Het zal je maar overkomen. ’s Morgens een wandelingetje doen en een zwaar verminkt en verbrand lijk vinden. Een wandelaar die gistermorgen een frisse neus haalde op een zandwegeltje langs de Broekweg in Ruisbroek, schrok zich wezenloos toen hij op de kant, half verborgen, een zwaar toegetakeld lichaam zag.
Het slachtoffer werd – levend of al dood – met benzine overgoten en in brand gestoken. De speurders weten bijzonder weinig over de omstandigheden waarin de man om het leven kwam. Alleen zijn ze ervan overtuigd dat het niet om een zelfmoord gaat via zelfverbranding.
De speurders van de moordsectie van de Brusselse gerechtelijke politie moesten voor de derde keer op 24 uur tijd uitrukken. Donderdagmorgen werden ze al opgetrommeld voor een diepgevroren vrouwenlijk in de diepvries van een traiteurswinkel en voor een onthoofd mannenlijk langs de E19 tussen Brussel en Antwerpen, in Peutie. Ook dit lijk lag in de onmiddellijke buurt van de E19, maar in de richting van Frankrijk. Of er een link is tussen beide mannenlijken, moet de gerechtelijke politie uitzoeken.
Over de identiteit van beide slachtoffers bestaat trouwens de grootste twijfel. Het lijk in Peutie is nog niet geïdentificeerd. De wetsgeneesheer die normaal gezien gistermorgen de autopsie moest doen, werd opgeroepen voor het mannenlijk in Ruisbroek. Bij dat lijk vonden de peurders wel een identificatiebewijs. Dat gaat in de richting van een Italiaanse crimineel.
Maar of het zwaar verminkte lichaam en de Italiaan één en dezelfde persoon zijn, blijft ook al een vraagteken. Het lijkt immers vreemd dat iemand alle moeite doet om een slachtoffer onherkenbaar te maken, om er dan identiteitspapieren bij te laten liggen. Het is daarom niet uitgesloten dat iemand graag zou hebben dat de speurders geloven dat hij de dode is.
In dezelfde straat, maar langs de andere kant van de autosnelweg, werd in het verleden ook al een onopgeloste moord gepleegd. Het was daar waar de Vlezenbeekse pastoor Herman Meert om het leven werd gebracht.
Bron » Gazet van Antwerpen