Geplaatst in

Ontvoerde ex-premier, volksvijand nummer één en een vlucht uit de gevangenis: het gewelddadige verhaal van de Bende Haemers

In ‘Proces van het jaar’ staat onze misdaadredactie telkens stil bij één van de spraakmakendste rechtszaken uit de Belgische geschiedenis. 6 september 1993: zeven topgangsters staan terecht voor het Brusselse assisenhof, voor een waslijst aan beschuldigingen, met als opvallendste misdaad de ontvoering van een ex-premier. De hele wereld komt kijken naar het proces van de Bende Haemers, maar het zitje van de hoofdrolspeler op de beschuldigdenbank blijft leeg.

“Hallo? Le Soir? Luister goed. Noteer deze boodschap. Wij zijn de Brigades Socialistes Révolutionnaires. Om 18.30 uur vanavond hebben wij mijnheer Paul Vanden Boeynants ontvoerd bij hem thuis.”

Die boodschap is op een zaterdag in januari 1989 even voor middernacht te horen als iemand naar de receptie van de Brusselse krant Le Soir telefoneert. De man die belt, is de notoire gangster Patrick Haemers. Eerder die avond heeft hij met zijn bende effectief de voormalige premier in de parkeergarage van zijn Brusselse appartement gekidnapt. De ontvoering zou daarna wekenlang hét nieuws beheersen in Europa.

Maar de nachtwaker die de telefoon beantwoordt, denkt dan nog dat de beller een flauwe grappenmaker is. Hij antwoordt: “Ja ja. En ik ben de koningin van Engeland, en ik ga straks het standbeeld van de onbekende soldaat doen ontploffen. Laat me toch met rust.” En hij gooit de telefoon op de haak.

Le grand blond

Nochtans was de Bende Haemers op dat moment al notoir en gevreesd. Haemers groeide op in Schaarbeek, als zoon van een textielhandelaar. ‘Le grand blond’ was zijn bijnaam, vanwege zijn opvallende, rijzige gestalte en staalblauwe ogen. Samen met wat vrienden – “rijkeluiszoontjes”, werden ze genoemd – hing hij rond in de Brusselse discotheken.

Om hun riante levensstijl, dure auto’s en luxueuze appartementen te kunnen blijven betalen, stalen ze eerst brommers, en vervolgens auto’s. Maar dat werden al snel gewapende overvallen.

Overval met vader

Zijn allereerste overval pleegde Haemers samen met zijn vader Achille als chauffeur van de vluchtwagen, op een bank in het West-Vlaamse Deerlijk. Haemers maakte amper 35.000 Belgische frank buit (bijna 900 euro), en zou ’s anderdaags al opgepakt worden omdat iemand de nummerplaat van zijn auto had kunnen opschrijven.

Toch kon dat Haemers niet afschrikken. Er volgden nog tientallen gewelddadige overvallen op postkantoren en vooral geldwagens. Daarbij vielen ook slachtoffers. Op de ochtend van 4 november 1985 gebruikte de bende te veel explosieven, om de achterklep van een geldwagen in Ensival (Verviers) open te blazen. De explosie was zo hevig dat niet alleen de deur openvloog, maar dat ook twee postbediendes binnenin stierven: Henriette Genet en Yves Lambiet.

Acht maanden later stierf een bediende van bewakingsfirma Securitas, Georges Vindevogel, toen de bende op 17 juli 1986 een geldtransport in Gooik beroofde.

Bevrijd door bendeleden

Het bleef lang een mysterie wie al die drieste overvallen pleegde. Uiteindelijk liep Patrick Haemers door zijn eigen nonchalante gedrag tegen de lamp. Hij werd in oktober 1986 opgepakt, omdat hij de verzekeringen had proberen op te lichten. Hij wilde een vluchtwagen als gestolen opgeven. Bij een huiszoeking werden bij hem wapens, geld én een sleutel van een Securitas-wagen gevonden, die Haemers linkten aan een overval.

Lang zat hij niet in de cel: op 13 augustus 1987 werd Haemers met geweld door zijn eigen bende bevrijd uit een politiewagen, die hem van de gevangenis van Leuven naar die van Vorst overbracht. Bendeleden Philippe Lacroix, Marc Vandam en Basri Bajrami bevrijdden hem, en schoten een rijkswachter in de knie.

Haemers vluchtte met zijn kompanen naar Rio de Janeiro, in Brazilië. Maar zijn reputatie als ‘Volksvijand nummer één’ was gemaakt.

In het bezemhok

Toen ex-premier Paul Vanden Boeynants op 14 januari 1989 ’s avonds in de ondergrondse parking uit zijn Mercedes stapte en naar de lift wandelde, werd hij verrast door twee gangsters. Ze hadden zich verstopt in het bezemhok, en ze sprongen op hem toen hij passeerde.

Ze grepen hem vast, en sleurden hem in een auto. Een schoen, het hoorapparaat en de pijp van “VDB” bleven op de garagevloer achter.

De kidnappers waren niet de “Brigades Socialistes Révolutionnaires”, zoals ze de krant Le Soir wilden laten geloven. Dat was een rookgordijn. De twee ontvoerders waren Lacroix en Bajrami, en Haemers zat achter het stuur.

Omdat hun geld aan het opraken was, was de bende opnieuw beginnen te pendelen tussen Zuid-Amerika en België, om hier overvallen te plegen. Bij een daarvan op een geldtransport op de Brusselse ring, op 31 januari 1989, zou geldkoerier Ronny Croes (21) door hun explosieven sterven.

‘De rijkste Belgen’

Maar eigenlijk was de bende de overvallen beu geraakt. Geïnspireerd door een boek over De rijkste Belgen hadden ze besloten dat ze nog één keer één grote slag zouden slaan. Ze zouden VDB – die ook zakenman was – kidnappen, van wie het fortuin in een krant op twee miljard Belgische frank werd geschat.

Van het Brusselse appartement namen ze hem mee naar een villa in de Franse badplaats Le Touquet. Het doel was losgeld. Via briefjes onderhandelden ze met de ex-premier zelf over de prijs. Dat duurde 30 dagen. De bende vroeg 400 miljoen Belgische frank, maar kreeg uiteindelijk maar 63 miljoen frank. Op 13 februari 1989 werd VDB vrijgelaten in Doornik, en in een taxi naar Brussel gestopt.

De ontvoering betekende het einde van de Bende Haemers. Het was de stunt te veel. Bajrami werd als eerste opgepakt in de Franse stad Metz. Op 27 mei 1989 werden Patrick Haemers, zijn vrouw Denise Tyack en zijn kompaan Alex Zeyen door de Braziliaanse politie opgepakt in Rio, en uitgeleverd aan België.

Haemers en Tyack poseerden als supersterren voor de Belgische tv-ploegen die naar Rio gevlogen waren. Haemers, in een gestreepte boottrui, bekende spontaan de ontvoering en tal van andere roven.

Lacroix en Vandam werden op hun beurt in maart 1991 opgepakt in Colombia.

Proces is farce

De topgangsters verschenen op 6 september 1993 onder zware veiligheidsmaatregelen voor het hof van assisen in Brussel. Eigenlijk had het proces al op 19 april moeten starten . Maar op de eerste dag was een probleem gerezen. Omdat het proces vier en een halve maand zou duren, waren er 24 juryleden nodig: 12 gezworenen, en evenveel reserveleden. Er waren 90 kandidaten opgeroepen, maar daarvan daagden er 57 niet op. Er waren wettelijk gezien niet genoeg kandidaten.

Nog voor het echt begonnen was, was het proces al voorbij. Het proces van het jaar begon met een farce.

Als een mokerslag

Voor Haemers kwam die beslissing als een mokerslag. Hij zat al vier jaar in eenzame opsluiting, en verdroeg de celmuren niet meer. Bovendien hoorde hij hoe zijn kameraden Lacroix en Bajrami, samen met een andere gangster – Kaplan Murat – op 3 mei uit de gevangenis van Sint-Gillis konden ontsnappen.

De beelden behoren tot het collectieve Belgische geheugen. Op een foto is te zien hoe het trio in een BMW uit de gevangenis wegrijdt, samen met vier gijzelaars. Gevangenisdirecteur Harry Van Oers zit tussen de gangsters op de achterbank, en op de voorruit ligt een cipier – als schild tegen politiekogels.

Haemers mocht niet mee. Zijn kompanen waren woest, omdat hij hen tijdens zijn interviews in Rio verraden had. Hij had daar gezegd dat ook zij aan de ontvoering en aan de roofovervallen hadden deelgenomen.

Op 14 mei werd Haemers dood teruggevonden in zijn cel. Hij had zich van het leven beroofd met het snoer van een radio.

Zoals tapijthandelaren

Toen het assisenproces na de zomer opnieuw van start ging, zaten er zeven mensen op de beschuldigdenbank. Het waren Lacroix, die weer was opgepakt, Vandam, Zeyen en Tyack, naast wapenhandelaars Robert Darville en Michel Gauthier, en advocaat Michel Vander Elst, die de bende had getipt over het adres van VDB. Maar de grote hoofdrolspeler, die zijn naam gaf aan de bende, die was er niet bij.

Deze keer raakte wel een jury bijeengeroepen. De zeven werden onder meer beschuldigd van 14 overvallen, de dood van vier geldkoeriers, én de ontvoering van VDB. Er moesten 332 getuigen passeren, onder wie een zelfverzekerde Paul Vanden Boeynants.

VDB: “We onderhandelden zoals tapijthandelaren dat doen. Dat gebeurde via briefjes. Zij wilden geld, en ik mijn vrijheid. Eén schreef perfect, een ander maakte veel schrijffouten, maar de derde kon niet schrijven. Ik smeekte hem om duidelijker te schrijven, maar hij zei dat hij niet lang naar school was geweest. Binnenkort hebt ge geld, zei ik. Dan kunt ge leren schrijven.”

Gangster wordt leerkracht

De gangster met het perfecte geschrift bleek Lacroix te zijn. Tijdens het proces rees het vermoeden dat hij het échte brein van de bende was. Niet Haemers. Lacroix ontkende: volgens hem was er geen leider, maar waren de overvallen het werk van een vaak wisselende groep kennissen.

Lacroix: “Namen noemen? Mijnheer de voorzitter, dat kan ik niet. Hoe gaat u mijn familie beschermen? Bovendien weet ik ook niet wie wat heeft gedaan. Ik weet alleen welke overvallen ík heb gepleegd. We vertelden elkaar nooit over de hold-ups die we hadden gepleegd. Dat was een vaste regel.”

Pas op 13 januari 1994 kwam het proces ten einde. Lacroix en wapenhandelaar Darville kregen de zwaarste straf: de doodstraf. Vandam kreeg 18 jaar dwangarbeid, advocaat Vander Elst acht jaar cel. Weduwe Tyack en wapenhandelaar Gauthier moesten elk vijf jaar de cel in. Axel Zeyen ten slotte werd tot zijn vreugde vrijgesproken.

Ondanks de doodstraf kwam Lacroix in 2004 vrij. In de gevangenis had hij een universitair diploma behaald, en sindsdien werkt hij als leerkracht. Hij is een voorbeeldige burger. Van Justitie heeft hij zelfs eerherstel gekregen.

Bron » Het Laatste Nieuws