Digitalisering politie mislukt: minister trekt streep door monstercontract van 299 miljoen euro

I-Police, het ambitieuze digitaliseringsproject voor de federale politie, stopt met onmiddellijke ingang. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) beslist. Uit een grondige evaluatie blijkt dat het project bijna 5 jaar na de opstart “geen tastbare resultaten” heeft opgeleverd.

De processen van het politiewerk digitaliseren, verschillende datasystemen samenbrengen in 1 informatieplatform en zo sneller risico’s en criminele netwerken kunnen detecteren: dat waren de ambitieuze doelstellingen van het i-Police-project dat eind 2021 gelanceerd werd.

Toenmalig minister Annelies Verlinden (CD&V) sloot daarvoor een contract af van 299 miljoen euro met het Franse IT-consultancybedrijf Sopra Steria . Vandaag trekt haar opvolger Quintin een streep door dat monstercontract. Dat melden De Standaard en Le Soir, en het nieuws wordt bevestigd door de minister.

Lijdensweg

De beslissing betekent het einde van een lijdensweg voor het project, dat aangekondigd werd door Verlindens voorganger Jan Jambon (N-VA) in 2017 in de nasleep van de terroristische aanslagen.

Al eind 2022 was de ondermaatse digitalisering bij de politie een van de redenen voor het opstappen van topman Marc De Mesmaeker. Onder zijn opvolger werd in februari 2024 beslist om het programma te reduceren tot 4 prioriteiten, maar ook na die aanpassing bleven de concrete resultaten voor het terrein uit.

Bij het begin van deze legislatuur bestelde minister Quintin daarom een grondige evaluatie. Die maakte duidelijk dat er fundamentele tekortkomingen waren in de uitvoering van de overheidsopdracht. Daarop stelde de minister het Franse bedrijf in gebreke.

In mei werden een aantal deelprojecten stopgezet en ook de betalingen stonden al even on hold: in totaal werd uiteindelijk 75,8 miljoen euro uitbetaald, waarvan nog 1,8 miljoen euro deze legislatuur. Nu wordt de overheidsopdracht dus ook formeel ontbonden.

Geen nieuw monstercontract

Toch betekent het einde van i-Police niet dat de digitalisering van de politiediensten stopt, benadrukken de minister en de Federale Politie in een reactie. Al zit een nieuw monstercontract er niet meteen aan te komen.

“Onze politie heeft nood aan een andere, meer doeltreffende digitale aanpak”, zegt Quintin. Hij kijkt daarvoor vooral naar “kleinschalige en modulaire projecten die rechtstreeks inspelen op de noden op het terrein en worden ontwikkeld door diensten met de nodige expertise”.

Als voorbeeld verwijst hij naar de aansluiting van alle ANPR-camera’s voor nummerplaatherkenning op 1 centraal systeem en de rechtstreekse toegang tot de camera’s van de NMBS. “Die aanpak laat toe om sneller resultaten te boeken en beter aan te sluiten bij de reële noden op het terrein”, stelt de minister.

“Door het uitblijven van resultaten van het i-Police-project heeft de digitale transformatie vertraging opgelopen”, erkent de Federale Politie zelf in een reactie. Al blijft die wel “een van onze prioriteiten”.

Bron » VRT Nieuws

Rechercheurs federale politie maken zich zorgen over corruptie binnen eigen diensten, zo meldt nieuw rapport

Bijna de helft van de speurders van de federale gerechtelijke politie is ongerust over beïnvloeding, druk en valsheden om een dossier in een bepaalde richting te sturen. Eén derde is bevreesd over regelrechte sabotage. Volgens de federale politie toont een nieuwe rapport met deze conclusies evenwel beperkingen.

Het gaat slecht met de federale gerechtelijke politie. In 2024 kwam een eerste zogenaamd Corespo-rapport ‘Respect’ uit. Het beeld dat naar voren kwam over de federale speurders en de leiding, was niet fraai: in de kantoren heerste een toxische werksfeer en was er ook sprake van pesterijen en grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen. Commissaris-generaal Eric Snoeck moest uitleg komen geven in het parlement, maar daarna bleef het stil.

Nu is er dus een nieuw rapport, getiteld ‘Corruptie’, waaraan 1.776 van de 3.670 federale speurders meegewerkt hebben. Het Nieuwsblad kon er de hand op leggen. Opnieuw zou je kunnen spreken van problematische resultaten. Bijna één op de drie agenten werd tijdens zijn loopbaan geconfronteerd met corruptie binnen de eigen organisatie. Eenzelfde percentage zag al een onrechtmatige inmenging in een dossier. De corruptiecijfers zijn opvallend hoger dan de ‘te verwachten’ cijfers in de politiesector over bedreigingen uit het milieu (28,3 procent) en aanklachten van iemand uit het milieu (16,5 procent).

Bijlagen vervalsen

De belangrijkste vraag uit het rapport luidt als volgt: ‘Waar was je de laatste vijf jaar vaak ongerust over?’ Topantwoord is ”beïnvloeding” (45,3 procent). Dat is een zogenaamde clusterterm voor “het onrechtmatig afronden van een dossier, druk uitoefenen in het kader van een dossier of het vervalsen van bijlagen”.

De respondenten geven ook voorbeelden, zoals het niet onderzoeken van misdrijven om een lager criminaliteitscijfer te creëren. Of de houding van vooraanstaande leden van de politiehiërarchie, die zo ver gingen dat ze een openbaar document vervalsten om collega’s te beschuldigen. Er waren ook onofficiële contacten en romantische relaties tussen hogere politiefunctionarissen en magistraten, waardoor informatie werd uitgewisseld buiten de wettelijke procedures om en waardoor beslissingen worden beïnvloed. Een hoofdcommissaris waarschuwde dan weer een target dat lid was van ‘Vereniging X’. Met dat laatste wordt de loge bedoeld.

Wie dan verantwoordelijk is voor de “meest ongepaste invloed”, is ook duidelijk. Met 45,1 procent luidt het topantwoord “politieke figuren”. Daarna volgen advocaten uit een dossier, gevolgd door media, verdachten of getuigen en criminele organisaties. Dat zijn mensen buiten de politieorganisatie. Maar ook binnen de organisatie is er – zoals de eerdere voorbeelden duidelijk maken – een groot probleem van beïnvloeding. “De invloed van controleorganisaties zoals Comité P, parket, lokale politie, interne diensten of directies of andere overheidsinstanties ligt met cijfers tussen 10 en 20 procent nog altijd hoog”, staat te lezen in het rapport.

Een opvallend voorbeeld van een politieman uit het rapport: “Een vrederechter schreef een brief aan mijn directeur om te klagen over een boete die zijn dochter kreeg. Mijn superieuren vroegen me de andere kant op te kijken voor dingen die storend waren of niet gingen zoals ze zouden moeten gaan.”

Het tweede topantwoord omtrent de ongerustheid van speurders in het rapport, is het favoritisme, zowel bij interne promotieprocedures (33,8 procent) als bij selectieprocedures van nieuwe kandidaten (21 procent). “Er leeft de indruk dat vrienden of familieleden van leidinggevenden voorrang krijgen.” “Favoritisme werkt enorm demotiverend. Het tast het vertrouwen in de organisatie aan. Leidinggevenden die doordrongen zijn van vriendjespolitiek verzieken de organisatie. Zeer nefast”, klinkt het bij de bevraagde speurders.

Verzonnen bewijsmateriaal

De resultaten die boven de 20 procent scoren, worden door de rapporteurs aanzien als “prioritaire aandachtspunten in de organisatie”. Ook de ‘lagere’ resultaten zijn bijzonder, niet vanwege de percentages, maar omdat ze überhaupt voorkomen. Speurders zijn bijvoorbeeld bezorgd over het “neerleggen van verzonnen bewijsmateriaal, het laten verdwijnen van een dossier, vervalsen van bijlagen, opzettelijke vernietiging van bewijsmateriaal, de vraag om mee te werken met activiteiten van georganiseerde misdaad, het verdwijnen van in beslag genomen goederen of geld, uitrusting die ter beschikking gesteld wordt van externen, en diefstal van voorwerpen op een plaats delict of bij een huiszoeking”.

De cijfers van al die zaken blijven onder de 10 procent en krijgen het etiket “controleerbare risico’s”. Maar opgeteld tot de clusterterm ‘verdwijnen van materiaal’, halen ze 31,3 procent en zijn ze toch “prioritaire aandachtspunten”, aldus de rapporteurs.

Tussen 10 en 20 procent spreekt men van ‘gewone’ aandachtspunten. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over het misbruik van overheidsmiddelen voor privéredenen (10,5 procent), het vergemakkelijken van gunningen voor overheidsopdrachten (12,7 procent), ingaan op vragen voor voorkeursbehandeling (18,7 procent) en het aanvaarden van cadeaus van ondernemingen en organisaties (19,7 procent).

Niet openbaar

Het rapport en de resultaten zijn – ondanks vragen vanuit het parlement – nooit openbaar gemaakt. Binnenlandminister Bernard Quintin (MR) zei daarover in het parlement dat hij twijfels had over de methodologie en de representativiteit van het rapport. Datzelfde antwoord geeft de federale politie nu ook. “Dit is geen finaal rapport. Het doel van deze bevraging was om organisatierisico’s te detecteren en passende maatregelen te nemen.”

Maar dat is niet meteen gelukt, zegt de federale politie over het rapport dat ze nochtans zelf besteld heeft. “Het rapport toont beperkingen qua representativiteit en wetenschappelijke onderbouw. De bevraging gaat deels over de hele loopbaan en kan dus niet dienen om de actuele werksituatie in beeld te brengen. Daarnaast zijn er ook meerdere thema’s verweven die niet altijd in lijn liggen met de vraagstelling over corruptie en zijn er individuele casussen geïntroduceerd, wat geenszins de bedoeling was van het onderzoek. Dit rapport geeft spijtig genoeg geen afdoend antwoord op de centrale onderzoeksvraag en haar context, dat is ook zo meegedeeld aan de vakorganisaties en de voogdijminister.”

De federale politie trekt er dus haar handen van af. “We moeten de methodologie herzien. We hebben interpreteerbare en bruikbare resultaten nodig. We zullen deze ‘Corespo-methode’ onder de loep nemen met een interne en externe analyses. In afwachting zetten we dit traject niet verder. Anderzijds is de strijd tegen corruptie één van de prioriteiten van de FGP. We beseffen ook dat het risico op corruptie binnen een politieorganisatie reëel en actueel is. We blijven alert, nemen elke melding serieus en zullen niet nalaten om maatregelen te nemen.”

Bron » De Standaard

Wie zijn Franse gangsterbroers Sliman en waarom duiken ze op in dossier Bende van Nijvel?

Het nieuws dat het gerecht de lichamen van de Franse gangster Xavier Sliman en van zijn ouders wil opgraven, brengt die piste in het Bende-dossier opnieuw onder de aandacht. Wie zijn de gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman? Hoe worden ze gelinkt aan de Bende van Nijvel? En is dit meer dan het zoveelste dode spoor?

Wie zijn de broers Sliman?

Xavier en Thierry Sliman zijn 2 broers uit Charleville-Mézières, net over de grens in Noord-Frankrijk. Ze stonden daar bekend als zware gangsters die in de jaren 70 en 80 met hun bende overvallen pleegden op onder meer supermarkten. Dat gebeurde met veel geweld. Vergelijkbaar dus met de Bende van Nijvel.

Daarnaast zouden beide broers volgens een ex-speurder actief geweest zijn als huurmoordenaars. Een van de twee was ook een verwoed wapenverzamelaar.

De broers zaten verschillende celstraffen uit. Ze zijn intussen overleden: Thierry Sliman in 2011 en Xavier Sliman in 2019. Voor zover we weten zijn ze nooit ondervraagd over mogelijke betrokkenheid bij de Bende.

Wat is de mogelijke link met de bende?

Oud-politieman Jean-Pierre Adam heeft zich vastgebeten in dit spoor naar de Bende. Toen hij in het jaar 2000 de moord onderzocht op een restaurantuitbater, ontdekte hij in het dossier van Xavier Sliman een opsporingsbericht voor de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver, een van de eerste misdrijven die de Bende gepleegd zou hebben.

Sliman zou ook sprekend geleken hebben op een van de robotfoto’s op het bekende gele opsporingsbericht met de leden van de Bende van Nijvel.

Adam ontdekte nog verschillende aanwijzingen die de Slimans aan de Bende zouden kunnen linken. Hun eerste inbraak vond plaats in Frankrijk (in Maubeuge), en veel andere misdrijven speelden zich af langs de N5, de weg die naar Charleville-Mézières voert. Bij de overval op wapenhandelaar Dekaise werden zakken gebruikt die alleen in Frankrijk circuleerden, niet in België.

Bovendien zou Thierry Sliman in de gevangenis hebben gezeten tussen eind 1983 en midden 1985, precies de periode waarin de Bende geen misdrijven pleegde. In november 1985 wordt hij opnieuw opgesloten, en de misdaden van de Bende stoppen definitief.

De broers en hun kompanen zouden – volgens de theorie van Adam – de overvallen gepleegd hebben puur voor het geld. Deze piste spreekt niet over terreur of politiek geweld.

De Bende van Nijvel maakte 28 dodelijke slachtoffers, bij verschillende overvallen, inbraken en moorden. Ze sloegen eerst verschillende keren toe in de periode 1982-1983, en pleegden hun bloedigste aanslagen eind 1985, bij overvallen op supermarkten in Overijse, Eigenbrakel en Aalst.

Wat gaan de speurders precies doen?

Voor het parket is het Bende-onderzoek eigenlijk al afgesloten. Ze hebben vorig jaar een grote persconferentie gegeven om aan de slachtoffers te vertellen dat ze niets meer kunnen doen. Maar de slachtoffers hebben wel het recht om zelf extra onderzoek te vragen. Patrick Ramaël, advocaat van enkele slachtoffers, had aan het gerecht gevraagd om het spoor verder te onderzoeken.

Het gerecht in Bergen heeft nu bevolen dat de lichamen van Xavier Sliman en van zijn ouders moet worden opgegraven. Wanneer dat precies zal gebeuren, is nog onduidelijk. Thierry Sliman is gecremeerd. Ook zal oud-speurder Jean-Pierre Adam ondervraagd worden.

In het dossier van de Bende van Nijvel zijn een paar DNA-sporen waarmee onderzoekers kunnen vergelijken. Er is onder meer DNA gevonden op een sigarettenpeuk bij de moord in 1983 op een taxichauffeur uit Brussel, Constantin Angelou. Die moord wordt toegeschreven aan de bende en volgens Adam zou Thierry Sliman de schutter geweest zijn. DNA-onderzoek zou kunnen aantonen of er op zijn minst met die misdaad een link is.

Het is lang niet de eerste keer dat lichamen worden opgegraven om een DNA-link te vinden met de Bende. Tot nog toe heeft dat nooit iets opgeleverd. De DNA-sporen in het dossier zijn ook erg beperkt.

Wat moeten we hier nu van denken?

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel zit vol met sporen die interessant leken, maar uiteindelijk op niets zijn uitgedraaid. Ook hier zijn er aanwijzingen (of toevalligheden?) die naar de Bende wijzen. Tegelijk zijn er veel twijfels. Het parket zag alvast niets in deze piste.

“Ik ben er een beetje sceptisch in geworden”, zegt VRT NWS-journalist Philip Heymans, die het Bende-onderzoek volgt. “Ik denk: eerst zien en dan geloven. Ik hoop heel hard dat die zaak ooit opgelost raakt en de slachtoffers hopen dat nog veel harder. Maar goed, het is al zo vaak op niks uitgedraaid. Laat ons voorzichtig zijn en afwachten wat dit nu geeft.”

Bron » VRT Nieuws

Gerecht beveelt om naast lichaam van moeder ook vader en Franse gangster op te graven in onderzoek Bende van Nijvel

In het onderzoek naar de Bende van Nijvel heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van Bergen bevolen om ook de lichamen van de Franse gangster Xavier Sliman en zijn vader op te graven. Dat meldt RTL een dag nadat bekend was geraakt dat het stoffelijk overschot van de moeder van Xavier Sliman wordt opgegraven om haar DNA te vergelijken met sporen die in het onderzoek zijn aangetroffen.

De Bende van Nijvel pleegde tussen 1983 en 1985 verschillende brutale overvallen, vooral op warenhuizen, en maakte 28 dodelijke slachtoffers. Zo was er onder meer een overval van gemaskerde gangsters op de Delhaize in Aalst waarbij acht doden vielen.

In juni 2024 had het federaal parket op een informatievergadering voor de slachtoffers aangekondigd dat de onderzoeksrechter na zowat veertig jaar het onderzoek had afgesloten, omdat er geen nuttige onderzoeksdaden meer konden worden gesteld. De burgerlijke partijen hadden wel nog de mogelijkheid om aan de raadkamer bijkomend onderzoek te vragen.

Verschillende burgerlijke partijen deden dat en in januari besliste de kamer van inbeschuldigingstelling in Bergen dat onderzoek moest gedaan worden naar de getuigenis van twee jongens uit Opwijk die op 9 november 1985, enkele uren voor de fatale overval in Aalst, een donkerkleurige Golf en een lichtkleurige Mercedes zagen voorbijrijden en de nummerplaten hadden genoteerd. Bij de overval in Aalst zouden dergelijke wagens gebruikt zijn.

Franse broers

In april 2025 beval de KI dan dat een ander spoor nader moet worden onderzocht, dat van de broers Xavier en Thierry Sliman. Die bijzonder gewelddadige Franse gangsters pleegden samen met hun bende verschillende overvallen in Noord-Frankrijk in dezelfde periode als die waarin de Bende van Nijvel actief was. Volgens oud-politieman Jean-Pierre Adam, die zich in de zaak heeft vastgebeten, zijn er verschillende aanwijzingen dat zij mogelijk ook betrokken waren bij de Bende van Nijvel. Hij vermoedt dat Thierry Sliman de moord gepleegd heeft op de Brusselse taxichauffeur Constantin Angelou op 12 januari 1983 in Bergen.

Op de zes sigarettenpeuken uit de asbak van de taxi zat DNA. De bedoeling is nu om het DNA van Angelou te vergelijken met dat van Thierry Sliman. Maar Sliman is overleden en zijn lichaam is verkoold. Daarom zal nu zijn moeder worden opgegraven, en volgens RTL ook zijn broer en vader.

Een Belgisch rogatoir comité is dinsdagochtend aangekomen in Charleville-Mézières, in Frankrijk, waar de familie begraven ligt, aldus RTL. Het vraagt officieel aan de Franse justitie om zonder uitstel tot de opgravingen over te gaan.

Bron » De Standaard

Onze journaliste over de nieuwe piste rond de Bende van Nijvel: “Het is niet de spectaculaire bom die sommige partijen ervan proberen te maken”

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel lijkt opnieuw in beweging te komen. Zo worden de lichamen van de ouders van de Franse gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman, en van Xavier Sliman zelf, opgegraven om DNA te vergelijken met sporen uit het dossier. HUMO-journaliste Annemie Bulté, die de zaak al jaren volgt, is sceptisch over de waarde van deze Franse piste. ‘Dit is vooral bedoeld om een piste definitief af te vinken, niet om de waarheid te vinden.’

Wat heeft de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) in Bergen nu precies bevolen?

Annemie Bulté: “De KI in Bergen heeft drie bijkomende onderzoeksdaden opgelegd. De opvallendste is de opgraving van het lichaam van de ouders van de Franse gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman, in de Franse stad Charleville-Mézières. De bedoeling is hun DNA te vergelijken met het DNA dat ooit in het Bende-onderzoek verzameld is.”

“Daarnaast moet een Franse gendarme worden verhoord, die in de jaren tachtig als eerste een mogelijke link zag tussen de Slimans en de Bende van Nijvel. Het gaat om een beperkte set onderzoeksdaden die de KI, tegen de wil van het federaal parket in, toch noodzakelijk vindt.”

Wie zijn die broers Sliman, en hoe kijkt u zelf naar deze piste?

Bulté: “Xavier en Thierry Sliman zijn twee broers uit Charleville-Mézières, net over de grens in Noord-Frankrijk. Ze stonden daar bekend als zware gangsters die in de jaren ‘70 en ‘80 met hun bende gewelddadige overvallen pleegden en ook als huurmoordenaar actief waren.”

“Zelf heb ik weinig hoop dat deze piste tot iets zal leiden. Dit spoor wordt al jaren levend gehouden door een ex-speurder die zich er werkelijk in heeft vastgebeten, en door een Franse advocaat die heel veel drive heeft, maar niet noodzakelijk veel kennis van het gigantische Belgische dossier. Dat maakt dat je moet opletten voor tunnelvisie.”

“We hebben dat in dit dossier al veel te vaak meegemaakt: iemand overtuigt zichzelf van een oplossing en daarna begint men feiten te zoeken die in dat verhaal passen.”

Is het opgraven van de ouders van de Sliman-broers, en één van de broers zelf, een uitzonderlijke onderzoeksdaad?

Bulté: “Niet echt, eerlijk gezegd. In het Bende-onderzoek zijn er in de loop der jaren al veertig opgravingen geweest van mogelijke verdachten en slachtoffers. Een verdachte, Paul Latinus, werd zelfs twee keer opgegraven. Met geen enkel resultaat. Dit is dus niet de eerste keer dat men naar een kerkhof trekt. Het is opvallend omdat we in de laatste fase van het dossier zitten en omdat het parket eigenlijk had aangekondigd dat alles was uitgeput. Maar inhoudelijk is het niet de spectaculaire bom die sommige partijen ervan proberen te maken.”

Denkt u dat deze onderzoeksdaden nog tot een echte doorbraak kunnen leiden?

Bulté: “Nee. Ik denk dat dit vooral bedoeld is om een piste definitief af te vinken, niet om de waarheid te vinden. Voor een echte doorbraak is er meer nodig. En daarom verwacht ik niet dat dit spoor de sleutel zal zijn.”

Toch zijn er burgerlijke partijen die blijven aandringen op dit spoor. Hoe verklaart u die verdeeldheid?

Bulté: “Sommigen vinden dat alles onderzocht moet worden, in de hoop dat uiteindelijk toch iets blijft plakken. Anderen geloven oprecht in deze piste en putten er hoop uit. Maar er is ook een groep die zegt: dit is zo’n ver gezocht spoor, waarom krijgt dit opnieuw zo veel aandacht terwijl geloofwaardigere pistes jarenlang praktisch onaangeroerd bleven.”

U schreef eerder in HUMO dat het onderzoek tien jaar tijd verloor met een heksenjacht op oude speurders, die de wapenvondst in 1986 in Ronquières zouden gemanipuleerd hebben.

Bulté: “Dat is één van de grootste drama’s van het dossier. In plaats van hun energie te steken in de daders, hebben de speurders jarenlang onderzoek gedaan naar elkaar. De vondst van wapens in Ronquières werd plots verdacht gemaakt; er werden zelfs journalisten en onderzoeksrechters afgeluisterd. Dat heeft niet alleen enorm veel tijd gekost, maar ook mankracht weggezogen van inhoudelijke pistes.”

“Het onderzoek is zichzelf voortdurend in de weg gelopen. Daardoor zijn een aantal relevante sporen nooit fatsoenlijk uitgewerkt. Dat maakt dat ik vandaag heel voorzichtig ben wanneer men weer een ‘nieuwe piste’ van onder het stof haalt.”

Bron » Humo