Een massale afluisteroperatie en een nepproductiehuis: hoe het federale parket een doorbraak in het Bendedossier probeerde te forceren

Een massale afluisteroperatie van oud-speurders, een uitzending van Faroek als valstrik, de oprichting van een nepproductiehuis: het federale parket hanteerde de voorbije jaren in het onderzoek naar de Bende van Nijvel een aantal bedenkelijke en geldverslindende onderzoeksmethodes om een doorbraak te forceren – zonder enig resultaat. HUMO maakte een onthutsende reconstructie van het onderzoek van de laatste kans. ‘Het gerecht is hier een grens overgegaan.’

De enige substantiële vondst in veertig jaar Bende-onderzoek dateert van eind 1986, toen het team van onderzoeksrechter Freddy Troch de wapens van de Bende van Nijvel opviste uit het kanaal Brussel-Charleroi, in Ronquières. Jarenlang is de suggestie hardnekkig gebleven dat de oude Delta-speurders uit Dendermonde de boel hadden belazerd en de zakken er een dag of twee eerder zelf in hadden gegooid.

Om dat te bewijzen zette het federaal parket in 2018 een valstrik op: een uitzending van het opsporingsprogramma Faroek en de Franstalige tegenhanger Indices werd op 30 oktober 2018 gewijd aan de piste van de manipulatie van Ronquières. In de aanloop naar de uitzending werd bij meer dan dertig mensen een telefoontap geplaatst, vooral bij oud-speurders van de Deltacel, maar ook bij twee oud-rijkswachtkolonels en andere oudgedienden uit het Bende-onderzoek, zoals Eddy Vos. Men hoopte dat ze elkaar naar aanleiding van de reportage zouden opbellen, en dat ze hun mond voorbij zouden praten.

Ook oud-HUMO-journaliste Hilde Geens, die het Bendedossier al meer dan dertig jaar volgt, kwam in het vizier. De onderzoekers trokken ook haar telefoonverkeer na in de maanden rond de uitzending van Faroek, in de hoop haar contacten in het politionele of criminele milieu te achterhalen.

De Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten (AVBB) reageert scherp op de manier waarop het gerecht de journalistiek in deze zaak voor zijn kar heeft gespannen.

Charlotte Michils (algemeen secretaris): “Een opsporingsprogramma als Faroek, gebaseerd op samenwerking tussen pers, gerecht en politie, werkt alleen wanneer je de rol en de autonomie van de ander respecteert. Een journalist is een journalist, justitie is justitie. Als het gerecht de journalistiek gaat gebruiken voor eigen doeleinden, gaat het een grens over. Journalistiek is niet het verlengstuk van justitie.”

Het telefoonverkeer van oud-journaliste Hilde Geens werd nagetrokken om haar bronnen te achterhalen. Kan dat zomaar?

Michils: “Nee, het journalistieke bronnengeheim is geregeld in nationale en EU-wetgeving. Je kunt als journalist niet gedwongen worden om informatiebronnen vrij te geven. Op die regel bestaat een uitzondering, maar die is strikt geregeld. Een vrijgave van bronnen kan alleen ‘om misdrijven te voorkomen die een ernstige bedreiging opleveren voor de fysieke integriteit’. De info moet ook van cruciaal belang zijn en mag niet op alternatieve wijze verkregen kunnen worden. Als de speurders de wet niet naleefden, is er sprake van schending van het bronnengeheim.”

Deel 1 van de HUMO-reeks over het Bende-onderzoek gaat over een nepproductiehuis dat werd opgericht door het gerecht, met speurders die zich voordeden als journalisten. Ze benaderden oude Bendeverdachten in de hoop hun informatie te ontfutselen.

Michils: “Ook dat is een bedenkelijke praktijk die als een boemerang kan terugkeren in het gezicht van echte journalisten. Mogelijk worden bronnen hierdoor ook argwanend tegenover journalisten. Het vertrouwen van het publiek in de pers is fragiel en vraagt de grootste zorg. Als journalist heb je het natuurlijk niet in de hand als je rol opportunistisch wordt misbruikt door een speurder. Dit is onethisch en mogelijk onwettig. Het kan negatieve gevolgen hebben voor het journalistieke vak en het maatschappelijke vertrouwen in de media uithollen.”

De massale afluisteroperatie naar aanleiding van Faroek heeft niet de verhoopte resultaten opgeleverd. Twee oud-speurders, Philippe V. en François A., werden de klok rond geschaduwd en afgeluisterd, in hun eigen huis en auto, en op café. Uiteindelijk werden ze gearresteerd en in verdenking gesteld, maar enig bewijs dat zij het onderzoek hadden gemanipuleerd, werd niet gevonden.

“Het is onwaarschijnlijk hoeveel middelen er besteed zijn aan het onderzoek tegen de speurders van de Deltacel”, reageert Walter Damen, advocaat van Philippe V.

Walter Damen: “Die mensen hebben hun leven opgeofferd om de Bende op te sporen. De impact van een hechtenis en meer dan honderd uur ondervraging mag je niet onderschatten. Woningen werden afgeluisterd, verdachtmakingen gelanceerd. Gelukkig zijn het weerbare, geharde en eerlijke speurders. Een normaal mens was in een diepe depressie terechtgekomen na een onderzoek waarin je wordt beschuldigd van mededaderschap aan een bende die je je hele leven lang hebt bevochten.”

Advocate Frederieke Cloet staat de vierkoppige leiding van de Deltaspeurders bij, die zwaar onder vuur kwamen te liggen in het onderzoek dat niets heeft opgeleverd. In deel 2 van de Bendereeks doen zij hun verhaal.

Frederieke Cloet: “Tot op vandaag is er geen enkel concreet bewijs aangeleverd dat één van mijn cliënten betrokken zou zijn bij de zogenaamde manipulatie van het onderzoek. Het is dan ook begrijpelijk, zowel juridisch als menselijk, dat mijn cliënten het justitie bijzonder kwalijk nemen dat zij vooralsnog op geen enkele manier in eer werden hersteld. Zij hebben nochtans alles gegeven in dit dossier. Wij verwachten dan ook dat dit wordt rechtgezet.”

Pierre Chomé is advocaat van François A. Hij verwacht dat het onderzoek tegen zijn cliënt en Philippe V. de komende maanden een stille dood zal sterven, voor zover dat nu nog niet het geval is.

Pierre Chomé: “Het is een knotsgekke situatie. De verdenkingen tegen de twee oud-speurders zijn officieel afgesplitst van het grote Bendedossier. Al wat nog moet gebeuren, is ons, advocaten, drie minuten gunnen om voor een raadkamer – vermoedelijk die in Brussel – de buitenvervolgingstelling te pleiten. Die zal onvermijdelijk volgen, want ondanks de inzet van de meest buitenissige middelen is geen enkel bewijs, van wat dan ook, gevonden. We wachten nu al maanden op een datum.”

Bron » De Morgen | Annemie Bulte