De verhoren van de laatste kans

Een speciaal team van de federale gerechtelijke politie is sinds gisteren bezig met verhoren in een 27 jaar oude zaak. Ze leggen een 15-tal mensen op de rooster die heel misschien iets meer weten over de moord op Christine VanHees (16). Het meisje werd in 1984 gefolterd teruggevonden in een verlaten champignonkwekerij in Oudergem. Het zijn de verhoren van de laatste kans.

De vijftien, haast allen mannen en vrouwen van eind de veertig of begin de vijftig, zijn nooit eerder verhoord. Gisterochtend werden ze thuis opgepikt door de politie en meegenomen naar Brussel. Onder hen brave huisvaders en -moeders. Sommigen zijn harde werkers, zijn getrouwd en hebben kinderen. Sommigen hebben een iets minder rimpelloos parcours afgelegd en kijken terug op wat eerdere aanvaringen met politie en gerecht.

Eén constante in hun leven: in hun jeugdjaren hebben ze mekaar gekend. Ze hingen begin jaren 80 rond in dezelfde Brusselse rockscene. Sommigen waren zelfs beste maten, anderen waren louter kennissen. De contacten waren al decennia verwaterd en wellicht had geen van hen verwacht dat ze mekaar op een dag zouden terugzien in de burelen van de federale gerechtelijke politie in Brussel.

Daar buigt de afdeling ‘Cold Cases’ van de moordsectie zich sinds begin dit jaar in alle stilte over de onopgehelderde moord op Christine Van Hees uit 1984. Het zestienjarig meisje was gefolterd, vermoord en achtergelaten onder een smeulende stapel hout. De doorgewinterde speurders ontdekten recent, bij een herlezing van het dossier, dat er destijds bijzonder hard maar helaas vergeefs gezocht werd in een bepaalde richting: het milieu rond punkers en skinheads.

Maar ze ontdekten tegelijk ook dat er bitter weinig gedaan was met het spoor rond enkele onbekenden in een auto met een zilverkleurige adelaar op de motorkap. Enkele getuigen hadden in de rand van het moorddossier die wagen beschreven en de inzittenden als ‘verdacht’ ervaren. Ze hadden het over een donkerkleurige Pontiac Firebird Trans Am. Er werd destijds akte genomen vandie getuigenis, maar voor zover bekend werden de inzittenden van die auto nooit geïdentificeerd.

Het nieuwe onderzoek naar die auto en de onbekende mannen aan boord, leverde de speurders nu een namenlijst op. Van mensen die hen misschien dichter in de richting van die wagen of de inzittenden kunnen brengen. Het merendeel van de personen werd gisteren al verhoord. Enkelen troffen ze niet thuis aan, maar werden inmiddels op een andere manier uitgenodigd voor verhoor in Brussel.

De speurders verhoren de vijftien overigens voorlopig louter als getuige en hopen dat ze op deze manier een doorbraak kunnen forceren. Voor zover bekend werd er gisteren niemand gearresteerd of in verdenking gesteld en konden de getuigen na hun verhoor gewoon weer naar huis.

Wel is het zo dat van sommigen onder hen DNA-stalen gevraagd werden, om die te vergelijken met de onbekende DNA-profielen die aangetroffen werden op de stoffelijke resten van Christine Van Hees. De wetenschap stond destijds dan wel nog lang niet zo ver als nu, maar toch is men er toen al in geslaagd om enig DNA van de moordenaar(s) te bewaren. Al had die zijn uiterste best gedaan om zo veel mogelijk sporen te wissen, door na de moord brand te stichten.

Het was de Brusselse brandweer die op 13 februari 1984 het lichaam van Christine Van Hees vond. In een vervallen herenhuis op een oude, verlaten kampernoeliekwekerij vlakbij de campus van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) was die avond brand uitgebroken. In de kelder, onder een stapel smeulende houten kistjes zagen brandweerlui het verkoolde lichaam. Een naakt meisje. Armen en benen vastgebonden met ijzerdraad.

Het Brusselse gerecht beet zich vast in de zaak en keerde het punkmilieu, van wie de leden geregeld gezien werden in dat leegstaande gebouw, binnenstebuiten. Een verdachte zou zelfs drie jaar in voorhechtenis zitten, maar betonharde bewijzen kwamen er nooit. De man werd uiteindelijk vrijgelaten en gezuiverd van alle blaam.

Het moorddossier schoot jarenlang voor geen meter meer op. Tot ergens in 1996, de volle Dutroux-periode, de fantaste X1 beweerde meer te weten. Het duurde even voordat die ballon doorprikt werd, maar een en ander zorgde er wel voor dat het dossier toen even van onder het stof werd gehaald. Zij het niet voor lang – het dossier belandde weer op de stapel ‘onopgehelderde zaken’, waar het veertien jaar nagenoeg onaangeroerd zou blijven liggen.

Tot de nagelnieuwe afdeling ‘Cold Cases’ zich er nu in vastbeet. De tijd dringt, want in 2014 zal de zaak verjaard zijn en kan niemand nog terechtstaan voor de gruwelijke moord. Bronnen dicht bij het onderzoek hebben het over de verhoren van de laatste kans. Als dit spoor niets oplevert, is de zaak reddeloos verloren.

Bron » Het Laatste Nieuws

Vijftien getuigen verhoord over 27 jaar oude moord

Vijftien mannen en vrouwen zijn gisteren opgepakt en verhoord in de onopgehelderde moordzaak rond Christine Van Hees. Dat schrijft Het Laatste Nieuws. Het meisje was zestien toen ze in 1984 gefolterd en vermoord achtergelaten werd onder een brandende stapel hout in een champignonkwekerij in Oudergem.

In 27 jaar tijd kon de moord nooit opgelost worden en het dossier belandde recent in handen van de vrij nieuwe afdeling ‘Cold Cases’ van de Brusselse federale politie.

De rechercheurs ontdekten een piste die destijds nooit echt werd onderzocht en stelden een namenlijst samen van wel vijftien personen die misschien meer weten. Alle personen die ondervraagd werden, spendeerden delen van hun jeugd in het Brusselse rockmilieu. De verhoren worden bestempeld als die van de laatste kans, zoniet is de zaak reddeloos verloren.

Bron » De Morgen

Gruwelmoord dreigt te verjaren

Op 13 februari 1984 ontdekken brandweermannen het verminkte lichaam van Christine Van Hees (16) op een soort brandstapel in een verlaten kampernoeliekwekerij in Oudergem. Daags voordien was ze voor het laatst in leven gezien in Anderlecht. Het onderzoek spitst zich toe op groepjes jonge punkers en druggebruikers.

Op 13 september 1984 wordt Serge Clooth aangehouden, een punker met de bijnaam ‘De Irokees’. Op 17 november 1987 wordt hij weer vrijgelaten. In november 1996 verklaart X1 – alias Regina Louf – dat zij getuige was van de gruwelmoord op Christine Van Hees. Het dossier is sinds kort opnieuw in een actieve fase. De zaak moet vóór 13 februari 2014 voor een rechtbank komen, anders verjaart ze.

Bron » Het Nieuwsblad

Jacht heropend op moordenaar Christine Van Hees

Wordt de gruwelijke moord op de pas 16-jarige Christine Van Hees uit 1984 alsnog opgelost? Over drie jaar verjaren de feiten in de kampernoeliekwekerij van Oudergem, maar de voorbije weken hebben speurders van de Brusselse federale politie opnieuw getuigen verhoord en dna-stalen laten nemen. Het dossier-Van Hees is intussen beland bij de afdeling Cold Cases van de moordafdeling van de Brusselse federale gerechtelijke politie. Daar worden de zaken behandeld waar het al enige tijd stil rond is.

De herlezing van het dossier van de moord in de kampernoeliekwekerij heeft de speurders echter aangespoord om bij onderzoeksrechter Martine Quintin de toelating te vragen voor verscheidene opdrachten. De onderzoekers zijn onder meer naar Engeland getrokken om er dna-stalen te verzamelen van familieleden van personen die in het dossier vermeld worden, maar die intussen overleden zijn. Het Brusselse parket bevestigt dat en voegt er aan toe dat de vergelijkende analyse van deze stalen tot dusver geen doorslaggevende resultaten heeft opgeleverd.

De speurders hebben daarnaast echter ook getuigen opnieuw verhoord van wie ze vermoeden dat zij nog belangrijke informatie kunnen geven. Een van hen is een man die na de ontdekking van het lichaam van Christine Van Hees spontaan naar de politie is getrokken. Hij verklaarde toen dat het 16-jarige slachtoffer vrienden had uit marginale groepen waar extreem geweld niet geschuwd werd. De getuige verbleef in die periode zelf veel op straat en kende dergelijke groepen.

Klaarblijkelijk wist hij dat Christine Van Hees er soms mee optrok. Maar zijn spontane verklaring werd destijds klaarblijkelijk niet volledig uitgespit. De man, die vandaag een stabiel leven leidt, is enkele dagen geleden verscheidene keren door de politie gehoord. Over de resultaten van deze verhoren geeft het Brusselse gerecht opvallend geen commentaar.

De moord op Christine Van Hees is een van de gruwelijkste onopgehelderde zaken uit de voorbije decennia. Op 13 februari 1984 kreeg de brandweer om 20.47 uur een oproep binnen omdat een verdachte rookpluim opsteeg uit een gewezen kampernoeliekwekerij in Oudergem, op een boogscheut van de huidige campus van de Vrije Universiteit Brussel. De kwekerij lag er al sinds 1972 verlaten bij, maar iedereen in de buurt wist wel dat punkers en druggebruikers graag gebruik maakten van de doolhof van donkere gangen.

Er werd dus gevreesd voor mogelijke slachtoffers mocht er een brand woeden. Toen de brandweermannen op zoek gingen naar de brandhaard, ontdekten zij een stapel smeulende houten dozen. Daarop lag het verminkte en gedeeltelijk verbrande lichaam van een jonge vrouw. Zij was aan handen en voeten gebonden met een snoer dat ook om haar hals gedraaid was. Haar kleren en juwelen lagen naast haar. Volgens de wetsarts was ze gefolterd en gewurgd.

Het lichaam was zo erg toegetakeld dat de identificatie niet van een leien dakje liep. De ouders van Christine Van Hees bevestigden dat het wel degelijk om hun dochter ging. Zij was de avond voordien niet naar huis gekomen. Ze werd het laatst in leven gezien de dag voor haar dood, toen ze om 17.20 uur door de Wayezstraat in Anderlecht stapte, richting metrostation Sint-Guido.

Het gerechtelijk onderzoek spitste zich al snel toe op de groepjes jongeren die de verlaten kampernoeliekwekerij bezochten. Op 13 september 1984 werd Serge C. opgepakt, een punker wiens kapsel hem de bijnaam ‘De Irokees’ had opgeleverd. Hij werd een twintigtal keer ondervraagd en legde de speurders tien verschillende versies voor. Hij zei onder meer dat Christine Van Hees “het eeuwige zwijgen was opgelegd omdat zij op de hoogte was van een inbraak in een kazerne van het leger, waar wapens werden gestolen die later gediend hebben om overvallen mee te plegen”.

Bij gebrek aan bewijzen werd hij drie jaar, twee maanden en vier dagen later weer vrijgelaten. België werd in 1991 door het Hof van de Mensenrechten in Straatsburg veroordeeld voor de overschrijding van de redelijke termijn van voorhechtenis. Sindsdien is nooit nog een verdachte in dit dossier opgepakt. Over drie jaar is de zaak definitief verjaard.

Bron » De Standaard

“Rijkswacht fabriceerde netwerkverhalen over Dutroux en Nihoul”

Op het hoogtepunt van de affaire-Dutroux heeft de rijkswacht doelbewust wilde verhalen over netwerken van hooggeplaatste prominenten rondgestrooid, om vervolgens de X-getuigen daarna des te gemakkelijker onderuit te kunnen halen en zo meteen alle sporen naar mogelijk bestaande netwerken volkomen ongeloofwaardig te maken. Die ophefmakende stelling lanceert ex-rijkswachter Marc Toussaint in een nieuw boek. Hoe is de rijkswacht erin geslaagd om iedereen te manipuleren? En waarom was dat nodig?

Volgens ex-rijkswachter Marc Toussaint rammelt de officiële waarheid over de zaak-Dutroux aan alle kanten. Alle grote, systeembedreigende politiek-juridische affaires eindigen vroeg of laat met een officiële waarheid, die meestal geconsacreerd wordt in de vorm van een proces. Die officiële waarheid valt niet noodzakelijk samen met de volledige en juiste toedracht van de feiten.

In dit geval luidt de officiële waarheid dat Marc Dutroux een geïsoleerde seriemoordenaar en pervert was, die geen deel uitmaakte van een (internationaal) pedofilienetwerk. Bij Michel Nihoul, de man die in aanmerking leek te komen als verbindingsfiguur tussen Dutroux en een dergelijk netwerk, loopt het spoor dood. Dutroux zit in de gevangenis, Nihoul is al lang weer op vrije voeten. Einde van het verhaal. Of toch niet?

Wie meer dan tien jaar na de feiten de officiële waarheid in twijfel wil trekken, moet wel zeer pertinente, geloofwaardige en doorslaggevende argumenten op tafel kunnen leggen. En dan nog is de kans reëel dat de boodschapper de woestijn wordt ingestuurd, belachelijk wordt gemaakt, of erger nog: genegeerd.

Met hun boek Tous manipulés? ondernemen Marc Toussaint en zijn co-auteur Xavier Rossey een moedige en interessante poging om de officiële versie van de feiten in twijfel te trekken en aan te vallen. Het boek werd eind februari voorgesteld. Tot nog toe is het in de mainstreammedia vooral doodgezwegen.

“We zijn gemanipuleerd geweest door diegenen die luid en krachtig zeggen dat de affaire-Dutroux een simpele zaak was zonder vertakkingen, door zij die beweren dat pedofiele netwerken niet bestaan in België”, schrijven ze. “We zijn eveneens gemanipuleerd geweest door hen die probeerden ons te doen geloven dat Dutroux verwikkeld was in een enorm netwerk waarbij de hoogste personaliteiten van het land betrokken waren, met uitlopers tot in het koninklijk paleis.”

Volgens de auteurs was de rol van grote manipulator in beide gevallen weggelegd voor de top van de toenmalige rijkswacht. “Die staat in de staat, zoals ze destijds werd genoemd, was verantwoordelijk voor en heeft zich schuldig gemaakt aan daden die ontoelaatbaar zijn in een democratie”, stellen de auteurs.

Marc Toussaint en Xavier Rossey: “De rijkswacht had Julie en Mélissa kunnen en moeten bevrijden, want ze beschikte van in het begin over alle nodige informatie om Dutroux te klissen.” Volgens de officiële versie begon de Bijzondere Opsporingsbrigade van het rijkswachtdistrict van Charleroi op 25 augustus 1995 – twee maanden na de ontvoering van Julie en Melissa – met een onderzoek naar Dutroux en zijn entourage. Dat was de fameuze Operatie Othello, waarover in de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Marc Verwilghen zoveel te doen is geweest. Othello was een semigeheim, proactief, parallel onderzoek dat door de rijkswacht op eigen houtje werd opgezet, zonder dat de bevoegde magistraten er weet van hadden of volledig op de hoogte werden gehouden.

Met speciale technische middelen observeerde de rijkswacht de woningen van Dutroux (terwijl Julie en Melissa op dat moment nog in leven waren), maar dat leverde niets op. Als het de bedoeling van de rijkswacht was om Dutroux op heterdaad te betrappen, dan was Operatie Othello een catastrofe. Dutroux en zijn kompanen werden immers op 13 augustus 1996 aangehouden op bevel van onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte en procureur Michel Bourlet van Neufchâteau, en dat op basis van informatie die niets met Othello te maken had. Daarna volgde de bevrijding van Sabine en Laetitia, de ontdekking van de lijken van Julie en Mélissa, en nog later de vondst van de lijken van An en Eefje.

Auteurs Marc Toussaint en Xavier Rossey gaan in hun boek op zoek naar de manipulatie achter de manipulatie. Die officiële versie rammelt aan alle kanten, schrijven Toussaint en Rossey. De BOB van Charleroi was al veel vroeger met een semigeheim onderzoek naar Dutroux bezig. Dat onderzoek heette Operatie Décime en begon op 13 december 1993 (anderhalf jaar vóór de ontvoering van Julie en Mélissa).

Die operatie werd opgezet nadat een informant in augustus 1993 aan de rijkswacht had gesignaleerd “dat Dutroux verborgen ruimtes in zijn kelder aan het inrichten was, met de bedoeling om jonge meisjes van ongeveer twaalf jaar te ontvoeren”. De rijkswacht wist dus al sinds 1993 van de plannen van Dutroux.

Op 7 juli 1995 – amper drie weken na de verdwijning van Julie en Melissa – stuurde de rijkswacht van Charleroi bijvoorbeeld een fax naar de BOB van Seraing, waarin gemeld werd dat Dutroux bezig was met werken in de kelders in één van zijn huizen met het doel er kinderen in onder te brengen in afwachting van hun verscheping naar het buitenland. “De rijkswacht had Julie en Mélissa kunnen en moeten bevrijden”, besluiten de auteurs.

“Want ze beschikte van in het begin over alle nodige informatie om Dutroux te klissen. In plaats daarvan heeft ze ervoor gekozen een observatieoperatie op te zetten, teneinde te weten te komen wie er op bezoek ging bij Dutroux, en wie eventueel betrokken was bij een trafiek van kinderen of van pedofiele videocasettes. Dat is allemaal goed en wel, maar terwijl de rijkswacht observeerde, werden er kinderen gegijzeld en seksueel misbruikt.”

Wat was de echte bedoeling van de Operaties Décime en Othello? Niet, zoals tot nog toe werd aangenomen, om Dutroux op heterdaad te betrappen of de ontvoerde kinderen te redden, menen Toussaint en Rossey. Volgens hen was de ware reden dat de rijkswacht met haar observaties wou te weten komen wie er binnen en buiten liep bij Dutroux en zoveel mogelijk inlichtingen te verzamelen over het netwerk van mogelijk machtige opdrachtgevers en klanten van Dutroux, met de bedoeling om op basis van die informatie een occulte machtspositie op te bouwen. De rijkswacht heeft volgens Toussaint een gigantische mediamanipulatie georkestreerd. In een eerste beweging door via de X-getuigen en geselecteerde journalisten de meest fantastische verhalen over netwerken met hooggeplaatsten de wereld in te sturen.

De rijkswacht functioneerde ook als een inlichtingendienst en gebruikte daarom de methodes en technieken van een geheime dienst. “Kennis is macht, dat wist de rijkswacht heel goed. Het kennen van de schandelijke zwakheden van bepaalde personen, ja, zelfs hen aansporen om zich te compromitteren, is de beste manier om druk te kunnen uitoefenen op hen. De controle van informatie over pedocriminele netwerken is een essentieel wapen van alle inlichtingendiensten ter wereld, dat veelvuldig wordt gebruikt. De rijkswacht zou dan in staat zijn om om het even wie te chanteren en invloed uit te oefenen op alle niveaus van de macht.”

In het oververhitte klimaat na het uitbarsten van de affaire-Dutroux, terwijl de witte marsen door Brussel trokken, kon er natuurlijk geen sprake van zijn dat de echte drijfveren van de rijkswacht aan het licht zouden komen. De schade voor het korps en zelfs voor de hele Belgische staat zou niet te overzien zijn. Dat verklaart de vele politieke en andere manoeuvers in het donker die moesten verhinderen dat de waarheid over Operatie Othello in de openbaarheid zou geraken, tot een met een vervalst rapport van het Comité P over de zaak, gevolgd door een parlementaire onderzoekscommissie die nooit tot op de bodem van de affaire is geraakt.

Maar volgens Toussaint en zijn co-auteur ging de manipulatie nog veel verder dan men ooit heeft kunnen vermoeden. De rijkswacht heeft volgens hen een gigantische mediamanipulatie georkestreerd. In een eerste beweging door via de X-getuigen en geselecteerde journalisten de meest fantastische verhalen over netwerken met hooggeplaatsten de wereld in de sturen. Om vervolgens diezelfde verhalen des te beter te kunnen discrediteren en meteen alle sporen naar mogelijk bestaande netwerken totaal ongeloofwaardig te maken.

Het lijkt een fabelachtig verhaal, bijna te straf om waar te kunnen zijn. Maar de auteurs onderbouwen hun stelling met een sterke reconstructie. Alles begon met de arrestatie van Nihoul, op 16 augustus 1996, drie dagen nadat Dutroux was ingerekend.

Nihoul was volgens de auteurs een niet-gecodeerde informant en provocateur van de rijkswacht, die in het milieu van Dutroux was geïnfiltreerd en door de rijkswacht in beslag genomen xtc-pillen doorgaf aan de bende, mogelijk als betaalmiddel voor de levering van kinderen. Enkele dagen later, op 19 augustus, deed het parket van Neufchâteau een oproep aan het publiek om getuigen te vinden die meer konden vertellen over de arrestanten en opende een groene telefoonlijn, die overstelpt werd met oproepen.

Dezelfde dag arriveerde een ploeg van de financiële sectie van de Brusselse BOB onder leiding van adjudant Patrick De Baets in Neufchâteau en bood spontaan haar medewerking aan. Op 4 september zat De Baets “toevallig” in het kantoor van onderzoeksrechter Connerotte toen er een Nederlandstalig telefoontje binnenkwam van een zekere “Tania uit Gent”, die vertelde over de getuigenis van Regina Louf. Connerotte, die geen Nederlands spreekt, gaf aan De Baets opdracht om Louf te verhoren, waarop die haar vaste ondervrager werd.

Marc Toussaint: “Door voorop te lopen en heelder stukken van het dossier-X1 aan de pers te geven, kon de rijkswacht de informatiestroom naar het grote publiek controleren.” Regina Louf, de anonieme getuige X1, was geen onbekende voor de rijkswacht, zo ontdekten de auteurs. “Ze was in 1989 aangeworven door de BOB in het kader van cursussen verhoortechnieken in de school voor keuronderofficieren.”

“In dat kader nam ze als actrice deel aan rollenspelen om de kandidaat-opperwachtmeesters te leren hoe ze moeten reageren als een vrouw een verkrachting komt aangeven. Ze werd later verwijderd uit het rollenspel omdat de verantwoordelijken van die sessies meenden dat ze te emotioneel betrokken was en omdat ze uit haar eigen ervaringen putte.” Net als alle andere protagonisten in dit verhaal geldt ook voor Louf dat het onduidelijk is of ze haar rol in het hierboven beschreven scenario bewust of onbewust heeft gespeeld.

Blijkbaar gaf de rijkswacht in die periode zelf voedsel aan het geloof in het bestaan van een gevaarlijk netwerk rond Dutroux en Nihoul. Hoe valt het immers te verklaren dat procureur Bourlet en onderzoeksrechter Connerotte plots moesten worden beschermd alsof hun leven werd bedreigd door de maffia? Beide magistraten kregen gepantserde auto’s en kogelvrije vesten. Ze werden dag en nacht bewaakt door de speciale eenheid van de rijkswacht. Hun telefoons werden afgetapt. Toussaint vermoedt dat de rijkswacht de twee magistraten niet zozeer wou beschermen, dan wel vooral goed in de gaten wou houden en controleren. Want toen Connerotte werd afgezet als gevolg van het beruchte Spaghettiarrest, was die bescherming van de ene dag op de andere niet meer nodig. Had de rijkswacht die zogenaamde bedreiging verzonnen?

Terwijl de ondervragingen van Louf en de andere X-getuigen voortgingen, begon de parlementaire onderzoekscommissie met haar werkzaamheden. Ondertussen, in mei 1997, kregen een aantal journalisten die een gepriviligeerde relatie hadden met de ploeg van De Baets een kopie in handen van de syntheserapporten van het onderzoek-Dutroux. Op 23 december van dat jaar volgde een vergadering van een selecte kring van speurders (onder wie De Baets), politici, journalisten en actievoerders van de witte beweging in de woning van dokter André Pinon, waar de perscampagne over de X-getuigen werd voorbereid.

Het was de laatste van een reeks gelijkaardige vergaderingen, die volgens de auteurs werden georganiseerd “onder het goedkeurend oog van de rijkswacht”. Vervolgens, op 10 januari 1998, pakten De Morgen en Télé-Moustique uit met de getuigenis van X1, als eerste in een serie van sensationele X-artikels. Kort daarna later stapte Regina Louf onder haar eigen naam in de openbaarheid en begon ze interviews te geven aan de media. Het was de start van een nooit gezien en bitter uitgevochten schisma in de pers, tussen de kampen van de believers en de non-believers.

“Men kan bedenken”, schrijven de auteurs, “dat de rijkswacht wist dat het onderzoek – met name dankzij de 0800-lijn – veel kans had om uit te monden op pedocriminele netwerken. Kan X1 een torpedo geweest zijn? Kan de rijkswacht, die haar geschiedenis kende, het zo gearrangeerd hebben dat ze midden in het onderzoek van Neufchâteau terechtkwam, om het onderzoek nog beter te dwarsbomen via een bezoedeling van binnenuit? Het creëerde ook de mogelijkheid om het team van De Baets in het hart van de onderzoekscel te plaatsen. De rijkswacht gebruikte X1 en enkele journalisten die gemakkelijk te manipuleren waren om een mediatieke schok te veroorzaken.

Door voorop te lopen en heelder stukken van het dossier-X1 aan de pers te geven, kon ze de informatiestroom naar het grote publiek controleren. De operatie was gedoemd om op de een of andere manier te mislukken, want er zouden vanzelfsprekend personen te vinden zijn die de zwakke punten van die getuige konden aantonen. De advocate Michèle Hirsch – die optrad namens de ouders van het vermoorde meisje Christine Van Hees – nam die taak op zich, maar het had net zo goed iemand anders kunnen zijn.

Zodra de steen in de kikkerpoel geworpen was en de golven hun vernietigend effect hadden gehad, zou het discrediteren van X1 dienen om alle theorieën over het bestaan van pedocriminele netwerken van tafel te vegen. In de wereld van de inlichtingendiensten is dat een praktijk die al herhaaldelijk zijn diensten heeft bewezen.”

Bron » Apache