Is de ‘bom onder het onderzoek’ naar de Bende van Nijvel écht? ‘Als iets niet bestaat, kun je het ook niet op DNA testen’

Dinsdag berichtte de Franse krant Le Parisien over een ‘bom onder het onderzoek naar de Bende van Nijvel’. Er was sprake van een in het 2 miljoen pagina’s dikke onderzoeksdossier verloren gegane foto van een blonde vrouw, op 9 november 1985 aangetroffen in het Bois de la Houssière. De vondst zou de bende moeten linken aan de overleden Noord-Franse gangsters Xavier en Thierry Sliman. HUMO doet een factcheck.

Het is zaterdag 9 november 1985, kwart voor vijf in de namiddag. Behalve de daders zelf kan niemand vermoeden dat de Bende van Nijvel drie uur later in de Delhaize in Aalst een laatste keer – en bloediger dan ooit: 8 doden – zal toeslaan. Bij de opsporingsbrigade BOB van de rijkswacht in Nijvel loopt om 16.45 uur een via de noodlijn 901 doorgeschakeld telefoontje binnen van de dan 42-jarige Jacques S. uit Kasteelbrakel. Hij is een Nederlander en werkt voor een verzekeringsmaatschappij.

Kort voor hij de 901 heeft gebeld, zijn twee mannen bij hem komen aankloppen, Jean-Pierre S. en André R. Ze zijn allebei gepassioneerde motoliefhebbers. Elke zaterdag om halftwee begeleiden ze enkele jongelui, onder wie hun eigen zonen, bij hun eerste motorritjes in de modder van het Bois de la Houssière. Dat is een uitgestrekt Henegouws bos waarvan de naam in de jaren daarna veel meer verbonden raakte met de jaren van lood dan met om het even welke natuurgids of zijn oktoberse overdaad aan beukennootjes.

In dit bos zal de Bende van Nijvel een nacht later de bij de overval in Aalst gebruikte Golf GTI in brand steken en achterlaten. Een dikke 3 kilometer daarvandaan, aan de zwaaikom van Fauquez, zal een moeder van vijf diezelfde nacht vanuit haar raam onbekenden zakken in het kanaal Brussel-Charleroi zien gooien. De zakken zullen een jaar later worden opgevist door het Delta-team van onderzoeksrechter Freddy Troch uit Dendermonde.

In de zakken zaten gedemonteerde wapens, stukken van een versneden kogelvrij vest en cheques van klanten die daar op 9 november mee hebben betaald in de Delhaize in Aalst.

Bewijsmateriaal verbrand

Dat laatste is ook wat de aandacht van de motorcrossers in het bos, ter hoogte van de locatie genaamd ‘Mon Idée’ in de namiddag van die negende november heeft gewekt. Stukjes van cheques, grotendeels verbrand, in een afgekoeld kampvuurtje van ongeveer 2,5 bij 3 meter. Allemaal afkomstig van mensen uit Overijse of Jezus-Eik, en op 27 september 1985 afgestempeld in de Delhaize van Overijse.

Daar heeft de bende zes weken eerder, op die vrijdagavond 27 september, vijf mensen vermoord. Na eerst nog eens drie bij een aanval op de Delhaize in Eigenbrakel.

De motorcrossers hebben het gros van hun vondsten opgeraapt en in een zak gestopt. Daarmee zijn ze gaan aanbellen bij Jacques S. Ze zagen in hem blijkbaar iemand die beter dan zijzelf kon inschatten wat er in zulke omstandigheden moest gebeuren. De Nederlander wacht die avond samen met de twee motorcrossvaders BOB’ers Théo Jacques en Roberto Legros op in het bos, ter hoogte van Mon Idée. ‘Wij merken een oude brandplek op,’ rapporteren de BOB’ers in hun proces-verbaal 1582. ‘De brandplek is koud. Tussen de documenten merken wij stukjes van cheques op die vermoedelijk afkomstig zijn van de Delhaize in Overijse.’

Naast stukjes van cheques vinden de BOB’ers op de brandplek een kogelhuls kaliber 12 van FN Légia. Van datzelfde soort munitie zullen later ook verpakkingen worden aangetroffen op de oever van de zwaaikom in Fauquez. Het is munitie die de Bende bij eerdere aanslagen heeft gebruikt.

De volgende dag, na de aanslag in Aalst, worden de brandplek en de bodem errond opnieuw onderzocht, nu met een metaaldetector. Er wordt een kogelhuls kaliber 12 van het merk Remington gevonden en een kaliber 9 FN. Opnieuw: munitie die eerder is gebruikt door de bende.

Sommige motorcrossers lijken het best spannend te hebben gevonden, dat ze een ontdekking hebben gedaan die gelieerd lijkt aan de misdaadbende die het land in een sinds de oorlog ongezien angstpsychose heeft ondergedompeld. Eén van hen, de dan 19-jarige Patrick D., heeft zes cheques meegepakt naar huis. ‘Om ze te tonen aan mijn echtgenote,’ legt hij uit in een verhoor, diezelfde avond. ‘Mijn bedoeling was om ze aan de politie te overhandigen. Mijn vrouw heeft ze verbrand, ze zei dat je je met dit soort zaken beter niet kunt bemoeien.’

De brandplek kan volgens André R. niet ouder zijn geweest dan een week. ‘Ik kom elke zaterdag met mijn zoon naar die plek,’ zegt hij in een verhoor. ‘We zetten onze moto’s daar altijd. Op 2 november hebben wij niets gemerkt.’

Een inventaris van de BOB van Nijvel, in proces-verbaal 1637 van 21 november 1985, somt op wat er behalve de hulzen en de cheques op en rond het gedoofde kampvuurtje verder is aangetroffen: ‘Maaltijdcheques, drukknoppen, een sigarettenpeuk, 5 verbrande afstandsbedieningen voor tv of video, ijzeren draden, een kasticket uit de Mestdagh-supermarkt in Kasteelbrakel op 2 oktober 1985, een vel papier met vermelding ‘Luna Park Las Vegas’, stukjes groen glas, een stukje verbrande stof en een stuk van een verbrande foto waarop we een man onderscheiden gekleed in een blauw geruit overhemd en marineblauwe mouwloze trui.’

Er wordt verder nog melding gemaakt van enkele deels verbrande uitgescheurde pagina’s uit een wapentijdschrift.

Waar helemaal nergens sprake van is, in geen enkele van de processen-verbaal van toen, is de vondst van een foto van een jonge blonde vrouw. Een stukje foto, van een ‘meisje met blonde haren’, wordt jaren later plots wel, in een kort zinnetje, vermeld in een synthesenota die de pv’s van de BOB van Nijvel uit 1985 samenvat.

‘Haarlok’

Het lijkt die synthesenota te zijn waarop Le Parisien zich dinsdag heeft gebaseerd om melding te maken van een ‘bom onder het onderzoek’. Volgens de Franse krant is het een uitgemaakte zaak dat de dame op de foto Véronique Laurent is, iemand uit het prostitutiemilieu van Charleroi. Zij werd in 1999 tot 15 jaar cel veroordeeld als opdrachtgeefster voor de moord op haar man, ex-pooier en restaurantuitbater Michel Piro. De moord was volgens haar uitgevoerd door Patrick Verdin en Thierry Sliman. Die laatste was net als zijn broer Patrick Sliman een beruchte gangster uit het Noord-Franse milieu in de jaren 80. In 2001 werden beiden door een Franse rechtbank vrijgesproken van diezelfde moord. De broers zijn intussen overleden.

Een aantal nabestaanden van Bende-slachtoffers ijvert via een oud-rijkswachter en een Parijse strafpleiter al zes jaar voor nieuw onderzoek naar de rol van de broers Sliman bij de bende, ook al achtte het federaal parket dat niet opportuun. De nabestaanden vestigen als burgerlijke partijen hun hoop, volgens Le Parisien, nu op nieuw onderzoek omtrent de foto van het blonde meisje – voorzover die foto ook echt bestaat. In een annex bij het al vernoemde pv 1637, met een serie van 14 foto’s van alles wat op 9 november 1985 in en rond de brandplek in het Bois de la Houssière is ontdekt, valt geen spoor van een stukje foto van een blond of ander meisje terug te vinden.

Via een procedure bij het hof van beroep in Bergen hebben de burgerlijke partijen eerder al bijkomende onderzoeksdaden weten af te dwingen richting de broers Sliman, maar volgens het federaal parket waren die zinloos en hebben ze niets nuttigs opgeleverd.

‘Dat zal ook deze keer zo zijn,’ vreest Jean-Paul Moerman. In 1988 was hij de advocaat van de in een assisenproces over de hele lijn vrijgesproken ex-Bende-verdachte Michel Cocu. Als geen ander kent hij het Bende-dossier.

Humo: U volgt dit dossier al veertig jaar op de voet. Vanwaar uw pessimisme?

Jean-Paul Moerman: “Tijdens dat proces, tegen de zogenaamde Borains, zijn de vondsten die in 1988 in het Bois de la Houssière zijn gedaan heel uitgebreid ter sprake gekomen. De voorzitter, Jacques Vereecke, heeft toen de meest uitgebreide heranalyse van alle in het Bois de la Houssière stukken bevolen. Er is toen nooit melding gemaakt van een foto van een blonde dame.”

“Er is nu volgens de Franstalige media ook sprake van een haarlok van diezelfde vrouw. Ik heb het in mijn eigen archieven nagekeken. Nergens enig spoor van terug te vinden. Van waar duikt die haarlok na veertig jaar plots op? Welk pv laat ons toe vast te stellen dat die daar die dag effectief is gevonden? Er is dus nooit DNA-onderzoek verricht op die haarlok. En dat zal ook niet gebeuren. Als iets niet bestaat, kun je het ook niet op DNA testen.”

Humo: De in het spoor-Sliman gelovende nabestaanden gaan dit niet graag horen.

Moerma: “Dat kan, maar wat ik vrees is dat dit nieuwe verhaal, over de ‘bom onder het onderzoek’, als enige resultaat gaat krijgen dat het hele onderzoek nog sneller zal worden afgesloten dan tot hiertoe de bedoeling was.”

Bron » Humo