“Slachtoffers hebben recht op de waarheid”

Een voormalige rijkswachter uit Hastière (Namen) bevestigt de beweringen van Jean-Pierre Adam, de ex-BOB’er die in onze krant van 16 december twee leden van de Bende van Nijvel aanwees. De man meldde zich na het zien van de reportage die de lokale zender TV-Lux uitzond met Adams getuigenis, en treedt zijn collega volmondig bij.

Eind 1996 werd Jean-Pierre Adam, lid van de onderzoekscel Neufchâteau, belast met een luik van het Dutroux-onderzoek. Hij moest nagaan of er een verband bestond tussen de moord op Michel Piro op 5 december 1996, en het feit dat deze eigenaar van meerdere bars en restaurants aangekondigd had een boekje te zullen opendoen over het dossier Julie en Mélissa.

Zijn onderzoek voerde hem naar het Franse Charleville-Mézière. Daar stelde Adam vast dat een Belgisch opsporingsbericht, verspreid naar aanleiding van de gewelddadige overval op wapenhandel Dekaise in Waver, deel uitmaakte van het dossier dat de Franse justitie bijhield over twee broers. Beiden waren leden van een gewelddadige bende die van de jaren zeventig tot medio de jaren negentig het ene criminele feit na het andere pleegde.

Overval op Dekaise

Op 30 september 1982 werd op de wapenhandel van Daniel Dekaise in Waver een gewelddadige overval gepleegd. Een politieagent kwam hierbij om het leven en er werden tal van dure wapens gestolen. Deze overval is het derde geweldsdelict dat wordt toegeschreven aan de Bende van Nijvel.

Enkele dagen later, op 4 oktober 1982, verspreidde de Belgische justitie een opsporingsbericht, voorzien van een robotfoto en een beschrijving van de gestolen wapens. Drie dagen later, op 7 oktober 1982, meldde zich bij de rijkswacht van Hastière, een stadje in de provincie Namen op de grens met Frankrijk, een persoon die anoniem wilde blijven. Hij verklaarde dat de man op de robotfoto ene Xavier Sliman was, een notoire Franse gangster en wapenfanaat. Hij reed in een donkere Mercedes en leefde ver boven het inkomen dat hij als werkzoekende officieel genoot.

Om deze toch wel belangrijke informatie te verifiëren trokken de speurders uit Hastière op 25 oktober 1982 naar hun collega’s in Charleville-Mézière, de woonplaats van de door de anonieme getuige aangewezen verdachte. Ze kwamen er te weten dat Xavier Sliman en zijn broer Thierry bij het Franse gerecht bekendstonden als zeer gevaarlijke individuen. De foto van Xavier vertoonde opvallende gelijkenissen met de robotfoto. De Franse speurders wisten verder te melden dat de broers Sliman deel uitmaakten van een zeskoppige zeer gewelddadige bende, met onder andere Pierre M. – de man die door Adam geïdentificeerd werd op robotfoto nummer 4 in het Bendedossier.

Een dag later, op 26 oktober 1982, trokken de speurders van Hastière met de informatie en de foto’s die ze van hun collega’s in Charleville hadden gekregen, naar de BOB van Waver, die de overval op wapenhandel Dekaise onderzocht. De leden van beide korpsen stelden een bundel van vijftien foto’s samen en legden die voor aan vier ooggetuigen van de overval, onder wie de wapenhandelaar zelf. Drie van de vier getuigen herkenden Xavier Sliman, en slachtoffer Daniel Dekaise herkende ook Thierry Sliman. Hij vermeldde nog dat een van de daders die hij herkende op de foto mankte. Xavier Sliman had kort voordien een operatie aan de knie ondergaan.

Getuigenis bevestigd

De ex-rijkswachter die enkele dagen geleden contact opnam met Jean-Pierre Adam, was een van de vier speurders uit Hastière die de foto’s hadden voorgelegd aan de ooggetuigen. In een telefoongesprek bevestigt hij uitdrukkelijk dat de ooggetuigen in Waver de foto van Xavier Sliman uit de bundel hadden gehaald, en dat slachtoffer Daniel Dekaise ook de foto van broer Thierry herkende. Hij voegde eraan toe dat hij er altijd van was uitgegaan dat er in het kader van een internationale rogatoire commissie een huiszoeking zou zijn uitgevoerd bij de broers Sliman in Frankrijk, en dat daarbij wellicht een deel van de gestolen wapens zou zijn teruggevonden. In dat geval zouden er wellicht geen verdere feiten gepleegd zijn door de Bende.

Die huiszoeking is er nooit gekomen. Meer nog: met de informatie die hijzelf en zijn drie collega’s destijds hadden aangereikt, heeft niemand ooit iets gedaan. De gepensioneerde rijkswachter verklaart zich nog altijd bereid om zijn volle medewerking te verlenen. “De slachtoffers en de nabestaanden hebben recht op de waarheid”, stelt hij.

Bron » Het Belang van Limburg

Ex-BOB’er ontmaskert twee leden van de Bende van Nijvel

Ex-BOB’er Jean-Pierre Adam is ervan overtuigd dat nummer 18 van de Bende van Nijvel Michel Piro, een restauranthouder uit Charleroi, is. Al bijna twintig jaar spaart de nu gepensioneerde rijkswachter tijd noch moeite om de gegevens die hij jaren geleden verzamelde over te maken aan de diensten waarvoor ze van nut zijn: het parket en de cel Waals-Brabant. Tot op vandaag kreeg hij nooit enige reactie, laat staan een antwoord dat zijn piste om een welbepaalde reden niet de juiste zou zijn.

Had de Bende van Nijvel al eerder ontmaskerd en gevat kunnen worden? Hadden tal van mensenlevens gespaard kunnen worden? Voor Jean-Pierre Adam, ex-lid van de BOB van Marche-en-Famenne en in die functie gedetacheerd naar de onderzoekscel Neufchâteau, is dit geen vraag maar een wetenschap. Voor hem zijn het geen uiterst rechtse sympathieën, geen behoefte om de staat te destabiliseren en allerminst de voorbereiding van een staatsgreep. De resultaten van zijn onderzoek wijzen in de simpele richting van een bende psychopathische criminelen die niets ontziend enkel uit zijn op materieel gewin.

Julie en Melissa

Drie maanden na het losbarsten van de zaak-Dutroux, werd de belangstelling van de onderzoekscel Neufchâteau gewekt door een moord die in de nacht van 4 op 5 december 1996 op een parking langs de A54 Charleroi-Brussel gepleegd werd. Een zekere Michel Piro werd koelbloedig doodgeschoten. Enkele weken voor zijn dood had hij luidkeels verkondigd aan iedereen die het wilde horen dat hij een boekje zou opendoen over de zaak Julie en Melissa. Met de familie Lejeune had hij een paar dagen voor zijn overlijden nog afspraken gemaakt over een benefietavond die hij in zijn restaurant in de buurt van Charleroi zou organiseren en waarvan de opbrengst naar de vzw Julie & Melissa zou gaan. Tijdens die bewuste avond zou hij een en ander onthullen.

Broer

De twee vermeende uitvoerders van de moord belandden in Frankrijk in de cel. Ze verschenen voor het hof van assisen van Char- maar ze werden vrijgesproken. “Omdat Piro onthullingen had aangekondigd in de zaak-Dutroux, kregen wij aandacht voor de beide Franse verdachten, voornamelijk voor Thierry Sliman,” legt Jean-Pierre Adam uit. “De vraag was immers gerezen of Piro wegens zijn aangekondigde onthullingen geliquideerd was. Al snel bleek uit ons onderzoek dat deze Thierry Sliman in de jaren 80 samen met zijn broer Xavier een hele reeks uiterst gewelddadige feiten had gepleegd in Frankrijk.”

Adam trok voor meer informatie naar zijn Franse collega’s: “In mijn aanwezigheid haalden zij de dossiers van de broers Sliman uit de archieven. Wij vonden een Belgisch opsporingsbericht van 4 oktober 1982 over de overval op een wapenhandel in Waver op 30 september 1982 met daarbij gevoegd een robotfoto. Bij het opsporingsbericht bevond zich ook de foto van Xavier Sliman.” Die overval op de wapenhandel van Daniel Dekaise wordt tot op vandaag toegeschreven aan de Bende van Nijvel.

Uit het Franse dossier bleek verleville-Mézière, der dat de broers Sliman samen met hun mededaders in Frankrijk verdacht werden van ettelijke hold-ups. “De commandant in Charleville deelde ons onomwonden mee dat Thierry Sliman als meedogenloze killer te boek stond. Hij beweerde dat Sliman iemand kon doden alsof hij een appel at. Zo eenvoudig. Thierry Sliman werd destijds in Frankrijk gezocht in meerdere moordzaken, maar het was hem tot dan toe altijd gelukt, door de mazen van het net te glippen.”

Uit de Franse dossiers bleek dat de broers Sliman in de jaren tachtig opereerden in een min of meer vaste ploeg van zes criminelen, onder wie een zekere Pierre M. “Het ligt voor de hand dat we met de info die we tot dan toe hadden vergaard een vergelijking gingen maken met de robotfoto’s van de vermeende daders van de Bende van Nijvel. De overval in Waver, waarbij een politieagent om het leven kwam en waarbij tal van dure wapens gestolen waren, staat bij ons bekend als derde wapenfeit van de Bende.”

Gelijkenis

Bij het vergelijken van de tekeningen op de bekende gele affiche met de foto’s van de broers Sliman en hun entourage, waren de speurders toch wel enigszins verrast: tekening nummer 18 op de affiche lijkt sprekend op de foto die in 1982 van de vermoorde Michel Piro werd gemaakt. Tekening nummer 4 toont dan weer ontzettend veel gelijkenis met de foto van Pierre M., één van de trawanten van de gebroeders Sliman.

“Maar dat is nog niet alles”, gaat Jean-Pierre Adam verder. “Als we een chronologie maken van de 21 feiten die worden toegeschreven aan de Bende van Nijvel, stellen we vast dat de eerste reeks gepleegd werd tussen 13 maart 1982 en 1 december 1983. Daarna gebeurt er 21 maanden niets. Laat het nu toevallig zo zijn dat de broers Sliman in die periode weer eens achter de tralies belandden: Xavier op 19 maart 1984 en Thierry op 30 september van datzelfde jaar.

Brein van de Bende

De tweede reeks misdrijven begon met de diefstal van een Volkswagen Golf GTI in Erps-Kwerps op 22 september 1985 en deze reeks eindigde met de zeer gewelddadige raid op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985, waarbij acht dodelijke slachtoffers te betreuren vielen. Deze overval zou de laatste zijn die aan de Bende van Nijvel wordt toegeschreven. De reden lijkt duidelijk: tussen begin 1986 en eind 1990 belandde Thierry Sliman zeven keer in de gevangenis. Jean-Pierre. “Thierry Sliman werd door de Franse collega’s niet enkel gezien als een meedogenloze killer, maar ook als het brein van de bende. Als hij niet beschikbaar was, gebeurde er niets.”

Ook wil Jean-Pierre Adam iets kwijt over de buit die de Bende van Nijvel maakte. In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, was die aanzienlijk. Er werden onder meer vier auto’s, 26 dure wapens, een partij juwelen en een totaal van 5.425.341 oude Belgische frank (134.490 euro) buit gemaakt.”

Nihoul en Weinstein

“Natuurlijk staat geen enkele buit in verhouding tot de mensenlevens die verloren gingen bij deze gruwelijke aanvallen. De brutaliteit waarmee deze gangsters te werk gingen is nauwelijks voor te stellen, maar in mijn ogen pleegden ze deze feiten wel degelijk voor het materiële voordeel.” Of Michel Piro nu vermoord werd omdat hij onthullingen zou doen die te maken hadden met de Bende van Nijvel of met de zaak-Dutroux, zullen we nooit weten. Feit is dat Michel Nihoul en Bernard Weinstein (de handlangers van Dutroux) vaste klanten van hem waren en dat hij Thierry Sliman, die ook wekelijks in zijn etablissementen kwam, al kende van in 1982.

Pittig detail nog: uit stukken die onze redactie kon inkijken, blijkt dat Thierry Sliman in de lente van 1996 samen met een kompaan twee bars opende; één in Libin en een andere in Bertrix, het stadje waar Laetitia Delhez enkele maanden later door Dutroux zou worden ontvoerd.

De bars van Sliman kwamen zowat onmiddellijk in het vizier van justitie. Dat resulteerde in een onderzoek door onderzoeksrechter Connerotte naar drugs en prostitutie. Van zodra Dutroux gearresteerd werd op 13 augustus 1996, sloten de clubs en verdwenen Sliman en zijn kompaan met de noorderzon.

Bron » Het Belang van Limburg | Nancy Vandebroek

De architect van de politie

Zonder Brice De Ruyver zag het veiligheidsbeleid in ons land er compleet anders uit. Met de ene voet in de academische en de andere in de politieke wereld loodste hij de politie weg van stammentwisten. De Ruyver overleed vanochtend onverwacht.

In de tweede helft van de jaren negentig zat het vertrouwen in politie en justitie op een dieptepunt. Tijdens de affaire-Dutroux, die draaide rond een verdwijningszaak van minderjarige meisjes, was gebleken dat politiediensten naast elkaar werkten. Tussen de Gerechtelijke Politie bij de Parketten en de opsporingsdiensten van de Rijkswacht zat er bijzonder veel ruis op de lijn. Het geloof in magistraten, politie én politici was compleet zoek.

Een parlementaire onderzoekscommissie moest de pijnpunten binnen het veiligheidsapparaat blootleggen. Even belangrijk was de symbolische ‘zuiverende’ functie van de commissie, die alleen maar kon slagen als politici loskwamen van vingerwijzingen naar elkaar en elkanders politieke benoemingen in het veiligheidsapparaat. Brice De Ruyver was één van de experts die de commissie moest bijstaan in die opdracht. Mede door zijn academische onderbouwde, open aanpak – die zich volgens collega’s in elk aspect van zijn werk toonde – bracht de commissie het tot een goed einde.

Essentieel was een grondige politiehervorming, met één federale politie in de plaats van diensten naast elkaar. Een structuur die werd uitgetekend door onder anderen De Ruyver, maar daar hield het voor hem niet op. ‘Hij zag niet alleen problemen, zoals professoren soms neigen te doen, maar werkte ook actief mee aan de beleidsvorming’, zegt Willy Bruggeman, voorzitter van de Federale Politieraad. Samen met De Ruyver gaf hij vorm aan de geïntegreerde politie. ‘Brice was altijd bereid om zijn nek uit te steken en slaagde er ook in om een draagvlak te hebben voor zijn ideeën. Er werd naar hem geluisterd.’ Na de start van de hervorming begin jaren 2000 zag De Ruyver er als veiligheidsadviseur van Guy Verhofstadt op toe dat die in de praktijk werd voortgezet.

Bruggeman noemt het nieuws over het plotse overlijden van De Ruyver ‘verschrikkelijk’. De prof criminologie moest vanmorgen college geven aan de eerstejaarsstudenten rechten van de Universiteit Gent. Toen hij niet opdaagde, bleek dat hij thuis was overleden aan de gevolgen van een hartstilstand.

Rondtrekkende dadergroepen

‘We zijn allemaal geschokt’, zegt Tom Vander Beken, een naaste collega van De Ruyver. Samen stonden ze met nog enkele andere academici begin jaren negentig aan de wieg van het IRCP, het criminologisch onderzoeksinstituut van de UGent. ‘Hij hamerde erop dat de groep van onderzoekers veel belangrijker was dan de delen ervan. Dat heeft hij enorm vaak gezegd. Brice was een enorm warme collega, eerder een vriend zelf. Telkens opnieuw leerde hij ons om te durven antwoorden op de vragen die de maatschappij ons stelde. In die zin heeft hij ook heel veel betekend voor de universiteit.’

Criminologie zit op het snijpunt van onder meer strafrecht, psychologie en sociologie, waardoor critici het al eens afdoen als een wetenschappelijk afkooksel. De praktisch gerichte invulling van De Ruyver kon hen lik op stuk geven. Al in de jaren tachtig verrichte hij onderzoek naar fenomenen zoals rondtrekkende dadergroepen, waardoor ook meer politieke aandacht voor de problematiek ontstond.

‘Law & Order’

Na de commissie-Dutroux groeide De Ruyver als veiligheidsadviseur van de paarsgroene regering definitief uit tot een household name. De premier en de criminoloog kenden elkaar uit Gentse logekringen, al zou het niet correct zijn De Ruyver exclusief onder te brengen bij de liberalen. ‘Hij heeft gewerkt voor verschillende ministers en regeringen’, zegt Bruggeman. ‘Ongeacht hun kleur. Ook aan Milquet heeft hij recent nog advies geleverd voor de optimalisatie van de federale politie.’ Bruggeman werkte daar ook aan mee.

Drugsaanpak, grenscriminaliteit, motorbendes, terreurbestrijding: er is amper een crimineel fenomeen waar De Ruyver zijn licht niet over liet schijnen, en waar hij dus geen vorm gaf aan het beleid. Ook media vonden vlot de weg naar De Ruyver. Al begin jaren 2000 had hij bijvoorbeeld een maandelijkse column in De Standaard, getiteld ‘Law & Order’.

De Ruyver, die zijn privé-leven uit de schijnwerpers hield, was volgens collega Gert Vermeulen ‘altijd een vroege vogel’ op de universiteit. ‘Zijn engagement was erg aanstekelijk’, vindt Vermeulen.

Veel tijd voor zaken buiten de criminologie bleef daardoor niet over. Die momenten bracht hij liefst door met familie. ‘Om een roman of een biografie te lezen heb ik op dit ogenblik te weinig tijd’, zei De Ruyver twee jaar geleden in een interview met Het Belang van Limburg. ‘Ik troost me met de gedachte dat ik ooit wel tijd zal hebben om alles te lezen wat ik altijd heb willen lezen.’ Die tijd is hem niet gegund geweest. De Ruyver werd 62.

Bron » De Standaard

Michel Nihoul: “Mijn grootste spijt is dat ik die meisjes niet gered heb”

“Ik word nog steeds herkend en nagestaard.” Michel Nihoul woont op zijn 75ste in Zeebrugge en blijft 20 jaar na de zaak-Dutroux een van de meest gehate Belgen. “Ik heb van één ding spijt: dat ik die meisjes niet gered heb”, zegt hij in een interview met La Dernière Heure.

Twintig jaar geleden, op 15 augustus 1996, werd Michel Nihoul opgepakt door de politie voor betrokkenheid bij de ontvoeringen van kinderen door onder meer Marc Dutroux. Hij komt er op het proces goed van af – hij werd niet schuldig bevonden aan ontvoering – en mag de gevangenis al in april 2005 verlaten.

De gewezen Brusselse zakenman, die een verleden had met oplichting en drugshandel, is 75 jaar en woont in Zeebrugge. Daar ging een reporter van La Dernière Heure hem opzoeken en stelde vast dat de mensen nog steeds opkijken als Nihoul voorbij komt. “Ze herkennen me nog”, beaamt Nihoul. “En ze staren me na.”

Humor is datgene wat hem rechthoudt, zegt Nihoul. “Ik stop nooit met grapjes maken en kan ook goed met mezelf lachen: dat heeft me altijd gered”, zegt hij. Zoals die keer toen een vrouw hem net voor hij voor de raadkamer moest verschijnen toeriep dat ze hem wilde vermoorden. “Ik ben gestopt en naar haar gestopt om te zeggen dat ze pas na de zitting een handtekening kon krijgen. Plots was het heel stil. Zo leg ik ze het zwijgen op.”

Maar de hele zaak-Dutroux ligt duidelijk nog op de maag van Nihoul. Hij heeft spijt, zegt hij. “Spijt dat ik die kinderen niet heb kunnen redden… Niet omdat ik de held niet ben geweest, hoor, daar heb ik een hekel aan. Maar wel omdat ik de meisjes niet heb kunnen redden. Dat is echt mijn grootste spijt. Elke dag denk ik aan de zaak. Ik probeer te lachen, maar dat is om niet te moeten huilen.”

Bron » Het Nieuwsblad

Oplichter Michel Nihoul op zoek naar vijftig hostessen, “maar niet voor de seks”

Oud-zakenman Michel Nihoul (75) – de man wiens naam voorgoed verbonden zal blijven aan de zaak-Dutroux – heeft een opvallend Facebookberichtje online gezet. Hij gaat op zoek naar vijftig hostessen, maar “niet voor de seks” verduidelijkt hij. Het is bekend dat Nihoul, notoir oplichter die in het verleden vaak gelinkt werd aan een pedofilienetwerk, vooral in de jaren 80 seksfuiven bezocht.

In de nacht van 14 op 15 februari zette Nihoul volgend bericht op zijn Facebookprofiel: “United Corporation zoekt vijftig hostessen voor het Franstalige deel van het land (geen seks). Stuur uw kandidatuur op naar Adheh, Brusselstraat, 8380 Zeebrugge op naam van mevrouw de le Court, met een foto van uw gezicht en eentje van uw lichaam, gekleed.”

Adheh (Association pour la Défense et l’Honneur des Êtres Humains) is een non-profitorganisatie die door Nihoul werd opgericht. De voormalige zakenman zou iedereen die dat wenst hulp bieden bij administratieve procedures, maar helpt ook mensen zoeken naar huisvesting en werk. Hij verklaart aan de Franstalige krant La Capitale op zoek te gaan naar enkele knappe dames voor een Frans bedrijf dat plannen heeft om in Brussel, Bergen en Ath enkele nieuwe kantoren te openen.

Waarom ze bij hem terechtkomen? “Ik ken de miljardair, een zakenman van 58, uit Parijs”, zegt Nihoul in een reactie aan de krant. “Ik kende hem al voor de zaak-Dutroux, toen ik nog acht auto’s had en door een chauffeur werd rondgevoerd. We hebben elkaar ontmoet in de zakenwereld. Hij weet dat ik veel mensen help met mijn organisatie en sprak me aan. Ik ben blij dat ik sommige mensen aan een gepaste job kan helpen, want dat is niet eenvoudig tijdens deze crisis. Ik doe dit met veel plezier.”

En hij benadrukt nogmaals dat het hem of de miljardair niet om seks te doen is. “We zoeken gewoon gastvrouwen, niet voor de seks, niet om eventuele klanten te vergezellen in hotels. De vrouwen zullen gewoon werken op evenementen, zoals je ze ook op het Autosalon ziet bijvoorbeeld. Ze zullen ook correct gekleed gaan.”

Maar wat die job dan in het laatje brengt? Dat weet Nihoul zelf niet. “Ik zoek gewoon vrouwen die er goed uitzien. Geen ‘pensen’.”

Ontvoering meisjes

De Brusselaar verscheen in 2004 voor het hof van assisen voor zijn vermeende betrokkenheid bij de activiteiten van Marc Dutroux. Er bestond aanvankelijk veel onduidelijkheid over de rol die Nihoul gespeeld heeft. Hij stond onder meer terecht voor bendevorming, ontvoering en drugshandel, maar bleef steevast ontkennen dat hij deel zou hebben genomen aan de ontvoeringen van de meisjes. Uiteindelijk werd Nihoul tot vijf jaar cel veroordeeld voor bendevorming in het kader van drugstrafiek, maar hij kreeg de vrijspraak in verband met de ontvoeringen.

Bron » De Morgen

Opinie: Kent politie de les van de Witte Mars nog?

Door de grote focus op terreur dreigen de belangrijke hervormingen uit het post-Dutroux-tijdperk teruggedraaid te worden, vreest Heidi De Pauw, Algemeen directeur bij Child Focus.

Carine Russo, de moeder van Mélissa, beschrijft in haar beklemmende boek 14 maanden uiterst precies de eenzaamheid die de ouders van de zes door Dutroux ontvoerde meisjes doormaakten. De chaos in hun zaak was compleet. Politiediensten werkten niet samen, onthielden elkaar noodzakelijke informatie, documenten kwamen niet in de juiste handen terecht, er werden onbegrijpelijke beslissingen genomen en met de ouders werd niet gecommuniceerd.

Zij stonden er letterlijk alleen voor. Enkele jaren voordien maakte de familie van de verdwenen Loubna Benaïssa hetzelfde mee. Zij kreeg niet de minste ondersteuning vanwege de politie, maar zelfs verkeerde raad. Het politieonderzoek zelf was een warboel en het dossier werd voortijdig geklasseerd. Pas nadat hun zaak door de grote ruchtbaarheid rond de zaak-Dutroux opnieuw in de aandacht kwam, werd het onderzoek hervat en hun levenloze dochter uiteindelijk gevonden. Ook de ouders van Kim en Ken, Liam, Nathalie, Gevrije, Ilse, Conrad en zo vele anderen maakten in essentie hetzelfde mee: de overheid liet hen grotendeels aan hun lot over.

Het werd de grote verdienste van de ouders van Julie, Mélissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia dat ze zélf hun zaak in handen namen. De Witte Mars die daar het resultaat van werd, kwam er omdat het grote publiek plots zag dat slachtoffers en hun naasten er alleen voor stonden en dat de rechtsstaat jammerlijk tekortschoot in zijn belangrijkste taak: zorgen voor de meest kwetsbaren onder ons.

Mensgericht

Meteen stond de politiek met de rug tegen de muur. Beleidsmakers realiseerden zich dat zij in actie moesten schieten om het laatste restje krediet niet te verliezen. Vier dagen na de Witte Mars werd een parlementaire onderzoekscommissie in het leven geroepen, de start van een proces dat leidde tot grondige hervormingen bij justitie en politie en dat bij uitbreiding de positie en het statuut van slachtoffers grondig bijstuurde.

Het werk van politie en gerecht kreeg er een nieuwe, mensgerichte dimensie bij. Nieuwe functies, zoals politie- en parketwoordvoerders of slachtofferbejegenaars, werden in het leven geroepen. Voor politiemensen werd het normaal om in vele dossiers samen te werken met welzijnswerkers. Er kwamen moderne richtlijnen, zodat bijvoorbeeld wie aangifte van de verdwijning van tienerzoon of -dochter komt doen, nooit meer te horen krijgt dat hij over vierentwintig uur maar eens terug moet komen.

Dit alles vergt natuurlijk inzet en menskracht. Als we alleen maar vermissingen in ogenschouw nemen, gaat het jaarlijks om duizenden. En zelfs al gaat het in de meeste gevallen niet om de meest verontrustende situaties, dan nog kruipt daar onveranderlijk veel tijd in. Bovendien leert de ervaring dat zelfs achter een ogenschijnlijk niet-onrustwekkende wegloopsituatie in werkelijkheid een schrijnende achterliggende problematiek van geweld, seksuele uitbuiting of dreigende zelfdoding kan schuilgaan. Je weet waaraan je begint, niet waar je eindigt.

Overbelast

Tijd is dus cruciaal. En precies daarvan is er steeds minder. Om te beginnen is het een publiek geheim dat de Cel Vermiste Personen bij de Federale Politie vaak overbelast is, en best nog extra middelen en mensen kan gebruiken. Maar ook op andere fronten, bij de Federale Gerechtelijke Politie en bij de lokale politiezones, is er almaar minder ruimte om dat complexe en mensgerichte werk te blijven uitvoeren.

Het is duidelijk dat de sterk toenemende focus op terreurbestrijding daar geen goed aan doet. Een agent die met een mitrailleur op straat staat, kan niet tegelijkertijd de zoektocht naar een vermist kind aanvatten. Overpolicing inzake terreur leidt onvermijdelijk tot underpolicing voor andere vormen van criminaliteit én heeft een negatieve impact op de zo belangrijke gemeenschapsgerichte politiezorg.

Laten we daarom koers houden en de geschiedenis niet vergeten. Justitie en politie moeten iedereen dienen en dus ook beschikbaar blijven voor minder spectaculair werk als het bijstaan van slachtoffers en voor gemeenschapsgericht politiewerk in het algemeen. Want als we dat uit het oog verliezen, stevenen we vroeg of laat opnieuw af op een debacle zoals de zaak Dutroux er een was.

Overigens kan onze lof voor de ouders wier inzet en moed ten grondslag lagen aan de Witte Mars nooit groot genoeg zijn. In hun diepste ellende kozen zij voor opbouwende actie en nooit voor vernieling of haat.

Bron » De Standaard

20 jaar na de Witte Mars: “Wit zal onze kleur zijn, het symbool van onze vermoorde kinderen”

Morgen is het precies 20 jaar geleden dat de Witte Mars door Brussel trok. Meer dan 300.000 Belgen gaven na de arrestatie van Marc Dutroux het signaal dat ze geen vertrouwen hadden in het Belgische gerecht.

Midden augustus 1996, werd Marc Dutroux opgepakt en werden Sabine Dardenne en Laetitia Delhez bevrijd uit de kelder van het horrorhuis in Marcinelle. Toen aan het licht kwam dat hij ook verantwoordelijk was voor de ontvoering en de dood van Julie Lejeune, Mélissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks, barstte de bom. De druppel die de emmer deed overlopen was het Spaghetti-arrest. Daarbij werd onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van het onderzoek gehaald omdat hij aanwezig was op een benefietavond voor de vermiste kinderen. Dat was volgens het Hof van Cassatie een schijn van partijdigheid.

De Belgische bevolking was haar vertrouwen in justitie definitief kwijt. Op 20 oktober 1996 om 14 uur vertrok de Witte Mars aan het Brusselse Noordstation, een van de grootste betogingen in de naoorlogse geschiedenis. Het werd een mars zonder politieke slogans, zonder geweld, zonder pamfletten. “Wit zal onze kleur zijn, het symbool van onze beschadigde en vermoorde kinderen, van de verraden onschuld, maar ook van geweldloosheid”, was de boodschap van de initiatiefnemers.

Golf van solidariteit

Paul Marchal herinnert zich de golf van solidariteit van de duizenden anonieme mensen. “We werden overstelpt met duizend ruikers witte bloemen. Ik had het gevoel dat ik An met me meedroeg, zoveel wogen die bloemstukken. Maar ze gaven me tegelijk moed. Ik stond niet alleen.” Toen Marchal de bloemen op het graf van zijn vermoordde dochter ging leggen, vond hij een wit servet met een boodschap van steun. “20 jaar later grijpt me dat nog steeds aan.”

Van zijn politieke uitstap heeft Marchel wel spijt. Hij richtte de Partij voor een Nieuwe Politiek in België op. Daarmee zette hij zich af tegen de klassieke politiek, die in zijn ogen gefaald had. “Ik was veel te naïef en was er niet op voorbereid dat er ook mensen met slechte bedoelingen zouden afkomen op die partij.” Na de flop bij de verkiezingen van 1999 werd de partij opgedoekt. De vzw An, die druk kon uitoefenen op de politiek om mishandelde kinderen een betere behandeling te geven, werd wel een succes. “Daarmee hebben we stenen verlegd in de behandeling van jeugddossiers.”

Vertrouwen in justitie nooit helemaal hersteld

Volgens criminoloog Brice De Ruyver (UGent), was de druk op politici nooit eerder zo groot. “Ze moesten wel met resultaten komen om het vertrouwen in de politiek te herstellen.” De politiehervorming was een succes, net zoals de oprichting van Child Focus, 2 jaar na de Witte Mars. “De druk zorgde ervoor dat in de parlementaire onderzoekscommissie politici boven partijpolitieke verhoudingen gingen staan. Het gevoel dat ze niet mochten falen heerste”, zegt De Ruyver.

Het vertrouwen in de politie was in 2002 helemaal hersteld, volgens een onderzoek van Binnenlandse Zaken. Justitie gaat echter tot op vandaag nog steeds gebukt onder het wantrouwen van de Belgische bevolking.

Bron » De Morgen

De erfenis van de zaak-Dutroux

Dag op dag 20 jaar geleden werd Marc Dutroux opgepakt. Ons land beleefde in 1996 de meest tumultueuze zomer ooit. De schokgolf die toen door België ging, heeft hervormingen in gang gezet die voordien onmogelijk bleken te zijn.

Dag op dag 20 jaar geleden werd Marc Dutroux opgepakt. Twee dagen later sprak hij de onvergetelijke woorden “Ik ga u twee meisjes geven” uit aan de speurders. Sabine en Laetitia werden levend uit het gruwelhuis in Marcinelle gehaald, maar de volksvreugde sloeg snel om toen de lichamen van Julie en Melissa en later die van An en Eefje werden terug gevonden. Ons land beleefde in 1996 de meest tumultueuze zomer ooit.

Samen met de gruwel van de feiten werden ook de fouten in het onderzoek naar de verdwenen meisjes pijnlijk duidelijk. Dutroux bleek al eerder veroordeeld te zijn voor de ontvoering en verkrachting van minderjarige meisjes. Toch kon hij vervroegd vrijkomen en pleegde hij nieuwe wreedheden zonder dat de politie hem onmiddellijk in het vizier kreeg.

De volkswoede was groot en resulteerde in een witte mensenmassa die door de straten van Brussel trok. De eis: drastische hervormingen bij politie en justitie. En die komen er. De schokgolf die in 1996 door België ging, heeft hervormingen in gang gezet die voordien onmogelijk bleken te zijn.

Vlak na de Witte Mars startte de parlementaire onderzoekscommissie-Dutroux aan haar zware taak om de fouten bij politie en justitie bloot te leggen. De commissie vroeg drastische hervormingen, maar om die ook echt doorgedrukt te krijgen, leek er opnieuw een externe factor nodig te zijn: de ontsnapping van Marc Dutroux in 1998. Een nieuw dieptepunt in de zaak-Dutroux wordt bereikt, maar dit blijkt achteraf ook de echte katalysator geweest te zijn voor diepgaande hervormingen.

Meerderheid én oppositie sluiten in 1998 samen de Octopusakkoorden af, die politie én justitie grondig zullen veranderen.

Het einde van de Rijkswacht

Zonder twijfel het meest verregaande gevolg van dit akkoord is de politiehervorming. Dat er in ons land decennialang een guerre des polices woedde, was een publiek geheim. Al in 1990 stond in het verslag van de eerste parlementaire onderzoekscommissie naar De Bende van Nijvel: “De rivaliteit tussen de politiekorpsen is dusdanig dat er kan worden gesproken van een echte politieoorlog”.

En ook uit de hoorzittingen van de commissie-Dutroux blijkt dat de concurrentiestrijd tussen de Rijkswacht en de gerechtelijke politie in hevigheid niet is afgenomen. De verschillende politiediensten hadden tijdens het onderzoek naar de verdwenen meisjes te weinig informatie aan mekaar door gegeven.

Maar wat jarenlang onmogelijk was, kon door een boswandeling opeens wel: het onderscheid tussen Rijkswacht, Gemeentepolitie en Gerechtelijke Politie verdwijnt. De drieledige organisatie van het politiewezen maakt plaats voor één politiekorps op 2 niveaus: de federale politie en de lokale politiezones.

Bijna vijftien jaar na het doorvoeren van de herstructurering is de algemene teneur dat het model werkt. De basisstructuur zit goed en de informatiedoorstroming is zeker verbeterd.

Maar sinds de aanslagen in Parijs klinken de kritische stemmen over een gebrek aan informatie-uitwisseling weer luider. Zo stelde het Comité P, dat de politiediensten in ons land controleert, vragen naar de manier waarop de informatie over de terreurverdachten van de Brusselse federale politie naar de diverse lokale politiediensten is verspreid.

Niet meer vrij met één pennentrek

Maar ook aan de takken van de justitieboom werd grondig geschud. Er worden Commissies Voorwaardelijke Invrijheidsstelling opgericht, die we vandaag kennen als Strafuitvoeringsrechtbanken. Marc Dutroux was destijds door een beslissing van de minister van Justitie voorwaardelijk vrijgelaten.

Die beslissingsbevoegdheid wordt weg genomen van de minister en in handen gelegd van een onafhankelijke strafuitvoeringsrechtbank. De rechters van zo’n strafuitvoeringsrechtbank kunnen op basis van objectieve informatie inschatten of een veroordeelde klaar is om vervroegd terug te keren naar de maatschappij.

Meer rechten voor slachtoffers

De plaats van de slachtoffers zal na de zaak-Dutroux nooit meer dezelfde zijn. Ze kregen nieuwe rechten in de wet-Franchimont waardoor ze beter op de hoogte gehouden worden van hoe het gerechtelijk onderzoek verloopt. Zo kunnen burgerlijke partijen het strafdossier inkijken en kunnen ze vragen dat er bijkomend onderzoek wordt verricht.

De Justitiehuizen worden opgericht om mensen beter door het ingewikkelde gerechtelijk apparaat te loodsen en ook bij de lokale politie en bij het parket worden diensten voor slachtofferhulp ingevoerd. De Cel Vermiste Personen werd opgericht nog tijdens de zaak-Dutroux en sinds 1998 zet Child Focus zich in voor verdwijningen van minderjarigen. Een goede begeleiding en omkadering van slachtoffers is onder andere dankzij de jarenlange strijd van de ouders van de verdwenen en vermoorde meisjes de na te streven norm geworden.

Exit politieke benoemingen

Een ander nieuw orgaan is de Hoge Raad voor de Justitie. Politieke benoemingen moesten weg uit het justitieapparaat en dat is meteen de belangrijkste taak van de Hoge Raad: rechters op een professionele, apolitieke manier selecteren.

Vandaag kan niemand nog magistraat worden zonder te slagen voor de examens van de Hoge Raad. Die Raad is onafhankelijk van de uitvoerende én de rechterlijke macht en voert dus een externe controle uit op rechtbanken en magistraten. De band met de politiek is dus officieel doorgeknipt, maar in de praktijk valt te horen dat de politieke kleur van de leden niet helemaal weg is.

Federaal parket

Ook het federaal parket, dat vandaag bijna uitsluitend in het nieuws komt door terrorismedossiers, werd opgericht in de nasleep van de Dutroux-affaire. Die had duidelijk gemaakt dat misdrijven die zich over de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen of zelfs de landsgrenzen heen uitstrekten een blinde vlek vormden. Het federaal parket kan daarom sinds 2002 complexere, grensoverschrijdende dossiers van zware criminaliteit naar zich toe trekken.

Ook Michelle Martin heeft een hervorming op haar naam staan

Op 28 augustus 2012 is het land weer even te klein: Michelle Martin, de ex van Marc Dutroux die 30 jaar kreeg, komt voorwaardelijk vrij.

De ironie wil dat dit een gevolg is van de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank, een orgaan dat in het leven werd geroepen na de zaak-Dutroux. De strafuitvoeringsrechtbank mag met deze beslissing de woede van de natie over zich heen gekregen hebben, haar onafhankelijkheid staat sindsdien als een paal boven water.

Dat een minister veel minder bestand lijkt te zijn tegen de publieke opinie blijkt later. Minister van Justitie Annemie Turtelboom herschrijft heel het systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Zo zal iemand die tot dertig jaar of levenslang is veroordeeld voortaan de helft van zijn straf moeten uitzitten voor hij vervroegd kan vrij komen. Voor Michelle Martin was dat nog een derde van de straf.

Losse eindjes

Vooral het gerechtelijke luik van de hervormingsplannen na de zaak-Dutroux bleef wat steken in goede bedoelingen. Ook de rechtbanken en de strafprocedure moesten ingrijpend veranderd worden, maar sommige van die plannen zijn tot op vandaag niet gerealiseerd.

Zo was het na de zaak-Dutroux de bedoeling om een soort eenheidsrechtbank te creëren die de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank en rechtbank van eerste aanleg zou groeperen. Dat plan bestaat nog steeds, maar verder dan de aankondiging van een proefproject is de huidige minister van Justitie nog niet geraakt.

Een einde aan de versnippering van het gerechtelijk apparaat met zijn 27 gerechtelijke arrondissementen kwam er wel in 2014. Het was Annemie Turtelboom die er in slaagde tot een schaalvergroting te komen met nog maar 12 gerechtelijke arrondissementen. Magistraten krijgen ook eindelijk de “horizontale mobiliteit” die al in de Octopusakkoorden van 1998 werd aangekondigd. Vandaag kunnen ze zich dan ook specialiseren in bepaalde domeinen, zoals bijvoorbeeld milieurecht, fiscaal recht, …

Ten slotte was het ook de bedoeling de volledige strafprocedure te herbekijken en het Wetboek van Strafvordering te herschrijven. Minister Geens is er vandaag nog mee bezig en wil er tegen 2018 mee klaar zijn. Totnutoe heeft zowat elke minister van Justitie zijn of haar tanden stuk gebeten op dat taaie wetboek uit 1808.

Bron » VRT Nieuws | Liesbeth Indeherberge

Twintig jaar geleden barstte affaire-Dutroux los

Dit weekend is het twintig jaar geleden dat Sabine Dardenne en Laetitia Delhez werden bevrijd. En dat de gruweldaden van Marc Dutroux aan het licht kwamen. Een chronologie.

Op 9 augustus 1996 werd de toen veertienjarige Laetitia Delhez ontvoerd in Bertix, nadat ze naar het zwembad was geweest. Een getuige vertelde vlak bij een bestelwagen te hebben gezien die te veel lawaai maakte. Een andere getuige noteert een deel van de nummerplaat. Het leidt speurders naar Marc Dutroux, die samen met zijn echtgenote Michelle Martin en Michel Lelièvre wordt opgepakt.

Op 15 augustus, zes dagen na haar ontvoering, wordt Laetitia Delhez bevrijd. De politie treft haar in het huis van Dutroux in Marcinelle. In de kelder vinden de speurders ook de twaalfjarige Sabine Dardenne. Zij verdween op 28 mei 1996. Beide meisjes zijn misbruikt door Dutroux.

Wat aanvankelijk tot opluchting bij de bevolking leidt, ontaardt algauw in nationale woede over de gruweldaden van Dutroux die aan het licht zullen komen. Die gruwel begon in juni 1995.

24 juni 1995

In Grâce-Hollogne, een deelgemeente van Luik, verdwijnen de vriendinnetjes Julie Lejeune en Mélissa Russo spoorloos. Acht jaar zijn de meisjes. Ze worden voor het laatst gezien als ze staat te zwaaien naar voorbijrijdende auto’s op een brug over de autosnelweg. Marc Dutroux sluit hen op in zijn zelfgebouwde kelder in een huis in Marcinelle.

22 augustus 1995

Nadat ze naar een hypnoseshow van Rasti Rostelli zijn geweest in Oostende verdwijnen de Limburgse An Marchal (18) en Eefje Lambrecks (17). De politie verdenkt aanvankelijk Rostelli, omdat op camerabeelden te zien is dat de meisjes een verwarde indruk maken na de hypnose. De link met de verdwenen Julie en Mélissa wordt niet gelegd.

13 december 1995

De politie krijgt tips van getuigen en de moeder van Dutroux, wat speurders naar zijn huis in Marcinelle leidt. Opperwachtmeester René Michaux hoort kinderstemmen, maar denkt dat die van buiten komen. Het zijn de stemmen van Julie en Mélissa. De speurders menen niets gevonden te hebben.

28 mei 1996

De twaalfjarige Sabine Dardenne wordt op weg naar haar school in Doornik van haar fiets gesleurd door twee mannen. Ze wordt afgevoerd in een bestelwagen en naar Dutrouxs huis in Marcinelle gebracht.

15 augustus 1996

Laetitia Delhez, die zes dagen eerder is ontvoerd, en Sabine Dardenne worden bevrijd. Michel Lelièvre en Marc Dutroux beginnen tijdens ondervragingen te praten en leiden speurders naar de andere vier meisjes.

17 augustus 1996

In de tuin van een huis van Dutroux in Sars-La-Buissière worden de lichamen opgegraven van Julie en Mélissa. Meer dan acht maanden hadden de meisjes verbleven in Dutrouxs zelfgebouwde kelder in Marcinelle, waar ze door hem werden verkracht. Ze zijn omgekomen van de honger.

In 1995 werd Dutroux, die in 1989 al was veroordeeld voor de ontvoering en verkrachting van minderjarigen, opgepakt en opgesloten in de gevangenis. Michelle Martin gaf de kinderen tijdens zijn afwezigheid geen eten. In diezelfde tuin wordt ook het lijk aangetroffen van Bernard Weinstein, een voormalige kompaan van Dutroux.

3 september 1996

De politie vindt onder een loods in Jumet de lichamen van An en Eefje. Ze bevinden zich vlak bij de eigendom van Bernard Weinstein. De meisjes waren zwaar ondervoed, zo blijkt uit medisch onderzoek. Vermoedelijk was dat de doodsoorzaak van Eefje. An stierf verstikking. Ze had een plastic zak over het hoofd toen ze werd teruggevonden.

Marc Dutroux zal terechtstaan voor ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord en illegale handel. Hij wordt veroordeeld tot levenslang.

Bron » De Standaatd

Retour sur un crime non résolu

Michel Leurquin est enseignant. Mais il n’a pas sa plume dans sa poche. Alors qu’on lui doit déjà “L’histoire vraie des tueurs fous du Brabant”, il vient de boucler une nouvelle investigation de longue haleine, revenant sur l’assassinat de Christine Van Hees, une jeune fille de 16 ans dont le corps carbonisé sera retrouvé dans une champignonnière, à Auderghem, le 13 février 1984.

Le crime, horrible et jamais résolu, avait tétanisé la Belgique des années de plomb. Aujourd’hui, l’affaire est prescrite, raison pour laquelle Michel Leurquin espère que les langues vont se délier. Il a replongé dans les arcanes de ce dossier intriguant, inquiétant, développant une thèse tout à fait nouvelle, intéressante. Au fil des ans, les enquêteurs se sont penchés sur la piste d’une bande de punks qui traînait dans Bruxelles, l’un d’entre eux allant jusqu’à passer aux aveux avant de se rétracter.

Les policiers croiseront même la piste de Dutroux, par le biais des témoins “X”, mais là non plus, l’enquête n’aboutira pas. Les policiers ont classé l’affaire en 2014. Reprenant les différentes pistes une à une, l’auteur s’est intéressé à l’extrême droite, croyant déceler un motif politique dans ce crime crapuleux.

Cette piste débouche sur un vol d’armes dans une caserne de Vielsalm, dans la nuit du 12 au 13 mai 1984. L’auteur en est persuadé, des gens connaissent la vérité et ils sont toujours vivants. Ce livre, qui se lit comme un roman policier très fouillé, est également une perche lancée aux nouveaux témoignages qui permettraient, plus de trente ans après les faits, d’enfin connaître la vérité.

Après les tueurs du Brabant et le crime de la champignonnière, Michel Leurquin compte se pencher sur le Westland New Post (WNP), cette organisation néonazie dont, pense l’auteur, certains membres auraient pu fréquenter des skinheads, un temps suspecté d’avoir participé à l’assassinat de Christine Van Hees. La famille de cette dernière n’a pas souhaité participer à la rédaction de l’ouvrage, mais ne s’y est pas opposée.

Bron » L’Echo