20 jaar na de Witte Mars: “Wit zal onze kleur zijn, het symbool van onze vermoorde kinderen”

Morgen is het precies 20 jaar geleden dat de Witte Mars door Brussel trok. Meer dan 300.000 Belgen gaven na de arrestatie van Marc Dutroux het signaal dat ze geen vertrouwen hadden in het Belgische gerecht.

Midden augustus 1996, werd Marc Dutroux opgepakt en werden Sabine Dardenne en Laetitia Delhez bevrijd uit de kelder van het horrorhuis in Marcinelle. Toen aan het licht kwam dat hij ook verantwoordelijk was voor de ontvoering en de dood van Julie Lejeune, Mélissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks, barstte de bom. De druppel die de emmer deed overlopen was het Spaghetti-arrest. Daarbij werd onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van het onderzoek gehaald omdat hij aanwezig was op een benefietavond voor de vermiste kinderen. Dat was volgens het Hof van Cassatie een schijn van partijdigheid.

De Belgische bevolking was haar vertrouwen in justitie definitief kwijt. Op 20 oktober 1996 om 14 uur vertrok de Witte Mars aan het Brusselse Noordstation, een van de grootste betogingen in de naoorlogse geschiedenis. Het werd een mars zonder politieke slogans, zonder geweld, zonder pamfletten. “Wit zal onze kleur zijn, het symbool van onze beschadigde en vermoorde kinderen, van de verraden onschuld, maar ook van geweldloosheid”, was de boodschap van de initiatiefnemers.

Golf van solidariteit

Paul Marchal herinnert zich de golf van solidariteit van de duizenden anonieme mensen. “We werden overstelpt met duizend ruikers witte bloemen. Ik had het gevoel dat ik An met me meedroeg, zoveel wogen die bloemstukken. Maar ze gaven me tegelijk moed. Ik stond niet alleen.” Toen Marchal de bloemen op het graf van zijn vermoordde dochter ging leggen, vond hij een wit servet met een boodschap van steun. “20 jaar later grijpt me dat nog steeds aan.”

Van zijn politieke uitstap heeft Marchel wel spijt. Hij richtte de Partij voor een Nieuwe Politiek in België op. Daarmee zette hij zich af tegen de klassieke politiek, die in zijn ogen gefaald had. “Ik was veel te naïef en was er niet op voorbereid dat er ook mensen met slechte bedoelingen zouden afkomen op die partij.” Na de flop bij de verkiezingen van 1999 werd de partij opgedoekt. De vzw An, die druk kon uitoefenen op de politiek om mishandelde kinderen een betere behandeling te geven, werd wel een succes. “Daarmee hebben we stenen verlegd in de behandeling van jeugddossiers.”

Vertrouwen in justitie nooit helemaal hersteld

Volgens criminoloog Brice De Ruyver (UGent), was de druk op politici nooit eerder zo groot. “Ze moesten wel met resultaten komen om het vertrouwen in de politiek te herstellen.” De politiehervorming was een succes, net zoals de oprichting van Child Focus, 2 jaar na de Witte Mars. “De druk zorgde ervoor dat in de parlementaire onderzoekscommissie politici boven partijpolitieke verhoudingen gingen staan. Het gevoel dat ze niet mochten falen heerste”, zegt De Ruyver.

Het vertrouwen in de politie was in 2002 helemaal hersteld, volgens een onderzoek van Binnenlandse Zaken. Justitie gaat echter tot op vandaag nog steeds gebukt onder het wantrouwen van de Belgische bevolking.

Bron » De Morgen

De erfenis van de zaak-Dutroux

Dag op dag 20 jaar geleden werd Marc Dutroux opgepakt. Ons land beleefde in 1996 de meest tumultueuze zomer ooit. De schokgolf die toen door België ging, heeft hervormingen in gang gezet die voordien onmogelijk bleken te zijn.

Dag op dag 20 jaar geleden werd Marc Dutroux opgepakt. Twee dagen later sprak hij de onvergetelijke woorden “Ik ga u twee meisjes geven” uit aan de speurders. Sabine en Laetitia werden levend uit het gruwelhuis in Marcinelle gehaald, maar de volksvreugde sloeg snel om toen de lichamen van Julie en Melissa en later die van An en Eefje werden terug gevonden. Ons land beleefde in 1996 de meest tumultueuze zomer ooit.

Samen met de gruwel van de feiten werden ook de fouten in het onderzoek naar de verdwenen meisjes pijnlijk duidelijk. Dutroux bleek al eerder veroordeeld te zijn voor de ontvoering en verkrachting van minderjarige meisjes. Toch kon hij vervroegd vrijkomen en pleegde hij nieuwe wreedheden zonder dat de politie hem onmiddellijk in het vizier kreeg.

De volkswoede was groot en resulteerde in een witte mensenmassa die door de straten van Brussel trok. De eis: drastische hervormingen bij politie en justitie. En die komen er. De schokgolf die in 1996 door België ging, heeft hervormingen in gang gezet die voordien onmogelijk bleken te zijn.

Vlak na de Witte Mars startte de parlementaire onderzoekscommissie-Dutroux aan haar zware taak om de fouten bij politie en justitie bloot te leggen. De commissie vroeg drastische hervormingen, maar om die ook echt doorgedrukt te krijgen, leek er opnieuw een externe factor nodig te zijn: de ontsnapping van Marc Dutroux in 1998. Een nieuw dieptepunt in de zaak-Dutroux wordt bereikt, maar dit blijkt achteraf ook de echte katalysator geweest te zijn voor diepgaande hervormingen.

Meerderheid én oppositie sluiten in 1998 samen de Octopusakkoorden af, die politie én justitie grondig zullen veranderen.

Het einde van de Rijkswacht

Zonder twijfel het meest verregaande gevolg van dit akkoord is de politiehervorming. Dat er in ons land decennialang een guerre des polices woedde, was een publiek geheim. Al in 1990 stond in het verslag van de eerste parlementaire onderzoekscommissie naar De Bende van Nijvel: “De rivaliteit tussen de politiekorpsen is dusdanig dat er kan worden gesproken van een echte politieoorlog”.

En ook uit de hoorzittingen van de commissie-Dutroux blijkt dat de concurrentiestrijd tussen de Rijkswacht en de gerechtelijke politie in hevigheid niet is afgenomen. De verschillende politiediensten hadden tijdens het onderzoek naar de verdwenen meisjes te weinig informatie aan mekaar door gegeven.

Maar wat jarenlang onmogelijk was, kon door een boswandeling opeens wel: het onderscheid tussen Rijkswacht, Gemeentepolitie en Gerechtelijke Politie verdwijnt. De drieledige organisatie van het politiewezen maakt plaats voor één politiekorps op 2 niveaus: de federale politie en de lokale politiezones.

Bijna vijftien jaar na het doorvoeren van de herstructurering is de algemene teneur dat het model werkt. De basisstructuur zit goed en de informatiedoorstroming is zeker verbeterd.

Maar sinds de aanslagen in Parijs klinken de kritische stemmen over een gebrek aan informatie-uitwisseling weer luider. Zo stelde het Comité P, dat de politiediensten in ons land controleert, vragen naar de manier waarop de informatie over de terreurverdachten van de Brusselse federale politie naar de diverse lokale politiediensten is verspreid.

Niet meer vrij met één pennentrek

Maar ook aan de takken van de justitieboom werd grondig geschud. Er worden Commissies Voorwaardelijke Invrijheidsstelling opgericht, die we vandaag kennen als Strafuitvoeringsrechtbanken. Marc Dutroux was destijds door een beslissing van de minister van Justitie voorwaardelijk vrijgelaten.

Die beslissingsbevoegdheid wordt weg genomen van de minister en in handen gelegd van een onafhankelijke strafuitvoeringsrechtbank. De rechters van zo’n strafuitvoeringsrechtbank kunnen op basis van objectieve informatie inschatten of een veroordeelde klaar is om vervroegd terug te keren naar de maatschappij.

Meer rechten voor slachtoffers

De plaats van de slachtoffers zal na de zaak-Dutroux nooit meer dezelfde zijn. Ze kregen nieuwe rechten in de wet-Franchimont waardoor ze beter op de hoogte gehouden worden van hoe het gerechtelijk onderzoek verloopt. Zo kunnen burgerlijke partijen het strafdossier inkijken en kunnen ze vragen dat er bijkomend onderzoek wordt verricht.

De Justitiehuizen worden opgericht om mensen beter door het ingewikkelde gerechtelijk apparaat te loodsen en ook bij de lokale politie en bij het parket worden diensten voor slachtofferhulp ingevoerd. De Cel Vermiste Personen werd opgericht nog tijdens de zaak-Dutroux en sinds 1998 zet Child Focus zich in voor verdwijningen van minderjarigen. Een goede begeleiding en omkadering van slachtoffers is onder andere dankzij de jarenlange strijd van de ouders van de verdwenen en vermoorde meisjes de na te streven norm geworden.

Exit politieke benoemingen

Een ander nieuw orgaan is de Hoge Raad voor de Justitie. Politieke benoemingen moesten weg uit het justitieapparaat en dat is meteen de belangrijkste taak van de Hoge Raad: rechters op een professionele, apolitieke manier selecteren.

Vandaag kan niemand nog magistraat worden zonder te slagen voor de examens van de Hoge Raad. Die Raad is onafhankelijk van de uitvoerende én de rechterlijke macht en voert dus een externe controle uit op rechtbanken en magistraten. De band met de politiek is dus officieel doorgeknipt, maar in de praktijk valt te horen dat de politieke kleur van de leden niet helemaal weg is.

Federaal parket

Ook het federaal parket, dat vandaag bijna uitsluitend in het nieuws komt door terrorismedossiers, werd opgericht in de nasleep van de Dutroux-affaire. Die had duidelijk gemaakt dat misdrijven die zich over de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen of zelfs de landsgrenzen heen uitstrekten een blinde vlek vormden. Het federaal parket kan daarom sinds 2002 complexere, grensoverschrijdende dossiers van zware criminaliteit naar zich toe trekken.

Ook Michelle Martin heeft een hervorming op haar naam staan

Op 28 augustus 2012 is het land weer even te klein: Michelle Martin, de ex van Marc Dutroux die 30 jaar kreeg, komt voorwaardelijk vrij.

De ironie wil dat dit een gevolg is van de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank, een orgaan dat in het leven werd geroepen na de zaak-Dutroux. De strafuitvoeringsrechtbank mag met deze beslissing de woede van de natie over zich heen gekregen hebben, haar onafhankelijkheid staat sindsdien als een paal boven water.

Dat een minister veel minder bestand lijkt te zijn tegen de publieke opinie blijkt later. Minister van Justitie Annemie Turtelboom herschrijft heel het systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Zo zal iemand die tot dertig jaar of levenslang is veroordeeld voortaan de helft van zijn straf moeten uitzitten voor hij vervroegd kan vrij komen. Voor Michelle Martin was dat nog een derde van de straf.

Losse eindjes

Vooral het gerechtelijke luik van de hervormingsplannen na de zaak-Dutroux bleef wat steken in goede bedoelingen. Ook de rechtbanken en de strafprocedure moesten ingrijpend veranderd worden, maar sommige van die plannen zijn tot op vandaag niet gerealiseerd.

Zo was het na de zaak-Dutroux de bedoeling om een soort eenheidsrechtbank te creëren die de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank en rechtbank van eerste aanleg zou groeperen. Dat plan bestaat nog steeds, maar verder dan de aankondiging van een proefproject is de huidige minister van Justitie nog niet geraakt.

Een einde aan de versnippering van het gerechtelijk apparaat met zijn 27 gerechtelijke arrondissementen kwam er wel in 2014. Het was Annemie Turtelboom die er in slaagde tot een schaalvergroting te komen met nog maar 12 gerechtelijke arrondissementen. Magistraten krijgen ook eindelijk de “horizontale mobiliteit” die al in de Octopusakkoorden van 1998 werd aangekondigd. Vandaag kunnen ze zich dan ook specialiseren in bepaalde domeinen, zoals bijvoorbeeld milieurecht, fiscaal recht, …

Ten slotte was het ook de bedoeling de volledige strafprocedure te herbekijken en het Wetboek van Strafvordering te herschrijven. Minister Geens is er vandaag nog mee bezig en wil er tegen 2018 mee klaar zijn. Totnutoe heeft zowat elke minister van Justitie zijn of haar tanden stuk gebeten op dat taaie wetboek uit 1808.

Bron » VRT Nieuws | Liesbeth Indeherberge

“Dat de zaak Dutroux zo diep in de ziel van een land kerfde, kwam door de confrontatie met de onmacht van de instanties die geacht werden de inwoners te beschermen”

Sommige gebeurtenissen wil men nooit vergeten, sommige kan men nooit vergeten. Voor de jongste generatie is het dossier Dutroux een van de gruwelen van lang gelegen, toen er – gelukkig misschien – nog geen sociale media bestonden.

Iedereen die midden jaren 90 zelfs nog maar kind was, heeft in die periode ervaren hoe ingrijpend de daden van de bende rond Dutroux het leven en denken van mensen en het functioneren van het land hebben veranderd. Dutroux gaf het kwade letterlijk een gezicht. Zijn onbewogenheid, zijn kille machinatie en drang om te manipuleren, deden het land collectief huiveren.

Bijna twintig jaar geleden, in de nacht van 22 op 23 augustus, verdwenen An Marchal en Eefje Lambrecks na een avondje uit in Oostende. Uiteindelijk werden ze begraven teruggevonden op een domein dat behoorde aan Dutroux. Eerder al waren de twee Waalse jonge meisjes, Julie Lejeune en Mélissa Russo, ontvoerd. Hun lot was gruwelijk, zo kwam aan het licht. Ze verhongerden uiteindelijk – mede door toedoen van Michèle Martin – in een door Dutroux zelfgemaakte kelder. Twee andere meisjes, Laetitia Delhez en Sabine Dardenne, konden worden bevrijd.

Dat de zaak Dutroux zo diep in de ziel van een land kerfde, kwam door de confrontatie met de onmacht van de instanties die geacht werden de inwoners te beschermen: rijkswacht, politie, het hele justitieapparaat. Het was veel meer dan onmacht. Nooit werd een lijst blunders zo aan elkaar geregen, nooit werden zo veel rookgordijnen opgetrokken, nooit werd week na week incompetentie zo schrijnend blootgelegd, ten koste van jonge levens.

Het ging van kwaad naar erger toen de integere onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte met een hemeltergende advocatensmoes – het eten van een bord spaghetti – van het onderzoek werd gehaald door procureur-generaal Eliane Liekendael. Die afzetting kwam er kort na een geruchtmakende uitspraak van openbaar aanklager Bourlet: “Si on me laisse faire.”

De achterdocht was compleet en mondde uit in de Witte Mars, met 300.000 betogers. Het land schudde en beefde, de reputatie van België lag aan diggelen. Twintig jaar later kan nog steeds geen echte balans worden opgemaakt. Het enige lichtpunt is dat kindermisbruik niet meer tot het rijk der onzichtbaarheid behoort.

Meer en meer scheurde de façade open, onder meer die van de katholieke kerk. Onder impuls van vader Lejeune werd Child Focus opgericht, als respons op de lankmoedigheid waarop de instanties op verdwijningen reageerden. Een moedige daad van een getroffen ouder die nog steeds resultaat oplevert.

Twintig jaar later is het tijd om stil te staan bij het nooit vergane verdriet van die ouders. We leven mee met ouders wiens kinderen zijn verongelukt, door pech, door onoplettendheid, zelfs door roekeloos gedrag of dronkenschap van anderen. Zij hebben nog een heel klein beetje troost achteraf: de wreedheid was niet gepland.

De ouders van de slachtoffers van Dutroux hebben niets, enkel zichzelf, om zich dagelijks aan op te trekken. Toch hebben ze al die jaren geprobeerd voort te leven, als burgers van een land dat hen zo in de steek heeft gelaten en nog steeds in de steek laat. Ze zijn blijven strijden voor de nagedachtenis, voor rechtvaardigheid, om te begrijpen wat niet te begrijpen valt. Maar misschien is het ergste, ook na twintig jaar, het waarom en het besef dat de onderste steen niet naar boven is gekomen.

Bron » Gazet van Antwerpen

“In de zaak-Dutroux heb ik de hel van dichtbij gezien”

Sinds maandag is onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte (67) met pensioen. Ook in de donkerste jaren voor de Belgische justitie probeerde hij klaar te kijken. “Maar de zaak-Dutroux, dat was ongezien. Niemand kon daarop voorbereid zijn.”

Hij zal wel voor altijd herinnerd worden als de onderzoeksrechter uit Neufchâteau die op 15 augustus 1996 in Marcinelle twee meisjes, Sabine en Laetitia, levend uit de kooi van Marc Dutroux bevrijdde. De vreugde toen was enorm. De dankbaarheid tegenover Jean-Marc Connerotte immens. Maar de vreugde sloeg al snel om in verbijstering en verdriet. Want Connerotte ontdekte in de dagen nadien ook de andere verdwenen meisjes, Julie, Melissa, An en Eefje. Ze waren dood. Vermoord.

Connerotte en de zijnen moesten de kinderen uit de putten halen waar Dutroux ze begraven had. Het zou het begin zijn van een nachtmerrie waarin de ene tekortkoming in het onderzoek na de andere aan het licht kwam. Pas in juni 2004, na het assisenproces waarop Dutroux veroordeeld werd tot levenslang, kwam er een eind aan.

Voor de zaak-Dutroux had Jean-Marc Connerotte ook al een doorbraak gecreëerd in een ander historisch misdaaddossier: dat van de moord op minister van Staat André Cools (PS), in 1991. In de marge van een onderzoek naar gestolen aandelen kwam hij in 1993 te weten dat de moordenaars gezocht moesten worden op het kabinet van de toenmalige staatssecretaris Alain Van der Biest (PS). De opdrachtgevers van de moord werden in januari 2004 veroordeeld.

Twee iconische zaken uit de Belgische geschiedenis werden opgelost door dezelfde onderzoeksrechter. En toch is de held Connerotte vooral ook een tragische ­antiheld geweest. Op 14 oktober 1996 werd hij door het Hof van Cassatie van het onderzoek-Dutroux gehaald, nadat hij naar een spaghetti-avond was geweest ten voordele van Laetitia Delhez.

Connerotte had op het feestje een pen aangenomen, hem door de organisatoren aangeboden uit dankbaarheid. Zo had hij – aldus Cassatie – zijn objectiviteit geschonden. Meer dan 300.000 mensen betoogden in Brussel als steun voor de gewraakte onderzoeksrechter, maar het kon niet baten. Connerotte moest het onderzoek afgeven aan zijn collega Jacques Langlois.

En ook in het onderzoek-Cools liep het slecht af. Daar moest Connerotte in 1994 na een veelbesproken ‘guerre des juges’ zijn onderzoek doorschuiven naar zijn Luikse collega Véronique Ancia, die eerst niet geloofde in de piste die Connerotte had aangereikt. Ten onrechte, bleek later.

Sinds vorige maandag is Lucky Luke, zoals Jean-Marc Connerotte (67) in Aarlen en Neufchateau genoemd wordt, met pensioen. Tot zijn laatste dag was hij aan de slag als onderzoeksrechter. Tot zijn 67ste, langer mag niet.

Op zijn laatste werkdag, 13 juli, maakte de rechter nog tijd voor een gesprek met De Standaard. In zijn kantoor in het justitiepaleis in Aarlen, vlak boven de asssisenzaal waar Marc Dutroux, Michelle Martin, Michel Lelièvre en Michel Nihoul elf jaar geleden terechtstonden. Symbolischer kan haast niet.

Hij is in een opperbeste stemming. Dat vloekt een beetje met zijn imago van man die soms het leed van de hele wereld op zijn schouders leek te torsen. “Dat is fout, zo fout. Er is niemand die liever grapt en grolt dan ik.”

Connerotte heeft nooit eerder interviews gegeven. “Dat hoort niet. De plaats van een onderzoeksrechter is in de schaduw. Ver weg van de media. Ik heb ja gezegd tegen u omdat ik met pensioen ga. Eén keer en dan nooit meer.”

Connerotte waarschuwt vooraf. “Ik wil niet in polemiek gaan. Niet over de zaak-Dutroux en niet over de zaak-Cools. Wat toen beslist is, is beslist – ik leg me neer bij de rechtbanken. Ik heb een veel te groot respect voor het instituut waarvoor ik 29 jaar heb gewerkt om dat in twijfel te treken. Bitter ben ik niet, nee. Ik ben het even geweest na de zaak-Dutroux, maar dat heeft niet lang geduurd.”

Wat hebt u gedaan op uw laatste dag in dienst van Justitie?

“Zopas heb ik nog een internationaal aanhoudingsbevel uitgeschreven. Mijn allerlaatste daad als onderzoeksrechter waarmee ik een reeks van 2.400 dossiers afsluit die ik de voorbije 29 jaar als magistraat heb behandeld. Ik heb ze de voorbije week eens geteld. (lacht) En ik heb geluncht met mijn collega Jacques Langlois, die net terug is uit vakantie en mijn wacht overneemt.”

Het was Langlois die in oktober 1996 de zaak-Dutroux van u overnam. Hij werd algemeen beschouwd als de man die niet geloofde in een netwerk achter de zaak-Dutroux. Terwijl u daar wel in zou hebben geloofd.

“Langlois is de tweede onderzoeksrechter in Aarlen. We zijn samen van Neufchâteau naar hier gekomen, toen de onderzoekskabinetten daar werden afgeschaft. Voor de zaak-Dutroux was er al wederzijdse appreciatie, daarna zijn we vrienden geworden. Dat dossier is zwaar geweest, zowel voor hem als voor mij. Er zijn toen banden gesmeed die niet meer kapotgaan.”

“Wij zijn trouwens nooit vijanden geweest. Dat was perceptie, de spiegel van de media die alles vervormde. Ook een vorm van druk waarmee je in die periode als onderzoeksrechter moest zien om te gaan. Dat Langlois en ik niet door een deur konden, is een mythe. Eén van de vele.”

U bent altijd onderzoeksrechter geweest. Wat trok u zo aan in die job?

“Het werk op het terrein, het menselijke contact met verdachten, slachtoffers, politie. Het proberen te begrijpen wat de elementen voor en tegen een verdachte zijn, alvorens hem te beoordelen en eventueel aan te houden. De onafhankelijkheid en de neutraliteit ook. Het is een belangrijke functie. Het verontrust me dat er meer en meer stemmen opgaan om ze af te schaffen.”

U hebt de zaak-Dutroux én de zaak-Cools op uw bord gekregen. Naast het onderzoek naar de Bende van Nijvel zijn dat de belangrijkste gerechte­lijke onderzoeken van na de Tweede Wereldoorlog.

“Ik heb u daarnet gezegd dat ik 2.400 zaken heb behandeld. Daarvan zijn er twee zeer gemediatiseerd. Maar al die andere hebben evenveel van mijn aandacht gekregen.”

“Dat ik Dutroux én Cools heb onderzocht, is toeval – niet meer dan dat. Toen Laetitia Delhez hier vlakbij in Bertrix ontvoerd werd, was ik net van wacht. En dat was ook zo toen de kwestie van de gestolen aandelen in de zaak-Cools kwam bovendrijven. Maar het is inderdaad niet meteen het soort onderzoeken dat je verwacht als je onderzoeksrechter wordt in Neufchâteau.”

Herinnert u zich nog de eerste dagen van de zaak-Dutroux: van 9 augustus 1996, de dag dat Laetitia Delhez verdween in Bertrix, tot 15 augustus, de dag dat Sabine en Laetitia bevrijd werden?

“Ik was van wacht, het was weekend. Procureur Michel Bourlet van Neufchâteau telefoneerde me dat er een onrustwekkende verdwijning was. Meteen hebben we een vergadering belegd, de dag nadien nog één. Het was politiewerk van een team waarin ik een schakel was. En dat heeft uiteindelijk een stuk van de nummerplaat van Dutroux opgeleverd. Na enkele lange dagen hebben we dan twee meisjes gevonden. De rest is geschiedenis. Een bijzonder emotioneel moment. Eigenlijk wil ik daar niet over praten.”

“Als dit dossier één ding bij mij oproept, dan is het wel een gevoel van nederigheid. Dat is zo bij al diegenen die erbij betrokken waren. Laten we vooral niet te hoog van de toren blazen.”

Bent u er dan niet ergens fier op dat u Marc Dutroux hebt kunnen pakken?

“Als Martine Doutrèwe (de onderzoeksrechter die zich vanaf 1995 in Luik bezighield met de verdwijning van Julie en Melissa, red.) in handen zou gehad hebben wat ik had, dan had ze de kinderen vroeger gevonden. Daar ben ik zeker van. Maar zij wist niet dat de rijkswacht een geheim dossier, met de codenaam Othello, had aangelegd over Dutroux. (Daarin hadden informanten onder meer verteld dat Dutroux bergplaatsen inrichtte om kinderen te verstoppen. De rijkswacht had die info niet gedeeld met andere diensten, red.) Daarom ben ik ook gereserveerd. Ik kan wel lopen opscheppen over hoe geslaagd ons onderzoek was, maar een andere onderzoeksrechter heeft daar een zware prijs voor betaald.”

“Dat is het ergste wat een onderzoeksrechter kan meemaken: dat er informatie wordt achtergehouden in een zaak waar kinderen bij betrokken zijn. Ik had nooit gedacht dat zoiets zou kunnen, onvoorstelbaar, menselijk én professioneel. Na de hervorming van de politie zou zoiets niet meer kunnen, een dossier-Othello. Of ben ik nu naïef? Want als mensen niet wíllen samenwerken, blijft er natuurlijk een probleem. Geen enkel systeem is perfect.”

“Maar om op uw vraag terug te komen: de zaak-Dutroux is niet iets om fier op te zijn. Veel te verschrikkelijk al die miserie.”

De zaak-Dutroux heeft veel menselijke schade aangericht, op heel wat vlakken.

“Het was een nooit gezien crimineel dossier. Met een modus operandi die we niet kenden, ons zelfs niet konden voorstellen. Niemand kon daarop voorbereid zijn.”

“In de zaak-Dutroux heb ik de hel van dichtbij gezien. Het allerergste. Ik was daar niet klaar voor. Geen enkele rechter zou daarop voorbereid zijn. Het is bijna surrealistisch wat er gebeurd is. Maar het is zo.”

Voelt u zichzelf deels slacht­offer? Ook rond uw persoon is veel commotie geweest.

“Ik ben helemaal geen slachtoffer. Ik noem mezelf eerder bevoorrecht, net omdat ik er zo goed ben doorgekomen. De slachtoffers, dat zijn in de eerste plaats de kinderen en hun nabestaanden, maar ook Martine Doutrèwe en René Michaux. Veel meer kan en wil ik daar niet meer over zeggen. (Doutrèwe werd zwaar aangepakt in de parlementaire onderzoekscommissie. Ze leed op dat moment al aan kanker en stierf in 1999, op 42-jarige leeftijd. Rijkswachter René Michaux deed in 1995 een huiszoeking bij Dutroux, maar vond Julie en Melissa niet. Ook hij werd daar achteraf zwaar op afgerekend. Ook hij is intussen gestorven, red.)”

Hebt u spijt van dingen die u zelf gedaan hebt in het dossier?

“Die 0800-lijn waarop mensen aangifte konden doen van pedofiele feiten, de veelbesproken kliklijn, was een vergissing. (Via die lijn kwamen 3.000 aangiftes binnen, de meeste waren laster, red.) We hadden dat ook slecht voorbereid. Maar het was een vergissing die we gemaakt hebben met de best mogelijke intenties. Ik neem er de volle verantwoordelijkheid voor. Voor het overige heb ik van niets spijt in dit dossier.”

Ook niet van uw aanwezigheid op het spaghettifeest ten voordele van Laetitia Delhez? Op 14 oktober 1996 heeft dat tot uw wraking als onderzoeks­rechter geleid.

“Ook dat moet je in zijn context zien. We zaten toen in een rollercoaster. De druk op ons was enorm. Toen ik uitgenodigd werd op dat spaghettifeest, was ik doodmoe. Ik heb naar procureur Bourlet gebeld en we zijn gegaan. Verder hebben we daar niet over nagedacht. Het stond in de sterren geschreven, zullen sommigen zeggen. Maar ik wil daar geen polemiek over voeren. Ook in wat toen gebeurd is, neem ik de volle verantwoordelijkheid. J’assume, zeggen ze in het Frans.”

“Het is Julien Pierre, de toenmalige advocaat van Dutroux die naar Cassatie gestapt is om me te wraken. Die heeft zijn werk gedaan, als advocaat. Ik heb hem nog vaak gezien achteraf. Er is geen wrok tussen ons.”

Niet lang daarna stonden in Brussel 300.000 mensen op straat met één boodschap: “Wij willen Connerotte. Al de rest is rot”.

“Wat uiteraard niet klopte. Maar dat was de emotie, zo was het klimaat die dagen. Ik vond die reactie van de mensen erg verrassend. Eigen aan België ook. Zou dat in een ander land in die mate gebeurd zijn? Ik denk het niet.”

Hebt u nog contact gehad met nabestaanden van de slachtoffers?

“Nee, ik heb me na afloop van de zaak teruggetrokken in mijn familiale en professionele leven. Vooral bij mijn vrouw heb ik veel steun gevonden. Ons huwelijk is zwaar op de proef gesteld in die tijd. Je moet stevig in je schoenen staan om in zo’n extreme context niet paranoïde te worden. Het is de eenzaamheid die u doodt. Kent u die uitspraak? In die periode heb ik momenten van diepe eenzaamheid gekend, maar gelukkig waren het slechts momenten.”

Nog even terug naar dat andere ophefmakende dossier begin ­jaren 90, dat van de moord op PS-voorzitter André Cools. Hoe kwam dat toen aan?

“Dat heeft me ook geraakt, maar dan om heel andere redenen dan de zaak-Dutroux. Met Cools zaten we in het hart van het Waalse politieke establishment. Dankzij een dossier van gestolen aandelen waarin dezelfde mensen opdoken als bij de moord op Cools, hebben we elementen verkregen die tot de oplossing hebben geleid. Maar ik mag daar eigenlijk niet over praten; er zijn twee veroordeelden die allicht een nieuw proces krijgen. (Richard Taxquet en Domeninco Castellino, om diverse procedureredenen, red.)”

Dat moet u toch plezier gedaan hebben, want het spoor waarop u en uw onderzoekers zaten, werd jarenlang weg­gelachen. Onder meer door het gerecht in Luik.

“Dat ons spoor het juiste bleek te zijn, was bevredigend. Dat zal ik niet ontkennen.”

Ter afronding. Hoe ziet u de toekomst van Justitie?

“Ik ben ongerust. Eerder al zei ik dat ik het grondig oneens ben met de stemmen die ervoor pleiten om de functie van onderzoeksrechter af te schaffen. Hun argument is dat het veel efficiënter zou zijn om onderzoeken door het parket te laten voeren. Wat niet klopt. Geef meer middelen aan de onderzoeksrechters en het komt ook in orde.”

“Maar daar ligt natuurlijk het probleem: er is geen geld meer voor justitie. We maken de erosie mee van de openbare diensten die de rechtsstaat in stand houden. Het instrument dat we indertijd gecreëerd hebben om de samenleving in goede banen te leiden, verliest steeds meer invloed en macht.”

“De strijd tegen de fiscale fraude is het beste voorbeeld. Er worden Europese wetten gestemd die fraude mogelijk maken, zelfs legaliseren. Dat noemt men dan belastingsoptimalisatie. Maar het is de staat die daar het grootste slachtoffer van wordt.”

“België verliest miljarden euro per jaar aan fraude en justitie heeft niet de middelen om daar iets tegen te doen. Als we al maar een deel van dat fraudegeld in de rechtsstaat zouden kunnen investeren… Michel Rocard, eerste minister onder Mitterrand, heeft met Suicide de l’Occident, suicide de l’humanité? een mooi boek geschreven over de almacht van de financiële wereld. Als we niet snel meer regels opleggen, stevenen we recht op een muur af. Kijk naar wat in Griekenland gebeurt. Dat is een shakespeareaans drama.”

Wat gaat u doen na uw pen­sioen? Een boek schrijven?

“Nee, of toch niet over mijn dossiers. Misschien schrijf ik wel een roman – ik heb een diploma Literatuur. En ik ga weer lezen. Dat heb ik veel te weinig gedaan de voorbije jaren.”

“Ik ben wel een beetje bang van het zwarte gat. Maar ik heb mijn familie. Met mijn kleinkind van 3 bezig zijn, doet me veel deugd. Ik ben ook veel meer beschikbaar voor mijn eigen dochter. Er is een gezegde in het Frans: l’homme ne vieillit pas, il murît – een man wordt niet ouder, maar rijper. Ik hoop dat dat ook voor mij geldt.”

Bron » De Standaard

Witte Mars precies 15 jaar geleden

Het is vandaag exact 15 jaar geleden dat de Witte Mars door de straten van Brussel trok. Meer dan 300.000 mensen stapten toen mee om hun steun te betuigen met de slachtoffers van Marc Dutroux. Ook Sabine Dardenne en Laetitia Delhez, die uit de kelder van Dutroux bevrijd konden worden, waren aanwezig.

Het gaat nog altijd om één van de grootste betogingen in de Belgische geschiedenis. De Witte Mars vond plaats na de arrestatie van Marc Dutroux.

“We hadden geen idee wat de impact van onze oproep zou zijn, maar dat is zo fantastisch geweest. Tot op vandaag koesteren wij die herinneringen”, zegt Betty Marchal, moeder van de vermoorde An. “De betekenis van de Witte Mars is dat de mens in de straat niet meer akkoord gaat met het reilen en zeilen van politie en justitie in ons land.”

Bron » Gazet van Antwerpen