In 1991 werd hij opgepakt, in 1993 werd hij veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid voor twee moorden. Michel Brusselaars, boezemvriend en schoonbroer van Johnny Mottry, is nu al vrij. Voorwaardelijk weliswaar. Een vrijlating waar nogal wat speurders wakker van liggen.
Moeder Bosmans mag dan geen speurder zijn, maar ook voor haar zal het nieuws schrijnend zijn. Leden van de bende rond Johnny Mottry bekenden ooit dat die wel eens pompbediende Conrad Bosmans op 6 oktober ’88 zou kunnen vermoord en begraven hebben in een bos in Angleur.
Na die moord zou de bende-Mottry ook een taxichauffeur om het leven hebben gebracht. Het lijk van die man, Marc Leblanc, werd teruggevonden. Maar het lijk van Conrad Bosmans werd nooit gevonden. De speurders houden er echter terdege rekening mee dat de bendeleden de moord op Bosmans niet uit hun duim zogen, maar werkelijk betrokken waren bij zijn dood.
Aan Johnny Mottry zelf kunnen ze het niet meer vragen. De man verhing zich, vlak voor zijn uitlevering aan België, in een Franse cel. Uiteindelijk kwamen drie leden van de bende-Mottry voor de rechter. De bekentenissen waren ondertekend. Maar halverwege het assisenproces pleitten ze alle drie plotseling onschuldig.
Het mocht niet baten. Ze werden veroordeeld. Brusselaars kreeg de zwaarste straf. Hij zou immers de moordende schoten op Marie-Rose, een pomphoudster van een BP-station in Anderlecht, en die op Marc Leblanc, de taxichauffeur, hebben gelost. Hij werd tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld.
Bron » Gazet van Antwerpen