Geen dader, geen spoor en geen motief. Een jaar na de moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer (38) staat het onderzoek nog nergens. Dat is een pijnlijke vaststelling voor de familie van de Lokerse wachtmeester, maar ook voor de speurders die al 28.000 manuren aan het dossier besteedden.
Procureur Christian Du Four wil niet horen van een falend onderzoek. “Dat tastbare resultaten voorlopig uitblijven, zou een verkeerde indruk kunnen wekken”, benadrukte hij donderdag tegenover de pers.
Peter de Vleeschauwer werd vandaag precies één jaar geleden ontvoerd uit de rijkswachtkazerne van Sint-Niklaas. Een Antwerpse schipper ontdekte zijn lichaam zes weken later, op tweede kerstdag, langs de oever van de Durme in Hamme-Driegoten. De rijkswachter bleek vermoord met een nekschot, afgevuurd met een 9 mm-pistool, een soortgelijk wapen als de dienstwapens van de rijkswacht. Het kon het wapen van De Vleeschauwer zelf niet zijn, want dat bleef onaangeroerd achter in Sint-Niklaas.
Volgens het parket van Dendermonde werken nog tien speurders ononderbroken aan de zaak. Naargelang de noodwendigheden van het onderzoek, worden zij bijgestaan door vijf leden van de gerechtelijke politie van Aalst.
Dat de onderzoekscel, geleid door onderzoeksrechter Walter Van De Sijpe, bergen werk verzette, bewijzen enkele cijfers. Via de tiplijn, anonieme brieven en informatiegaring door diverse politiediensten uit het hele land registreerde de onderzoekscel 150 tips.
Er volgde een diepgaand onderzoek naar tientallen pistes, onder meer in het hormonen- en drugsmilieu, de autozwendel en het afvalmilieu. Het milieu van de containerdieven werd onder de loep genomen en ook in de beroeps- en privé-kring van het slachtoffer werd gezocht. Het was bekend dat De Vleeschauwer zich inliet met zaken die hij liever niet met zijn collega’s, oversten of familie deelde.
Zowel binnen als buiten het gerechtelijk arrondissement Dendermonde vonden tientallen huiszoekingen plaats, werden honderden personen ondervraagd en meer dan 2.000 processen-verbaal opgesteld. Het speurwerk leidde tot het grondig screenen van minstens vijfendertig potentiële verdachten en hun contactpersonen. Dat leverde niets op.
Dreigtelefoons
Tot op heden slaagde het gerecht er evenmin in te achterhalen door wie Peter De Vleeschauwer vlak voor zijn ontvoering werd bedreigd. Begin november 1996 ontving de rijkswachter meermaals anonieme telefoontjes, thuis en op het werk. Een onbekende dreigde ermee hem te vermoorden.
Lange tijd gingen de speurders ervan uit dat de dreigtelefoons verband hielden met een onderzoek dat De Vleeschauwer op eigen houtje en vaak na zijn diensturen leidde. Over het onderzoek naar dat onderzoek lekte nooit iets uit.
Zoals in elk mysterieus dossier dat lange tijd onopgehelderd blijft, rekenen de speurders erop dat, vroeg of laat, iemand zijn mond voorbijpraat. De meest geringe houvast kan dikwijls een doorbraak forceren.
Bron » Gazet van Antwerpen