Door één kapotte lift in het Rijksarchief ligt heel veel onderzoek plat: “Het is Kafka op speed”

Een kapotte lift in het Brusselse Rijksarchief blokkeert talloze onderzoekers en mensen op zoek naar hun antwoorden over hun familiegeschiedenis: “Onze archieven zijn klinisch dood.”

“Wegens technische problemen is het onmogelijk om nieuwe reservaties te nemen.” Sinds midden juli ben je eraan voor de moeite als je iets wil consulteren uit het depot Joseph Cuvelier van het Rijksarchief in Brussel. De centrale lift die de verschillende verdiepingen van het archief met de leeszaal moet verbinden, is buiten dienst. Een hersteldatum is er niet, het archief wacht op een antwoord van de Regie der Gebouwen.

Het depot is gigantisch: alles achter elkaar gezet, kom je aan 50 kilometer archief. De lift is de enige manier om de talloze dozen die de bezoekers willen inkijken naar de leeszaal te brengen. In het begin probeerde het team nog via de nauwe traphal tegemoet te komen aan de noden van de vele studenten, doctorandi, internationale onderzoekers en burgers. Maar door de indeling van het gebouw en het tekort aan personeel bleek dat onhaalbaar.

“Kafka op speed, anders kan ik de situatie niet omschrijven”, zegt professor Gillian Mathys van de Universiteit Gent. Zij begeleidt verschillende master- en doctoraatsstudenten die door de panne in de problemen kunnen komen. “Zij moeten op relatief korte termijn hun onderzoek kunnen doen. Enkele weken of maanden uitstel kunnen er al toe leiden dat ze met vertraging afstuderen. En dat door een kapotte lift. Het is een symptoom van hoe moeilijk de archieven het hebben om het hoofd boven water te houden.”

“De situatie is dramatisch. Het Rijksarchief was al klinisch dood, en nu dit nog.” Aan het woord is Pierre-Alain Tallier, departementshoofd Brussel bij het Rijksarchief. “We zijn al jaren ondergefinancierd, onze Brusselse gebouwen zijn in een vreselijke staat en tot de nok gevuld. We hebben de afgelopen vijftien jaar liefst 28 procent van ons personeel verloren, en toch zijn we in dezelfde periode van 200 kilometer naar 400 kilometer archief gegaan.”

Tijdens de vorige regeerperiode verloor het Rijksarchief 10 procent van zijn dotatie, nu moet het nog eens 9 procent inleveren. “Terwijl we om gewoon te overleven en om aan de digitale uitdaging te voldoen, al tussen de 3 en 5 miljoen euro per jaar nodig zouden hebben”, aldus Tallier.

‘Kinderen van de collaboratie’

Nochtans zijn de maatschappelijke interesse voor en het belang van de archieven de voorbije jaren gegroeid. “Dat zie je aan de populariteit van programma’s als Kinderen van de collaboratie of Kinderen van de kolonie, die op hun beurt de aandacht voor de archieven weer aanwakkeren”, vertelt hij.

Veel van die aandacht gaat specifiek naar het depot Joseph Cuvelier. Daar worden sinds 2016 stap voor stap kilometers koloniaal archief ontsloten en beschikbaar gemaakt. Het gaat onder andere over de dossiers van Union Minière – het mijnbedrijf in Congo – over de 87.000 personeelsdossiers van Belgisch personeel in Afrika, maar ook over de dossiers van de duizenden metissen die werden geboren in de kolonie en gedwongen werden weggehaald bij hun moeders.

Ook archieven over de collaboratie en de vervolging ervan nadien kun je er vinden. Wie meer te weten wil komen over de rol die zijn grootouders of ouders hebben gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, moet bij het depot zijn. Ook alle Belgische patenten van 1830 tot 1963 kun je er terugvinden. Het depot Cuvelier kreeg in 2023 liefst 1.778 werkbezoeken te verwerken, er werden 15.000 archiefnummers ingekeken.

Visum uit Congo

“De leeszaal zit altijd vol”, vertelt historica Gillian Mathys. Dat er nu niet gewerkt kan worden, is nefast, zegt ze. “Er is de impact op de carrière van de individuele onderzoekers. Bovendien wordt dat onderzoek grotendeels gefinancierd met publiek geld, het is onze taak om daar voorzichtig mee om te springen.” Maar voor haar internationale collega’s ligt het nog moeilijker. “Het is al niet vanzelfsprekend om een visum te krijgen voor België als je uit Congo, Rwanda of Burundi naar hier wilt komen om de koloniale archieven te raadplegen. En als de onderzoekers hier dan zijn, met soms moeizaam bekomen fondsen, kunnen ze hun werk niet doen. En dan spreek ik nog niet van de mensen die soms een leven hebben moeten wachten om meer over hun familiegeschiedenis te leren.”

De Regie der Gebouwen laat weten dat de lift buiten dienst is omdat ze een nieuw regularisatie-attest moet krijgen. Begin september zal een firma langskomen om de lift te onderzoeken, waarna de nodige aanpassingen gedaan worden. “Wanneer de lift weer werkt, hangt af van hoeveel aanpassingen moeten gebeuren.”

Met de lift komt het dus ooit wel goed, maar de structurele problemen van de archieven zijn daarmee niet opgelost. In het regeerakkoord is er over de financiering niets te vinden. Minister voor Wetenschapsbeleid Vanessa Matz (Les Engagés) laat weten dat ze op zoek gaat naar een efficiëntere manier van werken bij verschillende instellingen, in de hoop zo kosten te verlagen. “Wat betreft de huisvesting van het Rijksarchief zal de groepering van verschillende sites en depots worden onderzocht. Dit moet leiden tot lagere exploitatiekosten, een kleinere ecologische voetafdruk en een betere operationele efficiëntie van de instelling.”

Binnenkort staat het archief nog voor een nieuwe reeks uitdagingen: “Het zal niet lang meer duren voor we de eerste digitale archieven moeten opnemen, maar België heeft geen beleid en al zeker niet de middelen voor die opdracht. In tijden van artificiële intelligentie en fake news is het nog nooit zo belangrijk geweest om betrouwbare en correcte informatie over ons verleden bij te houden en toegankelijk te maken.”

Bron » De Standaard