Het Brugse gerecht voert al verscheidene maanden een onderzoek naar een aantal bedrijven die op de luchthaven van Oostende gevestigd zijn. Het gerecht vermoedt dat verscheidene van deze bedrijven betrokken zijn bij wapenhandel. Dit hebben we uit goede bron vernomen. Het nieuws is donderdag in gerechtelijke kringen bevestigd.
Deze expeditiebedrijven, waarvan de naam eerder al is gevallen in verband met wapenhandel, “vliegen veel op Afrika”, zo vernam onze redactie.
Deze trafieken leveren veel geld op en het is niet altijd duidelijk hoe dit geld in het officiële circuit terecht komt. Dit betekent dat het onderzoek zich ook met het witwassen van geld bezig houdt.
Het gerecht in Brugge noemt het onderzoek een “zeer delicaat dossier” en was donderdag niet geneigd meer informatie te geven.
Sommige bedrijven proberen overigens nog altijd militair materieel naar het gebied van de Grote Meren te transporteren. Zo blijkt dat het bedrijf Occidental Airlines onlangs een partij militaire helmen, regenjassen, tenten en slaapzakken in kaki-kleur naar de Burundese hoofdstad Bujumbura wilde verschepen. De douane op de luchthaven heeft de goederen in verzekerde bewaring genomen.
Omdat Occidental geen uitvoervergunning van het ministerie van economische zaken kon voorleggen, weigerde de douane in Oostende de goederen te laten vertrekken.
De helmen, regenjassen, slaapzakken en tenten, die vanuit Frankrijk werden aangevoerd, waren duidelijk voor militair gebruik bestemd, aldus de woordvoerder bij de douane. “Gelet op de situatie in Burundi” kreeg Occidental geen uitvoervergunning.
De douane gaf de vracht, die in drie tot vier vrachtwagens werd aangevoerd, deze week vrij, bevestigde donderdag de woordvoerder van de douane.
Het militair materieel van Occidental mag echter niet naar Burundi en het bedrijf moet de douane meedelen naar waar ze de vracht wil verschepen.
De buurlanden van Burundi hebben een algemeen embargo tegen het regime afgekondigd en de Belgische wapenwet verbiedt de uitvoer naar landen met “zware interne spanningen”, iets wat in Burundi duidelijk het geval is.
Eerder hebben we in deze krant gewezen op de rol die de luchthaven van Oostende speelt in de wapenhandel met landen waartegen een internationaal embargo bestaat of waarvoor de Belgische autoriteiten geen vergunning willen afleveren.
In de meeste gevallen vertrekken de wapens niet vanuit Oostende, maar vliegen de toestellen in opdracht van bepaalde bedrijven leeg (dus zonder vracht) naar een Oost-Europese luchthaven, bij voorkeur Burgas in Bulgarije. Daar worden de vliegtuigen volgestouwd met wapens en naar Afghanistan of een Midden-Afrikaans land verscheept.
De bedrijven overtreden hierbij niet de Belgische wetgeving, maar ze maken wel gebruik van de logistiek die ze niet in Oost-Europa kunnen krijgen.
Toch zijn er in het verleden verscheidene pogingen geweest om vanuit Oostende militair materieel naar Centraal-Afrika te verschepen:
In december vorig werd op de luchthaven van Zaventem nog een honderden motoren voor Russische BRT 40-tanks in beslag genomen die via de luchthaven van Oostende naar de Burundese hoofdstad Bujumbura moesten overgevlogen worden. De lading was afkomstig van het Duitse bedrijf Neu Brandenburger en werd verstuurd naar het Oostendse expeditiebedrijf Transami Air Cargo (TAC).
In februari 1996 nam de douane in Oostende 300 nachtkijkers in beslag die zouden overgevlogen worden naar de Angolese hoofdstad Luanda. Angola leeft nog altijd op de rand van een burgeroorlog.
Bankroet
Occidental Airlines is overigens een van de vier luchtvaartbedrijven die het voorwerp van onderzoek uitmaken, zo vernamen we donderdag bij verscheidene bronnen.
Vorige week nog heeft Occidental enkele vrachtbedrijven in Oostende gecontacteerd om ‘leeg’ naar de Bulgaarse luchthaven Burgas te vliegen.
De opdracht bestond er in munitie van Bulgarije naar de Rwandese hoofdstad Kigali te transporteren. Dit bericht hebben we echter niet kunnen bevestigen. De woordvoerster van Occidental ontkende donderdag dat het bedrijf munitie van Bulgarije naar Kigali wilde vliegen.
Occidental wordt gerund door Ronald Rossignol, die al eerder in aanraking met het gerecht is gekomen. In april 1984 werd hij in het Zuid-Franse Menton opgepakt nadat hij door Interpol was gesignaleerd. Rossignol (50), ex-advocaat en verwoed piloot, werd door het Belgische gerecht omwille van een frauduleus bankroet gezocht.
Het bankroet was destijds tussen de 750 en 800 miljoen groot. Rossignol, zoon van Albert Rossignol, een hoge ambtenaar bij de sociale dienst van het leger, had ongedekte cheques ter waarde van 80 miljoen frank uitgeschreven. In die tijd leidde hij het bedrijf Rossair Jet Executive en had enkele kleine vliegtuigen voor het vervoer van zakenlui.
Volgens de Financieel-Economische Tijd was Rossair Jet eigenaar van een toestel dat ingezet werd voor trafieken van verdovende middelen en van diamant.
De Tijd brengt Rossignol, die in de jaren zeventig en tachtig actief was in extreem-rechtse kringen in de Cercle des Nations in Brussel, ook in verband met zijn zakenrelatie Claude Dubois die een bedenkelijke rol in het Bende-dossier zou gespeeld hebben.
Mobutu
In het begin van de jaren tachtig kocht Rossignol ook een Mystère 20 die nog aan de Zaïrese president Mobutu had toebehoord. De Mystère werd echter in Frankrijk geblokkeerd omdat Rossignol eerdere rekeningen niet betaald had.
Naar verluidt heeft sindsdien ook nog problemen met het Amerikaanse gerecht gehad, want hij zou dat land niet meer in mogen.
Ondanks verschillende pogingen, was het onmogelijk donderdag en vrijdag Rossignol bij Occidental te contacteren.
Intussen heeft de man, die in Oostende de bijnaam Smiley draagt, verscheidene oud-werknemers tegen zich in het harnas gejaagd. Zeker één oud-medewerker van Occidental heeft klacht tegen het bedrijf ingediend omdat zijn loon niet werd betaald.
Bron » Het Belang van Limburg