Staatsveiligheid mag dossier niet inzien

“Dé specialist van extreem-rechts in België mag niet deelnemen aan de vergaderingen van de cel die momenteel in Jumet speurt naar de Bende van Nijvel. Reden: hij werkt bij de Staatsveiligheid. Hoewel hij nog piepjong is, werd hij in Jumet zelf als een verdachte aangezien. Volkomen onterecht.” Dat zei administrateur-generaal Bart Van Lijsebeth van de staatsveiligheid (SV) dinsdag voor een verbijsterde bendecommissie in de Kamer.

De cel in Jumet zoekt officieel koortsachtig naar verbanden tussen de Bende van Nijvel en extreem-rechts. Van Lijsebeth had al in december 1995 gevraagd om het dossier van de Bende te mogen inzien. Maar dat kon evenmin.

Ook de deskundige in het dossier-Haemers en die in het dosssier-Mendez, twee cruciale zaken waarmee het Bendedossier moet worden vergeleken, mogen niet meehelpen met deze cel in Jumet. Scherpe kritiek dus op de huidige onderzoeksrechter Lacroix, die deze beslissingen nam.

Van Lijsebeth zei voorts dat “klassiek extreem-rechts” niets met de Bende te maken heeft. “Maar het is goed mogelijk dat marginale extreem-rechtse figuren in een geheime vereniging wel de aanslagen organiseerden. Ik heb geen enkele aanwijzing dat een lid van de SV meewerkte met extreem-rechts.” In het verleden werd Christian Smets verweten dat hij al te nauwe banden had met het extreem-rechtse Westland New Post (WNP), waarin hij in opdracht van de SV was geïnfiltreerd.

Eerder verloor de Bendecommisssie bijna een volle dag met een zielige confrontatie tussen Van Lijsebeth en de Brusselse eerste-substituut Edwig Steppé. Deze laatste vermoedt dat de communistische terroristen van de CCC en de Bende van Nijvel beide werden gemanipuleerd door de SV. Die zou daardoor zelfs medeplichtig zijn aan een criminele organisatie. De SV stuurde volgens hem aan op een “strategie van de spanning” met als doel België te destabiliseren.

Steppé steunt zijn “vermoedenscomplex” op het feit dat Christian Smets in WNP was geïnfiltreerd terwijl het tegelijk een informant in de extreem-linkse groep Linge Rouge beheerde. Steppé vreest ook dat de SV de daders van de CCC-aanslagen al vele maanden formeel kende, terwijl de aanhoudingen liefst 14 maanden op zich lieten wachten. Steppé wilde dat onderzoeken, maar dat mocht niet, zo getuigde hij dinsdag in een wollig, negentiende-eeuws taalgebruik.

Bart Van Lijsebeth schonk klare koffie: “De CCC startte op 2 oktober 1984 met een reeks aanslagen tegen banken en andere kapitalistische instellingen. De SV verwittigde al op 9 oktober de minister van Justitie en alle betrokken politiediensten, procureurs en onderzoeksrechters, dat Pierre Carette CCC-verdachte nummer één was. In bijkomende nota’s van 17 en 18 oktober vielen ook de namen van Sassoye en Chevrolet.”

Het duurde nog tot 16 december 1985 voor vier CCC-kopstukken in Namen werden gearresteerd. “De SV kan zelf niet aanhouden. Dat doet het gerecht. De SV zamelt alleen inlichtingen in. In een democratie kun je mensen trouwens niet arresteren vanwege hun opinies. Pas toen we een vingerafdruk van Carette vonden, kon de onderzoeksrechter hem laten aanhouden. Bovendien doken de CCC’ers vele maanden gewoon onder. We konden ze niet zomaar vinden.”

En tenslotte: “De informant die de SV had bij het extreem-linkse Linge Rouge, werd niet beheerd door Christian Smets.” Hierdoor valt de gemeenschappelijke schakel tussen extreem-rechts en extreem-links bij de staatsveiligheid gewoon weg, Van Lijsebeth zei nog dat de SV momenteel niet meer infiltreert in extreem-linkse of extreem-rechtse organisaties.

Bron » Gazet van Antwerpen