Onderzoek Bende van Nijvel richt zich opnieuw op ex-gangster na nieuwe informatie van getuige

Was Philippe De Staerke dan toch lid van de Bende van Nijvel? En schuilt daarin ook het bewijs dat de gangsters door ­rijkswachters werden gerekruteerd? De Bendespeurders hopen dat nieuwe informatie over De Staerke en co. nog tot een doorbraak kan leiden.

Zeker nu blijkt dat een opmerkelijke getuigenis over de aanslag op de Delhaize van Aalst jarenlang geheim werd gehouden. Een getuigenis die destijds werd opgetekend door de ­ex-rijkswachter die zich onlangs van het leven beroofde. De getuigenis waarvan sprake lekte pas onlangs uit, terwijl ze al in 1989 werd opgetekend, en wel door Roger Romelaert: de oud-speurder van de cel Delta die zich onlangs van het leven beroofde.

De getuige, René D., was voor de politie iemand die af en toe met cheques sjoemelde. Op 9 november 1985 reed hij nietsvermoedend de parking op van de Delhaize in Aalst, toen leden van de Bende er het vuur openden op alles wat bewoog. René en zijn passagier raakten gewond. Maar René meende een van de gemaskerde schutters te herkennen aan zijn gitzwarte ogen en zijn manier van lopen. “Het was Philippe De Staerke”, verklaarde hij. Omdat René, zoals De Staerke, van zigeunerafkomst was, riep hij de man iets in typisch zigeunerdialect toe. Waarop de schutter opkeek, zich omdraaide en hem verder ongemoeid liet. “Dat kan geen toeval geweest zijn”, besloot René D.

Nieuwe garde, zelfde analyse?

Uit vrees voor zijn eigen leven liet René D. deze verklaringen pas vier jaar later door Roger Romelaert optekenen. Was het deze getuigenis die Romelaert dwars zat sinds de jongste ontwikkelingen in het Bende­onderzoek, sinds de geruchten over manipulatie en de aanhouding van twee van zijn ex-collega’s? Volgens zijn dochter liep hij van dan af in elk geval bezorgd rond, wat hem uiteindelijk tot wanhoop zou hebben gedreven.

De nieuwe Bendespeurders sluiten dat verband alvast niet uit. Ze lieten het lichaam van Romelaert onderzoeken, en voorlopig is daar niets verdachts uit gebleken. Maar de aandacht van de Bendespeurders voor de dood van Romelaert bewijst wel dat alles uit het onderzoek naar de bende De Staerke hen bijzonder in­teresseert.

Het werk van de cel Delta op De Staerke en zijn Bende van Baasrode heeft volgens hen de meest concrete elementen ­opgeleverd voor een verder ­onderzoek naar de Bende van Nijvel. Zij denken daarbij niet alleen aan de ophefmakende ontdekking in het kanaal nabij Ronquières van wapens en ander bewijsmateriaal tegen de Bende. Ook de gedetailleerde analyse door de cel Delta van banden tussen leden van de bende De Staerke en andere criminele groeperingen (o.a. de Bende Haemers), of linken naar mensen en groepen met uiterst rechtse sympathieën (de privémilitie Westland New Post, ex-gevangenisdirecteur Jean Bultot), interesseert de nieuwe Bendespeurders heel erg.

De cel Delta leidde daar destijds de hypothese uit af dat criminele bendes, zoals die van Philippe De Staerke, gerekruteerd en gemanipuleerd zouden zijn door ex-rijkswachters om overvallen te plegen en paniek te zaaien. Die ex-rijkswachters zouden daar in eerste instantie (1982-’83) wraak mee hebben willen nemen op de overheid die hen de laan uit had gestuurd. Bij de nieuwe golf van overvallen (1985) werd de ontstane paniek gerecupereerd door anderen, met politieke motieven. Zoals het indijken van “het oprukkende rode gevaar”, waarvan de ­Cellules Communistes Combattantes (CCC) een levend ­bewijs was.

Buiten vervolging

De huidige Bendespeurders lijken de redenering van de cel Delta grotendeels te volgen. Maar tot dusver hebben zij hun pijlen vooral gericht op gewezen tipgevers en oud-speurders van de cel Delta. Nu kijken ze weer naar Philippe De Staerke. Die blijft echter elke betrokkenheid ontkennen: hij heeft niets te maken met de Bende van Nijvel. En het moet gezegd: hij werd 30 jaar geleden in verdenking gesteld voor de overval in Aalst, maar in 2002 werd hij voor die overval ook officieel buiten vervolging gesteld.

Zelfde winkels, zelfde profiel: de Bende van Baasrode

Philippe De Staerke (61) prijkte in de jaren 1970, begin jaren 80 meestal ­bovenaan de lijst van verdachten als er ergens een gedurfde inbraak of een zware overval was gepleegd. Niet ten onrechte, want met zijn Bende van Baasrode schreef Philippe “Johnny” De Staerke tientallen zulke feiten op zijn palmares.

De vastberadenheid waarmee de groep te werk ging en het feit dat sommige leden ook af en toe “freelance” inbraken in winkels van ketens die ook door de Bende van Nijvel werden geviseerd, bracht De Staerke en co. automatisch onder de aandacht van Bendespeurders, zoals de cel Delta rond onderzoeksrechter Freddy Troch. Het profiel van sommige leden paste bovendien goed bij dat van de Bende. De Staerke had de reputatie tijdens een overval niets of niemand te ontzien. Léopold Van Esbroeck was een kleerkast van een kerel, Dominique Salesse een bijzonder handige chauffeur die dol was op de VW Golf GTI, de lievelingsauto van de Bende van Nijvel.

De Bende van Baasrode werd door Troch opgerold. Philippe De Staerke en de voornaamste leden van zijn bende kregen 20 jaar cel. Maar als lid van de bende van Baasrode, niet van die van Nijvel.

Bron » Het Nieuwsblad

Reynders en topmilitair aan de tand gevoeld over manke inlichtingendienst

De militaire inlichtingendienst Adiv draait al geruime tijd vierkant. Ondanks een negatief rapport met aanbevelingen, verandert er weinig aan de situatie. Het parlement wil Defensieminister Reynders (MR) en de baas van de Adiv daarover aan de tand voelen. Ook legerstafchef Compernol zou later nog worden uitgenodigd.

Achter gesloten deuren besprak de kamercommissie die onder meer de inlichtingendiensten opvolgt deze namiddag een opvolgingsonderzoek over de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (Adiv). Dat is de inlichtingendienst van het leger. In juni vorig jaar bleek uit een audit dat de Directie Counterintelligence, die werkt rond contraspionage, zijn werk niet naar behoren uitoefent. Interne twisten ‘met aanslepende discussies en diepgeworteld wantrouwen’ belemmeren een goed functionerende afdeling contraspionage. Het gevolg is dat die afdeling een stuurloos schip is geworden.

In de audit, die toezichthouder Comité I had uitgevoerd, stond een reeks aanbevelingen. Op korte termijn, tegen het einde van vorig jaar, moest er bijvoorbeeld werk worden gemaakt van een missie en een visie voor de afdeling contraspionage, moesten er afspraken komen met andere inlichtingendiensten (zoals de Staatsveiligheid) en moest duidelijkheid komen over welke middelen op welk domein worden ingezet.

Maar vandaag is gebleken dat er nauwelijks iets is veranderd aan de werking. Daarom beslisten de kamercommissie en het Comité I om onder anderen minister Didier Reynders (MR) te horen over de gang van zaken. Dat vernam De Standaard van vier bronnen. Reynders kreeg defensie onder zijn hoede nadat de N-VA uit de federale regering vertrok. Zijn voorganger was Steven Vandeput.

De kamercommissie wil ook Claude Van de Voorde horen. Hij is sinds juni 2017 de chef van de Adiv. Nadat via De Standaard een brief uitlekte waarin enkele mensen van de Adiv hun beklag deden over het gerommel bij de inlichtingendienst, besloot Van de Voordes voorganger Eddy Testelmans op te stappen. De commissie overweegt ook Marc Compernol, de nummer één binnen defensie, uit te nodigen.

Het kabinet-Reynders zegt dat het nog te vroeg is om te reageren, maar volgt het dossier op. De persdienst van Defensie bevestigt dat Van de Voorde zal worden gehoord door de commissie, maar wil er verder geen commentaar bij geven omdat de zitting achter gesloten deuren zal plaatsvinden.

Bron » De Standaard

12.552 wapens gaan in vlammen op bij ArcelorMittal

Een vrachtwagen is vanochtend het bedrijfsterrein van ArcelorMittal Gent opgereden met een bijzondere lading: 12.552 vuurwapens. Het is de opbrengst van de amnestieperiode die minister van Justitie Koen Geens (CD&V) instelde bij het invoeren van de nieuwe wapenwet nu ruim een jaar geleden.

De wapens gingen de convertor in waar ze bij 1700 graden Celsius gesmolten werden. Het vloeibare staal wordt gerecycleerd tot staalplaten voor de auto- en bouwindustrie.

De amnestieperiode voor niet-vergunde vuurwapens liep van 1 maart 2018 tot en met 31 december 2018. Het was de allerlaatste kans voor burgers om hun wapens, kogelladers en munitie uit het zwarte circuit te halen, zonder risico op strafvervolging. Zij hadden de keuze tussen afstand doen van hun wapen, een vergunning aanvragen, het wapen verkopen of het wapen onklaar maken.

Bijna zes ton munitie

Met al deze opties samengeteld, hebben gedurende tien maanden tijd 15.600 personen een aangifte ingediend, waarbij één aangifte staat voor één geregulariseerd vuurwapen of een bepaalde hoeveelheid laders of munitie. Een persoon kon meerdere aangiftes doen, wat het totaal op 37.500 aangiftes brengt. Particulieren hebben ook zo’n 5,7 ton munitie ingeleverd. Die wordt vernietigd door ontmijningsdienst Dovo.

Tussen 2006 en 2008 werd al eens zo’n regularisatieperiode georganiseerd. Toen zijn ongeveer 200.000 wapens aangegeven. Maar de overheid wist dat er nog steeds een grote hoeveelheid illegale wapens in omloop was. Tot schrik van de veiligheidsdiensten die moeten weten wie een vuurwapen heeft om gepast te kunnen reageren, bijvoorbeeld bij huiszoekingen.

Na de amnestie, boetes en celstraffen

Met de vernietiging van de wapens valt definitief het doek over de amnestieperiode. Wie nu nog steeds in het bezit is van een illegaal wapen riskeert een geldboete tot 25.000 euro en tot vijf jaar cel.

ArcelorMittal vernietigt overigens niet alleen vandaag wapens. Zo’n twee keer per jaar smelt de staalreus een 10.000-tal verbeurdverklaarde wapens van over heel België. Dat zijn bijvoorbeeld revolvers of jachtwapens, maar evengoed automatische geweren of samoeraizwaarden die in beslag zijn genomen door de politie in het kader van strafonderzoeken.

Bron » De Standaard

Criminoloog Paul Ponsaers pleit voor stopzetting gerechtelijk onderzoek Bende van Nijvel

Paul Ponsaers, emeritus hoogleraar criminologie aan de UG, pleit in De Juristenkrant voor stopzetting van het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Naar analogie met de zaak-Lahaut denkt hij dat historici meer kans maken om deze zaak op te helderen. Met ‘Loden Jaren. Bende van Nijvel gekaderd’ (uitg. Gompel&Svacina) schreef Ponsaers een tweede boek over dit item.

In het interview vraagt Ponsaers zich af “of het niet veel nuttiger zou zijn om op een open en onbevangen manier” historici in plaats van rechercheurs te laten praten met de betrokkenen uit die tijd. “Vergelijk het met de operatie Kelk. Op het moment dat de kerk onder vuur van justitie kwam te liggen sloegen alle poorten toe. Pas op het moment dat de kerk zich openstelde voor veranderingen en een dynamiek tot stand brengt buiten het gerechtelijk circuit is er veel veranderd”, aldus Ponsaers.

Om alsnog de waarheid te achterhalen spiegelt hij zich aan de wijze waarop historici enkele jaren terug onthulden dat de moord in 1950 op Julien Lahaut het werk was van een anticommunistisch netwerk. “Elk jaar dat nu voorbij gaat vreet in op de tijd dat die historici hebben om getuigen uit die tijdsperiode te horen en te zien. Dus ook in die zin wordt het tijd dat het gerechtelijk onderzoek wordt afgesloten”, aldus Ponsaers. Het justitieel systeem is volgens hem in dit dossier “op zijn grenzen gebotst”.

Ponsaers stelt voorts overigens al lang niet meer te geloven dat het dossier van de Bende nog ooit een gerechtelijke oplossing krijgt. “Stel dat je vandaag een beschuldigde hebt. Elke advocaat maakt toch probleemloos brandhout van dat dossier. Met al die halve waarheden en volle leugens, stukken die verdwenen zijn, dossiers die weg zijn, de kwantitatieve omvang van het dossier…” Hij spreekt ook de mening tegen van Justitieminister Koen Geens in 2018 “dat er binnen de drie jaar een proces komt”. “Natuurlijk komt dat er niet”, aldus Ponsaers.

Bron » Het Nieuwsblad

Vermeylenfonds neemt nieuwe start met lezing “Lahaut”

“De schaduw van de bende van Nijvel in de moordzaak Lahaut” is het thema van de gespreksavond op dinsdag 12 maart (20uur) in De Kruisboog. Een gratis lezing ter gelegenheid van de herneming van de activiteiten van het Vermeylenfonds-Geteland.

Na een jarenlange stilte zal het Vermeylenfonds zijn activiteiten in de regio Tienen hervatten. Deze eerste lezing wordt in samenwerking met Curieus Hoegaarden en UPV-kern-Tienen georganiseerd. Het Vermeylenfonds is een Vlaamse cultuurorganisatie die behoort tot de Vlaamse vrijzinnige familie. De naamgeving verwijst naar de staatsman August Vermeylen. Het fonds volgt de actualiteit én het verleden. Zo gaat de eerste Tiense activiteit over “De schaduw van de Bende van Nijvel, vastgesteld tijdens het wetenschappelijk onderzoek naar de opdrachtgevers van de moord op Julien Lahaut”.

Julien Lahaut was in 1950 voorzitter van de Belgische Communistische Partij en volksvertegenwoordiger uit Luik. De mythe heeft lang stand gehouden dat hij zou vermoord zijn omdat hij tijdens de eedaflegging van Boudewijn “Vive la République “ zpu hebben geroepen. Historicus Widukind De Ridder, journalist Douglas De Coninck, tv-maker Etienne Verhoeyen en historicus Rudi Van Doorselaer ontrafelden de moord.

Een team onder leiding van de Leuvense professor Emanuel Gerard startte met een minutieus wetenschappelijk onderzoek. Het netwerk rond de gekende moordenaars werd in kaart gebracht. De obstructie van het onderzoek werd duidelijk. Daarbij vielen gelijkenissen op met het onderzoek naar de Bende Van Nijvel.

De laatste vijfgien exemplaren over het onderzoek naar de moord op Lahaut zullen tegen twintig euro per stuk aangeboden worden in Tienen. Ze kunnen in De Kruisboog gesigneerd worden door de co-auteur Widukind De Ridder.

Bron » Het Nieuwsblad