Slager Herman De Messemaeker stond oog in oog met moordenaar: ”Dat gezicht vergeet ik nooit”

Slager Herman De Messemaeker had de voortvluchtige moordenaar van politieman Yves Cuypers ei zo na te pakken. Maar hij werd zelf beschoten en de gangster zette het op een lopen. “Die zaterdagnacht 9 april 1988 was woelig”, vertelt De Messemaeker. “Alsof er iets te gebeuren stond. De hond was onrustig, er hing een onheilspellende sfeer… Er was iets…”

Plots stonden alle gezinsleden in de woonkamer. De hond was onophoudend hard en agressief aan het blaffen. Ook andere honden in de buurt van de kerk van Heiende blaften. “Mijn zuster hoorde iets buiten. Alsof iemand aan het proberen was om de poort te forceren of binnen te geraken. Dat bleef maar duren en hoe langer het duurde hoe agressiever de hond werd.”

Ze hadden er schoon genoeg van. Herman en zijn vader, de uit de kluiten gewassen beenhouwer Lucien, grepen hun wapens. De zoon een pistool, vader een geweer. Wie bij hen wou inbreken, zou van zeer goeden huize moeten zijn. Het geluid buiten hield aan, de honden blaften almaar luider en lieten hun tanden zien. Herman en Lucien gingen naar buiten, de donkerte in. Op straat was niets te zien. Het was heel vroeg in de ochtend, Heiende was nog niet wakker.

Achter de slagerij strekten zich stallingen en weilanden uit naast het kerkhof en een stukje braakland daarvoor. De dichtste bewoning langs de achterzijde was kilometers ver weg. ”De hond gromde stil toen we buiten waren”, vertelt Herman. ”Wij waren op onze hoede. Het was onheilspellend, we voelden dat er iets was. Dat even voordien een paar honderd meter verder een mens doodgeschoten was, wisten we op dat moment niet.”

In het struikgewas

Geritsel in de struiken. De hond bleef gespannen staan. Hij kon elk moment aanvallen. ”We zagen niets. Plots nog meer geritsel, maar we wisten niet direct waar het juist vandaan kwam. De adrenaline stroomde door ons lichaam. Vader was vlakbij met het geweer in de aanslag. Ik scheen met de zaklamp in het struikgewas.”

Het gebeurde in een fractie van een seconde. ”Het licht vatte vol het gebruinde gezicht van een man van 30 à 35 jaar. De agressie stond erop te lezen. Hij had kort zwart haar. In zijn ogen stond geen angst, maar woede. Ik vergeet het nooit.”

De kerel aarzelde geen moment en richtte zijn wapen op Herman De Messemaeker. “Ik kon mij nog net op tijd neergooien”, herinnert hij zich. “De kogels floten rond mijn oren. Ik wist even niet wat er moest gebeuren. Mijn vader had er ook het raden naar wat er aan de hand was. Na een paar schoten is de man weggeraakt door het struikgewas. Aan de kogelinslagen in de muren te zien, schoot hij met een wapen van zwaar kaliber.”

Zijn wapen werd niet teruggevonden. “Hij is weggeraakt in ware commandostijl”, weet De Messemaeker nog. “Het was een echte atleet die voor zulke dingen getraind had, die door de struiken kroop. We zagen de kerel over het plein naar het kerkhof lopen”, vertelt de slager.

“Hij schoot nog een paar keer naar mijn vader, maar hij raakte hem niet.” Lucien en Herman De Messemaeker moesten uiteindelijk de achtervolging opgeven. Pas toen ze weer thuis waren, begrepen ze ten volle wat hen was overkomen. De politie vertelde hen dat een paar honderd meter verder, op de parking van café Do-re-mi, hun collega Yves Cuypers was doodgeschoten.

Overmere

Ondertussen vluchtte de kerel, die bijna twee extra moorden op zijn geweten had, verder. Hij gapte in de Bredenhoek een fiets waarmee hij naar Overmere reed. Daar verstopte hij zich en stal hij wellicht een auto waarmee hij naar Antwerpen reed. Tenminste: een toen in Overmere gestolen wagen werd in Antwerpen teruggevonden.

Line-up

Lucien en Herman hebben zich bij de politie moeten verantwoorden voor het feit dat ze met een pistool en een geweer achter de moordenaar zijn aangegaan. “Wij hebben die wapens moeten afgeven, we zien die nooit meer terug”, aldus
de slagerszoon.

Een hele tijd later werd Herman De Messemaeker nog opgeroepen door het gerecht. Hij moest naar een line-up in Dendermonde. “Daar stond een rij mannen en ik moest zeggen of de kerel die ik had gezien daar bij was”, zegt hij. “Maar dat was niet zo. Ik weet dat zeker, want dat gezicht vergeet ik nooit.”

De man met het ronde, gebruinde gezicht en het korte, zwarte haar werd nooit teruggevonden.

Bron » Gazet van Antwerpen

Zaak gesloten

Het onderzoek naar de moord op politieman Yves Cuypers is gesloten. ”Al het mogelijke werd gedaan om deze moord op te lossen”, zegt procureur des Konings Christian Dufour.

Het is weinig waarschijnlijk dat de moordenaar van Cuypers nog wordt gevonden. ”Wij hadden heel weinig om ons op te baseren”, zegt de procureur. ”Alleen dat het naar alle waarschijnlijkheid over een man van vreemde nationaliteit gaat.”

Werd Cuypers het slachtoffer van een lid van een rondtrekkende dadersgroep? Het lijkt niet denkbeeldig. Maar het werd ook nooit bewezen.

Bron » Gazet van Antwerpen

Politieman bekoopt moed met zijn leven

Zaterdagnacht 9 april 1988. Bij de politie van Lokeren lopen meldingen van inbraken binnen. Twee agenten trekken op onderzoek uit. Voor politie-inspecteur Yves Cuypers loopt het fataal af. Een eerste in de Heirbrugstraat, in de buurt van het kruispunt met de N70, de oude baan naar Gent, daarna bij beenhouwer Meert in de Sterrestraat. Op het eerste gezicht niet erg logisch, maar de Sterrestraat ligt in het verlengde van de Heirbrugstraat.

Hondengeleider Van den Hende en politie-inspecteur Yves Cuypers vormen samen ploeg. Van den Hende gaat met de beenhouwer praten en doet binnen de vaststellingen. Yves Cuypers blijft bij het politievoertuig staan, waar de politiehond in zit. Plots rijdt een Ford Fiësta voorbij. De inspecteur weet dat zo’n auto bij beenhouwer Meert gestolen is. Hij wacht niet op zijn collega, maar springt in de politiewagen en zet de achtervolging in. Rechtsaf de Koningin Fabiolalaan op. De chauffeur van de Ford Fiësta ziet in zijn achteruitkijkspiegel dat de politiewagen achter hem aanzit en geeft extra gas.

Op de parking

Aan het kruispunt met de Hillarestraat slaat de gestolen wagen links af, richting Overmere. De politiewagen volgt. Nabij de parking van café Do-re-mi in Heiende stopt de chauffeur van de Ford Fiësta. Cuypers parkeert de politiewagen er achter, stapt uit en gaat op de vluchtende inbreker af. Die aarzelt niet en schiet verscheidene keren. Yves Cuypers wordt vol geraakt.

Terwijl de politie-inspecteur op de grond ligt, zet de moordenaar het op een lopen. Hij komt een paar honderd meter verder aan de kerk van Heiende. Achter de kerk loopt hij de velden in. Misschien is daar een vluchtweg. Hier wordt de kerel met de onverschrokkenheid van Herman en Lucien De Messemaeker geconfronteerd, maar dat belet hem niet verder te vluchten.

Per fiets naar schuur

Uiteindelijk komt de vluchteling via het kerkweggetje en een pad langs het kerkhof in de Bredenhoek. Niemand heeft hem hier gezien, maar op de deurmat van een woning in deze straat worden bloedvlekken gevonden. De moordenaar steelt hier een fiets en rijdt daar mee naar Overmere, waar hij zich in een hooischuur verbergt. Ook hier worden bloedsporen gevonden.

In de buurt van de hooischuur wordt dan een 2 pk’tje gestolen. Die auto wordt een tijdje later teruggevonden in Antwerpen. Sindsdien is de politie het spoor van de moordenaar bijster.

Bron » Gazet van Antwerpen

In de boeien op de luchthaven, maar snel weer vrij

Tien jaar na de feiten, begin november 1998, werd de toen 34-jarige Vladimir Milovanovic op de luchthaven van Zaventem in de boeien geslagen en zwaar aan de tand gevoeld. Hij werd ‘s anderendaags, na DNA-onderzoek en met een sluitend alibi,
weer vrijgelaten.

Milovanovic was al de zoveelste verdachte die in de zaak-Cuypers werd aangehouden, maar telkens moest het gerecht de opgepakte kerels weer vrijlaten bij gebrek aan bewijzen. De speurders zochten een naald in een hooiberg, al was het intussen voor velen duidelijk dat de moordenaar in Oost-Europa moest worden gezocht.

Een van de eerder opgepakte mannen duidde van in de gevangenis Milovanovic aan als de moordenaar van Yves Cuypers. Doordat hij een visum had aangevraagd, wist de politie dat Milovanovic naar België zou komen. Hem opwachten was een koud kunstje. De arrestatie van de ex-Joegoslaaf in de luchthaven van Zaventem ging met het nodige vertoon gepaard.

De man werd al meteen toen hij van het vliegtuig kwam in de boeien geslagen, voor iets waar hij, naar eigen zeggen, niet eens iets van afwist. Het bleek trouwens dat hij er niets mee te maken kon hebben: de man was zo ongeveer een jaar voor de moord uit het land gezet omdat zijn papieren niet in orde waren.

Familie

Vladimir Milovanovic en zijn familie, die naar de luchthaven gekomen was om hem te verwelkomen en niet wist wat er daar stond te gebeuren, waren in de vroege jaren tachtig al vanuit Joegoslavië naar België gekomen, op de vlucht voor politieke en financiële problemen.

”Mijn broer was 18 toen hij in Antwerpen verzeilde”, vertelt zijn zus Biljana. ”Hij kwam er in contact met het milieu en leerde er enkele figuren uit de onderwereld kennen. Van het een kwam het ander, hij pleegde inbraken en diefstallen. Maar geweld heeft hij daar nooit bij gebruikt.”

Nadat Milovanovic uit België was gezet, bleef het rustig rond hem. Maar in ex-Joegoslavië werd hij ziek: hij leed aan een ernstige rugkwaal en werd graatmager. Biljana: ”Zijn uitwijzingsbevel was na tien jaar verstreken. Daarom liet Vladimir ons weten dat hij zich in België wou laten behandelen. Iemand met een moord op zijn geweten komt toch niet terug naar het land waar hij die misdaad pleegde om daar het risico te lopen opgepakt te worden?”

De man verdween nadien in de anonimiteit en haalde nooit meer de krantenkolommen.

Bron » Gazet van Antwerpen