Het assisenhof staat steeds meer ter discussie. In de zaak-El Boustati werden juryleden met de dood bedreigd, in de affaire-Haemers kreeg men niet eens een jury samengesteld. Het wetsontwerp van minister van Justitie Melchior Wathelet is gisteren door de Kamer van Volksvertegenwoordigers goedgekeurd.
De ‘Haemers-wet’ biedt de mogelijkheid om gezworenen vóór de zitting uit te loten zonder enige beperking in aantal. Deze mini-hervorming werd door stafhouder Boccart van de Nationale Orde voor Advocaten al nutteloos genoemd. Zelfs zonder die wet had voorzitter Wezel in de zaak-Haemers immers een derde loting kunnen doen. In dat geval was het assisenproces gewoon kunnen beginnen.
Steeds meer stemmen gaan op om het assisenhof af te schaffen. Een aantal spectaculaire vrijspraken en ongelijkheden in de straftoemeting voor soortgelijke feiten liggen aan de basis hiervan. De juryleden oordelen veel te emotioneel, zo heet het. Het Brusselse vakblad Le Journal des Procès organiseerde aan de ULB een openbaar debat over het assisenhof en de jury. Opvallend was dat zelfs de voorstanders van het assisenhof de bevoegdheid ervan willen beperken.
Vooraf dit: tussen 1991 en 1992 waren er 66 assisenzaken in België. Daar staat tegenover dat in 1988 160.000 zaken voor de politierechter kwamen (2.575 per 100.000 strafrechtelijk meerderjarigen), terwijl de correctionele rechtbanken ruim 94.000 zaken afhandelden (1.450 per 100.000 inwoners).
Voorstanders: democratisch
De Koninklijk Commissaris voor de Hervorming van het Strafwetboek, Robert Legros is een hartstochtelijk voorstander van het assisenhof. Het systeem is heel democratisch; de burger spreekt zelf recht. Maar volgens hem moet er voor uitzonderlijke gevallen (zoals de zaak-Haemers) een speciale procedure komen.
“Men onttrok in het verleden al misdaden van militairen aan het assisenhof. Men correctionaliseerde er andere. Waarom lange en technische affaires ook niet aan de jury onttrekken?” Legros pleit voor een speciale kamer van het Hof van Beroep waar een voorzitter met twee raadsheren over alles beslist. Of een zaak “uitzonderlijk” is, moet worden uitgemaakt door het Hof van Cassatie.
Advocaat-Generaal Jean Spreutels wil hold-ups dan weer aan de jury onttrekken, zelfs als ze een dodelijke afloop hebben, zoals in de zaak Haemers. In deze gevallen geniet een correctionele kamer met drie rechters zijn voorkeur.
Huisvrouwen
Raadsman Philippe Mayence meent dat de kwaliteit van de juryleden spectaculair is gedaald. “Jury’s bestaan grotendeels uit vrouwen en dan nog uit huisvrouwen. Ze zijn niet representatief voor de bevolking en bovendien zijn ze niet bekwaam om een zaak te beoordelen. Voor hem moeten juryleden een maand op voorhand worden gekozen. Ze zouden dan alle dossierstukken op voorhand krijgen, zodat ze de zaak grondig kunnen voorbereiden. En uiteindelijk moeten de verdachten ook in beroep kunnen gaan.
Ook prof. Michel Franchimont, voorzitter van een gelijknamige commissie om het strafrecht te hervormen, is voor de jury, maar drastische veranderingen dringen zich op. De gezworenen moeten beter worden geïnformeerd en ze moeten een brochure krijgen waarin hun taken en de procedure duidelijk is uitgelegd.
De voorlezing van de akte van inbeschuldigingstelling moet worden afgeschaft en nodeloze getuigen geweerd. De vragen (over schuld, verzachtende omstandigheden e.d.) moeten worden voorgelegd vooraleer er wordt gepleit.
Procedurekwesties
Franchimont wil voorts dat procedurekwesties achter gesloten deuren in de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) worden behandeld. Daardoor vervalt wel iedere controlemogelijkheid van de pers op het reilen en zeilen van het gerecht in dubieuze zaken zoals telefoontap, uitleveringen, infiltratietechnieken e.d. Franchimont wil tegen de beslissing van de KI in dezen ook een beroep bij het Hof van Cassatie.
Tegen een verdict van het assisenhof zelf kan men ook beroep overwegen, maar dan alleen voor juridische kwesties en voor problemen rond gelijke bestraffing voor soortgelijke misdrijven. En tenslotte moet zoveel mogelijk worden gecorrectionaliseerd: alleen nog echte halsmisdaden (moorden) zouden door de jury worden behandeld.
Alle nevenaspecten, zelfs mededaders en medeplichtigen, moeten volgens Franchimont naar de correctionele rechtbank.
Tegenstanders: juridische catch
De hele discussie is koren op de molen van de tegenstanders van het assisenhof. Zij wijzen er op dat de voorstanders alles in het werk stellen om steeds meer zaken aan de jury te onttrekken en daardoor toegeven dat er van alles misloopt. De tegenstanders zijn niet mals voor het assisenhof, dat “juridische catch” en “emotioneel spektakel” wordt genoemd.
De gezworenen zijn onervaren kennen niets van het recht en kunnen geen zaken met elkaar vergelijken. Sensationele verschillen bij straffen voor soortgelijke feiten zijn hiervan het gevolg. Het juryklimaat is theatraal: getuigen komen twee jaar na de feiten hun verhaal doen, wat de waarheidswaarde zeker niet ten goede komt, zo stelt Mr. Marc Preumont.
“Wie voorkomt voor een winkeldiefstal, ziet zijn veroordeling én de keuze van de straf gemotiveerd, maar voor zware halsmisdaden geldt geen van beide. De jury verklaart mensen schuldig en straft ze zonder daarvan de redenen op te geven en dat is totaal onaanvaardbaar”, aldus Preumont.
Loterij
Bovendien is geen beroep mogelijk: wie veroordeeld wordt tot 1.000 fr. boete voor een kleine vechtpartij, kan in beroep gaan, maar wie levenslang krijgt voor een moord waaraan hij zegt onschuldig te zijn, niet. Voor Preumont is de jury dan ook helemaal niet democratisch, maar totalitair. Het assisenhof is een loterij.
Rechter Christian Panier voegt daar aan toe dat zeker niet de zwaarste of de ernstigste zaken voor het assisenhof komen. terwijl het daarvoor toch is bedoeld. “Bloed- en seksmisdrijven lokken veel emoties uit, maar brengen zij de samenleving de grootste schade toe? Richt de pers zich niet te veel op dit soort zaken, die als een uitstalraam fungeren en een volkomen verkeerd beeld geven van het functioneren van de rechtspraak”, zo heet het.
Bron » Gazet van Antwerpen