Waarover gaan al deze zaken? Hoe oordeelt Straatsburg?
“56 % van de veroordelingen van het Hof betreft artikel 6, het recht op een eerlijk proces. Samen met artikel 5, dat het recht op vrijheid erkent, tekenen beide “procedureartikelen” voor 77 % van alle veroordelingen. Op de derde plaats staan de schendingen van het recht op privacy (artikel 8), al dan niet gecombineerd met het verbod om te discrimineren (artikel 14): zij vertegenwoordigen 19 %.”
Artikel 6 garandeert dus een eerlijk proces. De rechters moeten niet alleen onpartijdig zijn, maar het ook schijnen. Wie de indruk van bevooroordeeldheid kan wekken, moet zich terugtrekken.
Om deze reden werd Guy Wezel gewraakt als voorzitter van het Brabantse assisenhof in de zaak-Haemers-bis. Om deze reden moest een onderzoeksrechter, die later rechter werd in dezelfde zaak, terugtreden: België werd ervoor veroordeeld in de affaire-Piersack (1.10.1982).”
“Of het parket, dat als vervolgende partij tegelijk onderzoeksrechter speelt in ons militair strafrecht: prijs voor ons land in de zaak-Pauwels (26.5.1988). Verdachten moeten ook gelijke rechten hebben bij hun verdediging en een tolk kunnen krijgen als ze de rechtstaal niet machtig zijn.
Parmentier: “En dan heb je nog de beruchte “redelijke termijn” waarbinnen een proces moet worden afgehandeld. Ontzaglijk veel Straatsburgse arresten gaan hierover. Onder meer in het proces-Haemers werd dat opgeworpen.”
“België werd tot nu toe nog maar één keer veroordeeld omdat een voorlopige hechtenis te lang duurde. Punker Serge Clooth (12.12.1991) zat drie jaar en 2 maanden in voorlopige hechtenis en dat vond het hof toch twee jaar te veel: de man bleek later onschuldig.
Maar België zou in principe vele veroordelingen kunnen krijgen op deze basis. Het dossier van de gewestplannenfraude: dat sleept al aan sinds 1981 en het proces is nog niet eens begonnen. Hoewel Straatsburg ieder geval afzonderlijk bekijkt, toch kan je zeggen dat een termijn van vier jaar een kritische grens is”
Bron » Gazet Van Antwerpen