De exploitante van een prostitutienet dat genoemd werd in de zaak van de Roze Balletten, genoot hoge bescherming. Dat is gisteren gezegd voor de Bendecommissie-bis, die onderzoekt wat er misliep bij het onderzoek naar de misdaden van de Bende van Nijvel.
De commissie hoorde gisteren de inspecteurs Dorpe en mevrouw Sokolowski van het Hoog Comité van Toezicht. Zij voerden in 1990 het onderzoek van het onderzoek naar de Roze Balletten. De Roze Balletten is een verzamelnaam voor seksfuiven (“partouzes””) met vooraanstaanden, waaraan minderjarigen zouden hebben deelgenomen.
Volgens geruchten zouden deelnemers later met video-opnames zijn gechanteerd: Dat zou enkele aanslagen van de Bende van Nijvel kunnen verklaren. De ondervraging spitste zich toe op twee prostitutienetwerken: dat van Lydia Montaricourt en dat van Fortunato Israël. Deze laatste had haar prostitutienet aan Montaricourt “verkocht”.
Bij Montaricourt werd in februari 1979 een huiszoeking gedaan, zo zei inspecteur Dorpe. “Maar een cruciaal foto-album dat in beslag was genomen, kwam nooit op de griffie terecht. Het is vermoedelijk door rijkswachtmajoor Vernaillen uit de niet afgesloten kast van een van de speurders weggenomen. Dat is een misdrijf: verduistering. Men vond er ook een tafelplan.”
Montaricourt organiseerde “diners” met bekende personen. Onder anderen rikswachtcommandant Beaurir en een minderjarige ‘Charles’ stonden aangestipt op dit tafelplan. Na haar veroordeling twee maanden later, gaf substituut Fischer twee van de vijf adressenlijsten terug aan Montaricourt.”
Dorpe was verbaasd dat de rijkswacht helemaal geen onderzoek deed naar de verklaringen van Maud Sarr, een prostituee die de piste van de minderjarigen had gesignaleerd. Hij besloot evenwel dat zijn onderzoek niet toeliet te beweren, dat er minderjarigen aanwezig waren op de party’s van Montaricourt en Israël. Dat bevestigde Dorpes collega Sokolowski.
Maar zij meent dat er ook geen enkel bewijs is om de geruchten definitief te ontkrachten. Destijds stuurde zij haar dossier daarom naar procureur Bourlet van Neufchäteau. Sokolowski zei dat callgirl Fortunato Israël naar haar mening “hoge bescherming genoot”.
Israël was de vriendin van wapenhandelaar Roger Boas, zelf een goede vriend van Paul Vanden Boeynants Israël gebruikte haar netwerk om Saudi-Arabische prinsen te overtuigen om ziekenhuizen te bouwen.
Sokolowski was “stomverbaasd dat Israël niet werd vervolgd voor identiek dezelfde zedenfeiten als Montaricourt. In dit laatste dossier werd zeker niet alles behoorlijk onderzocht. maar zij werd wel veroordeeld”, zo zegde Sokolowski nog. Ze deed een ander luik van die ‘partouzes”, het dossier-Pinon, af als “verzinsels in een echtscheidingswestie”.
Bron » Gazet van Antwerpen