Op een dag in 1980 ontdekte een boswachter in de buurt van het Ardense stadje La Roche de lichamen van de Zweedse meisjes Ann-Louise Jöhnsson en Mia Johannesson. De zaak verjaarde in 1993. Een magistrate op rust bleef tot kort voor diens dood achter de Nederlandse Dutroux aanzitten: ‘Ons bewijsmateriaal gaf hem geen enkele ruimte.’
Een pakje sigaretten van het merk Prince, een tampon, een aansteker, een pin met de tekst ‘I have just been in Copenhagen’ en twee minder dan 48 uur eerder afgestempelde tickets voor de veerboot tussen het Deense Rødby en het Duitse Puttgarden. Dat is het zowat waar de gerechtelijke politie (GP) in Marche-en-Famenne in de ochtend van donderdag 8 mei 1980 mee aan de slag moet.
De lichamen van Ann-Louise Jöhnsson (19) en Mia Johannesson (18) zijn rond halftien door een boswachter aangetroffen in het Bois Saint-Jean in Samree, zowat 12 kilometer buiten La Roche. ‘De ogen en de mond staan open,’ zo beschrijft een proces-verbaal de positie van Ann-Louise. ‘Het gezicht en de haren zijn bebloed.’ Het meisje is van dichtbij door haar slaap geschoten met een .22 long rifle. Mia kreeg een kogel onder haar linkerkaak en een door het oog.
‘Zij hebben de moordenaar gekend, dat stond voor ons vast,’ zegt Michèle Mons delle Roche , oud-onderzoeksrechter in Marche-en-Famenne en erfgename van het dossier toen ze daar in 1985 procureur werd. ‘De zaak heeft mij nooit losgelaten. Ze waren nog zo jong. Hun leven moest nog beginnen. De moord is verjaard in 1993. Juridisch kunnen we al heel lang niks meer doen. Toch bleef de zaak mij altijd dwarszitten.’
Ann-Louise en Mia groeiden op in dezelfde straat, in het plaatsje Hisingen, 6 kilometer ten noorden van Göteborg. Ze waren van kinds af hartsvriendinnen en woonden nog bij hun ouders. Ze stonden bekend als vrijgevochten, ze hielden van reizen. En van liften. Een zomer eerder leidden hun duimen hen naar Torremolinos.
Van alles wat over de Zweedse meiden terug te vinden valt spat levensenergie af. Ze waren gek van de Ierse band Thin Lizzy en konden ongeveer elk nummer van het album ‘Black Rose: A Rock Legend’ (1979) woord voor woord meezingen.
De laatste reis van Ann-Louise en Mia is op vrijdag 2 mei begonnen in het Liseberg-attractiepark in Göteborg. ‘Het was saai’, schrijft een van hen later achter op een ansichtkaart naar haar moeder. Diezelfde middag nemen de meiden de veerboot naar het Deense Frederikshavn. Daar stappen ze in de trein naar Kopenhagen, waar ze het pretpark Tivoli willen bezoeken, met zijn houten rollercoaster uit 1814. Het idee is een weekendtrip. Helaas: op de ferry wordt Mia beroofd van haar handtas, met daarin haar zakgeld en haar paspoort. Europa kent nog strikte grenscontroles. Zonder paspoort kan Mia nergens naartoe. Het duo overnacht in Kopenhagen.
Mia werkt als kamermeisje in Hotel Scandinavia in Göteborg. Ze wordt daar op maandag verwacht. Ze belt haar chef, legt uit dat ze vastzit in Denemarken en vraagt om een week verlof. Ze belt ook haar moeder en vraagt om per postwissel 500 kroon (45 euro) te sturen. Het lijkt erop dat de meiden hebben besloten om de hen ontnomen tijd te compenseren met een grootser, wilder plan. Ze willen zuidwaarts, liftend. Naar Parijs. Zo low budget mogelijk.
Pas op dinsdagochtend 6 mei heeft Mia haar vervangende paspoort te pakken. Diezelfde dag liften ze naar Køge, 39 kilometer buiten Kopenhagen. Daar stappen ze in bij een vrachtwagenchauffeur, die hen tot in Rødby brengt. Ze nemen de ferry naar het Duitse Puttgarden.
Op de laatste ansichtkaart die haar moeder na haar dood zal ontvangen beschrijft Mia hoe ze op woensdagvoormiddag 700 kilometer verder zijn. De boodschap is deels in het Engels: ‘Haag 7/5. We’re on our way to Paris. One, two, three… Ann-Louise & Mia.’ Daaronder gaat ze verder in het Zweeds: ‘We kregen een lift met een vrachtwagen naar Rotterdam. Nu zitten we op een bankje in Den Haag. Zo meteen gaan we de autosnelweg op en gaan we op weg naar Parijs. Het is het beste om ’s nachts te liften, zodat je op de achterbank van de auto kunt slapen.’ De kaart is gepost in het hoofdpostkantoor aan de Prinsestraat in Den Haag.
Ligt Rotterdam vanuit het noorden van Duitsland min of meer op de route richting Parijs, dan is Den Haag een ommetje achteruit van 18 kilometer. Wat hadden Ann-Louise en Mia te zoeken in Den Haag?
In de namiddag van woensdag 7 mei 1980 pikt een automobilist Ann-Louise en Mia met hun rugzakken op aan de Laakbrug in Den Haag, om hen een dik kwartier later te laten uitstappen aan het Kleinpolderplein in Rotterdam. Daar is een grote verkeersrotonde met opritten naar de autosnelweg richting Parijs. Wie hen hier heeft opgepikt, is onduidelijk, maar blijkbaar is dat snel gebeurd, door iemand die ook heel snel heeft gereden.
Als een journalist van het Zweedse weekblad Lektyr na de moord in La Roche op zoek moet naar mensen die Ann-Louise en Mia nog hebben gezien, lukt dat vrij aardig. Ze zijn woensdag rond 19 uur taverne La Porterne binnengegaan. Ze zijn er anderhalf uur gebleven. Daarna gingen ze iets drinken in café Aux Armes en later op de avond nog wat eten in restaurant Le Boccalino. ‘We herinneren ons hen nog goed,’ citeert het artikel de barman. ‘Ze bestelden elk een kalfskotelet. De een bestelde cola en de andere limonade.’
Alle getuigen in La Roche zijn achteraf tegenover de politie eensluidend: de meiden hadden geen rugzakken bij zich. Die moeten zijn achtergebleven in de auto of de verblijfplaats van de persoon die hen naar La Roche bracht. Er is ook een tussenvraag: waarom gaan twee meisjes die zo goedkoop als mogelijk willen reizen op restaurant?
Afgaand op hun lichaamstemperatuur oordeelde de Luikse gerechtsarts dat de schoten zijn afgevuurd op donderdagochtend rond 5 of 6 uur.
Hans Smit (68) is een gepensioneerde rechercheur uit Den Haag. Hij en een collega bij het Openbaar Ministerie (OM) die liever niet met zijn naam in de krant komt delen de frustratie van Michèle Mons delle Roche. ‘Wij zijn zo goed als zeker dat wij de moordenaar kennen,’ zegt de OM-man. ‘Zijn naam was Koos Hertogs , sinds de zaak-Dutroux beter bekend als ‘de Nederlandse Marc Dutroux’. Hij had geen kelder om ontvoerde meisjes in op te sluiten, wel een zolder, in Den Haag.’
Hans Smit “Ik heb die zolder, verborgen in de stijl van het achterhuis van Anne Frank, destijds ontdekt. Heel griezelig. We hebben vanaf 1980 een jaar lang op Koos gewerkt. Wij waren zeker dat hij veel meer moorden had gepleegd dan de drie waarvoor we hard bewijs boven water kregen en die uiteindelijk tot zijn veroordeling zouden leiden. Onze oversten zeiden: ‘Als we die drie zaken rond krijgen, krijgt Koos levenslang en komt ie nooit meer vrij.’ Begrijpelijk, misschien. Bij ons knaagde het.”
OM-man: “Het was een andere tijd. Zweedse slachtoffers, Nederlandse verdachte, Belgische politie. Politionele samenwerking was in Europa nog lang niet wat het nu is.”
Smit: “In die tijd gingen er geruchten over banden tussen het Haagse misdaadmilieu en sommige magistraten via het Haagse uitgaansleven. Koos Hertogs leek zich onaantastbaar te wanen vanwege zaken die hij wist over bepaalde mensen.”
In zijn boek ‘Zuidwal’ beschrijft journalist Sytze van der Zee het verloop van de eerste ondervragingen van de dan 30-jarige Koos Hertogs. Het is oktober 1980. Hertogs zit grijnzend de politiemensen aan te kijken zonder een woord te lossen. Hij rolt en rookt de ene zware Van Nelle na de andere. Hij valt af en toe uit zijn rol. ‘Wacht maar,’ sist hij de agenten toe. ‘Als ik vrijkom pak ik jullie. Of anders jullie vrouw en kinderen.’
Aanleiding tot zijn arrestatie, vijf maanden na de dubbele moord in La Roche, is de vondst van het lichaam van de 11-jarige Edith Post in de duinen van Wassenaar. Een anoniem telefoontje leidde de politie naar de buitenwipper van nachtclub De Nachtegaal, hartje Den Haag. Hij had een bijtwonde aan zijn pink die matchte met het gebit van het vermoorde meisje. Koos Hertogs. Op de gruwelzolder troffen Hans Smit en zijn collega’s bloedsporen aan van de vermiste Tialda Visser (12) en Emy den Boer.
OM-man: “Koos was een veelpleger. Hij pleegde zware overvallen en verhandelde en gebruikte drugs. Tot 13 gram cocaïne per dag. En hij was absoluut seksverslaafd. Zijn Indiase vriendin was Koos’ slavin. Binnenshuis was ze altijd naakt. Was er bezoek, dan moest ze van Koos op handen en voeten rondkruipen en elke bezoeker die daar om vroeg pijpen.”
Smit: “In Koos’ verborgen martelkamer waren de wanden bedekt met dikke tapijten om geluid te dempen. Aan het plafond hingen haken. We vonden in het tapijt fysieke sporen van Tialda en Emy, onder meer fragmenten van oorbelletjes. Heel luguber: Koos pakte blijkbaar van elk slachtoffer een oorbel mee, als een trofee.”
Tijdens de huiszoekingen vond de politie ook een plastic doosje met oorbellen die de politie nooit kon thuisbrengen, maar die Hans Smit sterken in zijn overtuiging dat we ‘veel verder in de tijd terug hadden moeten zoeken naar slachtoffers’.
Mia droeg geen oorbellen, Anne-Louise wel. Tijdens de autopsie stelde de gerechtsarts vast dat ze er eentje had hangen aan haar rechteroor. En geen aan haar linkeroor.
Tijdens zijn ondervragingen hoonde Koos Hertogs alle verdenkingen weg, ook omtrent de twee Zweedse meisjes. Ook in de zomer van 1979 verstuurden Ann-Louise en Mia ansichtkaarten. Uit Torremolinos. Daar verbleef Koos Hertogs die zomer van 15 juli tot 9 augustus bij zijn broer.
OM-man: “Een van de scenario’s die destijds de ronde deden, was dat Koos hen in Spanje moet hebben leren kennen. Dat er adressen zijn uitgewisseld. We weten dat Koos zwaar in de drugshandel zat. Is daar iets afgesproken? Koos Hertogs woonde in 1980 op de Zuidwal, in het centrum van Den Haag, op loopafstand van De Nachtegaal. Anne-Louise en Mia zijn die woensdag (7 mei 1980, red.) door getuigen zowel in zijn woning gezien als in de nachtclub.”
Koos Hertogs bleef negen jaar lang categorisch elke moord ontkennen. Tot hij van zijn advocaat te horen kreeg dat een deelbekentenis de weg kon openen naar een tbs-kliniek (het Nederlandse equivalent van een forensisch psychiatrisch centrum), waar hij een grotere cel en meer bewegingsvrijheid kon verwachten dan in de gevangenis.
In 2009 begon een jeugdvriend van hem, Nico van Empel , op vraag van wijlen Peter R. de Vries vanuit het Thaise Pattaya met hem te corresponderen. Dat leidde tot een met verborgen camera gefilmd bezoek aan zijn kamer in de Van Mesdagkliniek in Groningen. In de documentaire op SBS6 bekende Hertogs een aantal moorden.
De moorden in La Roche schoof hij in de schoenen van zijn vroegere kompanen F.D.B. en R.S. , die in de aanloop naar zijn proces een deal maakten met justitie: info over Koos in ruil voor een lagere straf. ‘Maar hoe betrouwbaar is dat?,’ vraagt de OM-man zich af. ‘Dit zijn criminelen die een rekening met elkaar hebben openstaan.’
Voor de verborgen camera zegt Koos Hertogs tegen Van Empel: ‘Ik wist ook wel van die Zweedse meisjes, weet je wel. Maar ik kon natuurlijk niet zeggen wat ik tegen jou gezegd heb, anders zit mijn betrokkenheid er op z’n minst bij. Mijn daderschap.’
Hij vertelt Van Empel voor de camera ook over zijn wapen, een .22 long rifle, ‘gekocht in België’. Koos Hertogs overleed in 2015, Nico van Empel begin 2019.
“Ik heb in 2010 na die tv-uitzending een verhoorteam op die man afgestuurd. Hij gaf toe dat de meisjes bij hem in Spanje waren geweest. (Er is daar een haar van een de meisjes teruggevonden, red.) Hij kon niet ontkennen dat hij hen had gekend. Ons bewijsmateriaal gaf hem geen enkele ruimte.”
OM-man: “Hier in Nederland hebben we DNA van Koos, met hedendaagse technieken zou dat kunnen worden vergeleken met dat van de daders in La Roche.”
“Er is toen ooit nog over vergaderd op het federaal parket. Er was een officieel verzoek nodig van hun families in Zweden. We hebben de autoriteiten daar gecontacteerd. Er is nooit antwoord gekomen.”
OM-man: “De ouders van zowel Anne-Louise als Mia zijn overleden. Veel familie was er verder niet. Ik ga binnenkort naar Göteborg. Nog één keer goed zoeken. Eén gemotiveerde verwante kan volstaan.”
Bron » Humo