Geplaatst in

Voor een Duvel wou Laurette gerust de oom bevredigen, maar de neef niet. Ze bekocht het met haar leven

Op een winterse dag in 2009 wordt pal op de grens tussen België en Frankrijk het lichaam aangetroffen van een 40-jarige vrouw. Ze is omgebracht met 61 messteken. De hoofdverdachte, lid van een beruchte misdaadclan, zal drie jaar later worden vrijgesproken door een volksjury in Bergen. ‘Deze mensen waren gewoon geïntimideerd.’

Cold cases

Ooit leek de opheldering voor die hoogst intrigerende moord voor de hand te liggen. En toch bleef de zaak onopgehelderd. Een reeks over oude moorden en nieuwe inzichten.

Er hangt nog een verlept ballonnetje, ooit wit en vastgemaakt met een als feestelijk voorbestemd krullint, aan de reling van het bruggetje in de rue du Pont in Marchipont. Onder de brug stroomt de Aunelle, een kronkelig zijriviertje van de Schelde dat vanaf dit Henegouwse dorp enkele kilometers lang de grens vormt tussen Frankrijk en België.

Het had die nacht gesneeuwd, de Aunelle was deels bevroren. Gestold bloed in de sneeuw op de brug deed een vroege wandelaar op zaterdag 19 december 2009 naar beneden kijken. Het lichaam van de vrouw lag ongeveer in het midden van de Aunelle, net iets meer links dan rechts.

Wetend dat links Frans was en rechts Belgisch, belde de wandelaar de gendarmerie in het Franse plaatsje Quievrechain. De voor elk moordonderzoek cruciale eerste 24 uur gingen zo onherroepelijk verloren. “De vrouw was totaal onherkenbaar”, getuigde de wandelaar drie jaar later op het assisenproces in Bergen. “Vooral in haar gezicht waren messteken toegebracht.”

Het zou vijf dagen duren voor politiediensten de link legden met de op zaterdag al gedane melding van de onrustwekkende verdwijning van Laurette Derudder, een 40-jarige vrouw uit Honnelles, goed zes kilometer daarvandaan. In België.

De gerechtsarts telde 61 messteken. Tijdens de lijkschouwing werd een ernstige alcoholintoxicatie vastgesteld, en in de maagsappen sporen van een Duvel. De dood was volgens de arts een halfuur tot een uur na die laatste Duvel ingetreden. In de maag van het slachtoffer werd sperma aangetroffen.

“Uitzinnige woede”

“Het is niet op mijn 40ste dat men mij nog gaat zeggen wat ik moet doen.” Zo beschreef de meldster van haar verdwijning de laatste woorden die zij te horen kreeg van Laurette Derudder. Dat was op vrijdag in de vooravond, rond zessen, toen ze haar autootje deed vertragen voor de verkeerslichten aan de Carrefour in het vroegere mijnwerkersstadje Frameries. Naast de Carrefour heb je taverne La Roue, het soort café waar nogal wat klanten rond dat tijdstip moeite hebben om rechtop te blijven staan. “Ik ben niet eens gestopt”, zegt de meldster later. “Laurette is tijdens het rijden uitgestapt.”

Eerder die dag was Laurette Derudder haar zoon gaan bezoeken in de gevangenis. Ze had hem gebaard op haar 18de. Iets als een vaderfiguur was er nooit geweest. Haar zoon zat een straf van tien jaar cel uit voor de accidentele doodslag van de vader van zijn lief, drie jaar eerder. Hij was toen ook pas 18, net oud genoeg om te worden doorverwezen naar het hof van assisen.

Ergens in de loop van die dag was Laurettes nieuwe vriend Arthur thuisgekomen met een fles Baileys. Die had Laurette in haar eentje leeggedronken, waarna Arthur naar de Carrefour was teruggekeerd voor twee flessen witte wijn. Die hadden ze samen soldaat gemaakt, waarna ze waren beginnen te ruziën, zoals ze de laatste tijd dagelijks deden. Arthur zou worden beschouwd als logische eerste verdachte, maar zijn alibi werd geschraagd door meerdere bezoekers in het café waar hij de rest van de nacht had doorgebracht.

“Meer dan zestig messteken, dat wijst op uitzinnige woede”, zegt Carine Hutsebaut, die in de jaren 90 een opleiding daderprofilering volgde bij de FBI in Quantico en in Frankrijk erg wordt gewaardeerd voor haar karakterschetsen van daders.

“Meer dan waarschijnlijk was de dader een bekende van het slachtoffer. Bij een vreemde kan het projectie zijn na een relatiebreuk, met de dwanggedachte: alle vrouwen zijn hoeren. Messteken in het gezicht wijzen dan weer op depersonalisatie. De dader heeft het slachtoffer gekend en kan haar blik niet verdragen. Dat hij het lichaam achterliet op een landsgrens wijst er volgens mij enkel op dat hij erg vertrouwd moet zijn geweest met de regio.”

Al deze kenmerken zijn voor de volle 100 procent van toepassing op de enige hoofdverdachte die er ooit was.

Gestoofde egel

Op bewakingsbeelden is te zien hoe Laurette Derudder rond 21 uur taverne La Roue is buitengegaan, vergezeld van de dan 24-jarige S.B.. De erg obese man is drager van een familienaam die in de hele Borinage en ver daarbuiten gesprekken doet verstommen. Niemand wil problemen met de clan B. Alle leden zijn afstammelingen van ‘Djean’ B., die in 1972 zijn in Frankrijk ongewenst geworden caravan parkeerde in een straatje in Quaregnon. Hij verwekte bij moeder B. vijftien nakomelingen. Elke geboorte werd gevierd volgens de vaste traditie van hoe een familiefeest bij de clan B dient te verlopen. Met als hoofdgerecht: gestoofde zelf gevangen egel.

In 2009 werd het totale aantal leden van de clan B. geschat op meer dan 300, vandaag op 400 à 500. De meesten resideren in woonwagens in kampen rond Luik, Verviers, Fleurus of Namen. Een van de oudere B’s, Robert alias ‘Balou’, werd in de jaren 80 opgepakt als verdachte voor een dubbele moord die uiteindelijk het werk bleek van de Bende van Nijvel.

S.B. gaat door het leven zoals zijn broers, ooms en neven. Hij heeft nooit leren lezen of schrijven. Hij spreekt slechts één taal en dat is een door de familie zelf ontwikkelde mengvorm van Romani, Picardisch en Waals zoals het wordt gesproken in de Borinage.

Camerabeelden laten zien dat S.B. en Laurette samen de avond voortzetten in café Le Rondeau in Jemappes, bij Bergen, zo’n 5 kilometer ten noorden van Frameries. Na een half uurtje verlaat S.B. het café. Het is daar, in het smalle mannentoilet, dat Laurette hem in ruil voor een Duvel oraal heeft bevredigd. Het DNA in het sperma in haar maag matcht met het zijne, maar dat maakt van hem geen moordenaar. S.B. heeft een alibi voor de rest van de avond en Laurette is een uurtje langer dan hij in Le Rondeau gebleven. Daar zou ze aan de praat zijn geraakt met de dan 18-jarige neef van S.

Op 14 april 2010 worden 140 agenten, onder wie leden van de speciale eenheden, ingezet voor een raid op vier kampen van de clan B., her en der in Wallonië. Zeven B’s worden gearresteerd voor een reeks misdrijven, vooral diefstallen en ook twee moorden, waaronder die op Laurette Derudder.

Tijdens het vooronderzoek getuigen enkele klanten in café Le Rondeau, ook de uitbater, dat ze Laurette die avond in de Nissan Micra van neef B. zagen stappen. De auto staat nergens geregistreerd. Neef B. is nooit aan een rijexamen toe gekomen en ook niet aan een geldige nummerplaat. Als de politie hem vraagt wat er van de Nissan is geworden, zegt hij: “Ongeval mee gehad, en weggedaan bij de sloper.” Als de sloper wordt opgespoord, blijkt het vehikel bij hem te zijn binnengebracht op zaterdag 19 december 2009.

Er zijn geen andere getuigenissen over het tijdsgebruik van neef B., er is ook niemand die Laurette Derudder achteraf nog heeft gezien. Naast haar lichaam is een blauwe sjaal gevonden. Daarop zit DNA van meerdere mannen, en van zowel S.B. als neef B. en nog een derde lid van de clan.

De aanname van de speurders is dat ook neef B. in het café Laurette op een Duvel trakteerde, maar dat zij ervoor bedankte om daar hetzelfde gevolg aan te geven als bij zijn oom. Die aanname wordt versterkt als oom S.B. in afwachting van zijn voorleiding in een zaaltje in het justitiepaleis van Bergen met de handboeien om naast neef B. komt te zitten, niet beseffend dat er een microfoontje in het valse plafond zit verborgen.

S.B.: “Pourquoi t’as maravé la djevelle?”
Neef B.: “Penchi, yalo!”

Er komt een politieagent-tolk bij te pas die vertaalt. De oom vraagt: “Waarom heb je die vrouw vermoord?” De neef: “Hou je mond, stommerik!”

Het proces

Op 17 september 2012 start in Bergen het assisenproces tegen neef en oom B. Die laatste verschijnt in vrijheid. Hij wordt vooral vervolgd vanwege zijn totale stilzwijgen tijdens het verdere vooronderzoek.

Van de getuigen in café Le Rondeau zijn er maar een paar die de B’s tijdens het assisenproces onder ogen durven te komen, en nog minder hardop in de rechtszaal herhalen dat ze S. en Laurette samen zagen wegrijden. “Ik weet het niet meer”, zegt getuige na getuige. De helft van de opgeroepen getuigen komt niet opdagen.

“Er waren er, zoals de cafébaas, die hun tijdens het vooronderzoek gedane verklaringen helemaal omdraaiden”, zegt advocaat Fabrice Guttadauria, die optrad voor de zoon van Laurette Derudder. “Nee, ze hadden de vrouw helemáál niet mee zien instappen. Je zat daar, je keek ernaar en je wist: deze mensen durven gewoon niet getuigen tegen leden van deze clan.”

Voor advocaat Sven Mary, die optrad voor oom S.B., wordt het een makkelijk te winnen assisenzaak. Het Openbaar Ministerie laat aan het eind van de debatten de aanklacht tegen hem vallen, en wil enkel de neef schuldig verklaard zien.

In zijn slotpleidooi duidt Mary het stilzwijgen van zijn cliënt. “Ik weet niet of hij meer afweet dan hij zegt te weten over de moord. Wat ik wel zeker weet, is dat als hij iets zou weten, hij zeker niets zou zeggen. Bij de familie B. aarzelt men niet. Had hij iets geweten en gesproken, dan was hij levenslang uitgesloten door zijn familie.”

Politie-escorte

De stad Bergen heeft een traditie van moedige, tegen de stroom ingaande volksjury’s. Het waren twaalf Henegouwse burgers die in 1889 moesten oordelen over Alfred Defuisseaux en 26 andere leden van de Parti Socialiste Républicain. Ze werden vervolgd voor “het beramen van een complot” tegen de Belgische monarchie. Tot ieders verrassing spraken de twaalf gezworenen alle beklaagden vrij.

In 1968 sprak een Bergense volksjury een arts vrij die was beschuldigd van moord op zijn echtgenote. De jury achtte aangetoond dat de vrouw zelfmoord pleegde – een taboe, in die tijd – en dat de politie had geknoeid met forensisch bewijs om het op moord te doen lijken. Een kleine halve eeuw later zou in datzelfde justitiepaleis hetzelfde gebeuren met de Waalse politicus Bernard Wesphael.

Tussenin, in 1988, was het opnieuw een Bergense volksjury die, geconfronteerd met geknoei met ballistiek bewijsmateriaal, alle leden van de Bende van de Borinage vrijsprak voor een reeks misdrijven van de Bende van Nijvel. In 2009 volgde de verrassende vrijspraak van een twintiger voor de moord op een landbouwerskoppel. In 2010 eindigde het proces tegen een jonge vrouw die haar pasgeboren baby had gedood in een emmer met een vrijspraak. De twaalf gezworenen volgden de deskundigen omtrent het voor de wetenschap nog onverklaarde fenomeen van zwangerschapsontkenning.

S.B. werd tot verrassing van zijn eigen advocaten vrijgesproken van de moord op Laurette Derudder op grond van twijfel over het verdere verloop van die wazige avond. Of dat ook deze keer wijst op een moedige jury valt volgens de advocaat van de zoon van Laurette Derudder ten zeerste te betwijfelen.

Fabrice Guttadauria: “Nog voor het proces begon was er in lokale media heel wat te doen over de vraag of de verdachten kennis konden nemen van de namen en adressen van de juryleden. Dat bleek zo te zijn, en zorgde voor een angstpsychose. Zelfs al konden de verdachten niet lezen of schrijven: het besef dat ze toegang hadden tot die informatie veranderde alles. Na het proces hebben wij vernomen dat de juryleden op elke procesdag bij hun vertrek naar en terugkeer uit het justitiepaleis politiebescherming kregen. Deze mensen waren gewoon geïntimideerd.”

Op politie.be vind je nog een fotootje van Laurette en een oproep: “Heeft u meer informatie over deze zaak?” Het lijkt er eerder pro forma te staan.

Guttadauria: “Ik denk dat de nabestaanden, en in elk geval haar zoon, dit niet echt kunnen zien als een cold case. Alles wijst erop dat het in die Nissan tot een dispuut is gekomen. Er is na de vrijspraak nooit enig onderzoek gedaan naar alternatieve pistes. Omdat er ook geen zijn. Het is voor de nabestaanden erg pijnlijk te moeten aanvaarden dat een door een Belgische volksjury geveld verdict onomkeerbaar is. Zelfs al zou er ooit een nieuw element tegen hem opduiken: neef B. kan nooit meer worden vervolgd.”

Bron » De Morgen |  Douglas De Coninck