“Nieuw boek Michel Nihoul wordt bom”

Michel Nihoul is van plan gerechtelijke stappen te ondernemen tegen bepaalde journalisten en tegen advocaat Georges-Henri Beauthier. Dat liet de voormalige “publieke vijand nummer 1”, zoals Nihoul zichzelf noemt, vandaag weten bij de voorstelling van zijn boek “Slaap zacht!”. Nihoul stelde zijn boek vandaag voor in een brasserie rechtover het Brusselse justitiepaleis. In “Slaap zacht!” zet hij stap voor stap zijn visie op de zaak-Dutroux uiteen. De Franstalige versie van het boek kreeg de titel “Taisez-vous Nihoul!”.

Nihoul stond mee terecht op het proces-Dutroux en werd daar vrijgesproken voor de ontvoering van kinderen. Hij werd door het assisenhof van Aarlen op 22 juni 2004 wel veroordeeld tot vijf jaar cel voor bendevorming in het kader van drugstrafiek. Nadat hij een derde van zijn straf had uitgezeten, kwam Nihoul op 28 april 2005 voorwaardelijk vrij. Die vrijheid onder voorwaarden loopt op het einde van het jaar af.

Nihoul benadrukte meteen dat zijn boek niet gecensureerd werd door de uitgever. Er staan dan ook talrijke namen in en bepaalde mensen hebben al negatief gereageerd, aldus de auteur. De zakenman stelde evenwel dat hij geen rekeningen heeft willen vereffenen. “Het is niet mijn bedoeling te vernietigen en te doden, noch de mensen zwart te maken”, zei hij. In zijn boek rechtvaardigt Nihoul zijn volgende gerechtelijke stappen “om bepaalde schoften te verhinderen te volharden in hun gevaarlijke en ontoelaatbare houdingen”.

Hij herinnerde er ook aan dat de zaak “S.O.S. Sahel”, waarin hij een gevangenisstraf van drie jaar kreeg, weldra voor de Brusselse rechtbank komt en dat hij ditmaal burgerlijke partij zal zijn. Een hoofdstuk in het boek is gewijd aan de journalisten, in het bijzonder aan diegenen die hij “riooljournalisten” noemt en van wie hij de namen noemt. Michel Bouffioux wil hij zelfs via de rechtbank aanvallen.

Ook vermeldt Nihoul politici in zijn commentaar over de parlementaire onderzoekscommissie, die voorgezeten werd door Marc Verwilghen. Verder wijdt Nihoul aparte hoofdstukken aan onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte en procureur des konings Michel Bourlet. Ook de onderzoekers werden niet vergeten. Bij het vernoemen van de “getuigen X” besteedt de auteur veel aandacht aan Regina Louf, die hij eveneens voor de rechter wil dagen.

Nihoul beschrijft vervolgens zijn leven in de gevangenis en de manier waarop hij het assisenproces beleefde. Een groot deel van het boek gaat over ontmoetingsclubs, met veel uitleg over hun werking. “Ik ben noch een heilige, noch een duivel”, zei Nihoul op de persconferentie.

Hij voegde er nog aan toe dat hij een vader en een grootvader is en dat je noch aan kinderen, noch aan niet-instemmende volwassen mag raken. Ten slotte verklaarde Nihoul zich open voor elke dialoog, in het bijzonder via zijn website www.michelnihoul.be. “Slaap zacht! ” telt 201 bladzijden en is uitgegeven bij Sea-n publishing.

Bron » De Morgen

Ook Neufchâteau wil punt zetten achter X1-onderzoek

Vrijdag buigt de raadkamer in Neufchâteau zich over – jawel – het X1-dossier. Terwijl de andere parketten vijf jaar geleden oordeelden dat de getuigenis van Regina Louf over kindermoorden waardeloos was, bleef daar wel de vaststelling dat zij als kind van twaalf met medeweten van haar ouders als een seksslaafje werd misbruikt en op gewelddadige wijze tot een abortus werd gedwongen. Of er voor die feiten ooit een rechtszaak komt, is twijfelachtig. Neufchâtau wil van het dossier af, want ‘de feiten’ werden in een ander gerechtelijk arrondissement gepleegd.

Ruim vijf jaar nadat de parketten van Brussel, Gent en Antwerpen dat al deden, zet ook het parket van Neufchâteau een punt achter het X1-dossier. Vrijdag buigt de raadkamer in Neufchâteau zich over een vordering van procureur Michel Bourlet. Die vraagt dat zijn parket van het dossier wordt “ontheven”. De vordering komt er rijkelijk laat. Onderzoeksrechter Jacques Langlois stuurde het dossier in juni 2000 al terug naar het parket, waar het al die tijd enkel stof bleef verzamelen.

Rond de verklaringen van Regina Louf (X1) opende onderzoeksrechter Connerotte in september 1996 in de marge van de zaak-Dutroux het dossier 109/96. X1 zei het slachtoffer geweest te zijn van een netwerk van kinderprostitutie waar ook Marc Dutroux en Michel Nihoul bij betrokken zouden geweest zijn. X1 werd zo’n twintig keer ondervraagd. Rond die verhoren hing tot begin 1998 een waas van geheimzinnigheid. X1 wees een aantal bekende politici en zakenlui aan als “klanten” van het netwerk. Ze zei dat ze daarin terechtkwam doordat haar ouders haar op haar twaalfde ter beschikking stelden van de toen veertigjarige “pooier” Tony V.

Haar verklaringen leidden destijds tot de heropening van vier onderzoeken omtrent onopgehelderde kindermoorden: Carine Dellaert (Gent, 1983), Christine Van Hees (Brussel, 1984), Hanim Mazibas (Brussel, 1988) en Katrien De Cuyper (Antwerpen, 1991). Volgens Louf waren deze meisjes omgekomen in de marge van gewelddadige seksfuiven. Het dossier 109/96 werd begin 1997 opgesplitst en ‘verdeeld’ onder de de parketten van Brussel, Gent en Antwerpen. Medio 1998 staakten die elk verder onderzoek naar de verklaringen van X1. Volgens de parketten had zij alles gefantaseerd. Dat al te lang geloof was gehecht aan haar getuigenissen heette de schuld te zijn van haar eerste ondervragersteam, onder leiding van commissaris Patriek De Baets, die het dossier zou hebben gemanipuleerd en haar verklaringen “in de mond legde”.

Inmiddels bleken al die aantijgingen ongegrond, waardoor nooit duidelijk werd hoe X1 zoveel inside-kennis kon verwerven over de vier kindermoorden. Voor een lange lijst van toevalligheden kwam nooit een verklaring – bijvoorbeeld over het feit dat het pennevriendje van Christine Van Hees, Pascal Lamarque, destijds door de staatsveiligheid in de gaten werd gehouden, omdat hij beschouwd werd als lid van een sekte rond Annie Bouty, de ex van Michel Nihoul. Ook werd duidelijk dat het zonder gevolg klasseren van de X1-getuigenis van X1 berustte op dubieuze rapporten van speurders die het team-De Baets in 1997 kwamen vervangen. Een van hen was de toenmalige Antwerpse BOB’er B.V.H., een boezemvriend van Tony V.

Werd het gros van de X1-getuigenis in 1998 al verticaal geklasseerd, dan bleef in Neufchâteau het dossier 109/96 nog vijf jaar lang sluimeren. Uit dit deel van het onderzoek – dat zowat alles behandelt, behalve de kindermoorden – blijkt dat Regina Louf op haar twaalfde fungeerde als een soort seksslaafje van Tony V. Uit een van de eindrapporten blijkt ook dat ze als prille tiener tot abortus gedwongen werd. Maar, oordeelt Bourlet nu, die feiten deden zich niet voor in het arrondissement Neufchâteau. Voor alle andere aantijgingen, zo heet het, is geen bewijs bevonden en vordert Bourlet de buitenvervolgingstelling. Mogelijk wordt een deel van het dossier overgeheveld naar het parket van Gent, dat wellicht zal oordelen dat de feiten, die dateren van 1982 en ’83, verjaard zijn.

De advocate van Regina Louf, Patricia Vandersmissen, wil zich vrijdag voor de raadkamer verzetten tegen een overheveling naar Gent. Zij verwierf vorige week inzage in het dossier 109/96 en is van mening dat dat uitpuilt van de niet-onderzochte pistes, die zouden leiden naar een aantal grote Belgisch-Nederlandse pornocircuits uit de jaren tachtig, en in één geval ook naar een concrete band tussen Tony V. en Michel Nihoul. Ze wilde daar gisteren verder niets over kwijt. “Mijn argumenten zijn bestemd voor de raadkamer”, aldus Vandersmissen. Aangenomen wordt dat zij zal ijveren dat het onderzoek omtrent X1 wordt voortgezet binnen het kader van het zogeheten “dossier-Dutroux-bis”.

Bron » De Morgen

Michel Nihoul “onthult” het bestaan van Roze Balletten

Michel Nihoul zou in het voorjaar van 2000 in een gesprek met journalisten van de Franse betaalzender Canal+ de koning beschuldigd hebben van pedofilie. Bewijzen leverde Nihoul niet voor zijn bewering. Hij vroeg er Canal+ wel veel geld voor.

De koning is een pedofiel”; “ik ken de opdrachtgevers van de Bende van Nijvel” en “ik heb bewijzen in de zaak-Cools”. Het is maar een greep uit de reeks van sterke uitspraken die Michel Nihoul, zonder bewijzen te tonen, in het voorjaar van 2000 in een Brusselse restaurant deed aan een filmploeg van de Franse betaalzender Canal+.

Het gesprek was “off the record” in voorbereiding van het echte interview maar de Franse filmploeg nam het toch op met de verborgen camera. Canal+ zond de tape zelf nooit uit. De krant De Morgen maakte de inhoud ervan gisteren bekend. Het gesprek tussen Michel Nihoul en de Canal+ journalisten vond plaats enkele maanden na de voorwaardelijke vrijlating van Michel Nihoul. Die was op 15 december 1999 vrijgekomen uit de gevangenis waar hij een straf had uitgezeten wegens oplichting.

Na zijn vrijlating openden de media meteen de jacht op zoek naar exclusieve interviews met hem. Aan de Belgische media met wie hij wilde spreken, gaf hij die interviews – zij het met tegenzin – gratis. Hij praatte over het dossier dat de speurders van Neufchâteau tegen hem hadden samengesteld. Hij hield zijn onschuld bij de ontvoeringen van kinderen steeds vol.

In interviews met buitenlandse media hield Michel Nihoul zich minder aan de feiten. Buitenlandse journalisten zakten in die tijd massaal naar België af op zoek naar een interview met Nihoul. In het buitenland leven velen, verblind door de berichtgeving in het begin van de zaak-Dutroux en door de X-verhalen, al jaren in de waan dat in België een pedofiel netwerk bestaat dat de hand boven het hoofd werd gehouden door hooggeplaatsten.

Voor een interview met “de spin in het web” van de zaak-Dutroux waren de meeste buitenlandse journalisten begin 2000 dan ook bereid om diep in de portefeuille te tasten. Hoe groter de onthullingen die de veroordeelde oplichter Nihoul aankondigde, hoe meer de buitenlandse media ervoor betaalden.

Zo betaalde het Duitse weekblad Der Spiegel 1.000 mark voor een interview met Nihoul waarin hij uiteindelijk niets onthulde. De Franse betaalzender Canal+ had nog meer geld veil voor een gesprek met Nihoul. De filmploeg nam echter, zonder dat Michel Nihoul dat wist, ook een gesprek op dat aan het eigenlijke interview voorafging. In dat verhaal maakte Nihoul “off-the-record” reclame voor de onthullingen die hij zou doen, kwestie van de prijs op te drijven.

Canal+, dat gisteren geen commentaar wilde geven, besloot de beelden die gemaakt werden met de verborgen camera niet vrij te geven. In het interview dat hij in april 2000 “on the record” aan Canal+ gaf, onthulde Nihoul niets. Volgens de krant De Morgen werpt het verhaal een nieuw licht op de klacht die Michel Nihoul tien dagen geleden indiende tegen procureur Michel Bourlet van Neufchâteau.

Nihoul zegt in die klacht dat procureur Bourlet het onderzoek tegen hem heeft gemanipuleerd en dat Bourlet steeds de stelling van het bestaan van een pedofiel netwerk heeft ondersteund. Volgens De Morgen is het duidelijk dat Nihoul zelf aan de basis van die geruchten over het bestaan van netwerken ligt.

“Onzin”, zegt Nihoul. “Toen ik met Canal+ praatte in 2000, was dat vier jaar na het uitbreken van de zaak-Dutroux. Ik heb tijdens het onderzoek nooit over koning Albert en pedofiele netwerken met hooggeplaatsten gesproken. Dat deed Michel Bourlet.” Het Luikse parket-generaal beslist binnenkort wat het met de klacht van Michel Nihoul zal aanvangen. Op 17 januari beslist de raadkamer van Neufchâteau wie van de verdachten in de zaak-Dutroux zich zal moeten verantwoorden voor het hof van assisen voor de ontvoering van zes meisjes en de moord op vier van hen.

Bron » De Standaard

Rijkswachter veroordeeld voor schending beroepsgeheim

De Brusselse correctionele rechtbank heeft gisteren gewezen rijkswachter Marc Toussaint bij verstek veroordeeld tot één jaar effectieve gevangenisstraf wegens schending van beroepsgeheim. Toussaint heeft volgens de rechtbank processen-verbaal uit het Dutroux-onderzoek ontvreemd en verspreid.

Toussaint, een gewezen rijkswachter bij de brigade Ukkel, kwam tijdens zijn carrière diverse keren in aanvaring met zijn oversten en de gerechtelijke overheid. Hij haalde na het losbarsten van de zaak-Dutroux de media met enkele stellingen over een vermoedelijk verband tussen de affaire Dutroux en enkele grote gerechtelijke affaires zoals de Bende van Nijvel.

Het gerecht stelde tegen hem een onderzoek in en vond in zijn huis kopie’s van pv’s uit de zaak-Dutroux en verhoren van getuige X1. De rechtbank vond dat Toussaint ernstige beroepsfouten had gemaakt en veroordeelde hem tot één jaar bij verstek.

Bron » De Standaard

Het boek is er, en koning Albert doet geen oog meer dicht

Professionele pr mag dan al het handelsmerk zijn van paars-groen, maar de wijze waarop regering en hof deze week een reclamecampagne opzetten voor het omstreden Dutroux-boek van Jean Nicolas en Frédéric Lavacherie roept volgens Douglas De Coninck vragen op.

Het bestaat dus toch, je kunt het gewoon kopen in de Franstalige afdeling van de Fnac in Brussel, en daar had je deze week echt wel je beide ellebogen nodig om tot bij de stapel te geraken. De indruk dat het helemaal niet zeker was of het sinds medio augustus in diverse Duitse en Franse bladen aangekondigde boek Dossier pédophilie – Le Scandale de l’affaire Dutroux wel echt bestond, was gerezen nadat diverse Belgische journalisten wekenlang voor de gek werden gehouden door de Parijse uitgeverij Flammarion en coauteur Jean Nicolas – de man die vorige zomer uitpakte met de zogeheten “lijst van pedofielen”.

Aan de ene kant maakte Nicolas de buitenlandse bladen wijs dat de Belgische pers door koning Albert II was verboden om over het boek te berichten. Aan de andere kant werden de meest absurde scenario’s uitgekiend om te beletten dat Belgische journalisten in het bezit konden komen van het manuscript.

Terwijl het gros van de Belgische media, geconfronteerd met zo’n overdaad aan demagogie, allang besloten had het boek inderdaad dood te zwijgen, beslisten het Hof en de regering er anders over. Zij deden precies wat Nicolas en Lavacherie wilden. Woensdag liet justitieminister Verwilghen weten dat er namens de regering en het koninklijk paleis bij het Parijse gerecht een kortgeding is ingesteld tegen de uitgeverij Flammarion. Hiermee wil men bekomen dat aan elk exemplaar van het boek een logenstraffing wordt toegevoegd waarin staat dat “na grondige gerechtelijke, parlementaire en journalistieke onderzoeken, de aantijgingen in het boek volledig ongegrond zijn gebleken”.

Voor de buitenwereld is de boodschap duidelijk. Koning Albert beleeft slapeloze nachten. In het boek, zo heet het, wordt immers een verband gelegd tussen hem en de bende rond Marc Dutroux. Her en der gingen deze week al geruchten over een nakend aftreden van de koning. En dat is opnieuw heel precies het beeld dat de auteurs in hun stoutste promotionele dromen hadden.

Inmiddels konden we het boek lezen. En, raar maar waar: het is helemaal niet zo slecht. De 360 pagina’s laten de lezer met een ander beeld achter dan dat van de schreeuwerige koppen over Albert II als klant van Marc Dutroux, zoals die vorige maand bijvoorbeeld in het Franse blad VSD opdoken. Er staan ook tragikomische passages in, zoals in het hoofdstuk waarin wordt beschreven hoe de auteurs Antonino Costa – de Siciliaan die aan de basis lag van het KB Lux-dossier – samen met nog een andere bekende figuur uit honderden gerechtelijke affaires, gewapend met een microfoontje, Michel Nihoul dronken voeren.

Grote onthullingen levert dat niet op, en enige beschuldiging aan het adres van leden van het Hof evenmin. Waar die al in het boek vermeld staan, houden ze verband met het dossier-Pinon, de inmiddels meer dan twintig jaar oude zaak van de Roze Balletten… En de verklaringen van Neufchâteau-getuige X3. Niks nieuws onder de zon. Het boek doet verder niet veel meer dan dat: herkauwen en bondig samenvatten van wat eigenlijk de afgelopen jaren al in het lang en in het breed elders is beschreven.

De Brusselse psychiater Marc Reisinger, van de vzw Pour la Vérité, heeft een aparte theorie over de interventie van de koning en de regering: “Ik vergelijk Nicolas en Lavacherie met twee Boeings die in volle vaart komen aangevlogen tegen twee gerechtelijke dossiers. Het ene is het dossier-Pinon, waarvan men dan wel kan zeggen dat het ouwe koek is, maar waarvan iedereen die het een beetje kent, wéét dat justitie haar werk niet heeft gedaan.”

“Het ging om concrete getuigenissen over seksfuiven met vooraanstaande figuren in het Brusselse. In die zaak zijn getuigen omgekomen of vermoord, zonder dat er ooit antwoorden kwamen op de evidente vragen naar het waarom. De tweede WTC-toren die moest worden getroffen is het werk van adjudant Patriek De Baets in het onderzoek naar de X-getuigen in Neufchâteau. Ook daar weten we dat men zeer concrete elementen had om een aantal oude moorden op kinderen op te helderen, dat er zeer sterke aanwijzingen waren in de richting van belangrijke mensen uit het politieke en het zakenleven.”

“En wat we ook weten – dat is inmiddels op alle fronten bevestigd – is dat De Baets en zijn team halfweg 1997 op grond van niets dan valse beschuldigingen van de zaak zijn gezet, waarna de onderzoeken stilvielen. Het boek en alles wat daar nu rond gebeurt duwt die mensen in de hoek van de gekken. De Baets is niet gek. De X-getuigen ook niet. De journalisten die erover schreven ook niet. Maar ze worden nu allemaal in het kamp van Nicolas gedrumd.”

“Het mag absurd klinken, maar ik heb het gevoel dat we hier te maken hebben met een een-tweetje tussen Laken en de auteurs zelf. Komaan, we schrijven 2001. Iedereen wéét inmiddels dat niets zo goed is voor de verkoopcijfers van zo’n boek als een communiqué van het paleis? Het doel? Het effect van dit alles zal hoe dan ook zijn dat men nergens nog een politieman of een magistraat zal vinden die zich wil inzetten om in deze of gelijkaardige dossier resultaten te halen.”

Dat zou dan veronderstellen dat Nicolas en Lavacherie helemaal niet zijn wie ze pretenderen te zijn. En dat is nu het hele punt van Reisinger. In een via het internet verspreide mededeling lanceerde Reisinger vorige week een pleidooi om, in plaats van het boek te verbieden, “een onderzoek te beginnen naar de banden tussen Frédéric Lavacherie en de Belgische staatsveiligheid”.

Reisinger: “Ik ben ervan overtuigd dat Lavacherie in feite voor de staatsveiligheid werkt. Aanwijzingen zat.”

Begin 1998, nadat De Morgen en Télémoustique ze als bronnenmateriaal hebben gebezigd voor hun onthullingen over de X-dossiers, duiken ze plots her en der op: computerschijven met daarop kopieën van de operationele synthese die bij de Brusselse BOB (antenne-Neufchâteau) is aangelegd over alle Dutroux-gebonden onderzoeken.

Het gaat om duizenden pagina’s samenvattingen van processen-verbaal over de zaak-Dutroux zelf, de graafwerken in Jumet, de zaak-Di Rupo en alle verklaringen van alle X-getuigen. Slechts een klein handjevol mensen is in het bezit van deze schijfjes. Een van hen is Reisinger zelf. Dat is geen geheim, want op zeker ogenblik zal de Brusselse onderzoeksrechter Jacques Pignolet er na een huiszoeking in zijn kantoor sporen van aantreffen op zijn pc. Reisinger weet begin 1998 heel precies wie er zoal in het bezit is van kopieën van de in totaal zes schijfjes. “En dat zijn maar heel weinig mensen.”

Een van hen contacteert op 23 maart 1998 majoor Marcel Guissard van de rijkswacht in Neufchâteau. Hij legt een anonieme verklaring af (in het proces-verbaal 100.281/98), en overhandigt enkele dagen later zes computerschijfjes. Maar wie is de anoniemeling die zijn medestanders, die hem de schijfjes in vertrouwen gaven, verraadt?

“Frédérique Lavacherie”, zegt Reisinger. “Die hing toen in onze kringen rond. Ik heb achteraf inzage bekomen in het dossier-lekken van Pignolet. Ik kon door eliminatie zien wie de anonieme tipgever was. En dan wordt het toch wel sterk. De man die nu hoog van de toren blaast als medeauteur van het alles onthullende boek, is terzelfdertijd de man die er in 1998 alles aan doet om Justitie te helpen bij het zoeken naar lekken.”

Er is meer. Lavacherie heeft begin 1998 samen met ex-rijkswachter Marc Toussaint en graaf Louis de Jonghe d’Ardoye een soort petit comité gevormd dat “de waarheid over de affaires aan het licht zal brengen”. Hun hoofdkwartier is een van de vele ruime vertrekken in het eeuwenoude kasteel van De Jonghe d’Ardoye.

En daar wordt ook een huiszoeking verricht, worden computers in beslag genomen en wordt Toussaint in beschuldiging gesteld wegens het bezit van de schijfjes. Lavacherie niet. Op grond van zijn verleden zou je nochtans denken dat Justitie eerder hem te grazen wil nemen. Hij is bijvoorbeeld tot vandaag een van de contactpersonen van CCC-terrorist Pierre Carette en manifesteerde zich in het verleden bij diverse extreem-linkse en anarchistische groeperingen.

Reisinger: “Je zag die Lavacherie vanaf de witte mars overal opduiken in de witte beweging. Hij is uiteindelijk, zeer laattijdig helaas, door de witte comités als lid uitgestoten. Maar hij bleef erg lang actief, en altijd volgens hetzelfde systeem. Hij was er altijd op uit om, zoals in dat kasteel, bij zijn medestanders aan huis te komen en daar te ‘werken’. Dat deed hij ook bij de witte comités. Hij probeerde gewoon te allen tijde in die lokalen aanwezig te zijn. Hij manifesteerde zich overal als de meest trouwe en meest radicale militant.”

Begin 2000 duikt Lavacherie op in het kantoor van de Schaarbeekse broers-advocaten Bernard en Jean-Paul Tieleman. Zij verdedigen op dat ogenblik een aantal slachtoffers van seksueel geweld en manifesteren zich in het justitiepaleis als dé “witte” advocaten bij uitstek. Lavacherie biedt zijn diensten aan bij het analyseren van dossiers en wordt na verloop van tijd kind aan huis. De advocaten hebben een faxapparaat dat om de zoveel tijd een listing uitspuwt met alle nummers die zijn gevormd, en waar faxen naartoe zijn gestuurd of van wie die zijn ontvangen. En dat komt het te voorschijn: 3 april 2000, 14.56 uur, Sureté d’Etat. En: 21 april 2000, 10.09 uur, Sureté d’Etat.

Reisinger: “Het is tot in de puntjes nagetrokken. De enige die op dat ogenblik in de burelen van het advocatenkantoor aanwezig was, was Lavacherie. We hebben hier te maken met een infiltrant van de staatsveiligheid. Dat is zo helder als wat. Je kunt je afvragen wat de staatsveiligheid dan mag bezielen om de witte beweging te infiltreren, maar dat lijkt mij niet eens zo vreemd. Het zou pas verwonderlijk zijn als het niet was gebeurd.”

“Een beweging die in enkele dagen tijd meer dan 300.000 mensen op de been kan brengen, wordt in die kringen gezien als een gevaar. Precies omdát dat hele fenomeen op dat ogenblik zo nieuw was, had men geen flauw idee wie erachter kon zitten en in welke richting dat kon evolueren.”

Lvacherie verblijft dezer dagen in Frankrijk en laat aan de telefoon weten dat hij het “allemaal zat” is. “Weet ik veel wie die faxen verstuurd heeft. Ik niet, in elk geval. Al jarenlang krijg ik de ene beschuldiging na de andere over me heen. Nu weer ben ik extreem-links, dan weer extreem-rechts. Het laat me koud.”

Het boek verkoopt goed?

“Geen idee. Ik snap al die drukte niet. Ik heb nooit gepretendeerd dat we daarin grote onthullingen zouden doen over de koning. Ik heb nergens gezegd of geschreven dat er een direct verband bestaat tussen Albert II en Dutroux. Men hecht blijkbaar meer belang aan wat er wordt gezegd over een boek dan aan wat erin staat.”

Zeg dan ook geen foute dingen.

“Ik heb helemaal niks gezegd. Als je kijkt naar het dossier-Pinon en de X-dossiers, zie je dat ze op exact dezelfde manier de doofpot ingingen. Als je de chronologie van beide dossiers overloopt, zie je dat bepaalde feiten in België niet kunnen of mogen worden onderzocht. We hebben al die dingen op een rijtje gezet. Mag dat niet?”

Volgens de laatste berichten hebben Lavacherie en Nicolas inmiddels ook alweer gebroken. Tijd voor nieuwe hypotheses? De enige zekerheid is de Franstalige bestsellerlijst voor de komende maanden.

Bron » De Morgen