Negatieve DNA-test pleit de Reus niet vrij

Dat een DNA-test van Christiaan Bonkoffsky in 2000 niks opleverde, pleit hem niet vrij. Het enige bruikbare DNA-spoor van de Bende zat op een sigarettenpeuk in een taxi in januari 1983. ‘Wij weten niet of die peuk echt van een Bendelid is.’

Het is toch niet zo dat er helemaal niks is gebeurd met de aangifte van Marc Van Damme, de jeugdvriend van Christiaan Bonkoffsky. Hij belde eind 1998 naar het nummer dat hij zag op de gele opsporingsfoto’s met robotfoto’s.

Marc Van Damme: “Ik werkte in die tijd in Brakel, en op de weg naar Dendermonde stopte ik aan een rood licht aan de rijkswachtkazerne van Haaltert. Ik zag die affiche en besefte: ik heb altijd gelijk gehad. Een paar dagen laten heb ik gebeld.”

Van Damme kende Bonkoffsky van in café Tijl op de Grote Markt in Dendermonde. Bonkoffsky was een zuipschuit en viel weleens in slaap aan de toog. “Dan was het van: ‘Wie gaat hem wakker maken? Ik niet!’ Je wist: als je hem een tikt geeft, schiet hij overeind met een karategreep.”

‘Onleesbaar’

Van Damme zegt dat hij al heel lang vermoedens had. Op basis van het verleden van Bonkoffsky bij de Groep Diane, zijn gestalte, de verhalen waar hij mee kwam tijdens hun bordeelbezoeken rond de Aarschotstraat in Brussel. “We zijn elkaar in 1983 wat uit het oog verloren. Ik ben pas in de jaren na de Bende-aanslagen aan hem beginnen te denken. Ik probeerde mezelf ervan te overtuigen dat ik spoken zag, maar het bleef altijd aan me knagen.”

“En toen zag ik die foto.”

Maar met zijn tip lijkt dus erg weinig te zijn gebeurd. Gisteren raakte bekend dat Bonkoffsky wel degelijk door de cel Waals-Brabant (CWB) is verhoord in 2000, maar dus minstens een jaar na de tip.

“Ik meen me te herinneren dat de tip van mijnheer Van Damme pas in 2000 is binnen gekomen”, reageert de Luikse procureur-generaal Christian De Valkeneer. “Er is niet nodeloos lang gewacht.”

Van Damme spreekt dat tegen. Na de herlancering van de piste Bonkoffsky, begin dit jaar, werd hij ondervraagd. “De politieman die mij ondervroeg, liet me de fiche zien van de tiplijn. Elke tip werd genoteerd op een A4’tje. En daarop stond duidelijk: 1998. Ik vond het wel heel raar. Op de affiche stond ‘anonimiteit verzekerd’, maar het eerste wat ik bovenaan die fiche zag, waren mijn naam en mijn adres, die ik geen van beide had genoemd. Ik had gebeld vanuit een rusthuis in Brakel, waar ik toen werkte. Die hebben dus allereerst mij zitten checken.”

“Verder zag ik één lijntje tekst in een minuscuul, onleesbaar handschrift. Ik kon het niet ontcijferen, maar wat me opviel, was dat geen van de kerngegevens die ik had doorgebeld, was genoteerd: de naam Bonkoffsky, de Groep Diane, wapenfreak. Als men nu zegt dat zijn naam al twintig jaar in het dossier zat, dan in elk geval toch niet op de fiche van mijn oproep.” En toch, laattijdig of niet: Bonkoffsky werd ondervraagd.

Hij ontkende iets met de Bende te maken te hebben en stond vrijwillig speeksel af en liet zijn vingerafdrukken nemen. Opvallend. Hoewel geboren en getogen in Dendermonde, eiste Bonkoffsky volgens bronnen bij het toenmalige CWB om in het Frans te worden ondervraagd.

Franstalig kamp

De CWB was in die jaren opgedeeld in twee kampen. Het Nederlandstalige, onder leiding van Eddy Vos, onderzocht ‘politieke pistes’, zoals de mogelijke betrokkenheid van ex-leden van de Groep Diane. Het Franstalige kamp stond onder leiding van oud-BOB’er Lionel Ruth. Hij hoonde bij herhaling publiekelijk het idee van een inside job weg.

De DNA-test was negatief, en ook de vingerafdrukken gaven geen match. Maar dat pleit Bonkoffsky helemaal niet vrij.

De CWB beschikt over twee DNA-sporen van de Bende. Het eerste, met een volledig DNA-profiel, is onttrokken aan rode Marlboro-sigarettenpeuken in de auto van Constantin Angelou, een van de prilste slachtoffers. De Griekse taxichauffeur pikte in de avond van 9 januari 1983 een klant op aan het Flageyplein in Elsene. Drie dagen later werd zijn taxi aangetroffen in Bergen.

Angelou was achter het stuur geliquideerd met meerdere nekschoten. In de asbak zaten peuken die de speurders toeschrijven aan Angelous laatste klant, de moordenaar dus. “Wij gaan ervan uit dat de peuk van de dader is”, zegt De Valkeneer. “Maar helemaal zeker weten we het niet.”

Tweede spoor

Er is nog een tweede DNA-spoor, aangetroffen op een stuk van een kogelvrij vest dat in 1986 werd opgevist uit het kanaal in Ronquières. Na hun laatste raid, in Aalst, op 9 november 1985, dumpten de daders daar bewijsstukken. “Maar ook hier weten wij niet zeker of dat DNA van een lid van de Bende is”, zegt een ex-CWB-speurder. Het profiel is trouwens onvolledig.”

Van de bloedige raids op supermarkten waar in 1983 en 1985, waar de Reus in beeld kwam, is er geen enkel DNA-spoor.

De CWB beschikt over vijf (onvolledige) vingerafdrukken. Drie ervan werden gevonden op de donkere Saab 900, gebruikt bij de raid op de Colruyt in Nijvel op 17 september 1983. Bij die aanslag deed de Reus niet mee. Twee andere afdrukken zaten op een vuilniszak na de aanval op de Delhaize in Beersel op 7 oktober 1983. Dit was de eerste raid waarbij melding werd gemaakt van een man van 1,90 meter.

De Valkeneer: “Maar ook daar had je drie daders. Dat DNA en vingerafdrukken niet matchen hoeft dus niets te betekenen. Men mag niet vergeten dat er na de oproep aan het publiek in 1998 honderden tips binnenkwamen. Er is aan zo’n driehonderd mensen, ook de huidige verdachte, gevraagd om speeksel en vingerafdrukken af te staan. Dat was een methodologie, met het idee van: stél.”

Marc Van Damme denkt dat hij de speurders zo ook wel had kunnen vertellen dat het DNA nooit kon matchen met zijn jeugdvriend: “Christiaan rookte geen Marlboro, maar blauwe Gauloises filter.”

Doorbraak

Het zit hem trouwens hoog hoe hij steeds maar weer moet horen dat de doorbraak er kwam nadat de broer van Bonkoffsky met zijn sterfbed-verhaal kwam.

Marc Van Damme: “Pas nadat ik David Van de Steen ontmoette en wij gingen pushen bij de speurders is het onderzoek in februari geactiveerd. Toen pas is de broer ondervraagd en heeft die na lang tegenpruttelen bekend wat zijn broer hem kort voor zijn dood had opgebiecht. Was hij niet ontboden bij de politie, dan had die broer dat gewoon voor zich gehouden, zoals hij al twee jaar deed.”

Speurders van de CWB blijven intussen graven in het verleden van Bonkoffsky. Vorige week vroegen ze in de stadsbibliotheek van Aalst zijn leeskaart op, om te zien wat voor boeken hij in de jaren voor zijn dood las.

“Ja, we willen alles weten over hem”, zegt De Valkeneer. “Voor ons is en blijft dit een hoogst interessante piste.”

Bron » De Morgen