De Decker stapt dan toch uit MR

Hoewel hij het aanvankelijk allerminst van plan was, is Armand De Decker dan toch opgestapt als lid van de Mouvement Réformateur (MR). Dat bevestigt partijvoorzitter Olivier Chastel op Twitter.

‘Armand De Decker is niet langer lid van de MR. Ik heb net nota genomen van zijn ontslag’, meldt Chastel maandagmiddag op de socialenetwerksite Twitter.

Armand De Decker bleef er tot op heden nochtans bij dat hem niets te verwijten valt bij het tot stand komen van de wet op de verruimde minnelijke schikking. In een reactie op het nieuws dat hij in verdenking werd gesteld, wees hij erop dat de raadsheer in Bergen hem er niet van verdenkt dat hij het wetgevend proces zou beïnvloed hebben. ‘Dat blijkt uit de mededeling van het parket, net zoals de parlementaire commissie Kazachgate al eerder vaststelde dat ik de wet niet heb beïnvloed.’

Bronnen melden aan persagentschap Belga dat De Decker de partij verlaat uit ontgoocheling om de geringe steun die hij binnenskamers nog zou ervaren. Hij zou er ook gewezen hebben op het gebrek aan respect voor het vermoeden van onschuld en het werk dat hij tijdens zijn politieke carrière voor de liberale partij heeft verricht.

‘Hoe kan ik minister beïnvloeden?’

De Decker bleef ook ontkennen dat hij door ongeoorloofd politiek gelobby geprobeerd heeft een minnelijke schikking uit de brand te slepen voor de Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev. Daar wordt hij door het gerecht wel officieel van verdacht.

‘Men verwijt mij dat ik een minnelijke schikking ben gaan vragen voor Chodiev aan de toenmalige minister van Justitie Stefaan de Clerck (CD&V). Maar hoe kan ik een minister beïnvloeden van wie ik weet dat het niet zijn bevoegdheid is een minnelijke schikking toe te kennen? Het enige wat ik heb gedaan – in mijn rol als advocaat van Chodiev – is vragen aan de minister hoe het zat met de vooruitgang van het wetsvoorstel op de verruimde minnelijke schikking. Niet meer, niet minder.’

Nog in Brussels Parlement

In zijn maandagmiddag gepubliceerde mededeling repte De Decker met geen woord over de eis van MR-voorzitter Oliver Chastel. Die vroeg vanochtend dat de Decker zich zou terugtrekken uit al zijn functies als politicus. De Decker zit vandaag nog in het Brussels Parlement en in de Ukkelse gemeenteraad.

Minder dan een uur na het verschijnen van De Deckers mededeling maakte Chastel via Twitter bekend dat de voormalige Senaatsvoorzitter dan toch uit de MR was gestapt.

Bron » De Standaard

MR-voorzitter vraagt De Decker ontslag te nemen

MR-voorzitter Olivier Chastel vraagt oud-Senaatsvoorzitter Armand De Decker ontslag te nemen uit al zijn mandaten, zoniet wordt De Decker uit de partij gezet. Chastel reageert daarmee op de inverdenkingstelling van de minister van Staat in het dossier Kazachgate.

Gerechtelijke bronnen bevestigden maandag aan De Standaard dat Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld werd wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak.

De Decker zou 740.000 euro gekregen hebben van de miljardair Patokh Chodiev en diens zakenpartners om de wet op de verruimde minnelijke schikking op hun maat te laten goedkeuren.

Bron » De Standaard

Armand De Decker verdacht van corruptie in zaak Kazachgate

Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) is door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak. Dat bevestigen gerechtelijke bronnen aan De Standaard.

Een raadsheer-onderzoeksrechter in Bergen meent dat er genoeg aanwijzingen zijn dat senator Armand De Decker (MR) in 2011 en 2012 aan ongeoorloofde politieke lobbying heeft gedaan om de wet op de verruimde minnelijke schikking te laten goedkeuren op maat van miljardair Patokh Chodiev en twee van diens zakenpartners.

De Decker kreeg voor zijn diensten 740.000 euro van Chodiev en co. Zelf blijft de oud-senator tot op vandaag beweren dat hij in de Kazachgate-zaak enkel heeft gewerkt als advocaat van Chodiev en dat de 740.000 euro zijn honorarium waren. Maar hij slaagde er dus niet in de speurders te overtuigen.

Olivier Delmarche, raadsheer bij het hof van beroep in Bergen, stelde Armand De Decker heel recent in verdenking wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding.’ Dat vernamen De Standaard, Mediapart, Le Soir, en Le Vif. ‘Ongeoorloofde beïnvloeding’ is een vorm van corruptie waarbij een ambtenaar ‘tegen betaling zijn invloed gebruikt om de overheid tot een handeling aan te zetten.’ In dit geval zou De Decker zijn politieke invloed hebben aangewend voor de belangen van Chodiev te dienen.

Dat De Decker in verdenking is gesteld, betekent dat hij op het eind van het onderzoek voor de raadkamer moet verschijnen. Die moet dan op haar beurt beslissen of hij naar de rechtbank wordt verwezen.

Bron » De Standaard

“Beroepsgeheim dient niet om wantoestanden bij overheidsdienst te verbergen”

Het Antwerpse parket onderzoekt een ‘schending van beroepsgeheim’ door politicus Johan Peeters (SP.A). Hij zou vertrouwelijke informatie over de slechte staat van de ontplofte huizen op de Paardenmarkt naar de pers hebben gelekt. Peeters is recent ondervraagd en wacht af of het parket de aanwijzingen zwaar genoeg vindt om hem voor de rechtbank te vervolgen. Zelfs indien er bewijzen zouden zijn dat Peeters zou gelekt hebben dan nog is het de strafrechter die zal moeten uitmaken of er inderdaad schending van het beroepsgeheim is. Een geheimhoudingsplicht heeft immers een bepaald doel en dat kan niet het versteken van wantoestanden of van misdrijven uitmaken.

Elk beroepsgeheim heeft een doel. Het meest gekende is de geheimhouding van het gerechtelijk vooronderzoek dat verantwoord wordt door de noodzaak om de betrokken personen te beschermen en de voortgang van het onderzoek niet te bemoeilijken. Daartegenover staat het principe dat er in een democratische rechtsstaat een doelmatig toezicht moet mogelijk zijn op de werking van justitie en politie. Als dat er niet is verglijdt die staat al snel tot een politiestaat.

Het is één van de meest opmerkelijke problemen van het onderzoek naar de Bende van Nijvel: door de verlenging van de verjaring werd ook de geheimhouding van het vooronderzoek verlengd zodat meer dan dertig jaar na de feiten, buiten wie er in werkzaam was of is, niemand echt weet wat er in het dossier staat. Ook in het parlementair onderzoek op de uitgebreide minnelijke schikking, de zogenoemde Kazachgate-affaire, dook het probleem op: over het lopende gerechtelijk onderzoek werden, hoewel dat wettelijk is voorzien, door de procureur geen mededelingen gedaan.

In voorliggend geval gaat het om de verantwoorde geheimhouding van de vertrouwensrelatie tussen leden van het OCMW en de cliënten. Daarover gaat het lek evenwel niet. ‘Burgemeester Bart De Wever kwam in het midden van de storm terecht toen enkele kranten schreven dat zijn dienst Woontoezicht te laks had gereageerd. Medewerkers van het OCMW die in de Paardenmarkt op huisbezoek waren geweest, schreven in hun verslag: “Huis in zeer slechte staat, vochtplekken, opengebroken plafond en ontbrekend glas.” De dienst Pandtoezicht vond een controle ‘niet prioritair’, onder meer omdat het aantal controleurs op de dienst in 2017 was gedaald van 12 naar 4′, zo schrijft Het Laatste Nieuws.

Hier is er dus een gewilde verwarring tussen de geheimhouding van informatie van het OCMW en de openbaarheid van bestuur over de werking van een overheidsdienst, namelijk de dienst ‘Woonzorg’ van de stad Antwerpen: Het verslag over de wantoestanden in het huis hebben niets te maken met de cliënten van het OCMW maar alles met de slechte werking van de overheidsdienst ‘Woonzorg’.

Warm en koud

Burgemeester De Wever gebruikt het beroepsgeheim naargelang het hem schikt. Hier om de slechte werking van zijn dienst te versteken. In zijn opvatting hoe de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd doet hij net het omgekeerde: het N-VA-wetsvoorstel om een actieve meldingsplicht in te voeren voor het personeel van sociale instellingen. Daarbij gaat het niet over de werking van een stadsdienst en de publieke gevaren van bouwvallige huizen, maar wél over de relatie OCMW-cliënt.

Wanneer het over zijn eigen verantwoordelijkheid gaat wordt informatie dan plots geheim en worden alle middelen aangewend om het geheim te houden: de ‘lasterlijke’ nieuwssite Apache werd door de ex-kabinetschef van De Wever gedagvaard wegens het uitbrengen van informatie over de wantoestanden rond de bouwpromotor Land Invest.

Kernvraag

Het is niet de vraag of een publiek mandataris een beroepsgeheim lekte dan wel of de werking van de stadsdienst Woonzorg ernstige gebreken vertoont en waarom dat zo is. Om een debat over de tweede vraag te vermijden gebruikt de burgemeester de gekende methode van het tweede dossier: als het eerste te netelig wordt moet je er een tweede openen zodat alle aandacht van de belangrijke vraag kan worden afgeleid naar een nepvraag. Hier zou je net zo goed de vraag kunnen stellen waarom de burgemeester zijn dienst laat verkommeren van 12 tot vier leden. Dan vraag ik mij af: zijn er plannen voor hoogbouw in de plaats van de verkrotte panden?

Ook het “chilling”, het afkoelend, effect van deze handigheid is gekend: de vervolging van klokkenluiders om anderen te beletten soortgelijke wantoestanden aan te klagen. ‘Meer dan vijftien jaar na de politiehervorming wil de N-VA dat er een wettelijk statuut komt om klokkenluiders bij de politie te beschermen: een maatregel die ook in het federale regeerakkoord ingeschreven staat. “Concreet willen we de klokkenluidersbescherming die in 2013 is ingevoerd voor federale ambtenaren, nu ook uitbreiden naar alle personeelsleden van de hele geïntegreerde politie”, vertelt Kamerlid Koenraad Degroote. Samen met zijn collega’s Koen Metsu, Brecht Vermeulen en Christoph D’Haese diende hij daarvoor een wetsvoorstel in, zo lezen we op de site van N-VA.

Misschien kan dit voorval leiden tot een betere bescherming van stedelijke raadsleden wanneer die doen wat zij moeten doen: toezicht op de werking van de stadsdiensten en openbaar maken van wantoestanden wanneer die zich voordoen.

Bron » Knack | Walter De Smedt

De schrik voor de rijkswachter

Bijna een op de drie stoelen bij de centrale diensten van de federale gerechtelijke politie is leeg. Politiebond Sypol neemt gewezen commissaris-generaal Catherine De Bolle zwaar op de korrel.

Vijf dagen geleden trok Catherine De Bolle de deur van haar commissariaat-generaal achter zich dicht om leiding te geven aan Europol in Den Haag. Toen ze daarvoor haar contract als executive director ondertekende, tweette minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) dat de Europese politie-­organisatie ‘een gouden zaak’ deed. Hij was niet de enige die lof had voor haar werk bij de federale politie.

Politievakbond Sypol is minder positief. In een scherp communiqué laat de bond blijken blij te zijn dat De Bolle weg is. ‘Haar vertrek mag ons niet beletten een licht te werpen op de catastrofale toestand die de commissaris-generaal nalaat bij de federale politie’, klinkt het in een bericht dat gisteren op de Sypol-website verscheen. ‘Laat ons hopen dat de problemen bij de gerechtelijke zuil na haar vertrek opgelost geraken’, voegde Ruddy Callewaert van Sypol daar nog aan toe.

De problemen zijn volgens de vakbond het grootst bij de centrale diensten van de federale gerechtelijke politie. ‘Het totaal voorziene kader bedraagt 292 personen. In werkelijkheid werken er momenteel 214 mensen, onder wie ­12 ­gedetacheerden (die niet permanent zijn, red.). De toestand is ­onhoudbaar en als er op korte ­termijn geen verandering komt, zullen de door de wet voorziene opdrachten niet meer naar behoren vervuld kunnen worden.’

De centrale anticorruptiedienst CDBC telt op een kader van 66 mensen slechts 42 ingevulde plekken. Het CDGEFID, dat zware financiële criminaliteit helpt opsporen, heeft 11 op 16 personen. Bij de Federal Computer Crime Unit is amper de helft van de 44 beoogde medewerkers aan de slag.

De vakbond hekelt ook de ‘drastische vermindering’ van de laboratoria voor wetenschappe­lijke en technische politie en de ontmanteling van de dienst ‘Trafiek in kunstwerken’. ‘Het is geweten dat deze handel een belangrijke bron van financiering voor terrorisme is. De ontmanteling gebeurde bovendien in weerwil van de verzoeken van Interpol.’

Veel hoop op beterschap heeft ­Sypol niet. ‘De nieuwe commissaris-generaal (Marc De Mesmaeker, red.) komt oorspronkelijk van bij de rijkswacht, net zoals De Bolle’, zegt Callewaert. ‘Tussen haar en Sypol heeft het nooit geboterd, ook al zijn wij de tweede grootste bond bij de gerechtelijke zuil. En ook De Mesmaeker heeft het niet begrepen op de gerechtelijke diensten.’

Wortels

Die schrik voor een rijkswachter aan het hoofd van de federale politie heeft te maken met de wortels van Sypol. De vereniging komt vandaag sterk op voor de belangen van rechercheurs, omdat ze veel mensen van de gewezen ‘gerechtelijke politie bij de parketten (GPP)’ in haar rangen telt. Na de politiehervorming, begin jaren 2000, gingen die GPP’ers samen met de rijkswacht op in de geïntegreerde politie. Samen zouden ze bij de federale gerechtelijke politie de zware criminaliteit aanpakken.

Maar interne twisten die in de jaren negentig het politie­apparaat verlamden, zijn niet ­altijd helemaal verwerkt. Nadat Sypol in 2014 naar het Grondwettelijk Hof was gestapt in verband met verschillende pensioenregelingen voor politiemensen, ging de pensioenleeftijd voor hen allen omhoog. Dat zette ook veel kwaad bloed. Doordat de vakbond wel erkend is maar niet-representatief, raakt ze ook niet betrokken bij onderhandelingen.

Volgens de woordvoerder van De Bolle, Peter De Waele, zit daar de zwakke plek van Sypol. ‘Zij weten niet hoe vaak de commissaris-generaal bij minister Jambon heeft aangedrongen om de FPG’s te versterken. Het getuigt ook van weinig moed om pas van leer te trekken nadat ze is vertrokken.’

De woordvoerder van Jambon, Olivier Van Raemdonck, geeft aan dat de personeelsbezetting die ­Sypol aanklaagt al langer een probleem is. ‘We werken met de politie al langer aan een oplossing. Het probleem is dat de budgetten voor versterkingen zijn voorzien, maar dat de mensen niet zo vlot gerekruteerd geraken. Goed opgeleide, kwalitatieve politiemensen vinden, vraagt tijd. We weten dat de politie een aantrekkelijker werkgever moet worden. Op dit moment legt KPMG trouwens de laatste hand aan een audit over de rekrutering. Op basis daarvan kunnen we de zaken verbeteren.’

Bron » De Standaard