Geplaatst in

Omwonende dacht aan carjacking

Christel Dubois (17), leerlinge aan het Sint-Guidoschool in Brussel, woont met haar ouders in de garage pal op het kruispunt van de Brusselseweg en de Thirylaan in Zellik. Samen met haar broertje Frederik (11) hoorde ze vrijdagavond buiten op straat plots een hels lawaai.

“Wij keken door het raam en zagen verschillende auto’s op het kruispunt staan”, vertelt ze. “Twee kerels werden door mannen in burger uit de Renault gesleurd. “Haut les mains!” hoorden we roepen.

Eén werd op de motorkap gedwongen, gefouilleerd en geboeid. Heel de auto werd doorzocht. Ik zag dat één van de kerels een wapen tussen zijn broeksriem had steken, maar hij heeft het niet gegrepen.”

“De twee mannen uit de Renault kregen een witte kap over het hoofd en werden elk in een andere auto geduwd. Na een kwartier kwam nog een rijkswachtcombi aangereden. Vader hoorde toen dat het om Kapllan Murat en zijn maat ging. De Renault bleef nog zowat een uur midden op de weg staan.”

Merkwaardig detail: een overbuur van de familie Dubois had ook het lawaai gehoord, dacht dat het om een carjacking ging, en belde de politie…

Kaplan Murat

Kaplan Murat, niet aan zijn eerste ontsnapping toe, werd in Italië geboren uit Albanese ouders. Hijzelf heeft de Belgische nationaliteit. De jongste 10 jaar bouwde hij zich niet enkel een “reputatie” op als overvaller, maar ook als “stuntrijder” en ontsnappingsspecialist.

Een eerste maal ging hij aan de haal op 2 juni 1983 uit de gevangenis van Vorst-Brussel. Hij bleef toen spoorloos tot hij op 14 december van datzelfde jaar naar de politie belde om te zeggen dat ze hem “thuis” mochten komen halen.

Op 14 oktober 1987 was hij, onder arrest, aanwezig tijdens een huiszoeking in zijn appartement te Brussel. Hij slaagde er toen in zich meester te maken van het wapen van een begeleidende rijkswachter.

Hij schoot daarmee een politie-agent in de benen en sloeg nadien op de vlucht. Het duurde tot 14 juli 1988 vooraleer de politie hem, na een wilde achtervolging door de straten van Schaarbeek, opnieuw bij de lurven kon vatten.

Juist geteld een jaar na zijn ontsnapping uit zijn appartement te Brussel, koos Kapllan op 14 oktober 1988 opnieuw de vrijheid. Hij verdween die dag uit een speciaal beveiligde cel in de rijkswachtkazerne aan de Leuvenseweg te Brussel. Hij slaagde erin de deur van de cel te openen en de ondergrondse parkeerplaats te bereiken.

Daar ging hij er vandoor met een wagen van de BOB. Kaplan belde drie dagen later naar de rijkswacht om te melden waar hij het BOB-voertuig had achtergelaten. De rijkswachter, die hem aan de lijn had, slaagde erin het gesprek op gang te houden tot men de plaats kon lokaliseren van waar Kapllan belde. Hij werd prompt aangehouden.

Op 29 september 1991 ging Kapllan lopen uit uit de gevangenis van Verviers in het gezelschap van Richard Gressens. Zij maakten gebruik van werkzaamheden die in de instelling werden uitgevoerd om over de gevangenismuur te geraken.

Hun verdwijning werd omstreeks 10u10 in de voormiddag vastgesteld. Deze ontsnapping verliep zeer snel, zonder geweld en zonder braak. Enkele weken later werd het tweetal bij een inbraak in een lingeriezaak in Antwerpen op heterdaad betrapt en aangehouden.

Op 8 oktober 1992 werd Murat Kapllan voor die diefstal tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens het proces omschreef zijn advocaat hem als volgt: “Murat Kaplan is een impulsief, koppig wezen, een slecht karakter en dus geen gemakkelijke klant. In feite is het een rotvent. Hij is in een vicieuze cirkel geraakt, waar hij al zijn rechten verliest. De man wordt automatisch schuldig…”

Djurica Djordjevic

Murat’s kompaan Djurica Djordjevic is al een even zware jongen, die al even dikwijls uit de gevangenis ontsnapte. Zijn eerste veroordeling dateert van 1980 voor een reeks afpersingen.

Begin november 1986 ontsnapte hij een eerste maal uit de gevangenis van Vorst, maar zijn vrijheid was slechts van korte duur, In december van hetzelfde jaar werd hij voor een reeks diefstallen veroordeeld tot in totaal 6 jaar cel. In beroep werd die straf het jaar daarop verzwaard tot 7 jaar.

In maart 1989 ontsnapte Diordjevic uit de gevangenis van Lantin en bleef tot 11 november op vrije voeten. Hij was zo onvoorzichtig zijn vuurwapen achter te laten in een huurauto. Toen hij het “collectorsitem” bij de verhuurfirma kwam recupereren, werd hij opgewacht door de rijkswacht.

Het onderzoek bracht aan het licht dat de kerel maandenlang ongehinderd in Brussel had kunnen rondlopen, dankzij valse identiteitsbewijzen die hem waren bezorgd door een Schaarbeeks politieman. In juli ’90 werd de Joegoslaaf schuldig bevonden aan twee gewapende overvallen op de kantoren van de socialistische mutualiteiten in Marchienne, feiten daterend van mei en juni ’89.

Daar kwam nog een mislukte overval bij op het postkantoor van Schaarbeek in juni ’86. Voor alle feiten samen werd hij veroordeeld tot 7 jaar opsluiting.

Zijn meest recente ontsnapping dateert van 15 mei ’92 toen hij met zijn celgenoot Jean-Marie P. uit de gevangenis van Verviers verdween. Deze ontsnapping werd mogelijk gemaakt door een medeplichtige buiten de gevangenis die met een snijbrander op twee verschillende plaatsen tralies wegbrandde.

Bron » Gazet van Antwerpen