Geplaatst in

Exclusief interview met VdB: “Ik zou nooit meer in de politiek gaan”

“Ja, ik heb een zeer mooie politieke carrière gehad. Maar de prij die ik ervoor moest betalen was werkelijk overdreven. De slechte trouw van een aantal mensen, de onaanvaardbare lastercampagne … het heeft me te veel pijn gedaan. En ik heb moeten vaststellen dat mijn zogezegde politieke vrienden veel afwezig waren … Het is moeilijk uit te drukken, maar die onverschilligheid heeft me getroffen.”

“Ik heb alleen gestaan, ook na mijn ontvoering ja zeker. En mijn grootste ontgoocheling? Dat ik geen burgemeester van Brussel ben geworden. In de politiek is alles mogelijk, maar … mijn ambities zijn vandaag erg verschillend met die van tien jaar geleden.”

“Als ik mijn leven kon herbeginnen. Ik zou in elk geval nooit meer in de politiek gaan. Ik zou me met mijn vak bezighouden en trachten wat meer van het leven te genieten dan ik tot op heden heb gedaan. En ik kan u verzekeren dat mijn kinderen, na al wat ze meemaakten, nooit in de politiek zullen gaan.” Zo besluit de wellicht meest omstreden Belgische politicus van deze eeuw, de zeventigjarige Paul Vanden Boeynants, het exclusieve interview met onze krant.

In weerwil van wat VdB de jongste tijd heeft meegemaakt, hebben de jaren weinig vat op hem gekregen. Hij heeft nederlagen geleden, maar geslagen toont hij zich allerminst.

VdB ontvangt ons drie hoog in zijn bureau op de Heizel, vanwaar hij heel het Tentoonstellingspark overschouwt en dirigeert voor een lang gesprek over zijn ontvoering en over wat hem allemaal wordt aangewreven.

Tabak en pijp liggen binnen handbereik, het raam staat wagenwijd open. Op zijn schrijftafel staat een groen lederen plaatje met het opschrift “Silence. Thinking Boss”.

VdB ontwijkt geen vragen, antwoordt op sommige bijzonder kort, en doet andere af als “kluchtpraat”. Niets van zijn typische stijl heeft hij ingeboet. Mimiek, gebarenspel, pijp, leesbrilletje, alles wordt vakkundig en op het uitgelezen moment aangewend om zijn verklaringen kracht bij te zetten.

Een confrontatie met Patrick Haemers, die in Brazilië bekende zijn ontvoerder te zijn, gaat hij niet uit weg. “Maar het laat mij onverschillig want ik heb de man nooit ‘gezien.” Vermits hij bekende, moet ik wel geloven dat hij het heeft gedaan.”

“Het was de kidnappers alleen om het losgeld te doen”

“Het losgeld voor mijn vrijlating bedroeg 63 miljoen fr. Het is overhandigd in Genève, op straat, in volle dag. De man, die het valiesje naar de ontvoerders bracht, heeft nooit kan gehad om iemand van de bende te zien. Enkel de politie weet wie mijn koerier was. De politie weet over deze zaak al wat zij moet weten.”

Was het uw vriend Pierre Jonnart?

Paul Vanden Boeynants: “Dat is onjuist!”

Hoe is de overhandiging van het losgeld precies gebeurd?

“We moesten een man vinden die het wilde en kon doen. We hebben hem gevonden. En dan vragen dat hij de grote held zou spelen, dat hij zich bij de overhandiging zou omkeren om te kijken met wie hij te doen had? (Kijkt doordringend in onze richting.) Gij zoudt het toch zeker ook niet gedaan hebben?”

“Het was natuurlijk een man die ik zeer goed kende! Enfin, denk toch een beetje na. Het geld zat in een valiesje en de overhandiging gebeurde op straat, in volle dag. Dat is trouwens veel gemakkelijker dan ’s nachts, zonder volk op straat. Hoe dikwijls gebeurt zoiets niet? De politie vindt dat niet eigenaardig. Zij weet wat ze moet weten. En ik geef daar niet meer details over, in akkoord met de politie. Uit andere zaken is gebleken dat de bandieten dankbaar gebruik maakten van dergelijke inlichtingen.”

Was er politie in de buurt?

“Geen verdere uitte nietwaar. Niet aandringen alstublieft. Toen mijn zoon op televisie kwam, wist hij niet wat er gaande was. De politie en eerste substituut André Vandoren van het Brusselse parket zijn uitstekend geweest.”

U blijft erbij dat u enkel om het losgeld werd ontvoerd.

“Formeel! (Werpt leesbrilletje op tafel) Niet om de politiek, wel om het geld. Ze hebben me dat klaar en duidelijk laten verstaan. Aan de wijze waarop ze hun boodschappen schreven, voelde ik aan dat ik niet met de CCC of zoiets had te maken. De donderdag na mijn ontvoering kreeg ik voor het eerst kranten met het relaas van mijn kidnapping. Men vermoedde dat het BSR’ers waren. Maar vrijdag kreeg ik een berichtje dat het om een mise-en-scene ging van de ontvoerders om de politie op een dwaalspoor te brengen.”

U heeft nooit de stemmen van uw ontvoerders gehoord? Alles verliep schriftelijk.

“Natuurlijk. Bij het gevecht in de garage speelde ik mijn hoorapparaat kwijt. Er zat enkel nog en buisje in mijn oor. Want we hebben gevochten. Eerst ik met twee gemaskerde kerels. En toen ze me niet konden overmeesteren, kwam de derde uit de auto een handje toesteken. Die had ook een “cagoule” (kap) over het hoofd. Het enige wat ik zag, was dat één van de gemaskerden een grote kerel was. Alles is in 2 tot 3 minuten gebeurd. Maar ik heb me verweerd.”

Was u bewusteloos?

“Neen. De derde man heeft me een klap gegeven met een matrak of zoiets, waardoor ik enkele seconden bedwelmd raakte. Als ge bewusteloos zijt, kunt ge niet meer vechten.”

Kreeg u een injectie toegediend? In de garage is een injectiespuit gevonden.

“Ik weet niet of ik een spuitje kreeg. Wel is in Le Touquet een spuit gevonden waarin hetzelfde product zat als bij die in de garage. Volgens de dokter, acheraf, kan dat gemakkelijk zijn gebeurd tijdens de vechtpartij.”

Cagoule

U hebt de auto waarmee u werd weggevoerd niet herkend?

“Neen, maar het was zeker geen camionette. Toen ik in de auto lag, achterin en op de vloer, hebben ze mij ook een ‘cagoule’ over het hoofd getrokken. Een knie op mijne rug en de loop van een revolver in mijne nek. Ik heb daar zowat drie uur gelegen.”

Gedurende heel de rit?

“Natuurlijk. De mensen geven zich geen rekenschap meer van hoe men zoiets beleeft. Wat er allemaal door je hoofd flitst. Maar tja, het gebeurt te dikwijls zeker. Het drama wordt te monotoon. Dagelijks worden er mensen afgeschoten …”

U hebt werkelijk nooit iets gehoord tijdens uw afzondering?

“Ik zeg u dat ik niets hoor zonder apparaat. (Neemt apparaatje demonstratief weg en haalt schouders op.) Zonder apparaat hoor ik zelfs geen onweer. Als ik slaap, hoor ik niks. Dan kunt ge mij zelfs verhuizen …”

Platte kaas

U wist vrij vlug dat u ergens in Frankrijk werd vastgehouden?

“Ik kreeg een krantenknipsel van een regionaal blad. En ik kreeg ook eens een potje platte kaas met een etiketje van 5,95 Franse fr. Op het toilet hing WC-papier van een Frans merk. Maar ik heb nooit gedacht dat het Le Touquet was.”

Hoe zat het met uw conditie? Werd u goed behandeld?

“Lichamelijk ben ik niet gefolterd. Maar wel geestelijk, toen ze dreigden een vinger of een oor af te snijden. En toen ze zeiden dat mijn kleindochtertje ook was ontvoerd. Binnen de 48 uur bezorgden mijn ontvoerders ook Adalat, het medicijn voor mijn hart. En bijna altijd erwtje en worteltjes op het menu!”

Hebt u in die periode echt angst gekend?

(Wacht even, om het dramatisch element te onderstrepen.)

“Tweemaal. De eerste keer bij de ontvoering zelf. Ge moet u dat voorstellen hé. Ge neemt uwe sleutel en plots … En dan toen ik meende in handen te zijn van de BSR. Ik dacht aan die Italiaan AIdo Moro en zei tot mezelf: VdB, nu zijt ge eraan… Een maand zonder iet te horen, zonder iets te zien, geboeid. Ik wens het u niet toe, hé.”

Demonstratie

Omdat collega Herminaire nogal ongelovig doet over de wijze waarop het losgeld is overhandigd, geeft VdB een korte demonstratie. Claude Herminaire moet de rol van de koerier spelen en door het bureau wandelen.

VdB veert recht, gaat vlak achter hem lopen, drukt iets in zijn rug, neemt zogezegd het koffertje over, zegt dank u wel, duwt onze collega tegen een muur en raadt hem aan één minuut te blijven staan en niet om te kijken, of “er gaat u iets erg overkomen.”

“Voilà. En ik ben weg … Zo is dat in zijn werk gegaan. Die koerier is van telefoon naar café naar telefoon gestuurd. Het was goed georganiseerd.” En om aan te tonen dat de koerier werkelijk “weg” is, opent VdB de deur van zijn bureau en zet één stap in de gang …

“Ik weet niets af van de Bende van Nijvel”

Waarom heeft Paul Vanden Boeynants nog geen klacht ingediend tegen de ex-prostituée Maud Sarr, die hem op VTM van perversiteiten met minderjarige knapen beschuldigde?

Het antwoord daarop:” Wie zegt dat er geen klacht zal worden ingediend. We willen eerst weten wat er achter zit. Het is moeilijk te geloven dat een vrouw, die geen Nederlands spreekt, naar VTM is gelopen. Wie heeft ze eigenlijk betaald? Wanneer we daar klaar in zien, zal gebeuren wat moet gebeuren. Ik herhaal, Maud Sarr is voor mij bijzaak. Van belang is te weten wie deze mise-en-scène heeft voorbereid”, aldus de ex-premier.

En over de roze balletten beweert VdB dat niemand die hem kent zulke schandalige aantijgingen gelooft of ernstig neemt.

“Maar wat mij daaromtrent verwondert is dat de pers eigenlijk niet reageert, wanneer wordt vastgesteld dat valse getuigenissen worden afgelegd. Wat zou men zeggen indien VdB zou betalen om valse verklaringen te laten afleggen?”

Seks-orgieën

Van Paul Vanden Boeynants werd ook gezegd dat hij misschien meer over de overvallen op de Delhaize-vestigingen afweet omdat hij geen vlees meer mocht leveren aan deze warenhuisketen.

“Wie heeft zulke stommiteit uitgevonden?”, repliceert Vanden Boeynants. “Ik heb nooit vlees geleverd aan Delhaize, wel vleeswarenproducten. Charcuterie. Delhaize is altijd een van onze beste klanten geweest. Deze aantijgingen vind ik dus ridicuul.”

De voormalige defensieminister geeft toe er ooit aan te hebben gedacht een bedrijf op te richten in de Verenigde Staten. “Was ik 20 jaar jonger, dan zou ik het doen. Op 70 jaar begint men geen nieuwe zaak in het buitenland.”

Voorts steekt de minister van Staat niet weg dat hij contact heeft gehad met Jacques Leclercq van de directie van Delhaize met het oog op een buitenlandse vestiging. “Jacques Leclercq is een vriend en een man die werkelijk een zeer belangrijke zaak heeft opgericht in de Verenigde Staten”.

Meer dan eens werd gewag gemaakt van seks-orgieën van de high life. Er wordt gesproken over chantage. De eerste raids van de Bende van Nijvel zouden opgezet geweest zijn om een video-cassette van seksfuiven te bemachtigen. Er wordt zelfs bij verteld dat Charlie Depauw (zaliger) een fantastisch bedrag zou hebben willen betalen om die video-cassette terug te krijgen.

Paul Vanden Boeynants neemt ons scherp op. Ruime tijd heeft hij liever op zijn tong gebeten dan kwaad te worden, maar nu is het werkelijk welletjes met al die insinuaties.

Kleinkinderen

“Wat wil je dat ik daar op antwoord. Ik weet niets af van de Bende van Nijvel. Ik weet niets van een video-cassette. Ik weet niets van chantage. Mijn vriend Charlie Depauw onderging een heelkundige ingreep in de Verenigde Staten. Nadien verbleef hij maanden aan een stuk in het Erasmusziekenhuis van Anderlecht. Hij stierf aan een vreselijke ziekte. Ik geloof niets van al dat geroddel.”

De minister van Staat gaat verder: “Ik ben vijf keer grootvader. Ik had zes kleinkinderen, maar ik heb mijn kleinzoon verloren: Christophe Vanden Boeynants, hij was amper vier”. Vanden Boeynants krijgt een krop in de keel. Eventjes stokt het gesprek.

“Wie zou er niet wensen dat de wandaden van de Bende van Nijvel, waarbij ook onschuldige kinderen zijn vermoord, worden opgelost?”, onderstreept hij.

Waarom is dit niet gebeurd?

“Ik denk inderdaad ook dat we goede politie hebben maar niet altijd voldoende homogeen. Maar de beste politie ter wereld heeft toch onopgehelderde zaken. Waarschijnlijk”, zo betoogt Vanden Boeynants, “is de enquête slecht vertrokken en werd geen goede indicateur gevonden. Iedereen weet dat zonder indicateur de politie blind is. Dit is ook in de Bende van Nijvel vermoedelijk het geval geweest.”

Het is nu al veel jaren dat de politie vruchteloos de moorddadige raids van de Bende van Nijvel probeert op te lossen. “Voor mij is dat nu te laat”, aldus Paul Vanden Boeynants.

Staatsveiligheid betrokken bij mijn ontvoering? “Dat houdt een steek”

Iedereen, die het getuigenis van Paul Vanden Boeynants heeft aanhoort op de openbare zitting van de Bendecommissie op woensdag 21 februari, oordeelt dat de vroegere eerste minister toen zwaar heeft uitgehaald naar administrateur Albert Raes van de Staatsveiligheid.

“Ik heb niet de indruk dat ik zwaar heb uitgehaald naar de chef van de staatsveiligheid. Ik heb alleen alles verteld wat er is gebeurd, want ik ging er van uit dat dit toch belangrijk was. Zelfs onrustwekkend. Ik wens echter geen verdere commentaar te verstrekken over mijn relaties met de Staatsveiligheid.”

Maar uw goede vriend Benoît de Bonvoisin heeft Albert Raes toch altijd beschouwd als een door de Russische KGB betaalde agent?

(Duidelijk in zijn wiek geschoten) “De verklaringen van Benoît de Bonvoisin zijn zijn verklaringen. Ik ben verantwoordelijk voor de mijne.”

Heeft de Staatsveiligheid mogelijk iets te maken met de ontvoering waarvan VdB het slachtoffer werd?

“God zij dank. We leven nog in België, niet in een Zuid-Amerikaans land. De ontvoering en de mogelijke betrokkenheid daarbij van de staatsveiligheid, maar dat houdt toch geen steek.”

Ja, Ik draag een wapen

Toen Vanden Boeynants na zijn ontvoering op zaterdag 14 januari 1989 spoorloos verdween, deed het gerucht de ronde dat hij even tevoren een onderhoud had aangevraagd met minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback. Er werd daar aan toegevoegd dat dit gebeurde om een persoonlijke bescherming te bekomen.

“Maar neen man. De bedoeling was bij mijnheer Tobback een tussenkomst te vragen voor een gewezen parlementslid. Iemand die zelfs niet van mijn partij was.”

Werd u niet bedreigd voor de ontvoering?

“Niet speciaal. Een politicus krijgt geregeld bedreigingen.”

En na de kidnapping?

“Tot nog toe niet.”

Draagt u een wapen?

“Ja, ik draag een wapen. Ik ga zelfs naar een schietclub om me te oefenen.

Zoals GvA heeft u onlangs ook een brief gekregen, anoniem weliswaar, waarin de daders van uw ontvoering in de buurt van Moeskroen worden gesitueerd.

“Van dat soort brieven heb ik er minstens tien gekregen. Kluchtpraat, van halve gekken.”

“Ken ik niet!” Firma Congel bestaat niet eens

Paul Vanden Boeynants laat tijdens het gesprek duidelijk doorschemeren dat hij op 70-jarige leeftijd nog iedereen aan kan in denken, werken en slimheid. Hij heeft een vlotte, spontane babbel. In de wieg gelegd met overtuigingskracht. Een spreker met allure.

Een lijst met twintig namen hebben we hem voorgelegd. Of hij ze kent, of hij ze heeft ontmoet. In die lijst onder meer de namen van Jean Bultot, Madani Bouhouche, Eric Lammers. Ja, Robert Beijer, de thans voortvluchtige en ex-BOB’er, heb ik tweemaal gezien. Dit was toen hij me kwam voorstellen mij fiscaal dossier te laten verdwijnen.

Guy Goffinon, de topspeurder van de Brusselse Bewakings- en Opsporingsbrigade heb ik één keer ontmoet. Dit gebeurde toen hij me kwam ondervragen.

En Jules Montel, een beroepsgokker en tipgever van de politie die toen hij op 11 augustus 1985 zijn hond uitliet nabij zijn woning met drie schoten in het hoofd werd geëxecuteerd? “Ik ken hem niet”. Jean Militis wel. Een paracommando-officier uit de duizend.

“Mogelijk dat ik Paul Latinus eens heb gezien”, zo loopt Vanden Boeynants het lijstje-met-de-namen af. “Maar ik ken hem niet.” De naam van Francis Dossogne heeft hij gelezen in de bladen. “Maakte hij geen deel uit van het Front de la Jeunesse?”

Voorts beweert Vanden Boeynants oud-rijkswachter André Cammerman slechts drie maanden geleden voor het eerst te hebben ontmoet en over commandant Léon François van het opgedoekte nationaal drugbureau van de rijkswacht geeft Paul Vanden Boeynants ook weinig commentaar. “Een professor was me komen vinden om me te vragen iets voor Léon François te willen doen omdat zijn kinderen zo triestig, zo ongelukkig waren”, legt de vroegere defensieminister uit.

Commandant Léon François leidde jaren aan een stuk het drugbureau van de rijkswacht. Samen met enkele ondergeschikten kwam hij in opspraak omdat hij ook drugs zou hebben gesmokkeld. Zelfs werd zijn naam genoemd in de zwendel van drugs in bevroren vlees.

Ook dook in die trafiek de naam van Paul Vanden Boeynants op. Met die aantijging wil VdB nu eens voorgoed komaf maken. “Ik heb daar niets mee te maken. Waar halen ze het uit? De firma Congel bestaat niet eens. Ik heb daar niets mee te maken. Hoe durft men?”

Bron » Gazet van Antwerpen

Menu