Geplaatst in

Verjaring laat zware criminaliteit onbestraft

Morgen begint het nieuwe gerechtelijk jaar. Het vorige ligt bij iedereen nog vers in het geheugen door de grote problemen met het samenstellen van de jury in het Haemers-proces en door het onontvankelijk verklaren om procedureredenen van de vervolging in de Kirschen-fraude.

De strijd tegen de zware georganiseerde criminaliteit wordt steeds moeilijker. Daardoor slepen onderzoeken almaar langer aan. Steeds meer zware misdrijven verjaren: ze blijven ongestraft omdat de strafvervolging na verloop van tijd vervalt. Vooral in de moeilijke fraudedossiers wil dat nogal eens gebeuren.

Om dat te voorkomen wil minister van Justitie Melchior Wathelet de verjaringstermijnen verlengen, zodat de daders minder snel de dans ontspringen. Het lijkt een goed idee, maar in gerechtelijke kringen staat men sceptisch. Daar hoor je veeleer pleidooien voor een verdubbeling van het aantal magistraten dat zich met witteboordencriminaliteit bezighoudt, voor een betere vorming van rijkswacht en politie en voor een betere betaling van experts.

Vervolging voor een misdaad, zoals moord of valsheid in geschrifte, vervalt na tien jaar. Een wanbedrijf, zoals een diefstal of een bankoverval, verjaart al na drie jaar en een politieovertreding na zes maanden. In verschillende bijzondere strafwetten heb je dan nog andere termijnen: verkeersovertredingen verjaren na een jaar net als misdrijven en overtredingen in de sfeer van de jacht en de visvangst.

De termijnen kunnen worden onderbroken, “gestuit” zoals dat in vaktermen heet, door allerlei onderzoeksdaden. Maar ze kunnen maar maximum dubbel zo lang worden als voor het misdrijf is voorzien. Na twintig jaar verjaart een moord onherroepelijk, na zes jaar geldt dat voor een diefstal.

Niet oprakelen

Waarom bestaat verjaring eigelijk? Al in de vorige eeuw wezen deskundigen op de belangrijke voordelen van dit sys teem. Dat zijn er hoofdzakelijk twee: het heeft geen zin om feiten nog vele jaren nadien, als de maatschappelijke rust is weergekeerd, opnieuw op te rakelen.

Vervolgens stompt het geheugen af en raken bewijsmiddelen steeds meer verloren. Welke waarde heeft een getuigenis nog twintig jaar na een verkrachting?

Tegenstanders, zoals de vader van de criminologie, Cesare Beccaria, wezen er op dat de tijd mensen daarom niet verbetert of hun gevaarlijkheid niet doet verminderen. Momenteel is het systeem van verjaring algemeen aanvaard, hoewel sommige landen menen dat oorlogsmisdaden of misdaden tegen de mensheid nooit verjaren. Zo kunnen kampleiders uit de tweede wereldoorlog nog na 40 jaar worden berecht. De meningen over dit systeem zijn verdeeld.

Minister Wathelet wil de verjaringstermijnen nu verlengen, maar een wetsontwerp is er nog niet. Door ons gecontacteerde magistraten zijn het erover eens dat een verlenging van de verjaringstermijn weinig zal oplossen en de zaak misschien nog zal verergeren.

“Men neemt een stimulus weg om dossiers vlugger af te handelen. Zolang er niet meer volk en meer middelen zijn, zullen dossiers blijven liggen”. De feiten bewijzen helaas dat dit zo is. In Brussel had je vroeger twee Franstalige correctionele kamers voor financiële zaken. Begin dit jaar werd de kamer van rechter Nijs afgeschaft. Sindsdien handelt één rechter in de 49ste kamer alle financiële zaken af. Daardoor blijven natuurlijk steeds meer zaken liggen en stevenen die regelrecht op verjaring af.

Er zouden dus meer kamers moeten komen, maar nieuwe rechters benoemen is niet zo makkelijk meer. Sinds de nieuwe wet, die de politisering van de magistratuur wil bestrijden, moet je al drie jaar in dienst zijn, vooraleer je alleenzetelend rechter worden. Het is dus niet zo maar mogelijk er een paar bij te benoemen.

Het probleem stelt zich niet alleen op de zetel, maar ook op het parket. De Brusselse financiële sectie heeft 9 zeer bekwame substituten, maar dat is veel te weinig. Wie de zittingen van de 49ste Kamer wat volgt weet dat soms tot twee jaar (! verlopen tussen de afsluiting door de onderzoeksrechter van een gerechtelijk onderzoek tegen een fiscale crimineel én de vordering van het parket. Dat komt uitsluitend door tijdsgebrek.

In een oplichtingszaak waar twee firma’s 70 miljoen aan hun neus zagen voorbijgaan, was het onderzoek volledig afgesloten in november 1990, maar de vordering van het parket was pas klaar einde juni 1993. Tot dan heeft de benadeelde burgerlijke partij geen inzage in het dossier.

Zulke toestanden zijn voor niemand aanvaardbaar, meent Mr. Françoise Roggen, die strafrecht doceert aan de VU Brussel. “De wet bepaalt dat het parket drie dagen heeft om zijn vordering op te stellen. Maar daar houdt men zich niet meer aan. Cassatie zegt dan dat die termijn van drie dagen slechts ‘richtinggevend’ is en niet verplichtend. Maar dat kan m.i. al helemaal niet. Op de duur komt zo heel ons rechtssysteem op de helling.”

“Naast meer geschoold personeel, is dus ook wel een verandering van het gerechtelijk wetboek nodig. De termijnen die daarin zijn opgenomen moeten worden aangepast aan de realiteit van deze eeuw en men dient zich daaraan dan ook te houden”.

Oubollige middelen

Maar de magistraten hebben nog heel wat andere problemen: een onderzoek verloopt beslist niet met de modernste methoden. “Als iemand bij een bank een lening aanvraagt, weet die met een druk op de knop hoe de financiële toestand van de kredietvrager er uit ziet. Maar als parket of onderzoeksrechter dit zelfde willen weten bv. in het kader van een onderzoek naar witwassen van zwart geld, dan duurt het al gauw zes weken. Zij moeten immers alle banken aanschrijven om het aan de weet te komen en dat duurt”, zo weet een onderzoeksrechter.

Er is natuurlijk het levensgrote probleem van de bescherming van de privacy, maar toch dringen modernere middelen om de misdaad te bestrijden zich op. Vele witteboordencriminaliteit gebeurt met de computer en de politiediensten zijn onvoldoende geschoold om alle nieuwe snufjes op te volgen.

En de experts dan? Een ervaren speurder: “Die krijgen nog niet eens de helft van wat ze in de privé-sector zouden verdienen. Men trekt dus ook niet steeds de bekwaamste mensen aan, zodat het onderzoek daardoor ook vertraging kan oplopen. Alleen de verjaringstermijnen veranderen, kost niets, maar het is geen oplossing. Men moet op alle echelons het personeel verdubbelen, de politie beter scholen, de experten beter betalen en de materiële werkingsmiddelen aanpassen aan de twintigste eeuw. Maar daar zijn we blijkbaar nog lang niet aan toe”, zo zucht deze anonieme speurder met vele jaren dienst.

Bron » Gazet van Antwerpen