Weduwe Mendez getuigt over moord op haar man

Gisteren kwam ter zitting Danièle Daniels, de weduwe van Juan Mendez. Zij beschreef haar man als een vriendelijke, huiselijke familieman en een harde werker met twee hobby’s: mechanica en wapens.

Inzake de diefstal in de woning van Mendez op 15 mei ’85 sprak Danièle Daniels de versie van Bouhouche tegen dat Juan Mendez hem gevraagd had wapens de verkopen die onterecht op de lijst van gestolen wapens stonden met de bedoeling de verzekering op te lichten. “Alle wapens op de lijst werden wel degelijk gestolen.”

De getuige verklaarde voorts dat Mendez haar had toevertrouwd dat hij Bouhouche verdacht van de diefstal. Op zekere dag had Mendez bij Bouhouche een boekje gezien waarin sprake was van dezelfde munitie dan die bij hem geroofd was.

Gedurende een zakenreis naar Latijns-Amerika van 10 november tot 5 december ’85 telefoneerde Mendez herhaaldelijk naar zijn vrouw. “Hij vroeg me om inlichtingen over de Bende van Nijvel en had angst dat de bende één van zijn gestolen wapens zou gebruiken.”

Eind december van dat jaar verkocht Mendez drie wapens aan Bouhouche voor 130.000 frank. Deze laatste betaalde niet onmiddellijk en de dag voor zijn moord had Mendez zijn vrouw verteld dat hij de beklaagde “vandaag of morgen” moest zien om zijn geld te ontvangen.

Op 9 januari vond de vrouw een wapen in een linnenmand in de badkamer, dat erg leek op één van de pistolen uit de slaapkamer. Volgens haar was het uitgesloten dat haar man het wapen verstopt had. Ze meende dat enkel Madani Bouhouche, die op de avond van 7 januari in het huis aanwezig was, dat had kunnen doen.

Na de getuigenis van Daniels zei Bouhouche: “Het is al tien jaar geleden dat ik Danièle nog gezien heb. Ik heb met haar te doen, maar ik heb me niets te verwijten. Ik heb Tonio niet vermoord.”

Bron » Het Belang van Limburg

Mendez kende wapendief maar zweeg

Een politieman uit Ukkel vertelde vrijdag voor het assisenhof van Brabant dat FN-topman Juan Mendez wist wie bij hem wapens had gestolen, maar hardnekkig weigerde diens identiteit te onthullen. Sinds negen weken staan voor het assisenhof vier beklaagden terecht met als blikvangers de ex-rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer.

Al een week spitsen de debatten zich toe op de moord op 7 januari 1986 op Juan Mendez in Rosieres, zowat acht maand na een omvangrijke wapendiefstal bij hem thuis in Overijse. Enkel Bouhouche wordt van de moord beschuldigd, maar hij ontkent alle betrokkenheid.

De Ukkelse politieman Jean-Pierre Phlips vertelde tijdens de ochtendzitting dat hij Mendez goed had gekend. Zowat anderhalve maand voor zijn dood had de ingenieur gezegd te weten wie bij hem de wapens had ontvreemd. Maar ondanks aandringen weigerde Mendez te zeggen wie, omdat hij dit te gevaarlijk vond voor getuige.

Phlips zei ook dat Mendez zodanig veel van zijn wapencollectie hield dat hij ze nooit van de hand zou doen tenzij hij in zware financiële problemen zat. Ook adjunct commercieel directeur Michel Thys van FN getuigde net als de Ukkelse politieman dat Mendez iemand verdacht van de wapendiefstal in zijn huis, maar geen identiteit losliet. Mendez zou volgens hem in het najaar van ’85 zeer zenuwachtig zijn geweest omdat hij zich bij een zakenreis in Porto-Rico afvroeg of bij een grote gewapende overval in België niet de bij hem gestolen wapens waren gebruikt.

Weer wapendeskundige

Wapendeskundige Vanderstock, opgeroepen door de verdediging, had kritiek op de manier, waarop onder meer zijn collega Dery tot de slotsom was gekomen dat een aan Bouhouche toebehorend wapen dat van de moord was. In de lijn van Dery identificeerde Edouard Tombeur onmiddellijk één van de twee hem voorgelegde wapens als dat van de misdaad. Het was het schiettuig van Bouhouche.

Een andere getuige bevestigde dat Bouhouche op de dag van de moord tussen 9.15 u. en 9.30 u. bij hem was geweest voor inlichtingen over een jachtexamen. Mendez zou tussen 7.45 u. en 8.05 u. zijn gedood, wat tijdens de ochtendzitting indirect was bevestigd door een omwonende die rond die tijd schoten in de buurt van de autoweg had gehoord.

Bron » Gazet van Antwerpen