Geplaatst in

Wathelet blijft gehecht aan jurysysteem

Minister van Justitie Melchior Wathelet beklemtoonde bij de bekendmaking van zijn hervormingsplannen van de assisenjury nogmaals zijn gehechtheid aan het jurysysteem. Dat was de jongste weken steeds meer onder vuur gekomen.

Uiteindelijk heeft in Europa alleen Frankrijk nog een assisenhof en zelfs daar is de procedure veel soberder dan bij ons. Luxemburg schafte zijn assisenhof in 1987 af. Het assisenhof ontstond na de Franse revolutie als verzet tegen de willekeurige rechtspraak van de vorst en zijn rechters, die hun mandaat van hem kochten.

Volgens velen is het assisenhof nu zelf een voorbeeld van willekeur geworden. Men verwijst dan graag naar enkele omstreden vrijspraken, die geforceerd werden door eminente assisenpleiters.

Gerechtsverslaggever Louis De Lentdecker laakte bij herhaling dat de juryleden veel te emotioneel reageren en dus beïnvloedbaar zijn door handige advocaten. Ook de pers doet soms een duit in het zakje. Er zijn nog meer kritieken.

Waarom moet over kleine zaken door beroepsmagistraten recht worden gesproken, terwijl over heel zware feiten met hoge straffen wordt beslist door een jury van gewone mensen zonder enige kennis van het recht en zonder enige ervaring of vergelijkingspunt? Waarom is er voor deze allerzwaarste straffen geen beroepsmogelijkheid, terwijl dat voor kleine misdrijven wél geldt? Waarom moet zoveel spektakel worden opgevoerd met alle mogelijke ongelijkheden tot gevolg?

De affaire van “zotte Gino”, die momenteel in West-Vlaanderen loopt, zou in Brussel ongetwijfeld voor de correctionele rechtbank komen, zo hoor je in het gerechtsgebouw. Of nog: de jury is goed voor een simpele moord uit de vierde wereld, maar niet voor de steeds technischer wordende criminaliteit, zoals dat l in het Haemers-proces het geval is.

Ook had men bedenkingen bij de veiligheid van de juryleden toen Marokkaanse jongeren een paar Brusselse gezworenen bedreigden. Bovendien is het steeds moeilijker om de leden voor geruime tijd van hun werk af te houden, zoals in het Haemers-proces gebeurde.

Te veel assisenzaken

Prof. Michel Franchimont (Université de Liège), voorzitter van een commissie om de gerechtelijke procedure te hervormen, meent dat er veel te veel zaken voor het assisenhof worden gebracht. Volgens hem zijn er jaarlijks gemiddeld 60.000 correctionele zaken en 60 assisenzaken.

Dat is nog te veel. Men zou moeten correctionaliseren als er geen dode is gevallen, zo meent hij. Betichtingen, die met zo’n moord samenhangen, moeten worden afgesplitst en correctioneel behandeld.

Procedurediscussies over huiszoeking, telefoontap, uitlevering e.d. moeten voor het proces worden behandeld, zodat de jury daarmee niet wordt opgezadeld. Het is ook niet nodig om de politiemensen nog als getuige op
te roepen als de voorzitter al een volledig overzicht heeft gebracht van het onderzoek, vindt prof. Franchimont. Zoveel getuigen, die soms alleen maar over een ver verleden van de verdachte komen praten zijn zeker niet nodig.

Prof. Raf Verstraete (KU Leuven) meent dan weer dat in een assisenzaak toch altijd rechtskwesties aan bod zullen komen, al was het maar omdat begrippen als medeplichtigheid, mededaderschap of provocatie ter sprake kunnen komen. Die hebben in het recht een andere betekenis dan in gewone mensentaal. Dergelijke nuances begrijpt een jurylid meestal niet. De kans dat hij zich hier laat manipuleren is heel groot. Verstraeten meent dat de beroepsrechters samen met de juryleden over de schuldvraag moeten beslissen.

Wathelet wil de jury echter behouden. Hij is geen voorstander van grote hervormingen. Naast dit mini-ontwerp komt er nog een over de sociaal-rechtelijke bescherming van juryleden.

Bron » Gazet van Antwerpen