Is de ‘bom onder het onderzoek’ naar de Bende van Nijvel écht? ‘Als iets niet bestaat, kun je het ook niet op DNA testen’

Dinsdag berichtte de Franse krant Le Parisien over een ‘bom onder het onderzoek naar de Bende van Nijvel’. Er was sprake van een in het 2 miljoen pagina’s dikke onderzoeksdossier verloren gegane foto van een blonde vrouw, op 9 november 1985 aangetroffen in het Bois de la Houssière. De vondst zou de bende moeten linken aan de overleden Noord-Franse gangsters Xavier en Thierry Sliman. HUMO doet een factcheck.

Het is zaterdag 9 november 1985, kwart voor vijf in de namiddag. Behalve de daders zelf kan niemand vermoeden dat de Bende van Nijvel drie uur later in de Delhaize in Aalst een laatste keer – en bloediger dan ooit: 8 doden – zal toeslaan. Bij de opsporingsbrigade BOB van de rijkswacht in Nijvel loopt om 16.45 uur een via de noodlijn 901 doorgeschakeld telefoontje binnen van de dan 42-jarige Jacques S. uit Kasteelbrakel. Hij is een Nederlander en werkt voor een verzekeringsmaatschappij.

Kort voor hij de 901 heeft gebeld, zijn twee mannen bij hem komen aankloppen, Jean-Pierre S. en André R. Ze zijn allebei gepassioneerde motoliefhebbers. Elke zaterdag om halftwee begeleiden ze enkele jongelui, onder wie hun eigen zonen, bij hun eerste motorritjes in de modder van het Bois de la Houssière. Dat is een uitgestrekt Henegouws bos waarvan de naam in de jaren daarna veel meer verbonden raakte met de jaren van lood dan met om het even welke natuurgids of zijn oktoberse overdaad aan beukennootjes.

In dit bos zal de Bende van Nijvel een nacht later de bij de overval in Aalst gebruikte Golf GTI in brand steken en achterlaten. Een dikke 3 kilometer daarvandaan, aan de zwaaikom van Fauquez, zal een moeder van vijf diezelfde nacht vanuit haar raam onbekenden zakken in het kanaal Brussel-Charleroi zien gooien. De zakken zullen een jaar later worden opgevist door het Delta-team van onderzoeksrechter Freddy Troch uit Dendermonde.

In de zakken zaten gedemonteerde wapens, stukken van een versneden kogelvrij vest en cheques van klanten die daar op 9 november mee hebben betaald in de Delhaize in Aalst.

Bewijsmateriaal verbrand

Dat laatste is ook wat de aandacht van de motorcrossers in het bos, ter hoogte van de locatie genaamd ‘Mon Idée’ in de namiddag van die negende november heeft gewekt. Stukjes van cheques, grotendeels verbrand, in een afgekoeld kampvuurtje van ongeveer 2,5 bij 3 meter. Allemaal afkomstig van mensen uit Overijse of Jezus-Eik, en op 27 september 1985 afgestempeld in de Delhaize van Overijse.

Daar heeft de bende zes weken eerder, op die vrijdagavond 27 september, vijf mensen vermoord. Na eerst nog eens drie bij een aanval op de Delhaize in Eigenbrakel.

De motorcrossers hebben het gros van hun vondsten opgeraapt en in een zak gestopt. Daarmee zijn ze gaan aanbellen bij Jacques S. Ze zagen in hem blijkbaar iemand die beter dan zijzelf kon inschatten wat er in zulke omstandigheden moest gebeuren. De Nederlander wacht die avond samen met de twee motorcrossvaders BOB’ers Théo Jacques en Roberto Legros op in het bos, ter hoogte van Mon Idée. ‘Wij merken een oude brandplek op,’ rapporteren de BOB’ers in hun proces-verbaal 1582. ‘De brandplek is koud. Tussen de documenten merken wij stukjes van cheques op die vermoedelijk afkomstig zijn van de Delhaize in Overijse.’

Naast stukjes van cheques vinden de BOB’ers op de brandplek een kogelhuls kaliber 12 van FN Légia. Van datzelfde soort munitie zullen later ook verpakkingen worden aangetroffen op de oever van de zwaaikom in Fauquez. Het is munitie die de Bende bij eerdere aanslagen heeft gebruikt.

De volgende dag, na de aanslag in Aalst, worden de brandplek en de bodem errond opnieuw onderzocht, nu met een metaaldetector. Er wordt een kogelhuls kaliber 12 van het merk Remington gevonden en een kaliber 9 FN. Opnieuw: munitie die eerder is gebruikt door de bende.

Sommige motorcrossers lijken het best spannend te hebben gevonden, dat ze een ontdekking hebben gedaan die gelieerd lijkt aan de misdaadbende die het land in een sinds de oorlog ongezien angstpsychose heeft ondergedompeld. Eén van hen, de dan 19-jarige Patrick D., heeft zes cheques meegepakt naar huis. ‘Om ze te tonen aan mijn echtgenote,’ legt hij uit in een verhoor, diezelfde avond. ‘Mijn bedoeling was om ze aan de politie te overhandigen. Mijn vrouw heeft ze verbrand, ze zei dat je je met dit soort zaken beter niet kunt bemoeien.’

De brandplek kan volgens André R. niet ouder zijn geweest dan een week. ‘Ik kom elke zaterdag met mijn zoon naar die plek,’ zegt hij in een verhoor. ‘We zetten onze moto’s daar altijd. Op 2 november hebben wij niets gemerkt.’

Een inventaris van de BOB van Nijvel, in proces-verbaal 1637 van 21 november 1985, somt op wat er behalve de hulzen en de cheques op en rond het gedoofde kampvuurtje verder is aangetroffen: ‘Maaltijdcheques, drukknoppen, een sigarettenpeuk, 5 verbrande afstandsbedieningen voor tv of video, ijzeren draden, een kasticket uit de Mestdagh-supermarkt in Kasteelbrakel op 2 oktober 1985, een vel papier met vermelding ‘Luna Park Las Vegas’, stukjes groen glas, een stukje verbrande stof en een stuk van een verbrande foto waarop we een man onderscheiden gekleed in een blauw geruit overhemd en marineblauwe mouwloze trui.’

Er wordt verder nog melding gemaakt van enkele deels verbrande uitgescheurde pagina’s uit een wapentijdschrift.

Waar helemaal nergens sprake van is, in geen enkele van de processen-verbaal van toen, is de vondst van een foto van een jonge blonde vrouw. Een stukje foto, van een ‘meisje met blonde haren’, wordt jaren later plots wel, in een kort zinnetje, vermeld in een synthesenota die de pv’s van de BOB van Nijvel uit 1985 samenvat.

‘Haarlok’

Het lijkt die synthesenota te zijn waarop Le Parisien zich dinsdag heeft gebaseerd om melding te maken van een ‘bom onder het onderzoek’. Volgens de Franse krant is het een uitgemaakte zaak dat de dame op de foto Véronique Laurent is, iemand uit het prostitutiemilieu van Charleroi. Zij werd in 1999 tot 15 jaar cel veroordeeld als opdrachtgeefster voor de moord op haar man, ex-pooier en restaurantuitbater Michel Piro. De moord was volgens haar uitgevoerd door Patrick Verdin en Thierry Sliman. Die laatste was net als zijn broer Patrick Sliman een beruchte gangster uit het Noord-Franse milieu in de jaren 80. In 2001 werden beiden door een Franse rechtbank vrijgesproken van diezelfde moord. De broers zijn intussen overleden.

Een aantal nabestaanden van Bende-slachtoffers ijvert via een oud-rijkswachter en een Parijse strafpleiter al zes jaar voor nieuw onderzoek naar de rol van de broers Sliman bij de bende, ook al achtte het federaal parket dat niet opportuun. De nabestaanden vestigen als burgerlijke partijen hun hoop, volgens Le Parisien, nu op nieuw onderzoek omtrent de foto van het blonde meisje – voorzover die foto ook echt bestaat. In een annex bij het al vernoemde pv 1637, met een serie van 14 foto’s van alles wat op 9 november 1985 in en rond de brandplek in het Bois de la Houssière is ontdekt, valt geen spoor van een stukje foto van een blond of ander meisje terug te vinden.

Via een procedure bij het hof van beroep in Bergen hebben de burgerlijke partijen eerder al bijkomende onderzoeksdaden weten af te dwingen richting de broers Sliman, maar volgens het federaal parket waren die zinloos en hebben ze niets nuttigs opgeleverd.

‘Dat zal ook deze keer zo zijn,’ vreest Jean-Paul Moerman. In 1988 was hij de advocaat van de in een assisenproces over de hele lijn vrijgesproken ex-Bende-verdachte Michel Cocu. Als geen ander kent hij het Bende-dossier.

Humo: U volgt dit dossier al veertig jaar op de voet. Vanwaar uw pessimisme?

Jean-Paul Moerman: “Tijdens dat proces, tegen de zogenaamde Borains, zijn de vondsten die in 1988 in het Bois de la Houssière zijn gedaan heel uitgebreid ter sprake gekomen. De voorzitter, Jacques Vereecke, heeft toen de meest uitgebreide heranalyse van alle in het Bois de la Houssière stukken bevolen. Er is toen nooit melding gemaakt van een foto van een blonde dame.”

“Er is nu volgens de Franstalige media ook sprake van een haarlok van diezelfde vrouw. Ik heb het in mijn eigen archieven nagekeken. Nergens enig spoor van terug te vinden. Van waar duikt die haarlok na veertig jaar plots op? Welk pv laat ons toe vast te stellen dat die daar die dag effectief is gevonden? Er is dus nooit DNA-onderzoek verricht op die haarlok. En dat zal ook niet gebeuren. Als iets niet bestaat, kun je het ook niet op DNA testen.”

Humo: De in het spoor-Sliman gelovende nabestaanden gaan dit niet graag horen.

Moerma: “Dat kan, maar wat ik vrees is dat dit nieuwe verhaal, over de ‘bom onder het onderzoek’, als enige resultaat gaat krijgen dat het hele onderzoek nog sneller zal worden afgesloten dan tot hiertoe de bedoeling was.”

Bron » Humo

Hoe één zwartwitfoto plots weer hoop geeft in het onderzoek naar de Bende van Nijvel

De Franse krant Le Parisien pakt uit met een ‘bom in het onderzoek’ naar de Bende van Nijvel, nu een ‘nieuw’ element opgedoken zou zijn. Het gaat om een half verkoolde foto die op een van de plaatsen delict werd aangetroffen, maar in het meer dan twee miljoen pagina’s tellende dossier verloren raakte.

De half verkoolde foto werd toevallig door wandelaars gevonden in het bos van La Houssière in ’s Gravenbrakel op 9 november 1985, de dag waarop de Bende van Nijvel de dodelijke aanslag op de Delhaize in Aalst pleegde. In datzelfde bos werden ook andere bezwarende materialen gevonden die met de Bende in verband konden worden gebracht. Zo werd ook de Volkswagen Golf teruggevonden die gebruikt werd bij de overval in Aalst.

Op de foto staat een blonde vrouw die de speurders al vroeg in het onderzoek konden identificeren. Het gaat om voormalig cafébazin Véronique Laurent, die actief was in het prostitutiemilieu en vanuit het naburige Nalinnes een kleine, illegale dierentuin met exotische katachtigen runde. Dat deed ze samen met haar echtgenoot Michel Piro, een spil in het nachtleven en in de onderwereld van Charleroi.

Franse overvallers

Dat haar foto opduikt en mogelijk gelinkt kan worden aan de Bende van Nijvel is belangrijk omdat ze nauw bevriend was met twee criminelen die in de jaren 80 overvallen pleegden in Frankrijk: Thierry Sliman en Patrick Verdin.

Zij maakten deel uit van een bende misdadigers uit het Noord-Franse Charleville-Mézières, die in dezelfde periode actief was als de Bende van Nijvel. Volgens sommigen zou het zelfs om één en dezelfde groep gangsters kunnen gaan.

Die piste die naar Frankrijk leidt werd volgens Le Parisien door de Belgische speurders nooit serieus onderzocht. Opvallend, aangezien Thierry’s broer Xavier Sliman, die bekendstond als wapenverzamelaar en een uitmuntend schutter was, al in 1982 werd genoemd als mogelijk lid van de Bende van Nijvel, na de bloedige overval op een wapenhandelaar in september van dat jaar.

Een maand eerder vond in het Franse Maubeuge nog een aan de Bende toegeschreven overval op een Franse kruidenierszaak plaats. Op die overval na vonden alle aanslagen die aan de Bende van Nijvel worden gelinkt plaats in ons land.

Moord op Michel Piro

Véronique Laurent raakt jaren later overigens opnieuw betrokken in een opvallende zaak, gelinkt aan Thierry Sliman en Patrick Verdin. In december 1996, meer dan elf jaar na de laatste aanslag van de Bende van Nijvel, werd haar echtgenoot Michel Piro op een parking aan een snelweg in Luttre met twee kogels doodgeschoten.

Laurent gaf drie jaar later voor de rechter toe haar oude Franse kompanen, de gangsters Thierry Sliman en Patrick Verdin, opdracht te hebben gegeven voor de moord: ze zou het niet hebben kunnen verkroppen dat hij hun dierentuin van de hand wilde doen.

De zaak werd vanaf dan gezien als een huwelijksdrama en Laurent werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. De vermeende huurmoordenaars Sliman en Verdin werden vanwege een gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Hoe dan ook geeft de teruggevonden foto van Véronique Laurent de burgerlijke partijen, die nu al meer dan een jaar strijden om in de zaak van de Bende van Nijvel een nieuw onderzoek naar de Franse piste af te dwingen, mogelijk een nieuw argument om hun zaak kracht bij te zetten.

Bron » De Morgen

Leidt ‘meisje met de blonde haren’ op oude foto naar Bende van Nijvel? Franse krant pakt uit met “bom in onderzoek”

“Zijn de daders van de grootste cold case van Europa ontmaskerd door ‘het meisje met de blonde haren’?” Die vraagt stelt de Franse krant Le Parisien nu er een “nieuw” element in het onderzoek naar de Bende van Nijvel opgedoken zou zijn.

Het gaat om een verkoold stukje foto dat werd teruggevonden op een van de plaatsendelict. Dat zou de overvallen van de Bende, waarbij tussen 1982 en 1985 in ons land 28 doden vielen, kunnen linken aan een Franse bende misdadigers uit Charleville-Mézières, die in dezelfde periode actief waren.

Het spoor was zoek geraakt in het twee miljoen pagina’s tellende dossier, zo schrijft Le Parisien. “Maar nu is het weer opgedoken en slaat het in als een bom in het decennialange onderzoek.”

Gedurende vier decennia hebben Belgische speurders tal van (doodlopende) pistes onderzocht, onder meer die van een politiek complot beraamd door extreemrechtse militairen. Eén piste daarentegen werd nooit ernstig uitgewerkt, aldus de Franse krant: “de piste die naar Frankrijk leidt”.

Criminele broers

Meer bepaald naar Xavier en Thierry Sliman, broers die in de jaren 80 van vorige eeuw ook overvallen pleegden in Frankrijk. Xavier Sliman stond ook bekend als wapenverzamelaar en uitstekend schutter. Hij werd al na de eerste bloedige overval op een wapenwinkel, in september 1982, genoemd als mogelijk lid van de Bende van Nijvel.

Terwijl meerdere burgerlijke partijen nu al meer dan een jaar voor de Belgische justitie strijden om een nieuw onderzoek naar deze Franse piste af te dwingen, is er een nieuw, nooit eerder opgemerkt element ontdekt. Het gaat om een fragment van een foto, waarop een vrouw met blonde haren te zien is. De vrouw werd geïdentificeerd als Véronique Laurent, een voormalige cafébazin die actief was in het prostitutiemilieu en er ook een illegale menagerie met katachtigen op nahield. Laurent maakte destijds ook deel uit van de vriendenkring van Thierry Sliman. Ze zou later de schoonzus worden van een van diens luitenants: Patrick Verdin. Toch werd een mogelijke link met de Bende nooit gelegd.

Bos van La Houssière

De foto in kwestie werd toevallig teruggevonden door wandelaars op 9 november 1985, gedeeltelijk verkoold, tussen andere bezwarende voorwerpen, in het bos van La Houssière, in ‘s Gravenbrakel, zo’n 40 kilometer ten zuiden van Brussel. Enkele uren na de vondst van die foto zou de Bende de dodelijke overval op de Delhaize in Aalst plegen.

Acht klanten en getuigen werden daarbij om het leven gebracht. Erna vluchtten de daders weg in een Volkswagen Golf die twee dagen later teruggevonden zou worden in hetzelfde bos van La Houssière. Een jaar later zou een duikersteam in de nabije omgeving ook nog voorwerpen terugvinden die toebehoorden aan de overvallers, zoals een met bloed bevlekt kogelwerend vest.

Het is niet duidelijk hoe, maar de onderzoekers van de gerechtelijke politie van Brussel slaagden er destijds vrij snel in om de naam van Laurent te koppelen aan ‘het meisje met de blonde haren’ op de foto. En meer dan vijftien jaar later duikt haar naam weer op in een andere zaak. Ze zou toegeven dat zij Patrick Verdin en Thierry Sliman de opdracht gaf voor de moord op haar man, Michel Piro, in december 1996. Een moord waarvoor ze tot vijftien jaar cel werd veroordeeld, terwijl de vermeende huurmoordenaars bij gebrek aan bewijs door een Frans hof van assisen werden vrijgesproken.

Haar naam, weggezakt in een vergeten proces-verbaal, was tot nu toe echter nooit genoemd in verband met de Bende van Nijvel. Voor de burgerlijke partijen vormt dit nieuwe element wel een bijkomende reden om de “Franse” piste grondig te onderzoeken.

Bron » Het Nieuwsblad | Michaël Temmerman

Twee kogels voor de man die wilde praten

Een week nadat Michel Piro, de koning van het nachtleven in Charleroi, in november 1996 contact opnam met de familie van de vermoorde Julie Lejeune, werd hij met twee pistoolschoten geëxecuteerd. Marc Dutroux en Michel Nihoul kwamen vaak in de bars van Piro. Hij was op zijn beurt klant in een bordeel waar iemand Julie en Mélissa opmerkte. Een complottheorie? Mogelijk. De zaak was vergeten, tot dinsdag bleek dat procureur Bourlet de zaak wil uitklaren op het proces-Dutroux.

Het is een van die telefoontjes zoals er in de nadagen van 1996 meerdere per dag binnenlopen bij het steuncomité voor Julie en Mélissa. Het aantal mensen dat een witte mars of zoiets wil organiseren is overweldigend. Daarom is Roland Lejeune aangeduid als aanspreekpunt. De neef van Jean-Denis Lejeune, vader van de vermoorde Julie, besteedt eerst geen bijzondere aandacht aan dit telefoontje. “De uitbater van restaurant L’Arche de Noé in Nalinnes”, noteert hij op 8 november, “biedt aan om in zijn zaak een eetfestijn te houden waarvan de opbrengst naar het steuncomité zal gaan.”

Lejeune krijgt de man nog twee keer aan de lijn, de laatste keer op 28 november. “Hij zei dat hij me wilde ontmoeten”, zegt Lejeune, “en dat hij informatie had over Julie en Mélissa. Ik begreep – ik voelde dat zo toch aan – dat hij bepaalde inlichtingen had.”

In de ochtend van 5 december 1996, om 3.50 uur, weerklinken twee schoten op de parking langs de A54 te Luttre, nabij Pont-à-Celles. Wat later wordt het lijk van Michel Piro uit de passagierszetel van zijn rode Mazda-bestelwagentje gehesen. De uitbater van L’Arche de Noé is van dichtbij neergeknald. Michel Piro, nachtmens, is na drieën vertrokken uit Nalinnes om samen met zijn vrouw Véronique Laurent op de Brusselse vroegmarkt eetwaren in te slaan. Ter hoogte van Luttre hield zij halt met een gezwollen blaas. “Ik heb twee mannen zien wegduiken”, aldus Laurent. “Ze zijn weggereden met een Audi 100.”

Het parket van Charleroi stelt Victorien Sohet aan als onderzoeksrechter, die de zaak in handen geeft van commissaris Jean Laitem van de gerechtelijke politie. Die keuze kan betwistbaar worden genoemd. Laitem ligt in die tijd onder vuur in de commissie Dutroux-Nihoul omdat hij in 1995 cruciale informatie zou hebben achtergehouden. Zoals alle anderen die voor de tv-camera’s aangepakt worden door Marc Verwilghen en co., is ook Laitem van mening dat hem niets te verwijten valt. Hij is verbitterd en vindt dat het afgelopen moet zijn met al die heisa en kan de naam Dutroux niet meer horen.

Michel Piro was niet zomaar een restauranthouder. In de jaren zeventig heeft de ex-bouwvakker vrouw en drie kinderen vaarwel gezegd en heeft hij een bar geopend in Charleroi. Het is het begin van een blitzcarrière in het nachtleven. Piro geniet naam en faam als pooier. Hij is kind aan huis in elke bar, zo ook in Le Sapin Vert, een luxebordeel langs een van die grauwe invalswegen rond Charleroi. Hij mengt er zich onder een clientèle van zakenlui, politici en gangsters die wat te vieren hebben. Hier heeft hij Laurent leren kennen. De smoorverliefde Piro belooft de prostituee een nieuw leven. Voor Piro kan er wat van af. Hij bezit een dancing, enkele huizen en de bar La Terrasse, waar hij achter de toog staat.

Naast die bar wordt L’Arche de Noé opgericht. Het idee is gegroeid vanuit Laurents passie voor exotische dieren en haar droom om ooit als la patronne te worden aangesproken in een leuk restaurant. De Ark van Noë heeft een fijne keuken, een speeltuin en een dierentuin met een leeuwin, twee tijgers, een poema en een wolf. De zaak kent succes. Protest vanuit het 150 meter verderop gelegen schooltje kan daar weinig aan veranderen, ook niet als een buurman een hoogzwangere tijgerin in zijn tuin aantreft. De baas van L’Arche, zegt de politie hem, heeft “connecties”.

Michel Piro is al tien dagen dood, wanneer de BOB van Charleroi op 16 december 1996 in proces-verbaal 100.536 meldt dat Piro op de parking van zijn zaak gestolen auto’s te koop zou hebben uitgestald. Auto’s, die werden aangeleverd door Marc Dutroux, Bernard Weinstein en zijn kompaan, ‘de Griek’ Michael Diakostavrianos. In het rapport staat: ‘Omtrent de moord signaleert onze informant dat Piro kort voor zijn dood heeft gezegd dat hij alles wat hij wist over het dossier-Julie en Mélissa zou ‘verklikken’ tijdens een maaltijd die hij zou organiseren.’

Dat Piro Dutroux en co kende, is geen punt van discussie. De getuigenissen van kennissen zijn erg eensluidend en precies, ook omtrent oplichter Michel Nihoul. “Toen de zaak-Dutroux losbarstte, vertelde Piro me dat hij Nihoul goed kende vermits die vaak in de Romeo et Juliette kwam”, getuigt zijn tante Arthémise Van Cauwenberghe, bij wie Piro zijn plannen voor het eetfestijn ontvouwde. “Hij was niet dronken, hij was in zijn normale doen. Ik merkte dat het om iets ernstigs ging.”

Zus Micheline Piro herinnert zich dat laatste gesprek, vijftien dagen voor zijn dood: “Hij vroeg me om naar dat eetfestijn te komen. Maak je geen zorgen, zei hij, ik neem de micro en zal onthullingen doen. Ik heb iets te zeggen en wat ik te zeggen heb, zál ik zeggen. Je zult het wel zien.” Zo was haar broer. Een man van grote gebaren. Het lag niet in zijn aard om naar de politie te stappen of zo. Hij wilde een volle zaal, met de ouders erbij.

Misschien was het enkel het feit dat Piro eind 1996 al die hem zo bekende tronies op tv zag dat hem deed besluiten om de families aan te spreken. Dat klinkt aannemelijk, tot de speurders in Neufchâteau bij Belgacom laten nakijken met wie hij in de laatste maanden van zijn leven telefoneerde. Op de lijst van de met de telefoon in L’Arche de Noë gevoerde gesprekken springt één datum in het oog: 12 augustus 1996. Tussen 13.28 en 13.37 uur, in een tijdsbestek van 9 minuten, zijn er vijf telefoontjes gepleegd naar de rijkswacht, de stadspolitie en – drie keer – de gerechtelijke politie in Charleroi. Al deze oproepen staan vermeld in het pv 101.010 uit het dossier-Dutroux.

Maandag 12 augustus 1996 is een bijzondere datum. Het is de dag waarop procureur Bourlet en onderzoeksrechter Connerotte hun troepen in stelling brengen voor de ultieme raid op Dutroux, de volgende dag. Het lijkt wel of Piro voorkennis had, hij aan het panikeren sloeg, en dringend al zijn contacten bij de politie in Charleroi wilde aanspreken.

Ook al is Piro dood, toch kan Bourlet zich een beeld vormen over diens toespraak. Julie en Mélissa, zo leert hem een van de aangiften, zijn in oktober 1995, niet zo lang na hun ontvoering, door Hélène F. opgemerkt nabij het bordeel van ene R. D. aan de rand van Charleroi. “Ik zag hen aan de hand van een jongeman binnengaan”, zegt de vrouw in pv 100.957. F. verwittigde niemand. Het idee dat Julie en Mélissa daar konden zijn terechtgekomen, leek haar absurd. Pas toen ze op 16 augustus 1996 vernam wat Sabine en Laetitia was overkomen, greep ze naar de telefoon.

R.D. was een goede kennis van Piro en wordt beschouwd als een van die andere koningen van het nachtleven in Charleroi. Ook zijn naam duikt op in de Belgacom-lijsten. Eind 1996 hangt R.D. 48 keer bij Piro aan de lijn. In omgekeerde richting belt Piro twintig keer naar hem. Het bordeel van R.D. ligt in Gerpinnes, langs de drukke N5-autoweg, die ter hoogte van Marcinelle uitmondt in de Route de Philippeville, waar Dutroux zijn slachtoffers opsloot. Het is van daaruit 10 minuten rijden naar de bar. Veel nachtelijke lol valt er vandaag niet meer te beleven. De meeste bars sloten hier na 1996 de deuren.

Er is nog geen sprake van Dutroux-hysterie wanneer de moeder van de achtjarige Mélissa D. uit Gerpinnes in oktober 1995 wordt aangesproken door een bezorgde lerares. Het anders vlijtige meisje zit al dagenlang op haar bankje wezenloos voor zich uit te staren. “Toen heeft ze het de juf verteld”, zegt moeder Bernadette G. “Ik had haar, zoals ouders doen, op het hart gedrukt om niet met onbekenden mee te gaan.” Het kind stamelt nu wat over een grijsblauwe auto die haar volgde en waarvan de bestuurder haar nabij het zwembad aanmaande om in te stappen. “Toen de televisie de eerste beelden van Dutroux liet zien, schrok Mélissa op en zei ze: ‘Mama, dat is die man.’ Speurders hebben haar verhoord en spelletjes gespeeld. Ze kreeg een setje foto’s van Dutroux voorgelegd, waar er één tussen zat van hoe hij er in die tijd uitzag. Zoals u weet, veranderde die smeerlap vaak van uiterlijk. Mélissa haalde er meteen de juiste foto uit.”

Na de moord wordt de agenda van Piro onderzocht. Op 27 februari 1996 valt iets op. Daar staat de naam van Mélissa D. genoteerd.

Niet minder dan zevenentwintig kennissen van Piro getuigen in de loop van 1997 dat hij zwaar aangeslagen was door de zaak-Dutroux en zich op de een of andere manier medeplichtig voelde. Twaalf onder hen herinneren zich hoe hij sprak over “onthullingen” op het eetfestijn. Het lijkt voor de hand te liggen in welke richting commissaris Laitem moet zoeken. Op 26 november 1997 publiceert Belga echter dit bericht: ‘De moordenaar van de 50-jarige Michel Piro uit Nalinnes is bekend. Het gaat om diens 36-jarige vrouw Véronique Laurent, die opdracht gaf haar man om het leven te brengen op een parkeerplaats naast de A54 in Luttre. (…) Vrij onverwacht deed ze bekentenissen.’

Dit was, zo heet het nu, een passioneel drama. Piro zou het restaurant hebben willen sluiten en aangekondigd hebben alle dieren te laten weghalen. Dierenliefde zou de doorslag hebben gegeven. De moord, zegt Laurent, werd tegen betaling van 600.000 frank door haar schoonbroer, gangster Patrick Verdin, en zijn kompaan Thierry Sliman – allebei Fransen. Soms kan Justitie snel handelen. Op 10 mei 1999 verschijnt Laurent voor het assisenhof in Bergen. Drie dagen later hoort ze zich veroordelen tot 15 jaar cel wegens aanzetten tot moord.

Laurent is er goedkoop afgekomen. Als ze zich in de gevangenis een beetje gedraagt, kan ze na het uitzitten van een derde van haar straf een nieuw leven beginnen. Een luxueus leven, want enkele bars van Piro staan op haar naam. Op het proces zijn er echter twee afwezigen: Verdin en Sliman. Het duo zit in Frankrijk een celstraf uit voor overvallen en Frankrijk weigert de uitlevering.

Tijdens het proces passeren familieleden van Piro de revue. “Ik hoorde mijn vader aankondigen dat hij dat etentje zou organiseren en bepaalde dingen zou bekendmaken”, stelt zoon Laurent Piro. “Ik heb altijd gedacht dat hij daarom is vermoord”, zegt ex-personeelslid Pol Fontinoy. De situatie is anders dan op het doorsnee-assisenproces. Hier is het de daderes die schuldig pleit en de familie van het slachtoffer die dat in twijfel komt trekken.

In april 2001 is het de beurt aan de Franse justitie. Verdin en Sliman verschijnen voor het assisenhof van Charleville-Mézières op beschuldiging van de moord op Piro. Het proces draait uit op een klucht. Buiten de bekentenis van Laurent is er niets. Het moordwapen is niet teruggevonden. Bandensporen van de Audi zijn niet onderzocht, vingerafdrukken op de bestelwagen evenmin. Van een betaling van Laurent aan Verdin en Sliman: geen spoor. Duidelijkheid over hun tijdsgebruik – was dit duo die nacht wel in België? – is er ook al niet.

“Gesteld dat ik voor wat geld iemand zou vermoorden, zou ik niet zo naïef zijn om me niet op voorhand te laten betalen”, zegt Sliman. “En zéker niet als de opdracht kwam van een dubieus iemand als Véronique Laurent.” Commissaris Laitem gaat als getuige op het proces af als een gieter, en ook Laurent zelf. Op het eind vraagt de voorzitter haar, zorgelijk: “Bent u zeker dat u niet iemand zit te beschermen?” Antwoord: “Ik heb geen zin in een nieuw proces.”

Op 13 april 2001 spreekt de assisenjury in Charleville-Mézières Verdin en Sliman vrij.

Vier jaar lang maakt het dossier-Piro in Neufchâteau het voorwerp uit van een bitsige correspondentie tussen Bourlet en onderzoeksrechter Langlois. De een is van mening dat verder moet worden gezocht om te achterhalen wat Piro nu precies van plan was. Niet nodig, vindt Langlois: het gaat immers om een passionele moord. Het is medio 2001, vijf jaar na de feiten, wanneer de speurders door de vrijspraak van het Franse duo worden verplicht om de draad weer op te pakken en… geen bewijzen meer kunnen vinden van wat dan ook.

‘Onze verificaties hebben niet toegelaten de aanwezigheid van Dutroux en Nihoul (in de bars van Piro, DDC) te bevestigen of te ontkennen’, klinkt het op 10 oktober 2001 in een synthesenota van Langlois. Kraamde Hélène F. dan onzin uit? Langlois: ‘Onze verificaties hebben niet toegelaten dit te beamen of te ontkrachten.’ Na zovele jaren valt er niet veel meer te beamen of te ontkrachten.

Case closed, zo leek het. Tot deze week de eerste voorlopige lijst met 250 door het openbaar ministerie opgeroepen getuigen op het proces-Dutroux bekend raakte. Bourlet en advocaat-generaal Jean-Baptiste Andries willen nu in de getuigenbank: Hélène F., Arthémise Van Cauwenberghe, Micheline Piro, Véronique Laurent en Patrick Verdin. Of deze mensen duidelijkheid kunnen verschaffen over wat er met Julie en Mélissa gebeurde, mag worden betwijfeld, maar misschien wordt tijdens het proces-Dutroux een andere moord alsnog een heel klein beetje opgehelderd.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Dit is een (lichtjes bewerkte) voorpublicatie uit het boek Dode Getuigen. Dertig mensen die niet zullen spreken op het proces-Dutroux van Douglas De Coninck. Het boek verschijnt bij uitgeverij Houtekiet.

Franse vrijspraak legt bom onder Dutroux-onderzoek

Een vrijspraak in een Frans assisenhof legt alweer een bom onder het Dutroux-onderzoek in Neufchâteau. Onderzoeksrechter Jacques Langlois zit verveeld met de vrijspraak van twee Franse gangsters in Charleville-Mézières, die werden beticht van de moord op de Dutroux-getuige Michel Piro.

Deze Belg uit Nalinnes zou enkele dagen voor zijn dood familie van Jean-Denis Lejeune gecontacteerd hebben met de boodschap dat hij “zeer belangrijke” zaken over Dutroux wilde onthullen. Wellicht wordt de moord op Piro nu opnieuw uitgevlooid.

Michel Piro werd langs de autoweg Charleroi-Brussel doodgeschoten vier maanden na Dutroux’ aanhouding in augustus 1996. De moord op Piro, een onderwereldfiguur in Charleroi, werd afgedaan als een huurmoord, bevolen door zijn vrouw Véronique Laurent. die tot 15 jaar werd veroordeeld door het assisenhof van Bergen. Laurent biechtte op dat ze twee Franse gangsters had ingehuurd. Voor Langlois was de kous af: geen verband met Dutroux, volgens hem een “eenzame pervert”.

Toch verband?

Maar als de twee Fransen niets met Piro’s dood te maken hebben, wie vermoordde hem dan wel? En heeft zijn dood dan toch te maken met de onthullingen die hij wou doen? Piro was uitbater van bars in Charleroi waar ook Marc Dutroux, Jean-Michel Nihoul, Michel Lelièvre en Bernard Weinstein over de vloer kwamen.

Zij die menen dat de zaak-Dutroux een deeltje is van een groter geheel, zijn ervan overtuigd dat Piro werd vermoord omdat hij uit de biecht zou klappen.

Mr. Victor Hissel, advocaat van Carine en Gino Russo: “De vrijspraak betekent dat het onderzoek naar Piro’s dood verder moet gezet worden. Of deze wending het onderzoek weer zal vertragen door te gaan graven in de onderwereld van Charleroi? Als dat de waarheid dient, mag het tijd vergen”, aldus mr. Hissel.

Bron » Het Laatste Nieuws | Dany Van Cauwenbergh