Laurent schuldig aan moord

Véronique Laurent is woensdagavond voor het hof van assisen van Henegouwen schuldig bevonden aan moord. De advocaat-generaal eiste in naam van het openbaar ministerie een celstraf van vijftien tot twintig jaar.

De vrouw uit Nalinnes stond terecht voor de moord op haar echtgenoot Michel Piro, die op 5 december 1996 langs de autoweg A54 in Luttre door twee huurmoordenaars in zijn auto werd neergeschoten. Later bekende Laurent dat zij aan haar zwager en zijn vriend opdracht had gegeven voor de moord.

Tijdens het proces was er een tijdje sprake van een ‘Julie-en-Mélissa-piste’. Piro zou van plan zijn geweest om een diner te organiseren ter nagedachtenis van de vermoorde meisjes. Daarop zou hij een aantal personaliteiten uitnodigen aan wie hij belangrijke verklaringen zou afleggen. Maar tijdens het proces bleek dat verhaal geen steek te houden.

Bron » Gazet van Antwerpen

Assisenhof Bergen veroordeelt echtgenote tot vijftien jaar cel, maar de mysteries blijven

Het assisenhof van Bergen heeft woensdagavond Veronique Laurent tot 15 jaar celstraf veroordeeld voor de moord op haar man Michel Piro. Maar twee Franse gangsters, die vlak voor de zaak Dutroux aan het rollen ging, in augustus 1996 door onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte in een nachtclub in Bertrix gezocht werden, kunnen een heel andere connectie aan het licht brengen.

Michel Piro was sedert jaren als geen ander thuis in de onderwereld in Charleroi. Hij opende er de ene bar na de andere in de ‘warmste’ prostitutiewijken van de stad, waar ook Marc Dutroux vlakbij een huis had – waar hij kinderen opsloot. Op de parkings van de latere restaurants van Piro werden gestolen wagens verhandeld, hij kende prominenten, ook in de lokale politiek. In zijn bars en restaurants kwam volgens getuigen menige protagonist uit de Dutroux-affaire over de vloer.

Men kon dus wel veronderstellen dat de magistratuur van Charleroi aan een man als Piro misschien wel een boodschap had, zodra het drama met Dutroux in de tweede helft van 1996 het land op stelten zette. Men kon aannemen dat het parket in Charleroi vanaf september ’96 ijverig op zoek zou gaan naar mogelijke sporen in de stad naar dit drama in het nachtleven, de seksbusiness of het milieu van de grote autozwendel. Maar dat gebeurde blijkbaar niet of nauwelijks.

Ook toen Michel Piro in november 1996 in zijn kennissenkring in Charleroi van de daken schreeuwde dat hij meer wist van de kinderprostitie, dat hij daarover revelaties zou doen (aan zijn eigen zoon voegde hij eraan toe dat “daarbij zelfs de koppen van twee ministers konden rollen”) gebeurde er op het parket van procureur Thierry Marchandise blijkbaar niets.

Zelfs niet toen Michel Piro op 5 december 1996, enkele weken voor de aangekondigde revelaties, werd vermoord. Alleen Neufchâteau stelde een onderzoek in naar een mogelijke band met de zaak-Dutroux. Pas veel later ging Charleroi zich uitsluitend toespitsen op de hypotehese van een echtelijke oorlog.

Een klein aantal speurders begon in Neufchâteau alle getuigenissen te verzamelen die de affaire-Piro konden verbinden met de zaak-Dutroux. Het ontbrak echt niet aan getuigen en aan concrete feiten.

Op basis van de voorbije debatten voor het assisenhof in Bergen deze week moet men ook concluderen dat er op één vergadering na, die op 20 februari 1998 plaatsvond in Bastenaken, niet veel samenwerking totstandkwam tussen Charleroi en Neufchâteau. Hoewel de procureur-generaal van Bergen op die éne vergadering concludeerde dat er voor de moord op Piro duidelijk twee verschillende motieven in het spel waren, werden die nooit samen door beide parketten verder methodisch onderzocht.

Die ene vergadering kwam er begin 1998 nadat in het Franse Reims de betrokkenheid in de moord op Piro van twee ervaren gangsters, in dit geval de vermeende huurmoordenaars Thierry Sliman en Patrick Verdin, aan het licht was gekomen. Kort nadien ging in Charleroi de vrouw van Piro door de knieën en bekende dat zij opdracht had gegeven aan die twee om haar man om te brengen.

In Neufchâteau zette men nog veel grotere ogen op bij het horen van die twee namen. Sliman en Verdin waren al centrale figuren in een dossier van onderzoeksrechter Connerotte dat dateerde van vlak voor de start van de zaak-Dutroux in de zomer van 1996. De twee waren toen al gelieerd met de echtgenote van Piro en ook met haar zuster Dominique Laurent.

En de vrouw van Sliman was uitgerekend de uitbaatster van een dubieuze nachtclub in – of all places – Bertrix, waar enkele dagen later Laetitia Delhez ontvoerd werd. Waarmee de zaak-Dutroux aan het rollen ging. Half augustus besloot Connerotte om de dubieuze bar/nachtclub in Bertrix, waarin Sliman en Verdin blijkbaar betrokken waren, te sluiten. Net voor hij tot de actie overging, verdwenen de twee Fransen in Bertrix spoorloos.

De centrale vraag is of Sliman en Verdin geen tweede opdrachtgever hadden voor de moord, die zijn motief verborg achter het huwelijksdrama tussen Piro en Laurent. Heel wat elementen zetten die hypothese kracht bij, zo bleek deze week op het assisenhof in Bergen. Een vraag tot burgerlijkepartijstelling en schadevergoeding van de ouders van Julie en Mélissa werd afgewezen.

Bron » De Morgen | Walter De Bock

Ouders Julie en Mélissa eisen geld op proces van vermoorde getuige

De ouders van Julie en Mélissa hebben zich maandag burgerlijke partij gesteld op het assisenproces tegen Véronique Laurent. Deze 38-jarige uitbaatster van een restaurant wordt beschuldigd van moord op haar echtgenoot Michel Piro (50).

Die werd op 5 december 1996 langs de autosnelweg A54 door twee huurmoordenaars neergeschoten. De vrouw bekende pas in november ’97 dat zij de opdracht tot de moord had gegeven, uit materiële belangen. Piro had het plan opgevat om zijn restaurant van de hand te doen om een rustiger leven te gaan leiden.

Volgens meester Victor Hissel, de raadsman van de Russo’s en Louise Lejeune, had Piro kort na zijn dood een diner gepland ter herinnering aan Julie en Mélissa. Volgens meerdere getuigen wilde hij tijdens dat diner belangrijke onthullingen doen over de zaak Dutroux.

Hissel eist van de beschuldigde 1 miljoen frank schadevergoeding per familie omdat de ouders door de moord op Piro een belangrijke getuigenis over de ontvoering, de opsluiting en de dood van de twee kleine meisjes wordt onthouden. Volgens Hissel moet tijdens het assisenproces duidelijkheid worden verschaft over de stelling dat Piro kan zijn vermoord om te vermijden dat hij onthullingen zou doen.

Bron » Het Belang van Limburg

Moord met vertakkingen naar zaak-Dutroux

Heeft Véronique Laurent (38) haar echtgenoot Michel Piro laten vermoorden omdat ze hem beu was? Of is Piro vermoord omdat hij onthullingen zou doen over de zaak-Dutroux. Die vraag staat centraal in het assisenhof van Bergen. De ouders van Julie en Mélissa willen zich burgerlijke partij stellen, omdat ze “een belangrijke getuige” kwijt zijn.

Michel Piro (50) werd op 5 december 1996 door twee huurmoordenaars neergeschoten achter het stuur van zijn wagen. Pas in november 1997 bekende zijn vrouw dat zij de opdracht tot de moord had gegeven. Het onderzoek wees uit dat materiële belangen de drijfveer vormden.

Piro had het plan opgevat om het restaurant met bijbehorend dierenpark, dat hij samen met zijn echtgenote uitbaatte, van de hand te doen om een rustiger leven te gaan leiden. Dik tegen de zin van Véronique Laurent. Laurent zelf beweert dat ze haar man liet doden omdat haar man haar regelmatig zou hebben geslagen.

Sommigen zien een heel ander motief voor de moord. Piro zou aan verschillende mensen gezegd hebben dat hij tijdens een “herinneringsdiner” voor Julie en Mélissa belangrijke onthullingen zou doen over de zaak-Dutroux. Het diner zou plaatsvinden op 31 januari 1997.

Tien getuigen hebben bevestigd dat Piro hen gesproken had over zijn onthullingen. Zo zou hij gesproken hebben over netwerken van kinderhandel, en zou hij ook de naam van een minister genoemd hebben.

Véronique Laurent zegt niks af te weten van dergelijke onthullingen. Volgens haar wou haar man het herdenkingsdiner enkel inrichten uit respect voor de meisjes.

Tijdens het onderzoek had ze wel verteld dat ze nog samen met Piro in een restaurant had gewerkt waar Michel Nihoul en Bernard Weinstein regelmatige klanten waren.

Meester Victor Hissel, die de families Russo en Lejeune vertegenwoordigt, eist 1 miljoen frank schadevergoeding per familie omdat de ouders door de moord op Piro een belangrijke getuige in de ontvoering en dood van hun kinderen wordt onthouden.

Advocaat-generaal Yernaux van het openbaar ministerie maakte voorbehoud, omdat het denkspoor-Dutroux tijdens het vooronderzoek nooit relevant was gebleken. Niettemin zal het openbaar ministerie zich niet verzetten tegen het verhoor van de getuigen die Hissel tijdens het driedaagse proces wil oproepen.

Vandaag werd een onderzoeker van de cel-Dutroux in Neufchâteau gehoord.

Bron » De Standaard

Zaak-Dutroux overschaduwt moordproces in Bergen

De ouders van Julie en Mélissa zijn gisteren aanvaard als burgerlijke partijen in het assisenproces rond de moord op barexploitant Michel Piro, eind 1996. Kort voor zijn dood wou hij ‘onthullingen’ doen over hoe de kinderen in de prostitutie zouden zijn geplaatst. Het parket in Charleroi achtte een verband uitgesloten.

Michel Piro was een van die mensen die na het uitbreken van de zaak-Dutroux met een verhaal zat. Als uitbater van de bar l’Arche de Noë kende hij het nachtleven in Charleroi bijzonder goed. Uit wat hij aan zijn cafétoog – en elders – had opgevangen, maakte hij op dat Julie en Mélissa na hun ontvoering in het lokale prostitutiemilieu waren ‘geplaatst’. Veel meer is niet bekend.

In november 1996 nam Piro telefonisch contact op met Jean-Denis Lejeune, de vader van Julie. Hij legde uit dat hij een etentje zou organiseren ten bate van de vzw Julie en Mélissa. Bij die gelegenheid wou hij de ouders spreken. Zover kwam het nooit. Op 5 december 1996 werd Piro in zijn auto neergekogeld op een parking langs A54-autosnelweg in Luttre. Hij was daar gestopt op verzoek van zijn echtgenote, Véronique Laurent. Zij moest naar het toilet.

De moord gaf eind 1997 aanleiding tot een dispuut tussen procureur Bourlet en onderzoeksrechter Langlois. De eerste was van mening dat Neufchâteau moest uitzoeken wat Piro te vertellen had, de tweede zag meer heil in een afhandeling van de zaak door het parket van Charleroi. Daar kwam men tot het besluit dat Laurent haar man liet vermoorden door twee Franse huurdoders omdat hun relatie op de klippen was gelopen en hij zijn zaak wou verkopen.

Kort nadat de twee huurmoordenaars in het Franse Reims werden gearresteerd – voor andere feiten – legde Laurent bekentenissen af. Ze had haar man met opzet doen stoppen in Luttre. Het was de plaats van afspraak met de twee Fransen.

De families Russo en Lejeune vermoeden echter een dubbel motief voor de moord. Het ‘milieu’ in Charleroi zou hebben geweten dat Véronique Laurent haar man wou laten doden en zou haar hebben gebruikt als pion. Volgens de advocaat van de families Russo en Lejeune, Victor Hissel, blijkt uit zeven getuigenissen dat Piro wel degelijk over relevante informatie beschikte over het lot van Julie en Mélissa.

Blijkens gesprekken met mensen die hem kenden, wist Piro al een maand na de ontvoering van de kinderen dat ze “ergens in Charleroi” zaten. Hij zou toen niet zoveel belang hebben gehecht aan die informatie, maar zou ze in de weken na de zaak-Dutroux opnieuw hebben nagetrokken. Tegenover kennissen noemde Piro de naam van een etablissement, dicht in de buurt van Dutroux’ huis in Marcinelle, waar Julie en Mélissa zouden zijn gezien.

Piro, zeggen kennissen, sprak ook over de meermaals wegens zware zedendelicten met minderjarigen veroordeelde zakenman Lucien V. Rond dit mysterieuze personage opende onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte destijds een apart nevendossier (136/96). Twee getuigen verklaarden dat V. een goede kennis was van Marc Dutroux.

Het was de bedoeling dat ook Piro binnen het kader van dit onderzoek zou worden verhoord, maar daarvoor was het te laat. Net als de meeste andere nevendossiers is de zaak 136/96 inmiddels afgesloten na een kritische ‘herlezing’ door de Brusselse BOB. De contacten tussen Dutroux en V. berustten op toeval, heet het.

De ouders van Julie en Mélissa eisen nu elk een miljoen frank schadevergoeding van Véronique Laurent omdat zij ervoor heeft gezorgd dat een belangrijke getuigenis in de zaak-Dutroux niet kon worden aanhoord. Hun verzoek tot burgerlijkepartijstelling werd gisterochtend door het assisenhof in Bergen aanvaard.

Advocaat-generaal Yernaux maakte aanvankelijk voorbehoud “omdat deze piste tijdens het vooronderzoek nooit relevant is gebleken”. Niettemin is ook hij van oordeel dat tijdens het proces de waarheid achterhaald moet worden. Aangezien ook voorzitter Jonckheere en meester Hirsch (de advocate van Véronique Laurent) geen bezwaar maakten, werd gisterennamiddag begonnen met het horen van een eerste uit de hele reeks getuigen die Hissel wil laten oproepen.

Véronique Laurent zelf gaf te kennen dat ze daar het nut niet van inzag. Volgens haar was haar man diep getroffen door de zaak-Julie en Mélissa, maar wist hij er niet meer van af dan de doorsnee-Belg. Het proces zou normaal drie dagen duren, maar waarschijnlijk worden dat er meer. Het horen van de eerste getuige van Hissel nam gisteren al meteen ettelijke uren in beslag.

Bron » De Morgen