Bende-speurders onderzoeken terroristisch spoor

Het gerecht van Charleroi vermoedt dat de aanslagen van de zogenaamde Bende van Nijvel een terroristische achtergrond hadden. Het terroristische spoor is het laaste dat na meer dan 18 jaar speurwerk overblijft. Honderden DNA-analyses en tientallen verhoren met leugendetector leverden geen aanwijzing op dat het klassieke gangstermilieu achter de bloedige aanslagen zat.

De Bende-speurders begroeven dit spoor gisteren met de buitenvervolgingbrenging van Philippe De Staerke. De Staerke werd in juni 1987 door de Dendermondse onderzoeksrechter Troch in verdenking gebracht, kort na zijn veroordeling tot 20 jaar cel door het Gentse hof van beroep voor een reeks overvallen. De inverdenkingbrenging volgde op partiële bekentenissen van de gangster, maar die trok zijn verklaringen kort daarop in. Bewijzen die de medeplichtigheid van De Staerke moesten aantonen, vond het gerecht niet.

Extreem rechts

Meester Callebaut, de raadsman van de burgerlijke partijen, betreurde de beslissing van de raadkamer. De advocaat blijft erbij dat De Staerke banden had met de moordenaarsbende en dus een spilfiguur is in het onderzoek.

Nadat de raadkamer van Charleroi tot de buitenvervolgingbrenging van Philippe De Staerke had beslist, ontmoetten de nabestaanden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel de speurdersploeg in het bijzijn van de minister van Justitie, Marc Verwilghen.

De minister zei aan de familieleden dat de speurdersploeg die enkele jaren geleden nog 93 eenheden telde tot 17 was teruggebracht omdat er maar één spoor, het terrorismespoor, meer te onderzoeken is. Het spoor dat terrorisme van extreem-rechts aan de basis van de aanslagen lag, is ongeveer even oud is als de aanslagen zelf. Als de speurders nood hebben aan extra-mankracht om dit spoor uit te spitten, krijgen ze die meteen zei de minister.

De Bende-speurders hebben de nabestaanden van de slachtoffers duidelijk gemaakt dat zij met honderden DNA-analyses, tientallen verhoren met leugendetector, honderden huiszoekingen en klassieke verhoren in het klassieke Belgische gangstermilieu geen enkele aanwijzing vonden dat dit milieu met de Bende te maken had.

Commissies

De gruwel waarmee de Bende vooral in 1985 bij aanslagen op Delhaize-warenhuizen tewerk ging, doorstaat trouwens enkel de vergelijking met terroristische acties. De moordende Bende-aanslagen, die in dezelfde periode plaatsvonden als de bomaanslagen van de links-terroristische groep CCC (Cellules Communistes Combattantes), kostten tussen 1982 en 1985 aan 28 mensen het leven.

Twee parlementaire onderzoekscommissies analyseerden het falen van het gerecht bij het daaropvolgende onderzoek. Die analyses hebben onder meer geleid tot de oprichting van parlementaire toezichtscommissies op de werking van de politie- en inlichtingendiensten en de demilitarisering van de rijkswacht.

De onverjaarbaarheid van dergelijke zware misdrijven werd niet voorgesteld door de parlementaire onderzoekscommissies. Dat betekent dat het Bende-onderzoek in 2005 definitief wordt afgesloten. Tenzij de strafwet voor sommige misdrijven, net zoals voor de misdaden tegen de menselijkheid, in de onverjaarbaarheid voorziet. Minister Marc Verwilghen vindt net als de nabestaanden van de slachtoffers dat dergelijke misdrijven nooit mogen verjaren.

Om de onverjaarbaarheid van de Bende-aanslag te bewerkstelligen, zei de minister dat hij binnenkort een wetsontwerp bij de ministerraad zal indienen. Het kabinet zal dat denkspoor in de komende weken uitwerken.

Bron » De Tijd

“Bende van Nijvel mag niet verjaren”

De minister van Justitie, Marc Verwilghen, blijft hopen op een goede afloop van het onderzoek naar de Bende van Nijvel. “Ik laat de speurders voortzoeken, maar ik heb ze wel gevraagd dat ze, zodra ze het niet meer zien zitten, dat ook zouden bekendmaken. Ik verwacht ook veel van mijn voorstel om medewerkers van justitie , zoals ik de spijtoptanten liever noem, een beschermd statuut te geven. Ik begrijp de bezorgdheid van de nabestaanden over de verjaring van het Bende-dossier in november 2005.”

“Ik zal de ministerraad vragen of zulke feiten in de categorie van misdaden tegen de menselijkheid kunnen geplaatst worden. Daardoor worden ze onverjaarbaar”, zei Verwilghen gisteren na de bijeenkomst met de nabestaanden. Enkele uren voor de bijeenkomst had de raadkamer in Charleroi Philippe De Staerke, de enige verdachte in het Bende-dossier, officieel buiten vervolging gesteld.

Bron » De Standaard

Cel Waals Brabant zoekt Bende bij terroristen

Voortaan zoekt de Cel Waals Brabant vooral in terroristische kringen naar daders en opdrachtgevers van de overvallen van de Bende van Nijvel. Dat bevestigde advocaat-generaal Claude Michaux gisteren na de bijeenkomst van de speurders met nabestaanden van de Bende-slachtoffers.

“Wij hebben met DNA en ander vergelijkend materiaal heel de traditionele criminele wereld binnenste buiten gekeerd. Wij hebben geen aanknopingspunt gevonden. Een gangster van formaat heeft ons ooit gezegd, ‘Wat jullie zoeken, ligt niet bij ons, maar bij jullie’. Hij kan gelijk hebben.”

De advocaat-generaal treedt daarmee de analyse bij van Michel Graindorge, advocaat van enkele nabestaanden: “Dit is een politieke zaak, die bij uiterst-rechts aanleunt. De daders mochten rekenen op steun van infiltranten in het staatsapparaat en voelden zich geruggesteund door Amerikaanse inlichtingendiensten, zoals de CIA.”

Na de bijeenkomst bevestigde minister van Justitie Marc Verwilghen dat hij voorstander is om misdaden, zoals die van de Bende, niet meer te laten verjaren. Enkele uren voordien had de raadkamer in Charleroi Philippe De Staerke officieel buiten vervolging gesteld in het Bende-dossier.

Bron » De Standaard

Bende van Nijvel, een verborgen terreur

De raadkamer in Charleroi heeft gisteren de laatste officiële verdachte in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, Philippe De Staerke, buiten vervolging gesteld. Dat betekent voorlopig dat het onderzoek in deze beruchte affaire uit de jaren 80, waarbij 28 mensen brutaal werden vermoord, nu helemaal op een dood spoor zit.

Philippe De Staerke was destijds de leider van een criminele bende die brutale diefstallen pleegde, met name in Oost-Vlaanderen. Op 9 november 1985 sloeg in die regio ook de Bende van Nijvel toe. In de Delhaize van Aalst werden die dag verschillende klanten in koelen bloede vermoord.

Opmerkelijk detail: Een van de bendeleden sprak die dag perfect Nederlands zonder enig accent. De Staerke werd in juni 1987 door onderzoeksrechter Troch uit Dendermonde voor de feiten in Aalst in verdenking gesteld. Er waren aanwijzingen dat hij daags voor de overval in en rond de Delhaize op verkenning was geweest. Bovendien had zijn bende wapens gebruikt die volgens sommigen ook tijdens vroegere Bende-overvallen waren gebruikt.

Vandaag moet men vaststellen dat de Bende van Nijvel bewust en systematisch zowel voor als na de door haar gepleegde feiten valse sporen heeft aangelegd met de duidelijke bedoeling om het gerechtelijk onderzoek op een dwaalspoor te zetten. Bijna iedereen die in de loop van de jaren met dit onderzoek is vertrouwd geweest onderstreept dan ook het uitzonderlijk hoge professionele gehalte van de daders en hun medeplichtigen.

Nagenoeg alle echt belangrijke criminele bendes uit de eerste helft van de jaren 80 werden de een na de andere verdachten of zelfs hoofdverdachten in het Bende-onderzoek: eerst Cocu en zijn kompanen uit de Borinage en later de bende-De Staerke en ten slotte ook nog de bende van Patrick Haemers. Telkens doken sporen op (wapens, kogels, zelfs voertuigen en garageboxen) die de criminele bendes linkten met de Bende van Nijvel. Op die manier werd uiteraard het onderzoek door een veelvoud van vaak doodlopende sporen onvermijdelijk gemanipuleerd.

Iedereen weet dat die techniek een hoge graad van specialisatie veronderstelt vanwege de daders en hun logistieke ondersteuning. Het toppunt van verwarring in het onderzoek werd uiteindelijk bereikt toen in het Waalse Ronquières in een aantal zakken onderdelen van wapens en buit werden teruggevonden, waarbij zelfs linken werden blootgelegd met feiten waarvan de justitie tot op dat moment het verband met de Bende niet eens kende.

Een andere manier om het onderzoek naar de Bende van Nijvel deskundig te bezoedelen was een reeks feiten die met de Bende op het eerste gezicht geen uitstaans hadden, maar die onmiskenbaar toch als stukjes van een puzzel mooi op hun plaats vielen. In de eerste plaats gaat het om de grondige destabilisatie van de Belgische Staatsveiligheid zowel van binnenin als van buitenaf. Daarbij speelden Belgisch gezinde extreem-rechtse kringen (bijvoorbeeld de nazi-militie West Land New Post) maar ook personen uit de omgeving van Paul Vanden Boeynants (denk aan baron de Bonvoisin en minister van Justitie Wathelet) ook een rol.

Ten slotte mag ook de groep ex-rijkswachters rond Bouhouche, Beijer en Lekeu met hun talrijke relaties bij de rijkswacht niet vergeten worden. Al die personen hebben wellicht niets met de feiten van de Bende van Nijvel te maken maar hun tussenkomst behoorde wel tot het kader en het klimaat waarin de Bende is opgedoken. Een ding is voor de overgrote meerderheid van speurders en magistraten in dit onderzoek duidelijk: de Bende was een terreurgroep en geen louter criminele bende. Daarom is het vrijwel zeker dat de laatste getuigen nog aan het woord zullen komen, ook al kan dat nog lang duren.

Bron » De Morgen | Walter De Bock

Onderzoek Bende van Nijvel sleept zich naar roemloos einde

Voor de nabestaanden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel is de pil bijzonder bitter. Zolang iemand officieel werd verdacht in het Bende-dossier hoopten zij dat de speurders bij die verdachte een aanknopingspunt zouden vinden om het raadsel alsnog op te lossen. Met de buitenvervolgingstelling van Philippe De Staerke door de raadkamer wordt die hoop vandaag definitief de grond ingeboord.

Was het de Bende om geld te doen, om politieke invloed of om pure afpersing op grote schaal? Zijn bepaalde denksporen niet onderzocht? Werd het onderzoek gedwarsboomd? Waren er hoge omes in het spel, die een nooit eerder geziene doofpotoperatie tot een goed einde hebben gebracht? Zijn de seksfuiven van de Roze Balletten verbonden met het bloedbad in de warenhuizen?

“Het is ongehoord dat daar na al die jaren nog niets over is uitgelekt”, beweert een getuige uit het milieu van het zwaar banditisme. “Doorgaans hoor je links of rechts wel een echo over de daders van overvallen. Van die Bende-toestanden wordt met geen woord gerept. Misschien wordt het wachten tot iemand op zijn sterfbed bekentenissen aflegt of na de verjaring eindelijk eens uit de biecht wordt geklapt.”

Het verloop van het onderzoek werd ongetwijfeld in grote mate beïnvloed door het eerste deel ervan, dat plaatsvond in Nijvel. Procureur des konings Jean Deprêtre hield onvoorwaardelijk vast aan zijn theorie van de prédateurs , de roofmoordenaars die uit waren op snel verdiend geld, dat ze meteen verpatsten en snel moesten aanvullen.

Het Nijvelse gerecht bracht in dat kader trots de Boraings van Michel Cocu en co. voor het assisenhof van Bergen. De trots verdween als sneeuw voor de zon toen op het proces bekend geraakte dat een voor het gerecht ongunstig ballistisch verslag in een lade was blijven liggen. De Borains werden vrijgesproken.

Alle hoop was nog gericht op de Delta-cel rond de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch. Hij voerde de druk op de bende rond Philippe De Staerke op omdat hij dacht uitvoerders van de Bende-opdrachten te hebben gevonden. Die zouden hem tot bij de opdrachtgevers kunnen leiden. Het heeft niet mogen zijn.

De toenmalige minister van Justitie, Melchior Wathelet, besloot dan heel het onderzoek te centraliseren in Charleroi. Daar werden twee teams van onderzoekers samengesteld. Een eerste team zou zich concentreren op het politieke denkspoor van de destabilisering van het land om een rechtser regime in het zadel te helpen, het tweede team zou het traditionele spoor van het grote banditisme bewandelen.

Kosten noch moeite werden gespaard. Rogatoire commissies werden naar alle uithoeken van de wereld gestuurd. Gelijkaardige fenomenen in het buitenland werden onder de loep genomen. Voor het eerst in België werd geëxperimenteerd met de leugendetector. Dat toestel hielp andere feiten oplossen, maar bracht geen opheldering in het Bende-onderzoek. Niet-officiële verdachten zoals de ex-rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer hebben er zelfs hun voorwaardelijke vrijheid aan te danken.

Er werd ook een beroep gedaan op hypnose om het geheugen van de getuigen en nabestaanden te polsen naar de beelden, die ze in 1985 hebben gezien. Het leidde tot twee reeksen van robotfoto’s, veel aanwijzingen, maar geen nieuwe verdachten.

Zoals het er nu naar uitziet zal de Bende van Nijvel nooit worden ontmaskerd. “Er zal mettertijd nog een permanentie blijven werken aan de laatste elementen. Tot de definitieve verjaring in november 2005”, klinkt het ietwat gelaten in Charleroi.

Bron » De Standaard

Philippe De Staerke buiten vervolging gesteld

De raadkamer van Charleroi heeft Philippe De Staerke buiten vervolging gesteld in het dossier Bende van Nijvel. Philippe de Staerke, kopman van de gelijknamige Brusselse gangsterbende, was de laatste verdachte in dit dossier. Het onderzoek naar de bende die begin de jaren tachtig verantwoordelijk was voor de dood van 28 mensen zit daarmee op een dood punt, zo stelde de advocaat van de burgerlijke partijen na afloop.

De Staerke werd in juni ’87 door de Dendermondse onderzoeksrechter Troch in verdenking gesteld, kort na zijn veroordeling tot twintig jaar cel door het Gentse beroepshof voor een reeks overvallen. De inverdenkingstelling volgde op partiële bekentenissen van de gangster, maar die trok zijn verklaringen kort daarop in.

Volgens de Dendermondse speurders zou De Staerke onder meer verkenningsopdrachten hebben uitgevoerd voor de uiterst bloedige aanslag op een Delhaize in Aalst op 9 november 1985 en bezat hij wapens die konden gebruikt zijn bij de overvallen.

Na de overheveling van het dossier naar Charleroi werden geen nieuwe elementen meer gevonden die de medeplichtigheid of mededaderschap van De Staerke konden staven. Zijn advocaten drongen overigens als geruime tijd aan op een buitenvervolgingstelling.

Hun stelling luidde dat De Staerke een zware jongen is die zijn straf heeft uitgezeten en dat er geen bloed aan zijn handen kleeft. Zijn zogenaamde bekentenissen waren niets meer dan een samenraapsel van losse gegevens uit krantenartikels en brachten niets relevants bij voor het onderzoek, zo stelde meester Delobel tijdens een eerdere zitting van de raadkamer.

De beslissing van de raadkamer werd betreurd door meester Callebaut, de raadsman van de burgerlijke partijen. Hij blijft er bij dat De Staerke minstens banden had met de moordenaarsbende en dus een spilfiguur is in het onderzoek.

De zogenaamde Bende van Nijvel was actief in de periode 1982-1985. De misdadigers pleegden meerdere uiterst gewelddadige overvallen waar bij in totaal 28 slachtoffers vielen. Behalve De Staerke werden geen verdachten opgepakt, ondanks de inzet van tientallen onderzoekers.

Dit falen had politieke gevolgen. Twee parlementaire onderzoekscommissies legden de oorzaken van deze mislukkingen vast. Er volgden evenveel rapporten waarin de basis werd gelegd van de demilitarisering van de rijkswacht (Pinksterplan) en de politiehermvorming die momenteel wordt gefinaliseerd.

Bron » De Standaard

A-t-on tué Pépé De Rycke?

Si elle paraît privilégier le suicide, l’enquête sur le décès par balle(s), le 16 mai, à Zellik, de Pierre Paul – dit Pépé – De Rycke n’est pas bouclée et encore moins au bout de ses surprises. C’est si vrai que Marie-Claire, qui fut pendant plus de cinq ans l’ex-compagne de Pépé, était entendue hier après midi par la Crime comme le sera sans doute Michel Nihoul.

Nihoul dont nous découvrons qu’il est l’un des derniers à avoir vu Pépé De Rycke vivant, au Coco Beach, un bar à filles à Laeken, quatre heures au plus avant le suicide!

“Je n’avais plus revu Pépé depuis des années. Sincèrement, il ne m’a pas paru le moins du monde suicidaire. Il m’a beaucoup parlé d’une fille (que nous, DH, ne préciserons pas) pour laquelle il disait avoir fait la plus belle de sa vie. Il n’avait pas peur d’elle, plutôt des gens qu’elle fréquentait. Je confirme que Pépé m’a dit avoir reçu des menaces.”

“Marleen (De Cokere) et moi avons quitté le Coco Beach vers 21 h 30, peut-être 22h. Lui serait parti vers 22 h 30. Il était gai, rigolait, plaisantait. Il parlait d’une cuvée de vin qu’il lançait avec des étiquettes dessinées par Choron. On devait se revoir la semaine suivante. Je lui avais promis un exemplaire de mon livre écrit en prison. Deux filles ont encore fait un strip-tease intégral. Deux Africaines. On parle de problèmes de fric mais j’ai vu quelqu’un le lendemain qui aurait dû signer un contrat avec lui.”

Les Nihoul quittent le Coco Beach, bientôt suivis par De Rycke qui se rend alors au Jaguar, sur la route de Zellik. On l’y a vu avec un homme maigre et barbu qui a reçu un coup de fil puis est parti, le laissant seul. De Rycke, lui, aurait quitté le Jaguar après minuit.Il se serait suicidé vers 2 h (J. Termoniastraat, un témoin a entendu plusieurs coups de feu – espacés de plusieurs dizaines de secondes – vers les 2 h 05 du matin).

Ce qui étonne Marie-Claire, c’est que Pépé, qui notait tout, n’ait pas laissé de mot d’adieux (faux, selon nous). Termoniastraat encore, un témoin – vrai ou faux – prétend que Pépé se serait parqué en double file.

Pour avoir partagé sa vie pendant tant d’années, Marie-Claire – qui croit, elle, au suicide – ne comprend pourtant pas que Pépé ne se soit pas suicidé chez lui.

Supposons que Pépé fût attendu: personne dans le quartier ne l’a entendu crier, appeler à l’aide. Il n’est plus question de deux mais de trois coups de feu. Pépé De Rycke aurait-il tiré deux premières fois pour tester l’arme?

Le lendemain, Lily, sa première épouse, trouve dans sa boîte aux lettres une enveloppe avec de l’argent et les clés du véhicule, comme si Pépé – décidé à mourir – avait décidé de tout lui laisser. Reste la demoiselle qu’il avait épousée en janvier, ex-strip-teaseuse au Coco Beach.

En fait, Pépé l’avait ramenée du Mozambique où il s’était rendu pour y retrouver son vieil ami Jean Bultot. La fille lui avait été présentée, fournie, on ne sait trop, par Bultot. Les deux hommes s’étaient fâchés. Ce qui n’empêchait pas le fils de Jean d’assister aux funérailles de Pépé lundi à Waterloo. Ajoutons que le PC de Pépé a été saisi. Et que beaucoup donneraient cher pour savoir ce qu’on y a trouvé.

Bron La Dernière Heure

Pierre-Paul de Rycke pleegt zelfmoord

Pierre-Paul de Rycke, Pépé voor de vrienden, heeft in zijn appartement in Zellik zelfmoord gepleegd. Pierre-Paul de Rycke was de uitbater van de beruchte club, Jonathan, waar de al even beruchte sexfuiven in confituur werden gehouden. Verschillende verdachten in het Bende-onderzoek ontmoeten elkaar in de Jonathan, oa. Dossogne, Bultot, Godfroid – commissaris bij de GP – Lekeu, Darville – wapenfreak rond de Bende van Haemers – …

Hij maakte stiekem video opnamen van de sexfuiven, zo kon hij magistraten, politiemensen en rijkswachters chanteren en zo elk gerechtelijk onderzoek saboteren. Hij was zeer goed bevriend met Jean Bultot.

Na zijn laatste bezoek aan Bultot in Mozambique had de Rycke een Afrikaanse meegenomen als vriendin. Zij liet hem zitten en volgens de afscheidsbrief die de Rycke had geschreven is dit de reden van de zelfmoord. Maar het parket van Brussel gelast een onderzoek naar de ware doodsoorzaak.

Dit kwam mede door de verklaring van Nihoul, die hem als laatste levend zag. Volgens Nihoul stond hij helemaal niet op het punt om zelfmoord te plegen en ging hij een groot contract tekenen. Pierre-Paul de Rycke was ook actief in de politiek, meer bepaald bij de PFN, het politieke verlengstuk van het Front de la Jeunesse.

Bron » De Morgen

Parlement laat al sinds 1985 na beheer politieinformanten wettelijk te regelen

Zeven opeenvolgende parlementaire onderzoekscommissies stelden sinds 1985 vast dat het omgaan van politiediensten met informanten en het informantenbeheer wettelijk moest worden geregeld. Maar die wettelijke regeling is er nog altijd niet, zei de federaal minister van Justitie, Marc Verwilghen, gisteren in een reactie op een interpellatie van CVP-kamerlid Tony van Parys in de kamercommissie-Justitie.

CVP-kamerlid en voormalig minister van Justitie Tony van Parys wilde van de minister van Justitie weten hoe het gerecht de strijd tegen de Oost-Europese maffia aanpakt nadat een topspeurder door toedoen van een voormalig informant geschorst werd. Vorige week raakte bekend dat ook ex-onderzoeksrechter Jean-Claude Leys in het bestek van dit dossier in opspraak werd gebracht.

“Het lijkt dat niemand uit de zaak-Reyniers, waarin het informantenbeheer aan de kaak werd gesteld, lessen heeft getrokken”, zei Van Parijs. “Ik stel vast dat deze conclusie al in 1985 in de commissie van de privé-milities is getrokken en nadien ook in de commissies van de Bende van Nijvel I en II, mensenhandel, sekten, Dutroux en georganiseerde misdaad. In al die tijd is het parlement er niet in geslaagd deze problematiek wetgevend te regelen”, zei de minister van Justitie.

Wisselmeerderheid

Tony van Parys antwoordde dat de Franstalige partijen vaak hardop roepen dat de georganiseerde misdaad moet worden aangepakt, maar dat zij het uiteindelijk laten afweten bij het wetgevende werk. “De CVP-fractie zal u een wisselmeerderheid bieden voor de wetsontwerpen op de anonieme getuigen, spijtoptanten of bijzondere opsporingstechnieken”, zei Van Parys in de kamercommissie-Justitie. Vooral de PS ligt dwars voor de goedkeuring van deze wetsontwerpen die een hoeksteen vormen van de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Over het dossier van de informant zei minister van Justitie Marc Verwilghen dat Eric van de Weghe sinds het najaar 2000 op de lijst van onbetrouwbare informanten stond. Dit betekent dat politiemensen en magistraten volgens de rondzendbrief Wathelet geen contact met hem mogen onderhouden. De minister maakte duidelijk dat het gerechtelijke onderzoek over het dossier waarin ex-rechter Leys in opspraak werd gebracht, moet aantonen of de magistraat of anderen deze regel geschonden hebben.

Het op de zwarte lijst plaatsen van de informant gebeurde vijf dagen nadat hij door de Brusselse correctionele rechtbank in een fraudezaak tot 18 maanden cel met uitstel werd veroordeeld. Het gerecht kreeg nochtans al meer dan drie jaar geleden stille wenken van de Staatsveiligheid, die eind 1997 besliste dat niet meer met de informant mocht worden gewerkt.

Begin 2000 lag Eric van de Weghe aan de basis van een corruptieonderzoek naar Pierre Delilez, een sinds midden 2000 geschorste GPer die de strijd tegen de Russische misdaad moest coördineren. Op 17 mei wordt het dossier-Delilez door de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling onderzocht. De KI kan nieuwe impulsen geven aan het dossier dat al een jaar bij het Brusselse gerecht ligt te sudderen. “Ofwel moet de speurder vervolgd worden, ofwel niet, maar het dossier laten rotten is het slechtste wat kan gebeuren”, zegt Marc Verwilghen.

Tony van Parys wilde ook weten hoe de regering na de schorsing van Delilez de regeringsprioriteit – de strijd tegen Oost-Europese georganiseerde misdaad – in de praktijk aanpakt. Volgens de minister bindt in de schoot van de federale politie een gemengde onderzoekscel met vijf specialisten deze strijd aan. Meer wou de minister niet zeggen, uit vrees voor destabilisatie of contrastrategieën.

De vijf zijn volgens onze informatie drie informatieverzamelaars van het vroegere Centraal Bureau der Opsporingen (ex-rijkswacht) en twee ex-GPers die informatie naar de operationele diensten moeten doorsturen. Bij die operationele speurders is het gebrek aan onderzoekscapaciteit schrijnend. In totaal zijn er voor heel België minder dan tien speurders over die deze vorm van criminaliteit bestrijden.

Bron » De Tijd

Lobbyman licht baron de Bonvoisin op

Lobbyman Eric Van de Weghe, gewezen undercoverman en superinformant van Belgische en Amerikaanse politie- en inlichtingendiensten, is erin geslaagd om baron Benoît de Bonvoisin circa tien miljoen frank lichter te maken. Van de Weghe bracht de baron het hoofd op hol door hem voor te spiegelen dat hij consul van de Verenigde Staten kon worden in Parijs. Ondertussen verkocht de informant voor grof geld valse documenten over Belgen die zogenaamd in contact stonden met de KGB.

In een uitzending van het RTBF-programma Au nom de la loi werd Van de Weghe woensdag zwaar op de korrel genomen. Op basis van een aantal getuigenissen, voornamelijk van figuren die nauw aanleunen bij de Russische maffia, werd Van de Weghe afgeschilderd als een meester-oplichter. Ook baron de Bonvoisin, de vroegere schatbewaarder van de rechtervleugel van de PSC en een beschermeling van wijlen Paul Vanden Boeynants, werd in de uitzending opgevoerd als getuige ten laste. De Bonvoisin had het over documenten die hij naar eigen zeggen van de lobbyman ontving en waaruit moest blijken dat er banden bestaan tussen de Belgische en de Sovjet-Russische geheime diensten.

Die documenten meende de Bonvoisin te kunnen aanwenden in zijn homerische gevecht tegen het gerecht en de Staatsveiligheid. Volgens de Bonvoisin betaalde hij in totaal ongeveer tien miljoen frank voor de documenten aan de omstreden lobbyman. Tegelijkertijd maakte Van de Weghe de baron wijs dat hij ervoor kon zorgen dat de Bonvoisin zou worden benoemd als honorair consul van de VS in Parijs, een functie die hem een residentie, een dienstwagen en een diplomatieke status zou opleveren.

Om zijn geloofwaardigheid te bewijzen, aarzelde Van de Weghe niet om met een helikopter, zogenaamd van het Amerikaanse leger, en enkele handlangers die poseerden als Amerikaanse functionarissen, te arriveren op het buitenverblijf van de Bonvoisin in het Waalse Andenne.

De vervalste documenten moesten onder meer aantonen dat Albert Raes, de vroegere topman van de Staatsveiligheid, in het geheim naar Moskou was gereisd en in contact stond met de KGB, een stelling die eind jaren tachtig door extreem-rechtse kringen werd verspreid. Andere documenten leverden dan weer het ‘bewijs’ dat bepaalde Belgische onderzoeksjournalisten op de betaallijst van de KGB stonden.

Een vervalste brief van de Britse inlichtingendienst MI5 moest aantonen dat twee Brusselse topmagistraten waren omgekocht door de KGB. Ook kwam de Bonvoisin in het bezit van de transcriptie van een gefingeerd gesprek tussen gewezen BOB’er Christian Amory en Albert Raes, waarin het plan werd besproken om de Bonvoisin te vermoorden.

Later bekende Amory dat hij het gesprek had verzonnen in de hoop dat de baron hem een job zou bezorgen als chauffeur in de entourage van de toenmalige Zaïrese president Mobutu. Amory is nu chauffeur van Van de Weghe. Tijdens een huiszoeking in 1995 in de woning van de Bonvoisin, werden driehonderd tot vierhonderd vervalste documenten in beslag genomen door het gerecht.

De Brusselse onderzoeksrechter Goblet opende een strafonderzoek naar valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken, gericht tegen Amory, de Bonvoisin en anderen. Donderdag werd de zaak behandeld door de Brusselse raadkamer. Die moet beslissen of de beschuldigden naar de correctionele rechtbank worden verwezen. Omdat er volgens de verdediging van de baron nieuwe elementen aan het licht zijn gekomen, met name de aantijgingen tegen Van de Weghe in de RTBF-reportage, werd de zaak uitgesteld tot 15 november.

Bron » De Morgen