Lacroix droomt ervan ooit weer vrij te zijn

“Volgens een expert kan Thierry Smars geen zelfmoord hebben gepleegd, want uit een verslag blijkt dat er geen kruitsporen zijn gevonden op zijn hand”, verklaarde gisteren voor het Brabantse assisenhof één van de rijkswachters die jarenlang werkte in het dossier Haemers-Lacroix. De hypothese dat Smars om het leven zou gekomen zijn door een spelletje Russische roulette, hield volgens de speurder geen stand, omdat er zes kogels in het magazijn van het vuurwapen zaten. De rijkswachter kreeg het rapport van de expert pas drie jaar na de feiten onder ogen.

Voorzitter Wezel behandelde verder de huur van een reeks autoboxen en een incident van enkele dagen geleden tussen Denise Tyack en Philippe Lacroix.

Halfweg de voormiddag las voorzitter Wezel een proces-verbaal voor. Tyack had er zich vorige week over beklaagd dat ze ’s avonds geen tijd meer had om haar huishouden te doen. Lacroix had daarop geantwoord dat hij graag in haar schoenen zou staan en dat hij eraan dacht binnenkort zijn familieleven te hervatten.

Gevraagd om dit laatste nader te verklaren zei Lacroix dat het gezien zijn streng detentieregime onmogelijk is om er niet van te dromen op een dag terug vrij te zijn: “Als ik in mijn cel zit en een trein hoor, droom ik dat ik erop zit. Als ik een vliegtuig hoor, droom ik dat ik erop zit…” Lacroix ontkende zich met ontsnappingsplannen bezig te houden. Waarop advocaat-generaal Morlet prompt verwees naar de recente ontsnapping van Lacroix, samen met Basri Bajrami en Kaplan Murat, in mei van dit jaar.

Smars

Thierry Smars was de vennoot van Philippe Lacroix in een firma die gespecialiseerd was in verdelers van toiletpapier. Smars kwam in eerder duistere omstandigheden om het leven. De toenmalige onderzoeksrechter Collin verklaarde gisteren voor het assisenhof dat de hypothese van zelfmoord “tot op heden nog niet geloochenstraft is”.

Speurder Van Brussel, een BOB’er, getuigde het tegenovergestelde van de onderzoeksrechter. Volgens Van Brussel wees het rapport van een deskundige al meteen uit dat Smars zichzelf onmogelijk een kogel door het hoofd kon hebben geschoten.

De woensdagzitting van het assisenhof werd na het hoofdstuk Smars volledig besteed aan het dossier van de onder valse identiteit gehuurde garageboxen, waar het materiaal van de bende opgeslagen werd.

Philippe Lacroix, die als eerste over de garageboxen ondervraagd werd, legde uit hoe de bende met Lacroix, Smars en anderen ontstond. Lacroix omschreef de groep niet als een formele bende, maar als enkele kameraden die in cafés bijeenkwamen en waaronder zowel kleine en grote delinquenten als onbesproken figuren voorkwamen. Stilaan ontstond er tussen zes, zeven en acht mensen een bepaalde band, aldus Lacroix, die bleef weigeren namen te noemen van mensen die in deze groep actief waren.

Lacroix vertelde dat aan hem gevraagd was zich bezig te houden met het betalen van de huur van sommige garageboxen, omdat hij “stabiel” was en de anderen daarentegen “vaak op reis”.

Nog volgens Lacroix werden de boxen gebruikt door “leden van de groep” en niet noodzakelijk door hemzelf. Ze werden normaal gebruikt voor het opbergen van gestolen voertuigen, maar ook voor het stockeren van het papier van de firma die hij samen met Thierry Smars uitbaatte.

Lacroix zei verder nog dat hij bij zijn voorlopige aanhouding in 1986 geen opdracht had gegeven tot het verder betalen van de huur van de garageboxen. “Iemand anders heeft het betaald”, zo hield hij vol. Op de vraag van de voorzitster van de jury of hij dan niet vreesde beschuldigd te worden van feiten die hij niet gepleegd had, antwoordde Lacroix dat ze geen “hyper-professionele organisatie” vormden en dat ze een groepje kameraden waren die elkaar vertrouwden.

Bron » Het Belang van Limburg

Denis Tyack zegt er niets van te hebben geweten

“Al die data, die kan ik onmogelijk onthouden. Hoe kan ik nu nog weten op welke dag ik vijf of zes jaar geleden naar Uruguay reisde?” Denise Tyack reageerde gisteren een beetje gepikeerd toen assisenvoorzitter Guy Wezel aandrong dat Tyack zou uitleggen waar wat gebeurde en in welke periode.

Voorzitter Wezel trachtte gisteren onder andere te achterhalen of Tyack wist dat haar man, Patrick Haemers, gewapende overvallen pleegde en VdB ontvoerde. Tyack zegt dat zij van niks wist.

Uit de getuigenissen gisteren van drie journalisten die haar interviewden vlak na haar arrestatie in Rio, gaf ze commentaar op de overvallen en wist ze precies wat haar man deed.

Voorzitter Wezel zette gisterochtend zijn eerste ondervraging van de beklaagden verder. Axel Zeyen werd redelijk lang op de rooster gelegd over zijn vlucht naar Brazilië in februari 1989. Zeyen: “Ik wilde absoluut uitleg van Patrick over de krantenartikels in België die schreven dat een vingerafdruk van mij was gevonden op de GMIC-wagen van Groot-Bijgaarden. Patrick zei me dat ik me niet ongerust moest maken, dat ik aan het Belgische gerecht mocht zeggen wat ik wilde. Ik was van plan vlug terug te komen en alles uit te leggen. Mijn arrestatie is daar tussengekomen.”

Bommen

Wapenmaker Robert Darville legde het hof en de jury uit hoe hij het ene wapenbedrijfje na het andere oprichtte, telkens met andere vennoten, telkens met een failliet als gevolg. Darville geeft toe dat hij Haemers ooit een afstandsbediening gaf: “Ik moest hem nog 500.000 frank en kon niet weigeren.” Darville ontkent dat zijn afstandsbediening gebruikt is bij een overval: “Dat is niet bewezen.”

Michel Gauthier, ooit klant en later kortstondig zakenpartner van Darville, verklaart iets heel anders. Volgens Gauthier vroeg Darville hem tweemaal om een speciale bom. Gauthier: “Ik had het mechanisme zelf gemaakt. Darville zei dat hij iemand kende die erin geïnteresseerd was. Ik dacht aan commerciële interesse en heb Darville tweemaal een bom gegeven voor zijn kennissen. Ik veronderstelde dat die mensen ze zouden testen. Darville heeft mij wel nooit iets willen zeggen over de resultaten van die testen.”

Denise Tyack deed als laatste beklaagde haar best, maar ze slaagde er niet in de juiste periode en jaartallen op een rijtje te krijgen. Tyack kende een vrij luxueuze, maar zeer eenzame jeugd. Ze studeerde enkele jaren binnenhuisarchitectuur maar belandde uiteindelijk in de prostitutie met een Belg als pooier. Tyack werd ons land uitgezet, maar keerde terug “via een gearrangeerd huwelijk. Ik heb dan in Antwerpen een bar opgericht. In die periode begon ik paard te rijden en algauw wilde ik een manège overnemen, maar dat mocht niet van mijn toenmalige vriend. Die wilde dat ik bleef werken. Weet u, in dat milieu heb je eigenlijk niet veel te zeggen.”

Het gerecht viel de bar binnen en Tyack vloog enkele maanden in de cel wegens pooierij en het uitbaten van een bordeel. Toen ze vrijkwam, keerde ze niet terug naar het prostitutiemilieu maar werkte in vestiaires van Brusselse clubs. Zo leerde ze Haemers kennen.

Denise Tyack beweerde gisteren dat ze niet wist wat haar man uitspookte: “Hij leidde een normaal leven en kwam af en toe zelfs met dossiers naar huis.”

Rio

Uit de eerste getuigenissen in dit assisenproces bleek echter dat Tyack vlak na haar arrestatie in Brazilië er geen geheim had van gemaakt dat ze precies wist wat haar man deed. Drie journalisten die Haemers, Zeyen en Tyack in Rio de Janeiro interviewden, bevestigden gisteren dat Tyack wel degelijk commentaar had gegeven op de dodelijke overval in Verviers. Tyack in Rio: “Dat (nvdr Verviers en Groot-Bijgaarden) was heel zwaar. Hij kon niet meer slapen. Het was een hel. Terwijl het niet eens zijn schuld was. Hij had die springladingen niet gemaakt.”

De getuigenissen van de journalisten, Katryn Brahy van RTL-TVi, Hans Deridder van Het Nieuwsblad en Alain Guillaume van Le Soir, zijn vrij bezwarend voor Tyack. Zeyen kwam er in de getuigenissen over Rio beter vanaf. Haemers zei immers voortdurend aan de verslaggevers dat Zeyen niks met de bende te maken had.

Tenslotte gaven gisteren nog de onderzoeksrechters Collin, Decoux en Laffineur een overzicht van hun onderzoek. Collin onderzocht eerst een paar gewapende overvallen met Haemers als verdachte. Decoux uit Leuven behandelde met de BOB Leuven de ontsnapping van Haemers. De Leuvense onderzoekers wilden Haemers snappen via Bajrami die tesamen met Lacroix Haemers had bevrijd.

Op 14 februari 1989 werd Bajrami gepakt in Metz. En de onderzoeksrechter uit Leuven tuimelde midden in de ontvoering van Paul Vanden Boeynants. Het dossier van Decoux over de ontsnapping, het dossier over Groot-Bijgaarden, over Verviers en tal van andere hold-ups verhuisden allemaal naar onderzoeksrechter Collin in Brussel. Zijn collega Laffineur kreeg de heel zaak cadeau in maart 1990 toen Collin benoemd werd bij het hof van Beroep.

Bron » Het Belang van Limburg | Els Cleemput