Wat als de daders van de 28 moorden die de Bende van Nijvel tussen 1982 en 1985 pleegde, Fransen waren? Die hypothese staat centraal in De Bende van Nijvel, de Franse connectie, het nieuwe boek ‘Les tueurs du brabant, les fillière française’ van voormalig federaal politiecommissaris Jean-Pierre Adam en Nicolas Keszei. Adam blikt daarin terug op meer dan twintig jaar onderzoek en uit zijn teleurstelling over het uitblijven van een reactie van justitie op zijn bevindingen.
Volgens Adam is een van de meest geloofwaardige pistes in het Bendedossier jarenlang onderbelicht gebleven: die van de Franse broers Xavier en Thierry Sliman, twee criminelen uit Charleville-Mézières.
Zijn onderzoek naar hen begon niet met de Bende van Nijvel, maar met de moord op restauranteigenaar Michel Piro in 1996. Piro werd doodgeschoten, enkele dagen nadat hij had aangekondigd informatie over de zaak-Dutroux bekend te maken. Tijdens het onderzoek wees Piro’s weduwe Thierry Sliman aan als een van de verdachten.
“Door deze twee verdachten nader te onderzoeken, raakte ik onbedoeld betrokken bij de zaak van de Bende van Nijvel”, zegt Adam.
Onverwacht spoor
In 2000 ontdekte Adam in de archieven van de Franse politie een Belgisch opsporingsdossier over de overval op wapenhandel Dekaise in Waver op 30 september 1982, een van de eerste feiten van de Bende. Daarbij vond hij foto’s van Xavier Sliman, die volgens hem sterk leken op een compositietekening van een verdachte. Hij stootte ook op een verklaring waarin een getuige Xavier Sliman een week na de overval als dader aanwees.
Xavier Sliman werd daarop verhoord door de toenmalige BOB in Waver, maar kwam weer vrij nadat hij verklaarde dat hij die dag bij zijn ouders in Charleville had gegeten.
“Ze lieten hem vrij omdat hij beweerde dat hij op de dag van de overval bij zijn ouders in Charleville aan het eten was, een zeer zwak alibi. Het was een ernstige fout”, zegt Adam.
Gesloten deuren
Volgens de voormalige commissaris botste hij daarna op gesloten deuren toen hij zijn bevindingen wilde delen met de Cel Waals-Brabant en het parket van Charleroi. Daarom zette hij zijn onderzoek zelf voort. Voor het boek verzamelde hij documenten, controleerde hij pistes en sprak hij onder meer met voormalige partners van de broers Sliman, die volgens hem openlijk vertelden over hun activiteiten en hun banden met België.
“De documenten, getuigenissen en controles die in dit boek worden gepresenteerd, tonen aan dat de Franse connectie niet tot een marginale hypothese kon worden gereduceerd”, besluit Adam.
Bron » Het Laatste Nieuws