen te scharen. Men loopt een beetje rond de hete brij’, zegt Annemans.

Er wordt ook geen enkele verantwoordelijkheid vastgelegd.

Gerolf Annemans: “Geen enkele. Er is zelfs geen analyse gemaakt van waarom de aanbevelingen van de eerste Bendecommissie uit 1989 geen resultaten hebben opgeleverd. Ik geet toe dat dat rapport toen nog vol compromissen zat, maar toch is er niets mee gebeurd. Men had deze keer minstens de politieke verantwoordelijkheid moeten vastleggen.”

“Het rapport staat vol anekdotes over het gebrek aan middelen voor de speurders. Op die manier kon het onderzoek gewoon nooit slagen. Dat is de verantwoordelijkheid van de politiek, maar die conclusie zal u niet lezen. Om te doen wat we hebben gedaan, had men geen nieuw parlementaire onderzoekscommissie moeten oprichten. Men had kunnen volstaan met een werkgroep.”

Nieuw is wel dat de commissie een aantal deuren heeft willen dichtklappen: extreem-rechts, Roze Balletten… het waren loze sporen.

Gerolf Annemans: “Deze commissie was bezeten door de idee om te elimineren. Ik vind dat men naar de bredere context had moeten zoeken. Als Albert Raes als gewezen topman van de Staatsveiligheid komt vertellen dat hij de betrokkenheid van CEPIC, WNP en dergelijke nooit volledig heeft uitgesloten, dan vind ik het toch gewaagd om de conclusie te trekken dat die er niets mee te maken hadden. Men zegt dat het extreem-rechtse spoor voldoende is onderzocht. Ik wil dat aannemen. Maar dat zegt nog niets over de vraag of het goed is onderzocht. Hetzelfde geldt voor de zedendossiers, voor het onderzoek naar de schietclubs, enzovoort.”

Wat bedoelt u met de bredere context?

Gerolf Annemans: “Er zijn twee scholen in het bendeondezoek. Zij die een strafrechtelijke kwalificatie willen hanteren: dat is de school van de smoking gun. Zij zoeken feitelijk materiaal: wapens, vingerafdrukken, bekentenissen. De andere school zoekt naar een maatschappelijke verklaring. Ik hoor tot die tweede groep, net als de ex-rijkswachters Bihay en Balfroid of de Brusselse magistraat Jean-François Godbille.”

Die zochten naar verbanden tussen duistere financiële milieus, wapentrafieken, drugs, zedenzaken.

Gerolf Annemans: “In het rapport wordt hun geen recht gedaan. Godbille staat in het hoofdstuk extreem-rechts en dit hoewel hij bezig is met de financiële connecties tussen een aantal figuren uit het dossier. Hij moest ergens worden tussengeperst en dus is zijn getuigenis in verband gebracht met een zoektocht naar extreem-rechts.”

De commissie ging uit van zes publiek gemaakte grieven. Dat was dus een keurslijf?

Gerolf Annemans: “Ja. Ik blijf bij de vraag of die publiek gemaakte grieven mij de maatschappelijke uitleg hadden kunnen geven voor het bendeverhaal. Men heeft zich te veel door deze zes deeldossiers laten leiden. De commissie heeft een soort audit gedaan van wat allemaal is gepubliceerd over de bende. Ik vind dat wij een maatschappelijk bredere opdracht hadden.”

De commissie had als opdracht het onderzoek naar het onderzoek. Het was niet de bedoeling op zoek te gaan naar de bende.

Gerolf Annemans: “Er waren kapstokken genoeg om verder te gaan. Als parlementscommissie hebben wij als een van onze opdrachten het in kaart brengen van de maatschappelijke realiteit achter de bende. Ik denk dat een bepaald Brussels milieu heeft gediend in een reeks vuile zaken; aan een heel circuit van onwettelijkheid. Ik denk daarbij vooral aan de invoer van verboden goederen en aan een strijd om de controle over dit circuit. België was met al zijn kleine vliegtuigveldjes en met zijn corruptie een ideaal land voor dergelijk circuit.”

“Mogelijk waren er verbanden met extreem-rechts. Mogelijk zijn de Roze Balletten een onderdeel van het hele verhaal. Mogelijk speelt internationaal terrorisme mee. Mogelijk is er een afpersing geweest op Delhaize. Wat ik vooral wil weten is of de bende niet een afrekening is geweest tussen groepen die een strijd hebben gevoerd over de controle van het hele netwerk.”

Bron » De Tijd | René De Witte

PS kant zich tegen creatie van nationaal parket

De parlementaire Bende-commissie keurde gisteren haar eindrapport goed. Zeven commissieleden stemden voor; VLD en PRL onthielden zich. Het Vlaams Blok stemde tegen. De PS stemde wel voor het eindrapport, maar liet in de notulen opnemen dat ze tegen een federaal parket is, zoals in het rapport wordt aanbevolen. Daarmee is de creatie van een federaal parket zo goed als uitgesloten. Naast een aantal aanbevelingen, doet de commissie in het eindrapport ook een aantal vaststellingen over het Bende-onderzoek. Veel meer dan het afschieten van een aantal sporen, wordt het evenwel niet.

De Bende-commissie-bis was de hele dag in conclaaf voor de bespreking van haar eindrapport. Dat rapport bevat twee grote luiken. Een eerste bevat structurele aanbevelingen, een tweede de eindconclusies over het dossier zelf. Afgesproken was dat de primeur van het eindrapport voorbehouden zou zijn voor de plenaire vergadering van de kamer van volksvertegenwoordigers die volgende week is gepland, maar andermaal leek één van de leden zich daar niet aan kunnen houden.

Commissievoorzitter Tony van Parys moest dinsdagochtend vaststellen dat Het Laatste Nieuws al twee belangrijke elementen uit het rapport had weten te achterhalen. Het gaat om punten uit een voorlopig eindrapport. Over een definitieve tekst moest gisteren nog worden gestemd. Wegens het vroegtijdige lek opende een boze Van Parys de vergadering dan ook met felle uitbrander aan het adres van de commissieleden.

Het belangrijkste element betreft de aanbeveling van de commissie voor het oprichten van een federaal parket dat zich zou bezighouden met grote onderzoeken als dat van de Bende van Nijvel. Dat voorzitter Tony van Parys de idee van een federaal parket in het voorlopige rapport had laten opnemen, is wel opvallend. In vroegere interviews zei Van Parys niet echt gewonnen te zijn voor een nationaal parket. Eerder dan de oprichting van zo’n federaal parket, pleitte hij voor een betere coördinatie van de verschillende bestaande parketten. In tegenstelling tot het CVP-standpunt was de SP wel voor de oprichting van een federaal parket.

De ontwerptekst die aan de commissie werd voorgelegd, poogt de beide standpunten te verzoenen. Enerzijds werd gepleit voor de oprichting van een federaal parket, maar anderzijds stelde de tekst dat dit nationale parket in hoofdzaak zou belast zijn met een coördinerende taak. Dat is echter een taak die – na de eerste Bende-commissie in 1989 – al aan twee nationale magistraten werd toegekend. De commissie-bis zou nu een stapje verder willen gaan. Voor uitzonderlijk zware dossiers zou de bevoegdheid van de nationale magistraten kunnen worden uitgebreid en zou een federale onderzoeksrechter benoemd kunnen worden.

Het punt over het federaal parket is het belangrijkste punt uit de aanbevelingen, maar werd gisterenavond bij de stemming dus afgeschoten door de PS. Over de politiestructuur zouden mogelijk de besluiten van de commissie-Dutroux worden overgenomen.

Lekken

Ook in verband met de besluiten was er geen eensgezindheid. Over de vaststellingen zijn de belangrijkste punten eerder al uitgelekt. Zo wist De Standaard enkele weken geleden te melden dat de commissie een aantal gevolgde sporen naar het rijk der fabelen wil verwijzen. Zo wordt het extreem-rechtse spoor afgeschoten.

De commissie is trouwens van oordeel dat daar voldoende – en zelfs te veel – onderzoek is naar gevoerd. Hetzelfde geldt voor de zedendossiers (Roze Balletten, de prostitutiekring van Fortunato Israël, enzovoort). Er werd eveneens degelijk onderzoek gevoerd naar de Bende-slachtoffers, aldus het rapport. Met de verhuizing van het Bende-dossier van Dendermonde naar Charleroi was er geen vuiltje aan de lucht.

Deze conclusies lekten allemaal al uit. Nu blijkt dat het eindrapport met een brede bocht omheen de verantwoordelijkheden gaat voor het falen van het Bende-onderzoek. In tegenstelling tot de conclusies van de commissie-Verwilghen wordt niemand bij naam vermeld. Het rapport beperkt zich dan ook tot anekdotes over het schrijnend gebrek aan middelen die de speurders ter beschikking hebben gekregen. De verantwoordelijkheid daarvoor wordt niet meegegeven.

De Bende-commissie startte haar werkzaamheden op basis van een analyse van de publiek gemaakte grieven. Zo werden zes deeldossiers afgezonderd. De commissie deed maar weinig moeite om deze dossiers te duiden en te zoeken naar een eventuele samenhang tussen deze dossiers.

Enkele keren gebeurde dat tijdens de getuigenissen van onder meer de ex-rijkswachters Bihay en Balfroid en de Brusselse substituut Jean-François Godbille. Hun verhaal komt in het rapport zeer afgezwakt aan bod.

Het enige wat de commissie wel meegeeft is dat de Bende-speurders zich misschien best zouden concentreren op de grote bendes (De Staerke, Haemers…) die in de achtig in midden-België actief waren.

Bron » De Tijd | René De Witte

Deskundigen demystificeren debat rond Bende van Nijvel

De rapporten van de deskundigen van de parlementaire onderzoekscommissie-bis over de Bende van Nijvel zwakken bepaalde grieven af, die soms al sinds een decennium over het onderzoek geuit worden. Verscheidene controversiële onderzoeksassen, zoals de betrokkenheid van extreem-rechts en de Roze Balletten mogen van de rapporten terzijde worden geschoven. De experts hopen dat ze aldus het maatschappelijk debat over de Bende van Nijvel gedemystificeerd hebben en dat ze bijdragen tot de rationalisering van het debat.

In tegenstelling tot de geruchten die sinds midden de jaren 1980 blijven circuleren, besluiten de professoren Cyriel Fijnaut en Raf Verstraeten van de Katholieke Universiteit van Leuven dat de mogelijke betrokkenheid van extreem-rechts bij de Bende van Nijvel niet genegeerd werd door de speurders. Volgens de professoren wijst echter geen enkel element erop dat extreem-rechts door middel van een gestructureerde organisatie bij de moorden betrokken was. Andere deuren die door de deskundigen gesloten worden, zijn die van de Roze Balletten, en die van de handel en wandel van bepaalde slachtoffers.

De rapporten, waarvan de pers dinsdagmiddag een samenvatting kreeg, stellen wel vast dat er een controverse blijft bestaan over de rol die voormalige rijkswachters gespeeld zouden hebben en over de mogelijke band tussen de Bende van Nijvel en de moord op FN-ingenieur Juan Mendez. In het dossier over die moord staan de namen van ex-BOB’ers Madani Bouhouche en Robert Beijer.

De Delta-cel en de onderzoekers van Charleroi hebben vanaf 1988 alle aspecten van het extreem-rechts spoor onderzocht. Maar niets concreets wijst erop dat een organisatie als het Front de la Jeunesse of Westland New Post bij de bloedbaden betrokken was. Maar de schaduw van extreem-rechts verdwijnt niet helemaal, aangezien het onderzoek vraagtekens laat over de schietclubs en de activiteiten van bepaalde rijkswachters.

De experts van de KUL besluiten ook dat de stelling die substituut Godbille van het parket van Brussel voor de onderzoekscommissie naar voren schoof, momenteel geen enkele grond heeft. Godbille voerde aan dat de misdaden van de Bende van Nijvel een bloedige uiting van een georganiseerd banditisme zijn, waarvan extreem-rechts een belangrijk onderdeel vormt.

Ballet

Er is nooit aangetoond dat er een band bestaat tussen de Bende van Nijvel en de zogenaamde Roze Balletten, aldus Cyrille Fijnaut en Raf Verstraeten. De onderzoekscommissie ging onder meer na of sommige slachtoffers van de Bende van Nijvel aan dergelijke seksfeestjes hadden deelgenomen of in het bezit waren van video-opnames die bezwarend voor hoogwaardigheidsbekleders waren.

Wel stellen de professoren anomalieën vast in de onderzoeken naar de callgirlnetwerken onder de noemer ‘Montaricourt-Israel-Eurosystem-Hospitalier’. Mogelijke bescherming kan hier niet worden uitgesloten.

Volgens de experts hebben de analyses aangetoond dat het verleden en de persoonlijkheid van de meest controversiële slachtoffers diepgaand onderzocht werden, vooral in Charleroi. ‘Niets wijst erop dat er een verdachte band tussen de slachtoffers en hun moordenaars bestaat’, besluiten ze.
De bewering dat sommige slachtoffers geliquideerd werden om een en ander te camoufleren, is volgens de KUL-experts volkomen uit de lucht gegrepen.

Bron » De Tijd

Onderzoeksrechters maken ruzie tijdens hoorzitting Bende-commissie

Op de laatste dag waarop zij hoorzittingen hield, was de onderzoekscommissie van de Kamer die nagaat wat er is misgelopen in het onderzoek naar de Bende van Nijvel dinsdag getuige van een hoogoplopende ruzie tussen de (ex-)onderzoeksrechters Troch, Lacroix en Hennart. De eerste twee beschuldigden de derde ervan onvoldoende informatie te hebben doorgespeeld over het onderzoek naar de moord op FN-topman Mendez.

Hennart ontkent dat. Ex-onderzoeksrechter Freddy Troch (Dendermonde) en onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix (Charleroi) vermoedden dat er een verband was tussen de Bende van Nijvel en de moord op FN-topman Mendez. In die laatste zaak werden de namen genoemd van de extreem-rechtse rijkswachters Bouhouche en Beijer, die volgens sommigen ook bij de Bende van Nijvel zouden zijn betrokken

Luc Hennart, die als onderzoeksrechter in Nijvel het dossier-Mendez volgde, ontkende de aantijging van zijn oud-collega’s. Volgens hem heerst er een obsessie om alles in verband te brengen met Bouhouche en Beijer. Troch concludeerde uit de problemen in het onderzoek naar de Bende van Nijvel dat er een gestructureerd overleg tussen de verschillende onderzoeksrechters moet komen.

Vóór de middag getuigden de nationale magistraten André Vandoren en Patrick Duinslaeger. Als federale parketmagistraten ‘avant la lettre’, belast met de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, stonden Vandoren en Duinslaeger sinds 1988 in voor de doorstroming en coördinatie van tips en onderzoeksgegevens die het Bende-onderzoek konden aanbelangen. Volgens de getuigen is dit al die jaren ook systematisch gebeurd en werden alle elementen in ‘real time’ overgemaakt aan de bevoegde onderzoeksrechters.

Dat betekende echter niet dat de 23ste ‘nationale brigade’ van de Gerechtelijke Politie, waarover Vandoren en Duinslaeger (als parketmagistraat) toezicht houden, ook systematisch heeft meegewerkt aan het Bende-onderzoek. Hun zogenaamde superspeurders, belast met de bestrijding van het zware banditisme, werden integendeel door de korpschefs vrij snel weggetrokken uit een dossier dat de inzet van de beste mensen vereist(e), zo bevestigden de getuigen.

Volgens hen was deze lacune echter geen kwestie van gebrek aan goede wil, laat staan obstructie, maar vooral een gevolg van de achterhaalde structuur van het korps, de soms gebrekkige coördinatie en samenwerking – lees naijver – tussen de hiërarchisch autonome brigades die elk afzonderlijk worden geconfronteerd met problemen als onderbezetting en hoge werkdruk.

De getuigen bevestigden voorts dat zij – voor zover dat in hun bevoegdheid lag – niet ten volle werden betrokken bij de beraadslaging over de coördinatie- en communicatieproblemen tussen de onderscheiden onderzoekscellen. Meer nog, de beslissing van eind 1990 om het Dendermondse dossier te voegen bij dat van de cel-Jumet, moesten ze vernemen uit de pers.

Voor nogal wat commissarissen was dat een bijkomend bewijs dat de ontlasting van onderzoeksrechter Troch, ten voordele van Lacroix, een van bovenaf opgedrongen manoeuvre was, ‘met minstens een bijsmaak van manipulatie’, zoals Ignace van Belle (VLD) zei. Vandoren en Duynslaeger hielden zich echter wat dit laatste betreft op de vlakte.

Toen de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch in augustus 1990 een ultieme poging ondernam om alsnog tot een gestructureerde samenwerking te komen tussen Charleroi, Nijvel en Jumet, bepleitten de nationale magistraten diens voorstel bij de bevoegde instanties. ‘Norbert Bauwens (procureur-generaal Gent) en het kabinet van minister van Justitie Wathelet leken het toen nog gunstig gezind’, zo stelden de getuigen. Amper twee maanden later was het tij echter gekeerd ‘ten nadele’ van Dendermonde en hadden Bauwens en zijn collega Demanet van Charleroi het op een akkoord gegooid.

De huidige leider van het Bende-onderzoek liet dinsdag een en ander veeleer gelaten over zich gaan. Misschien noodgedwongen omdat Lacroix nog dag aan dag geconfronteerd wordt met de opdracht de daders van 28 moorden te ontmaskeren en daarbij gebonden is door het onderzoeksgeheim. Hij herhaalde wel nog hoop te koesteren. Niet zozeer in de richting Bouhouche-Beyer. Maar er bestaat volgens Lacroix wel degelijk nog een ‘ultieme’ kans om de tientallen namen die momenteel worden geplakt op de nieuwe robotfoto’s, te toetsen aan de resultaten van het DNA-onderzoek.

Bron » De Tijd

Militaire veiligheid zocht niet naar Bende van Nijvel

De militaire veiligheidsdiensten (ADIV) voerden nooit rechtstreeks onderzoek naar een mogelijke betrokkenheid van extreem-rechtse kringen bij de moorden van de Bende van Nijvel. Ook binnen de AGG, de Antiterroristische Gemengde Groep (militaire- en staatsveiligheid plus gerecht), opgericht ten tijde van de CCC-aanslagen medio de jaren tachtig, werd deze hypothese door de veiligheidsdiensten nooit onderzocht. En behoudens enkele punctuele onderzoeken, werd er geen aandacht besteed aan rijkswachters met extreem-rechtse sympathieën. Een onbegrijpelijke lacune vermits de Bende-terreur heel wat kenmerken had van een samenzwering tegen de staat.

Een lacune in het onderzoek, tot deze conclusie kwamen vrijdag de leden van de tweede Bende-commissie, na het horen van de generaal-majoors Georis en Simons, de gewezen en de huidige commandanten van de militaire veiligheid. De twee militairen werden er ook gehoord over de aanvankelijk stroeve relaties van de veiligheidsdienst met de onderzoekscommissie – betrekkingen die intussen zijn opgeklaard – en een duister verhaal rond de vernietigingen van (mogelijk) gevoelige archieven van de Brusselse gerechtelijke politie.

Dat de militaire veiligheid in de jaren tachtig niet uit eigen beweging de extreem-rechtse hypothese onderzocht, weten beide getuigen in de eerste plaats toe te schrijven aan het feit dat hun dienst zich vooral inlaat met militaire onderwerpen. Vermits de CCC destijds ook militaire doelwitten had, lag het voor de hand dat ADIV bij dit onderzoek werd betrokken. Beide getuigen moesten echter toegeven dat achteraf gezien ook een gericht onderzoek naar de extreem-rechtse hypothese aangewezen was geweest.

Op de vraag waarom dat niet gebeurde, bleven ze het antwoord schuldig. ‘Dat kunnen enkel onze voorgangers weten’, zo luidde het. En van die gewezen chefs zal de Bende-commissie ook moeten vernemen waarom bijvoorbeeld geen aandacht werd besteed aan figuren als een Amory, Bouhouche, Lekeu, gewezen rijkswachters uit de tijd dat het korps nog niet gedemilitariseerd was. ‘Dergelijke onderzoeken behoorden niet tot de routineopdrachten van de dienst,’ zo meenden de getuigen enkel te weten.

Dit laatste neemt niet weg dat ADIV een aantal individuele dossiers over rijkswachters en andere militairen met onfrisse ideeën opstelde. Dossiers die indirect kunnen gelinkt worden aan het Bende-onderzoek. Aanvankelijk werden die evenwel niet spontaan overgemaakt toen de Bende-commissie er eind vorig jaar om verzocht. Een misverstand dat intussen, ‘in alle openheid’ werd rechtgezet, zo bleek vrijdag. ‘Mits er garanties kwamen voor het respect van de privacy zijn al onze dossiers ter beschikking van het parlement gesteld’, zo verzekerde generaal Simons desgevraagd.

De twee generaals poogden tenslotte nog een sluitend antwoord te geven op de vraag waarom hun dienst eind ’95 – op verzoek van de Brusselse gerechtelijke politie – drie kubieke meter archieven met documentatie over extreem-rechts en het (toen nog niet afgesloten) CCC-onderzoek had vernietigd. Een klus die helemaal niet tot de routineopdrachten van ADIV behoort, wat uiteraard vragen oproept bij de leden van de Bende-commissie. Volgens Georis en Simons was heel deze ‘duistere’ zaak louter te herleiden tot een soort vriendendienst omdat de Brusselse gerechtelijke politie niet beschikte over de infrastructuur om haar ‘dubbels’ te vernietigen. Uiteraard werden uit deze documentatie inlichtingen gelicht die ADIV konden interesseren, maar dat gebeurde in afspraak met de hoofdcommissaris.

Bron » De Tijd