Vijftien getuigen verhoord over 27 jaar oude moord

Vijftien mannen en vrouwen zijn gisteren opgepakt en verhoord in de onopgehelderde moordzaak rond Christine Van Hees. Dat schrijft Het Laatste Nieuws. Het meisje was zestien toen ze in 1984 gefolterd en vermoord achtergelaten werd onder een brandende stapel hout in een champignonkwekerij in Oudergem.

In 27 jaar tijd kon de moord nooit opgelost worden en het dossier belandde recent in handen van de vrij nieuwe afdeling ‘Cold Cases’ van de Brusselse federale politie.

De rechercheurs ontdekten een piste die destijds nooit echt werd onderzocht en stelden een namenlijst samen van wel vijftien personen die misschien meer weten. Alle personen die ondervraagd werden, spendeerden delen van hun jeugd in het Brusselse rockmilieu. De verhoren worden bestempeld als die van de laatste kans, zoniet is de zaak reddeloos verloren.

Bron » De Morgen

Gruwelmoord dreigt te verjaren

Op 13 februari 1984 ontdekken brandweermannen het verminkte lichaam van Christine Van Hees (16) op een soort brandstapel in een verlaten kampernoeliekwekerij in Oudergem. Daags voordien was ze voor het laatst in leven gezien in Anderlecht. Het onderzoek spitst zich toe op groepjes jonge punkers en druggebruikers.

Op 13 september 1984 wordt Serge Clooth aangehouden, een punker met de bijnaam ‘De Irokees’. Op 17 november 1987 wordt hij weer vrijgelaten. In november 1996 verklaart X1 – alias Regina Louf – dat zij getuige was van de gruwelmoord op Christine Van Hees. Het dossier is sinds kort opnieuw in een actieve fase. De zaak moet vóór 13 februari 2014 voor een rechtbank komen, anders verjaart ze.

Bron » Het Nieuwsblad

Jacht heropend op moordenaar Christine Van Hees

Wordt de gruwelijke moord op de pas 16-jarige Christine Van Hees uit 1984 alsnog opgelost? Over drie jaar verjaren de feiten in de kampernoeliekwekerij van Oudergem, maar de voorbije weken hebben speurders van de Brusselse federale politie opnieuw getuigen verhoord en dna-stalen laten nemen. Het dossier-Van Hees is intussen beland bij de afdeling Cold Cases van de moordafdeling van de Brusselse federale gerechtelijke politie. Daar worden de zaken behandeld waar het al enige tijd stil rond is.

De herlezing van het dossier van de moord in de kampernoeliekwekerij heeft de speurders echter aangespoord om bij onderzoeksrechter Martine Quintin de toelating te vragen voor verscheidene opdrachten. De onderzoekers zijn onder meer naar Engeland getrokken om er dna-stalen te verzamelen van familieleden van personen die in het dossier vermeld worden, maar die intussen overleden zijn. Het Brusselse parket bevestigt dat en voegt er aan toe dat de vergelijkende analyse van deze stalen tot dusver geen doorslaggevende resultaten heeft opgeleverd.

De speurders hebben daarnaast echter ook getuigen opnieuw verhoord van wie ze vermoeden dat zij nog belangrijke informatie kunnen geven. Een van hen is een man die na de ontdekking van het lichaam van Christine Van Hees spontaan naar de politie is getrokken. Hij verklaarde toen dat het 16-jarige slachtoffer vrienden had uit marginale groepen waar extreem geweld niet geschuwd werd. De getuige verbleef in die periode zelf veel op straat en kende dergelijke groepen.

Klaarblijkelijk wist hij dat Christine Van Hees er soms mee optrok. Maar zijn spontane verklaring werd destijds klaarblijkelijk niet volledig uitgespit. De man, die vandaag een stabiel leven leidt, is enkele dagen geleden verscheidene keren door de politie gehoord. Over de resultaten van deze verhoren geeft het Brusselse gerecht opvallend geen commentaar.

De moord op Christine Van Hees is een van de gruwelijkste onopgehelderde zaken uit de voorbije decennia. Op 13 februari 1984 kreeg de brandweer om 20.47 uur een oproep binnen omdat een verdachte rookpluim opsteeg uit een gewezen kampernoeliekwekerij in Oudergem, op een boogscheut van de huidige campus van de Vrije Universiteit Brussel. De kwekerij lag er al sinds 1972 verlaten bij, maar iedereen in de buurt wist wel dat punkers en druggebruikers graag gebruik maakten van de doolhof van donkere gangen.

Er werd dus gevreesd voor mogelijke slachtoffers mocht er een brand woeden. Toen de brandweermannen op zoek gingen naar de brandhaard, ontdekten zij een stapel smeulende houten dozen. Daarop lag het verminkte en gedeeltelijk verbrande lichaam van een jonge vrouw. Zij was aan handen en voeten gebonden met een snoer dat ook om haar hals gedraaid was. Haar kleren en juwelen lagen naast haar. Volgens de wetsarts was ze gefolterd en gewurgd.

Het lichaam was zo erg toegetakeld dat de identificatie niet van een leien dakje liep. De ouders van Christine Van Hees bevestigden dat het wel degelijk om hun dochter ging. Zij was de avond voordien niet naar huis gekomen. Ze werd het laatst in leven gezien de dag voor haar dood, toen ze om 17.20 uur door de Wayezstraat in Anderlecht stapte, richting metrostation Sint-Guido.

Het gerechtelijk onderzoek spitste zich al snel toe op de groepjes jongeren die de verlaten kampernoeliekwekerij bezochten. Op 13 september 1984 werd Serge C. opgepakt, een punker wiens kapsel hem de bijnaam ‘De Irokees’ had opgeleverd. Hij werd een twintigtal keer ondervraagd en legde de speurders tien verschillende versies voor. Hij zei onder meer dat Christine Van Hees “het eeuwige zwijgen was opgelegd omdat zij op de hoogte was van een inbraak in een kazerne van het leger, waar wapens werden gestolen die later gediend hebben om overvallen mee te plegen”.

Bij gebrek aan bewijzen werd hij drie jaar, twee maanden en vier dagen later weer vrijgelaten. België werd in 1991 door het Hof van de Mensenrechten in Straatsburg veroordeeld voor de overschrijding van de redelijke termijn van voorhechtenis. Sindsdien is nooit nog een verdachte in dit dossier opgepakt. Over drie jaar is de zaak definitief verjaard.

Bron » De Standaard

Il y a vingt ans, la jeune fille connaissait une fin atroce dans l’affaire de la Champignonnière

Vingt ans hier. Le 13 février 1984, un lundi, une jeune fille d’Etterbeek, Christine Van Hees, disparaissait en rentrant d’Anderlecht en métro. On peut dire qu’avant Christine, les parents ne se posaient pas trop de questions sur la sécurité en ville. La disparition de Christine, qui allait devenir l’affaire de la Champignonnière allait tout changer.

Vingt ans, hier. Vingt ans et personne n’a jamais été identifié, en tout cas jugé et condamné. Christine, 16 ans 1/2, est fille de libraire. Elle a dû prendre le métro à Vaillance pour traverser la ville. Une copine est descendue à Aumale. En toute logique, Christine a poursuivi à Pétillon. Et après?

Ce 13 février 1984, les pompiers du sont appelés vers 21 h pour un incendie à Auderghem dans une ancienne champignonnière désaffectée rue de la Stratégie (près du boulevard du Triomphe et du Campus de la VUB/ULB). Sur un bûcher, le corps d’une adolescente brûle.

Pendant des années, ses meurtriers ont pu espérer qu’ils auraient définitivement la paix le samedi 14 février 2004. Ce matin, les assassins de Christine auraient pu faire tous les aveux du monde: la justice n’aurait plus rien pu entreprendre contre eux. Marc Verwilghen a fait modifier les règles en matière de prescription et apporté dix ans supplémentaires à la justice pour confondre des suspects de crimes majeurs et les juger.

Au lieu de partir aux archives, le dossier Van Hees n’est pas prêt de quitter le cabinet du juge bruxellois Damien Vandermeersch. Le magistrat, disent ceux qui le connaissent, n’est pas du genre à baisser les bras. Il était tentant, il y a cinq ans, de rapprocher l’affaire de la Champignonnière des atrocités de Dutroux & co. En revanche, les enquêteurs privilégient plus que jamais la piste punk.

La BSR, aujourd’hui police fédérale, a fait un travail de titans. 900 témoins interrogés. Elle dispose d’une liste d’environ 80 punks dont il est établi qu’ils fréquentaient les lieux du crime. L’enquête s’est braquée sur environ vingt marginaux et l’un d’eux – Serge, dit l’Iroquois – a même fait des aveux.

De nos jours, c’est sûr qu’on aurait utilisé les aveux pour organiser dans l’heure une reconstitution en présence de l’intéressé pour l’empêcher de se rétracter. Il n’y a pas eu de reconstitution. Le punk a changé de version. Il a fait 40 mois de préventive avant d’être libéré, d’attaquer la Belgique à Strasbourg et d’obtenir une indemnisation. Serge doit avoir aujourd’hui la quarantaine. Il fait de fréquents séjours en psychiatrie.

D’un point de vue strictement policier, l’enquête pense avoir identifié au moins deux punks présents et qui n’ont pas gardé les bras croisés dans la champignonnière quand Christine y a été amenée, tuée et brûlée.

Mais des convictions policières basées sur des déclarations anciennes ne peuvent visiblement suffire aujour’d’hui à juger des suspects aux assises. La justice ne s’avoue pas vaincue. Elle admet qu’il sera dur d’aller beaucoup plus loin.

Christine avait 16 ans et demi. Beaucoup, hier, pensaient à elle. A sa famille, sa maman, son papa auxquels 20 ans n’ont pas retiré une miette de douleur.

Bron » La Dernière Heure

Ook Neufchâteau wil punt zetten achter X1-onderzoek

Vrijdag buigt de raadkamer in Neufchâteau zich over – jawel – het X1-dossier. Terwijl de andere parketten vijf jaar geleden oordeelden dat de getuigenis van Regina Louf over kindermoorden waardeloos was, bleef daar wel de vaststelling dat zij als kind van twaalf met medeweten van haar ouders als een seksslaafje werd misbruikt en op gewelddadige wijze tot een abortus werd gedwongen. Of er voor die feiten ooit een rechtszaak komt, is twijfelachtig. Neufchâtau wil van het dossier af, want ‘de feiten’ werden in een ander gerechtelijk arrondissement gepleegd.

Ruim vijf jaar nadat de parketten van Brussel, Gent en Antwerpen dat al deden, zet ook het parket van Neufchâteau een punt achter het X1-dossier. Vrijdag buigt de raadkamer in Neufchâteau zich over een vordering van procureur Michel Bourlet. Die vraagt dat zijn parket van het dossier wordt “ontheven”. De vordering komt er rijkelijk laat. Onderzoeksrechter Jacques Langlois stuurde het dossier in juni 2000 al terug naar het parket, waar het al die tijd enkel stof bleef verzamelen.

Rond de verklaringen van Regina Louf (X1) opende onderzoeksrechter Connerotte in september 1996 in de marge van de zaak-Dutroux het dossier 109/96. X1 zei het slachtoffer geweest te zijn van een netwerk van kinderprostitutie waar ook Marc Dutroux en Michel Nihoul bij betrokken zouden geweest zijn. X1 werd zo’n twintig keer ondervraagd. Rond die verhoren hing tot begin 1998 een waas van geheimzinnigheid. X1 wees een aantal bekende politici en zakenlui aan als “klanten” van het netwerk. Ze zei dat ze daarin terechtkwam doordat haar ouders haar op haar twaalfde ter beschikking stelden van de toen veertigjarige “pooier” Tony V.

Haar verklaringen leidden destijds tot de heropening van vier onderzoeken omtrent onopgehelderde kindermoorden: Carine Dellaert (Gent, 1983), Christine Van Hees (Brussel, 1984), Hanim Mazibas (Brussel, 1988) en Katrien De Cuyper (Antwerpen, 1991). Volgens Louf waren deze meisjes omgekomen in de marge van gewelddadige seksfuiven. Het dossier 109/96 werd begin 1997 opgesplitst en ‘verdeeld’ onder de de parketten van Brussel, Gent en Antwerpen. Medio 1998 staakten die elk verder onderzoek naar de verklaringen van X1. Volgens de parketten had zij alles gefantaseerd. Dat al te lang geloof was gehecht aan haar getuigenissen heette de schuld te zijn van haar eerste ondervragersteam, onder leiding van commissaris Patriek De Baets, die het dossier zou hebben gemanipuleerd en haar verklaringen “in de mond legde”.

Inmiddels bleken al die aantijgingen ongegrond, waardoor nooit duidelijk werd hoe X1 zoveel inside-kennis kon verwerven over de vier kindermoorden. Voor een lange lijst van toevalligheden kwam nooit een verklaring – bijvoorbeeld over het feit dat het pennevriendje van Christine Van Hees, Pascal Lamarque, destijds door de staatsveiligheid in de gaten werd gehouden, omdat hij beschouwd werd als lid van een sekte rond Annie Bouty, de ex van Michel Nihoul. Ook werd duidelijk dat het zonder gevolg klasseren van de X1-getuigenis van X1 berustte op dubieuze rapporten van speurders die het team-De Baets in 1997 kwamen vervangen. Een van hen was de toenmalige Antwerpse BOB’er B.V.H., een boezemvriend van Tony V.

Werd het gros van de X1-getuigenis in 1998 al verticaal geklasseerd, dan bleef in Neufchâteau het dossier 109/96 nog vijf jaar lang sluimeren. Uit dit deel van het onderzoek – dat zowat alles behandelt, behalve de kindermoorden – blijkt dat Regina Louf op haar twaalfde fungeerde als een soort seksslaafje van Tony V. Uit een van de eindrapporten blijkt ook dat ze als prille tiener tot abortus gedwongen werd. Maar, oordeelt Bourlet nu, die feiten deden zich niet voor in het arrondissement Neufchâteau. Voor alle andere aantijgingen, zo heet het, is geen bewijs bevonden en vordert Bourlet de buitenvervolgingstelling. Mogelijk wordt een deel van het dossier overgeheveld naar het parket van Gent, dat wellicht zal oordelen dat de feiten, die dateren van 1982 en ’83, verjaard zijn.

De advocate van Regina Louf, Patricia Vandersmissen, wil zich vrijdag voor de raadkamer verzetten tegen een overheveling naar Gent. Zij verwierf vorige week inzage in het dossier 109/96 en is van mening dat dat uitpuilt van de niet-onderzochte pistes, die zouden leiden naar een aantal grote Belgisch-Nederlandse pornocircuits uit de jaren tachtig, en in één geval ook naar een concrete band tussen Tony V. en Michel Nihoul. Ze wilde daar gisteren verder niets over kwijt. “Mijn argumenten zijn bestemd voor de raadkamer”, aldus Vandersmissen. Aangenomen wordt dat zij zal ijveren dat het onderzoek omtrent X1 wordt voortgezet binnen het kader van het zogeheten “dossier-Dutroux-bis”.

Bron » De Morgen