Geplaatst in

Polemiek in commissie-Dutroux over rol ‘rechtse PSC-kringen’: Alibi Michel Nihoul opnieuw onder vuur

Worden procureur Bourlet en de commissie-Dutroux tegengewerkt door Brusselse politiemensen van conservatieve PSC-snit? Agalev-kamerlid Lozie meent van wel en krijgt daarbij steun van commissievoorzitter Verwilghen. PSC-commissielid De T’serclaes reageerde al boos op die verklaringen. Ondertussen woedt de polemiek voort over het alibi van Michel Nihoul, de Brusselse hoofdverdachte in de Dutroux-zaak.

Agalev-volksvertegenwoordiger Frans Lozie, die plaatsvervangend lid is van de commissie-Dutroux, zei zondag op het VTM-nieuws dat de commissie de jongste weken op ernstige aanwijzingen was gebotst dat het strafonderzoek van procureur Bourlet tegen Dutroux en Nihoul met alle mogelijke middelen wordt tegengewerkt door sommige Brusselse politiekringen.

Dat verzet zou vooral uitgaan van conservatieve Franstalige christen-democraten in de rijkswacht en de gerechtelijke politie. Ook de commissie-Dutroux zelf zou op obstructie vanuit die hoek botsen. Hij verwees daarbij onder meer naar PSC-commissielid De T’serclaes die door de rechterzijde van haar eigen partij onder druk gezet zou worden.

Commissievoorzitter Marc Verwilghen bevestigde later dat de commissie op ‘anomalieën’ in het Brusselse onderzoek gebotst is die minstens suggereren dat Nihoul, net als Dutroux in Charleroi, op bescherming kon rekenen. Ook de commissie zelf zou bij haar werk op tegenkanting zijn gebotst.

De VLD sprong gisteren al op die verklaringen door een ‘onderzoek tot op het bot’ te eisen. Maar De T’serclaes ontkende boos ooit door haar partij onder druk te zijn gezet, ‘ook niet als we problemen behandelden die op christen-democraten betrekking hebben, zoals Melchior Wathelet of de Brusselse procureur Dejemeppe’. De T’serclaes herinnerde er aan dat Lozie geen vast lid is van de commissie – ‘hij winkelt bij alle onderzoekscommissies’ – en zei dat Verwilghen ondertussen zijn volle vertrouwen in haar bevestigd heeft.

Alibi

Ook het eigenlijke gerechtelijke onderzoek naar de eventuele betrokkenheid van Nihoul in de door Dutroux opgezette ontvoeringen is nog lang niet afgerond. Dat blijkt uit de aanhoudende controverse over diens alibi bij de ontvoering van Laetitia. Het RTBf-programma ‘Au nom de loi’ zette onlangs Nihoul uit de wind, door een opsomming te geven van de vele getuigen die Nihoul op 9 augustus, de dag van Laetitia’s ontvoering in Bertrix, in het Brusselse hadden gezien.

Het leek erop dat daarmee de getuigenis werd ontkracht van een Vlaams gezin dat zei Nihoul, samen met Dutroux en enkele andere verdachten, in Bertrix gezien te hebben.

Maar De Morgen meldde zaterdag dat procureur Bourlet ondertussen ontdekt heeft dat de getuigenis van het gezin niet op 9 maar op 8 augustus slaat. Dat wijst erop dat Nihoul wel degelijk betrokken was bij de voorbereiding van de ontvoering van Laetitia. Nihoul is ondertussen al met een nieuw alibi op de proppen gekomen. Op 8 augustus zou hij de hele dag geklust hebben in het appartement van advocaat Vander Elst, de man waarmee hij ook de dag erna op stap ging.

De geloofwaardigheid van Vander Elst is uiterst gering, hij werd al eerder op het verschaffen van valse alibi’s betrapt. Maar ook nu is er sprake van dat andere getuigen de twee mannen ’s middags in een Brussels restaurant gezien zouden hebben.

Bron » De Tijd