Geplaatst in

“In wat voor stuk komedie speelde ik jaren mee”

“Mijn coördinatietaak is volledig mislukt. Ik was een ezel toen ik ze aanvaardde. Eén man kan niet alle informatie-uitwisselingen in zo’n groot dossier als dat van de Bende van Nijvel organiseren en dan bovendien nog nagaan of rijkswacht en politie wel voldoende efficiënt en voldoende democratisch werken. Nochtans was dat mijn taak. De procureurs-generaal hadden ze mij voornamelijk gegeven om de publieke opinie te sussen. Maar het was onrealiseerbaar.”

Dat zei Jean-Francis Jonckheere, voormalig procureur van Charleroi, vrijdag in de Bende-commissie. Het was een van de belangrijkste zittingen van de onderzoekscommissie tot nu toe. En het was spektakel, want Jonckheere sprak krasse taal en sloeg in ware Chroestjow-stijl herhaaldelijk met de vuisten op tafel.

Jonckheere kreeg het bende-dossier doorgespeeld uit Nijvel, nadat het Hof van Cassatie het daar in januari 1987 had weggehaald. Vanaf 24 februari 1988 moest hij de informatiestromen in het Bendedossier en in het dossier naar de moord op wapenhandelaar Mendez (de zaak Bouhouche-Beijer) op elkaar afstemmen. Dat duurde tot december 1990 toen hij raadsheer bij het Bergense Hof van Beroep werd.

“Ik vond niet dat iedere proces-verbaal uit Dendermonde, Charleroi of Nijvel aan mij moest worden doorgestuurd, maar wel alle relevante. Nijvel stuurde mij twee jaar lang echter niets over de zaak-Mendez. Ik drong 14 keer (!) aan om informatie over dat onderzoek rond de privé-detectives Madani Bouhouche en Robert Beijer, maar Nijvel reageerde niet.”

“Ondertussen moest ik einde 1988 al bij de Brusselse procureur-generaal op het matje komen: hij eiste dat ik alle processen-verbaal over het extreem-rechtse Westland New Post zou opsturen naar Nijvel. In wat voor een komediestuk speelde ik mee. zeg! Jarenlang hadden Nijvel en Brussel geweigerd om te speuren naar de extreem-rechtse piste in het Bende-onderzoek. Daarom waren ze uiteindelijk het dossier kwijtgeraakt.”

“En nu zouden ze onmiddellijk al onze py’s moeten hebben. Terwijl wij van hen niets kregen. Dat kan toch niet. Het is een schande dat wij nu nog altijd niet kunnen zeggen of Bouhouche en Beijer betrokken zijn bij de Bende van Nijvel.”

Voor Jonckheere lagen de belangrijkste blokkages in het Bende-onderzoek duidelijk in Brussel en Nijvel. “Brussel reageerde heel gefrustreerd omdat het Bende-onderzoek door Cassatie naar Charleroi werd verwezen. Ik heb geschreven om inzage in het dossier-Mendez te krijgen, geprobeerd te overtuigen. Ik maakte vele vijanden, mislukte en vertrok in stilte”, zo luidde het.

Noord-Zuid-as

Jonckheere zei dat hij de geestelijke vader was van de idee om een eenheidscel onder leiding van de onderzoeksrechters Troch (Dendermonde) en Lacroix (Charleroi) op te richten. “Ik wou een Noord-Zuid-as in het Bende-onderzoek. Alleen zo zou je Brussel kunnen dwingen om inzage te geven in het dossier-Mendez. Er kwam niets in huis van mijn voorstel. Waarom weet ik niet.”

Jonckheere schoot met scherp op de rijkswacht. “Op 26 januari 1990 schreef ik aan de procureur-generaal dat de rijkswacht het hele onderzoek onder controle had. Er was geen tegengewicht van de gerechtelijke politie. En dat is toch nodig in een onderzoek waarin mogelijk ex-rijkswachters betrokken zijn.”

Volgens Jonckheere beschikte de generale staf van de rijkswacht in die periode over alle processen-verbaal in het Bende-onderzoek en in de zaak-Mendez (!). Maar ze hield ze voor zich. Geen enkele magistraat had dus zoveel informatie als de rijkswacht in die dagen. “En dat is ondemocratisch”, meende Jonckheere nog.

Maar ook de Brusselse gerechtelijke politie kreeg een flinke veeg uit de pan. Blijkbaar voerde de groep rond toenmalig hoofdcommissaris Frans Reyniers een parallel onderzoek. Dat leidde in 1994 tot forse spanningen.

Geen complot maar sclerose

Jonckheere ziet geen “complot” om de moorden in de doofpot te stoppen. “Als ons gerechtelijk systeem slecht werkt, dan is dat het gevolg van bekrompenheid in de geesten, bureaucratische starheid, sclerose. kleine gemeenheden en rivaliteiten en een totaal gebrek aan middelen. Stel je voor: in 1982 kon de gerechtelijke politie in Charleroi niet op een zelfde golflengte communiceren met de rijkswacht en de gemeentepolitie. Dat kan nù nog niet.”

En dan de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen: “ze zijn voorbijgestreefd en remmen de oplossing van misdrijven. Ik vind trouwens dat de eerste Bendecommissie (1988-1990) maar weinig heeft gerealiseerd op het gebied van de middelen. En ik denk niet dat de wet op het college van procureurs-generaal de problemen oplost.”

Bron » Gazet van Antwerpen