“Het is onuitstaanbaar dat men nu nog altijd een verband wil zoeken tussen de Bende van Nijvel en de zaak-Mendez met de ex-gendarmen Bouhouche en Beijer. Dat is puur tijdverlies. Het zijn allemaal loze geruchten. Er is geen enkel materieel bewijs.”
Onderzoeksrechter Luc Hennart (momenteel raadsheer bij het Brusselse Hof van Beroep) verdedigde zich dinsdag in de Bendecommissie tegen de kritieken die hem door getuigen waren gegeven. Die verweten hem dat hij nooit gegevens uit het onderzoek Mendez aan de speurders wou doorspelen, zodat de oplossing van het Bende-raadsel onmogelijk was.
Luc Hennart verdedigde zich vinnig in de Bende-commissie. Met hem valt niet te spotten, dat werd wel duidelijk. Hennart kwam in februari 1987 op het parket van Nijvel om de moord op FN-wapenhandelaar Mendez (7.1.86) te onderzoeken. Hij schetste de ‘absurde toestand” op dat parket.
“Procureur Deprêtre stuurde van ieder document 8 kopies rond: naar Charleroi, Dendermonde en het kabinet van de minister van Justitie. Bovendien moest de gerechtelijke politie hem alles komen zeggen wat op mijn kantoor gebeurde. Dat kon voor mij niet. Zo wil ik niet werken. Ik stopte het onmiddellijk. Maar ondertussen zat in het dossier van onderzoeksrechter Lacroix in Charleroi al heel wat informatie over de zaak-Mendez.”
De andere getuigen zegden eerder dat Hennart geen enkel proces-verbaal over de zaak-Mendez wou doorspelen aan de onderzoeksrechters Troch (Dendermonde) en Lacroix (Charleroi), die allebei speurden naar de Bende van Nijvel. Vooral Lacroix en zijn opvolger Hennuy hadden daar toch bij herhaling om die pv’s gevraagd? Verloor men zo geer kostbare tijd bij het vinden van de Bende-leden?
Hennart: “Er zat al heel wat in hun dossier, want sinds de moord op Mendez stuurde Deprêtre hun alles door. Voorts verwachtten zij van mij dat ik ook allerlei ‘geheime’ documenten zou doorsturen, maar die waren er bij mij niet. Zo werkte ik niet: er was een proces-verbaal of er was niets. Als ze mij iets vroegen over de zaak-Mendez, dan vertelde ik hen dat ook. Wat ze vroegen, kregen ze. Ik stuurde hun zelfs alle overtuigingsstukken in die affaire door naar Charleroi op verzoek van Lacroix. Welke kritiek komen ze nu dan geven?”
“In die tijd vond iedereen dat er geen verband was tussen de zaak-Mendez en de Bende. Als dat verband er toch geweest was, dan had men toch gewoon beide dossiers kunnen samenvoegen onder één onderzoeksrechter. Dat gebeurde niet. En als ik dan toch als enige geen processen-verbaal wou doorsturen aan de collega’s, waarom liet men mij dan al die tijd doen? De Kamer van Inbeschuldigingstelling had dan toch wel het onderzoek naar zich toe kunnen trekken. Overigens kreeg ik van Lacroix ook niets.”
Hennart kantte zich tegen de eenheidscel die Troch en Lacroix voorstelden om het Bende-onderzoek uit het slop te helpen. “Niemand wou die cel, ook Troch en Lacroix niet. Dat was window dressing om gezicht te redden. Het onderzoek van Troch zat strop. In plaats van het door te spelen naar het parket wou hij verder speuren naar Mendez en extreem-rechts. Dat is geen manier van werken.”
Voorzitter Tony Van Parys was hoogst verbaasd over deze visie. “Maar bijna tien getuigen zeggen dat U geen processen-verbaal wou doorspelen en nu zegt u dat U dat wel deed. En dat de betrokkenen helemaal geen eenheidscel wilden, terwijl zij zeggen van wel.” Van Parys wil nu een confrontatie tussen Lacroix, Troch, Hennuy en Hennart om een en ander uit te klaren.
Bron » Gazet van Antwerpen