Geplaatst in

Philippe Boxho, de Waalse wetsdokter die 1,6 miljoen boeken verkocht: “Ik geef liever de doden een stem dan te luisteren naar de levenden die klagen”

Philippe Boxho is een medische detective en een literair fenomeen. De Waalse wetsdokter verkocht al 1,6 miljoen misdaadboeken. De dood is zijn leven, zegt hij. “De autopsiezaal is geen trieste plek.”

Hij had het niet kunnen bevroeden toen hij geneeskunde ging studeren, maar vandaag is Philippe Boxho (60) een WC, een Wallon connu. Très connu. Al meer dan 30 jaar schakelen magistraten de forensisch patholoog in bij gewelddadige of verdachte sterfgevallen, om te bepalen of er sprake is van moord.

In januari 2024 drukte iemand een schakelaar in, zoals hij het zelf beschrijft. “Een lichtknop van nacht naar dag, van een leven in de schaduw naar de spotlights. Het is complete waanzin in Frankrijk en Wallonië. Er zijn 950.000 exemplaren van mijn boek verkocht in een jaar tijd. En nu zitten we, voor mijn vier boeken samen, aan meer dan 1,6 miljoen verkochte exemplaren.”

Boxho’s leven is veranderd. Hij doet tegenwoordig zelf geen afstappingen meer naar plaatsen delict. “Als ik naar een crime scene moet en de mensen daar krijgen er lucht van dat ik er ben, vult de straat zich. Mensen willen selfies en handtekeningen. Maar er ligt daar wel iemand dood, ik vind het hoogst ongepast.” Ook naar de winkel gaan doet hij niet meer. “De laatste keer wilde ik een goede fles porto kopen, maar ik ben er niet toe gekomen om een te kiezen. Ik heb de hele winkel gedag gezegd en geposeerd voor al wie een foto met mij wou. Ik had dit totaal niet zien aankomen. Dat is mijn leven niet. Zeg nu zelf, dit is toch ondenkbaar voor een wetsdokter.”

Dode vliegen

We spreken af op zijn werkplaats, het Instituut voor Forensische Geneeskunde van de Universiteit van Luik. Hier is niets te merken van de glamour. Het gebouw oogt dermate desolaat dat twee urban explorers er vorig jaar binnendrongen, overtuigd dat de boel verlaten was – tot ze een diepvriezer openden waar een menselijk skelet in zat. Philippe Boxho is directeur van dit instituut en professor forensische geneeskunde.

Hij voerde al meer dan 3.000 autopsieën uit en werkte mee aan spraakmakende onderzoeken zoals die naar seriemoordenaar Michel Fourniret, de moord op de stiefzusjes Stacy en Nathalie, de aanslag op de Luikse Place Saint-Lambert met zes doden en de slachtoffers van de overstromingen in de Vesdervallei.

Een rist dode vliegen, ingekaderd, refereert in zijn bureau aan het werk van zijn voorganger Marcel Leclercq. Die was pionier van de moderne forensische entomologie, oftewel de studie van insecten rondom dode lichamen om het tijdstip van overlijden te bepalen.

“Wij onderzoeken momenteel of het mogelijk is om op basis van de weerstand van de huid te bepalen hoelang iemand al dood is. Die weerstand kan je meten met een ohmmeter, als je kleine elektrische schokjes geeft. We proberen te achterhalen of die weerstand op een lineaire manier daalt na de dood.”

Boxho is een geboren raconteur en gaat naadloos over naar het verhaal van Jean Servais Stas, de eerste chemicus die erin slaagde om post mortem te bewijzen dat iemand vergiftigd was. “Een revolutionaire methode die de basis legde voor het toxicologisch onderzoek van vandaag. Leclercq medio twintigste eeuw en Stas medio negentiende eeuw, twee grote namen, twee gloriemomenten van de Belgische forensische geneeskunde.”

En nu is er Philippe Boxho. “Maar nee, ik ben geen glorie.” Hij legt een sober bruin boek op tafel. La déontologie du médecin, uitgegeven bij Anthemis, dat zich richt op vakliteratuur. “Hier heb ik vier jaar aan gewerkt en ik heb er 700 exemplaren van verkocht. Aan Les morts ont la parole (vertaald als De doden spreken) heb ik drie weken geschreven. Ook de drie andere populaire boeken hebben me maar drie weken gekost. Telkens goed voor honderdduizenden exemplaren. Maar ik ben wel het meest trots op het deontologieboek, dat is een academisch referentiewerk.”

Grosse tête

Philippe Boxho had al vroeg in zijn carrière door dat de huisartsengeneeskunde niets voor hem was. “Ik geef liever de doden een stem dan te luisteren naar de levenden die klagen.” Zijn mediadoorbraak begon met een onlinevideo op RTBF, waarin Boxho vertelde over zijn drie “zotste zaken”. Goed voor 9,7 miljoen views.

Uitgeverij Kennes stond op de rand van het failliet toen ze hem kwam vragen om een boek te schrijven. “Ik zei nee, ik had er geen zin in. Ik dacht dat ik niet kon schrijven. De uitgeefster drong aan: probeer een hoofdstuk of twee, je kan altijd stoppen. Ze legde me uit dat ik in de tegenwoordige tijd moest schrijven en in de ik-vorm, ik moest zelf de rode draad zijn. Ik amuseerde me er meer mee dan ik had verwacht. De eerste oplage telde 2.000 exemplaren. Als we er 5.000 verkopen, hebben we een bestseller in Wallonië zeiden ze.”

“De boekhandels en distributeurs wilden eerst amper aankopen”, vertelt Boxho. “Ze dachten: weer een boek over de dood, wie wil dat. Ze waren fout. De dood fascineert, des te meer omdat we haar vandaag verbergen. De kisten zijn vaak dicht op uitvaarten. Ik toon iets wat mensen niet gewend zijn om te zien. Onze samenleving stopt de dood zo veel mogelijk weg, omdat men denkt dat confrontaties met de dood deprimeren. Maar vaak lucht het net op. Psychologen vertellen me dat ze mensen met doodsangst mijn boeken laten lezen. Ze genezen er niet door, maar het gaat daarna beter met hen, ze kunnen lachen met de dood. De autopsiezaal is geen trieste plek. Ik geef er de voorkeur aan om de dood uit te lachen, voordat de dood mij op een dag uitlacht.”

Voor de boekvoorstelling van La mort en face opende een boekhandel in Charleroi van middernacht tot half zeven de deuren, er stonden duizend mensen in de rij voor een signeersessie. Boxho’s boeken zijn in zo’n twintig talen vertaald en worden uitgegeven van China tot de VS. Uitgeverij Kennes floreert nu financieel dankzij haar goudhaantje.

De wetsdokter draait zijn hand ook niet om voor entertainmentprogramma’s. Hij is sinds vorig jaar vast panellid bij Les grosses têtes, een bijzonder populair humoristisch programma op de Franse zender RTL. De Boxho-manie explodeerde nadat hij in januari 2024 (voor de tweede keer) geïnterviewd werd door Guillaume Pley, een populaire Franse Youtuber. Sindsdien is hij een ster op sociale media. Zijn optredens bij Pley genereerden meer dan 165 miljoen views, schrijft Boxho op zijn eigen Instagrampagina.

Hij blijft er flegmatiek onder. De colleges die hij aan de unief geeft, heeft hij gevulgariseerd, hij doet er een tournee mee langs theaters. Die is niet voor gevoelige zielen. In tegenstelling tot in zijn boeken – “Ik wil geen voyeurisme” – toont hij er foto’s uit zijn dagelijkse praktijk: opengereten kelen, met kogels doorzeefde borstkassen, uit de Maas opgeviste lichamen met een nog nauwelijks als menselijk te herkennen gezicht.

Bijna waargebeurd

In zijn job ziet en ruikt hij de meest gruwelijke zaken. “De geur van een ontbindend lichaam went nooit.” Hij snijdt in doden en beschrijft in zijn boeken gedetailleerd hoe hij dat doet. Hij gaat voor de didactische aanpak, legt uit waarom de ene verwonding dodelijk is en de andere niet, wat er precies gebeurt wanneer iemand levend verbrandt of verdrinkt.

Hij is een vat vol macabere anekdotes. Hij schrijft over de vrouw die haar ex in mootjes hakte, invroor en elke avond, als de kinderen naar bed waren, een stukje op het haardvuur gooide. Over de boer die zijn vrouw aan de varkens voerde, “in 20 minuten was alles opgegeten, tot het laatste stukje schoen”.

Over de vrouw die dacht dat ze haar vader met dertien kogels had doodgeschoten in zijn slaap, “hij was een paar uur eerder in zijn bed aan een hersenbloeding overleden, ze is vrijgesproken”. Over de man die er een einde aan wou maken en zichzelf veertien keer in de borstkas schoot, “hij wou zijn .22 Long Rifle naar zijn hart richten, maar zijn armen waren te kort, hij schoot telkens iets te scheef en bloedde uiteindelijk dood”.

Zijn verhalen zijn licht ontwrichtend, maar niet genoeg om van gratuite sensatiezucht te worden beschuldigd. Boxho lezen doe je uit een mengvorm van guilty pleasure en oprechte interesse in de forensische geneeskunde. Hij zet de deur op een kier van een kamer, de autopsiezaal, die normaal niet te zien is. Behalve dan in tv-series als CSI en consorten. Boxho foetert erop. “Amerikaanse series zetten wetsdokters doorgaans neer als oud, onaantrekkelijk, gehandicapt of met het syndroom van Asperger. Zo karikaturaal. En wat er te zien is, is allesbehalve een realistische weergave van wat onze job inhoudt.”

Zelf is Philippe Boxho ook beschuldigd van gebrek aan realiteitszin. De Franse Youtuber Anthodurire nam hem onder vuur, hij wees op inconsistenties in verhalen van Boxho en beschuldigde hem van mythomanie. “Ik heb nooit gelogen”, werpt Boxho tegen. “Al van in de inleiding van mijn eerste boek schrijf ik dat ik de verhalen romantiseer. De context is niet waarheidsgetrouw, maar medisch-forensisch gezien is elk verhaal waargebeurd. Ook mijn discussies met de politie en mijn passages in de rechtbank zijn echt.”

“Ik heb de namen van slachtoffers en daders veranderd omdat ik niet wil dat ze herkenbaar zijn. Ik wil niet dat iemand die ik noem, daarna online wordt aangevallen. En ik heb de gebeurtenissen in verhaalvorm gegoten, ik ga geen autopsierapporten publiceren, dan sterven de lezers van verveling. Maar nogmaals: de forensische kern is de realiteit. Ik kan het bewijzen, ik heb overal foto’s van. Behalve van de vrouw die gevoerd werd aan varkens, daar viel niets meer te fotograferen.”

80 onontdekte moorden

Waarom maakte hij het tot zijn missie om het grote publiek te bereiken? “Om aan te tonen dat forensische geneeskunde nuttig is. In een rechtsstaat kan je niet zonder. Een moordenaar vinden is een kerntaak van de staat, een moord missen is een fout van die staat. Wel, elk jaar passeren 70 à 80 moorden in België onopgemerkt. Er is een schrijnend tekort aan forensisch artsen en autopsieën. Bij 0,2 procent van de Belgische sterfgevallen vindt een autopsie plaats. Het Europees gemiddelde ligt 10 keer hoger en dat is ook nodig.”

“De tijd is voorbij dat de magistraat ons naar alle gewelddadige of verdachte sterfgevallen, ook de zelfdodingen, stuurt. Nu worden we alleen gebeld als de politie twijfelt. Maar die mensen zijn daar niet voor opgeleid. Hoe moeten zij zien dat de boerin in de melktank daar niet per ongeluk is in gevallen, zoals de boer beweerde? Er was een autopsie nodig om te achterhalen dat ze omkwam door verstikking, de boer kreeg 30 jaar cel. Hoe moeten zij weten dat in de longen van dat verbrande lijk geen roetdeeltjes zaten en het slachtoffer dus al niet meer ademde tijdens de brand, die was aangestoken om de moord te verbergen? Of dat de kogelwonde van de zelfmoordenaar niet overeenstemde met het feit dat hij rechtshandig was en het dus om moord ging?”

“Of ik denk aan de zogenaamd natuurlijke dood van een vrouw, haar man zat huilend naast haar in de living en veegde af en toe wat schuim van haar mond. ‘Wat is dat toch?’, vroeg hij. ‘Dat is typisch voor een verdrinkingsdood’, zei ik. Daarna bekende hij dat hij haar in bad had verzopen. Het omgekeerde gebeurt ook. Op een wandelpad werd een man dood teruggevonden, slachtoffer van een brutale moord, zoveel leek duidelijk. De hele voorkant van zijn hals was doorgesneden, tot aan de wervelkolom. Maar er was geen spoor van metaalresten, wat je normaal wel zou verwachten bij een klassiek mes. Bleek het om een stom ongeval te gaan: een buurman maaide zijn gras, was op een steen gebotst en zonder dat hij iets doorhad, was een stuk van een mes van de zitmaaier afgebroken, en met hoge snelheid weg gekatapulteerd. Recht door de keel van de wandelaar.”

Het is wat hem de meeste voldoening geeft in zijn werk: “De waarheid vinden, de doodsoorzaak onomstotelijk vaststellen. Wat vertellen de letsels? Het is als een dokter-detective speuren naar aanwijzingen en sporen, alle elementen die de doden nog één laatste keer een stem geven.”

‘In gesprek met een lijk’ van Philippe Boxho is uitgegeven bij Volt.

Bron » De Standaard | Ann-Sofie Dekeyser

Menu