Geplaatst in

Kritisch bekeken – Mag er ook een echt ministerie van Justitie komen?

Het debat over het justitieel beleid in Kamer en Senaat is verlopen zoals was voorspeld. Als een minister zijn politiek lot verbindt aan een vertrouwensstemming in het parlement, maakt hij van zijn eigen positie een regeringszaak. Het kabinet Dehaene kan en zal beslist niet vallen over de portefeuille van mijnheer Wathelet.

Toen Jean-Luc Dehaene zijn regering vormde was er bij de politieke topklasse een grote ijver om het aantal ministerportefeuilles te beperken. De burger had zich geërgerd aan de vloed van ministerposten en daar moest dus absoluut iets aan gedaan worden, al was het maar om het anti-politieke gemor wat te temperen. Dus kwamen er minder excellenties, mooi zo.

Maar ineens kreeg de PSC, die wel vaker een onevenredig gewicht in de regering krijgt, een superministerie. Melchior Wathelet werd in éến klap vice-premier, minister van Economische Zaken en minister van Justitie. Was dat niet een beetje veel?

De taak van een vice-premier moet niet onderschat worden. Hij krijgt alle dossiers van het kernkabinet te verwerken. De post van Economische Zaken was jarenlang op zich al een topministerie. Justitie was dat eigenlijk ook, maar vele legislaturen na elkaar – lang vóór Wathelet – draaide de belangstelling voor dat departement op een laag pitje.

Problemen bleven maar aanslepen en zijn er nu nog altijd. Een aantal vervelende dossiers (Haemers, Kirschen, gewestplannenfraude, gevangenissen) vallen nu plots samen op het hoofd van de ‘arme’ minister.

Wathelet speelt nu een beetje de rol van slachtoffer. Zie eens wat ze me allemaal aandoen! Maar een nuchter onderzoek over het beleid van de jongste jaren zou toch nuttig zijn. Het volstaat niet te zeggen dat er mooie plannen bestaan, er is toch zo verdraaid weinig van te merken. De wantoestanden in de gevangenissen zijn al jaren bekend, maar beterschap is er niet.

De overbevolking bv. is wel degelijk te bestrijden door sommige categorieën eruit te halen. Dat kost geld, maar hoe groot is nu de maatschappelijke kost van die puinhoop?

Sommige wetgevende maatregelen, die dan weer niets kosten, duren jaren. Men schreeuwt om een aangepaste wetgeving voor de bestrijding van milieudelicten; grote en ingewikkelde fraudedossiers blijven zonder gevolg, terwijl al veel kan opgelost worden door een verlenging van de verjaringstermijn; de wet op de telefoontap strompelt vooruit, enz.

Het zijn maar een paar voorbeelden. De minister van Economische Zaken zal wel jaarlijks zijn koopjeswet aanpassen, bij Justitie blijven de problemen aanslepen.

Als er een aparte minister van Pensioenen mag bestaan, mag er dan a.u.b. ook een echte van Justitie komen?

Bron » Gazet van Antwerpen