Zaak-Dutroux overschaduwt moordproces in Bergen

De ouders van Julie en Mélissa zijn gisteren aanvaard als burgerlijke partijen in het assisenproces rond de moord op barexploitant Michel Piro, eind 1996. Kort voor zijn dood wou hij ‘onthullingen’ doen over hoe de kinderen in de prostitutie zouden zijn geplaatst. Het parket in Charleroi achtte een verband uitgesloten.

Michel Piro was een van die mensen die na het uitbreken van de zaak-Dutroux met een verhaal zat. Als uitbater van de bar l’Arche de Noë kende hij het nachtleven in Charleroi bijzonder goed. Uit wat hij aan zijn cafétoog – en elders – had opgevangen, maakte hij op dat Julie en Mélissa na hun ontvoering in het lokale prostitutiemilieu waren ‘geplaatst’. Veel meer is niet bekend.

In november 1996 nam Piro telefonisch contact op met Jean-Denis Lejeune, de vader van Julie. Hij legde uit dat hij een etentje zou organiseren ten bate van de vzw Julie en Mélissa. Bij die gelegenheid wou hij de ouders spreken. Zover kwam het nooit. Op 5 december 1996 werd Piro in zijn auto neergekogeld op een parking langs A54-autosnelweg in Luttre. Hij was daar gestopt op verzoek van zijn echtgenote, Véronique Laurent. Zij moest naar het toilet.

De moord gaf eind 1997 aanleiding tot een dispuut tussen procureur Bourlet en onderzoeksrechter Langlois. De eerste was van mening dat Neufchâteau moest uitzoeken wat Piro te vertellen had, de tweede zag meer heil in een afhandeling van de zaak door het parket van Charleroi. Daar kwam men tot het besluit dat Laurent haar man liet vermoorden door twee Franse huurdoders omdat hun relatie op de klippen was gelopen en hij zijn zaak wou verkopen.

Kort nadat de twee huurmoordenaars in het Franse Reims werden gearresteerd – voor andere feiten – legde Laurent bekentenissen af. Ze had haar man met opzet doen stoppen in Luttre. Het was de plaats van afspraak met de twee Fransen.

De families Russo en Lejeune vermoeden echter een dubbel motief voor de moord. Het ‘milieu’ in Charleroi zou hebben geweten dat Véronique Laurent haar man wou laten doden en zou haar hebben gebruikt als pion. Volgens de advocaat van de families Russo en Lejeune, Victor Hissel, blijkt uit zeven getuigenissen dat Piro wel degelijk over relevante informatie beschikte over het lot van Julie en Mélissa.

Blijkens gesprekken met mensen die hem kenden, wist Piro al een maand na de ontvoering van de kinderen dat ze “ergens in Charleroi” zaten. Hij zou toen niet zoveel belang hebben gehecht aan die informatie, maar zou ze in de weken na de zaak-Dutroux opnieuw hebben nagetrokken. Tegenover kennissen noemde Piro de naam van een etablissement, dicht in de buurt van Dutroux’ huis in Marcinelle, waar Julie en Mélissa zouden zijn gezien.

Piro, zeggen kennissen, sprak ook over de meermaals wegens zware zedendelicten met minderjarigen veroordeelde zakenman Lucien V. Rond dit mysterieuze personage opende onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte destijds een apart nevendossier (136/96). Twee getuigen verklaarden dat V. een goede kennis was van Marc Dutroux.

Het was de bedoeling dat ook Piro binnen het kader van dit onderzoek zou worden verhoord, maar daarvoor was het te laat. Net als de meeste andere nevendossiers is de zaak 136/96 inmiddels afgesloten na een kritische ‘herlezing’ door de Brusselse BOB. De contacten tussen Dutroux en V. berustten op toeval, heet het.

De ouders van Julie en Mélissa eisen nu elk een miljoen frank schadevergoeding van Véronique Laurent omdat zij ervoor heeft gezorgd dat een belangrijke getuigenis in de zaak-Dutroux niet kon worden aanhoord. Hun verzoek tot burgerlijkepartijstelling werd gisterochtend door het assisenhof in Bergen aanvaard.

Advocaat-generaal Yernaux maakte aanvankelijk voorbehoud “omdat deze piste tijdens het vooronderzoek nooit relevant is gebleken”. Niettemin is ook hij van oordeel dat tijdens het proces de waarheid achterhaald moet worden. Aangezien ook voorzitter Jonckheere en meester Hirsch (de advocate van Véronique Laurent) geen bezwaar maakten, werd gisterennamiddag begonnen met het horen van een eerste uit de hele reeks getuigen die Hissel wil laten oproepen.

Véronique Laurent zelf gaf te kennen dat ze daar het nut niet van inzag. Volgens haar was haar man diep getroffen door de zaak-Julie en Mélissa, maar wist hij er niet meer van af dan de doorsnee-Belg. Het proces zou normaal drie dagen duren, maar waarschijnlijk worden dat er meer. Het horen van de eerste getuige van Hissel nam gisteren al meteen ettelijke uren in beslag.

Bron » De Morgen